Delegatiebesluit gemeente Druten 2022

De raad van de gemeente Druten;

 

Gelezen het voorstel van het college van 18 oktober 2022;

 

Gelet op het bepaalde in artikel 156 Gemeentewet;

 

Gelet op afdeling 10.1.2 Algemene wet bestuursrecht;

 

Besluit vast te stellen:

 

Delegatiebesluit Druten 2022

Artikel 1 Algemene wet bestuursrecht (Awb)

Aan het college wordt gedelegeerd de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het openstellen van elektronische weg voor berichtenverkeer alsmede het stellen van nadere eisen aan het gebruik van de elektronische weg als bedoeld in artikel 2:15 van de Awb;

  • 2.

    het toepassen van de bevoegdheden met betrekking tot de beslistermijnen en dwangsommen als bedoeld in de artikelen 4:14 t/m 4:20f van de Awb waarbij de raad als bestuursorgaan is betrokken;

  • 3.

    het nemen van beslissingen zoals bedoeld in artikel 7:1a van de Awb waarbij de raad als bestuursorgaan is betrokken;

  • 4.

    het nemen van beslissingen zoals bedoeld in artikel 7:10 van de Awb waarbij de raad als bestuursorgaan is betrokken;

  • 5.

    het voeren van overleg zoals bedoeld in artikel 10:30 en 10:41 van de Awb waarbij de raad als bestuursorgaan is betrokken.

Artikel 2 Gemeentewet

Aan het college wordt gedelegeerd de bevoegdheid tot het voeren van rechtsgedingen, bezwaarprocedures en administratief beroepsprocedures over zaken die de gemeenteraad aangaan.

Artikel 3 Wet open overheid en Wet hergebruik van overheidsinformatie

  • 1.

    Aan het college wordt gedelegeerd de bevoegdheid tot het beslissen op aan de raad gerichte verzoeken om informatie, inclusief het opschorten en verdagen, zoals bedoeld in de Wet open overheid.

  • 2.

    Aan het college wordt gedelegeerd de bevoegdheid tot het beslissen op aan de raad gerichte verzoeken om informatie, inclusief het opschorten en verdagen, zoals bedoeld in de Wet hergebruik van overheidsinformatie.

Artikel 4 Wegenwet

Aan het college wordt gedelegeerd de bevoegdheid tot het onttrekken van een weg aan de openbaarheid op grond van artikel 9 van de Wegenwet.

Artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 en Wet natuurbescherming

Aan het college wordt gedelegeerd de bevoegdheid tot het vaststellen van de grenzen van de bebouwde kom op grond van artikel 20a, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming.

Artikel 6 Wet milieubeheer

Bij het nemen van raadsbesluiten, waarvoor een milieueffectrapportage moet worden gemaakt: het verrichten van uitvoeringshandelingen milieueffectrapportage, zoals omschreven in de Wet Milieubeheer: § 7.2 M.E.R.-plichtig besluit § 7.5 Voorbereiding M.E.R. § 7.6 Beoordeling M.E.R. § 7.9 Evaluatie.

Artikel 7 Wet vervoer gevaarlijke stoffen

Het aanwijzen van wegen of weggedeelten op het grondgebied van de gemeente Druten, waarover de krachtens artikel 24, lid 2 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen aangewezen gevaarlijke stoffen bij uitsluiting mogen worden vervoerd.

Artikel 8 Wet gemeenschappelijke regelingen

Aan het college wordt gedelegeerd de bevoegdheid tot het geven van zienswijzen op de ontwerpbegroting van verbonden partijen die vallen onder het toezichtsarrangement ‘basis -’, zoals vastgesteld in de Nota Verbonden Partijen Druten 2021.

Artikel 9 Aanwijzen trouwlocaties

Aan het college wordt gedelegeerd de bevoegdheid tot het aanwijzen en intrekken van een trouwlocatie als “huis der gemeente” ten behoeve van het voltrekken van huwelijken en partnerregistraties als bedoeld in artikel 1:63 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 10 Wet ruimtelijke ordening

  • 1.

    Het beslissen tot het vaststellen van een exploitatieplan en de beslissing geen exploitatieplan vast te stellen, als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening, voor zover dit exploitatieplan betrekking heeft op een wijzigingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening.

  • 2.

    Het beslissen tot het vaststellen van een exploitatieplan en de beslissing geen exploitatieplan vast te stellen, als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening, indien dit exploitatieplan betrekking heeft op een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 2 of 3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan wordt afgeweken.

  • 3.

    Dat voor de categorieën van gevallen genoemd in bijlage 1, waarin het college van burgemeester en wethouders met toepassing van artikel 2.12, eerste lid onder a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning verleent, geen verklaring van geen bedenkingen van onze raad is vereist.

Artikel 11 Vermelden delegatie en informeren raad

  • 1.

    In een besluit dat op grond van dit delegatiebesluit wordt genomen, wordt vermeld dat het besluit mede krachtens dit delegatiebesluit is genomen.

  • 2.

    Het college stelt de raad op de hoogte van de krachtens delegatie genomen besluiten door toezending van de besluitenlijst van het college.

  • 3.

    Ingeval een gedelegeerde bevoegdheid is gemandateerd behoeft van een krachtens deze bevoegdheid genomen besluit geen mededeling te worden gedaan aan de raad.

Artikel 12 Slotbepalingen

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking op de dag na die van bekendmaking.

  • 2.

    Het Algemeen Delegatiebesluit Druten 2013, laatstelijk gewijzigd op 2 juni 2016, wordt ingetrokken.

  • 3.

    Dit besluit kan worden aangehaald als: “Delegatiebesluit Druten 2022”.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 15 december 2022;

de griffier

E. Weijenberg

de voorzitter,

C.A.A. van Rhee-Oud Amerveld

Bijlage 1  

 

Algemene voorwaarden:

Een combinatie van de onderstaande categorieën voor één project is mogelijk.

 

Projecten in stedelijk gebied

  • 1.

    Wonen

    (Bouw)projecten voor woonfuncties, mits niet gesitueerd op een bedrijventerrein.

  • 2.

    Recreatieve en maatschappelijke doeleinden

    (Bouw)projecten voor recreatieve dan wel maatschappelijke doeleinden / functies, mits niet gesitueerd op een bedrijventerrein.

  • 3.

    Werken

    (Bouw)projecten voor kleinschalige werkfuncties behorende tot milieucategorie 1 en 2, mits niet gesitueerd op een bedrijventerrein.

  • 4.

    Bedrijven

    (Bouw)projecten voor bedrijfsfuncties op een bedrijventerrein, mits er geen wijziging plaatsvindt van de toegestane milieucategorie.

  • 5.

    Infrastructuur

    (Bouw)projecten voor aanleg van en aanpassing van bestaande weg-, water-, parkeer-, en groenvoorzieningen van lokale aard.

  • 6.

    Nutsvoorzieningen

    (Bouw)projecten voor openbare nutsvoorzieningen, voorzieningen voor het openbaar vervoer of het wegverkeer.

  • 7.

    Evenementen

    (Bouw)projecten voor evenementen.

  • 8.

    Bouwwerken, geen gebouw zijnde

    (Bouw)projecten voor bouwwerken, geen gebouw zijnde.

  • 9.

    Onbebouwde gronden

    Projecten voor het wijzigen van de functie van onbebouwde gronden, niet ten behoeve van bouwen.

  • 10.

    Bouwen

    Bouwprojecten zonder het wijzigen van de functie waarbij de bestemmingsgrens tot maximaal 75% van de oppervlakte van het gebouw wordt overschreden, mits niet gesitueerd op een bedrijventerrein.

Projecten in landelijk gebied

  • 11.

    Landbouw

    (Bouw)projecten voor uitbreiding of nieuwvestiging van volwaardige landbouwbedrijven, niet zijnde glastuinbouw.

  • 12.

    Dienst- of burgerwoning

    Bouwprojecten voor het geheel of gedeeltelijk vernieuwen, veranderen of uitbreiden van een bestaande en als zodanig bestemde dienst- of burgerwoning (daaronder ook begrepen plattelandswoning), mits de uitbreiding plaatsvindt op de daartoe bestemde gronden die aansluiten bij de woning.

  • 13.

    Niet-agrarische bedrijvigheid

    Bouwprojecten voor het eenmalig uitbreiden van een bestaand en als zodanig bestemd niet-agrarisch bedrijf tot een maximum van 20% van het bebouwd oppervlak, waarbij het totale oppervlak van de bedrijfsbebouwing niet meer mag bedragen dan 375 m2. Voor een gebiedsgebonden bedrijf geldt een maximum van 40% van het bebouwd oppervlak en een maximaal totaal oppervlak voor bedrijfsbebouwing van 500 m2.

  • 14.

    Recreatie

    (Bouw)projecten voor extensieve recreatie.

  • 15.

    Natuur

    (Bouw)projecten voor behoud en ontwikkeling van de natuur.

  • 16.

    Evenementen

    (Bouw)projecten voor evenementen met een maximum omvang van 6 ha en een maximale tijdsduur van 1 week.

  • 17.

    Infrastructuur

    (Bouw)projecten voor aanleg van en aanpassing van bestaande weg-, water-, parkeer-, en groenvoorzieningen van lokale aard, mits niet zijnde het verharden van een zandweg.

  • 18.

    Nutsvoorzieningen

    (Bouw)projecten voor openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen voor het openbaar vervoer of het wegverkeer met een maximum oppervlakte van 75 m2.

  • 19.

    Bouwwerken, geen gebouw zijnde

    (Bouw)projecten voor bouwwerken, geen gebouw zijnde.

Bijlage 2 Toelichting behorende bij art. 5, lid 3

 

Algemeen

 

Voor alle projecten geldt dat de bij de functie behorende voorzieningen tevens onder de werking van de desbetreffende categorie vallen. Onder de voorzieningen worden onder andere verstaan bijgebouwen / bijbehorende bouwwerken, ontsluiting, water(berging), speelruimte en groenvoorzieningen.

Voor alle projecten ten behoeve van wonen geldt dat de projecten dienen te passen binnen het gemeentelijk volkshuisvestingsbeleid.

 

Uitleg begrippen

 

Stedelijk gebied:

Onder stedelijk gebied vallen die gebieden die in de gemeentelijke bouwverordening zijn aangemerkt als gebied gelegen binnen de stedenbouwkundige bebouwde kom.

 

Bedrijventerrein

Een terrein dat vanwege zijn bestemming geschikt is voor gebruik voor handel, nijverheid, commerciële dienstverlening en industrie. Onder deze omschrijving vallen ook (delen van) bedrijventerreinen die gedeeltelijk bestemd zijn en geschikt zijn voor kantoren. Er is geen sprake van een bedrijventerrein bij een incidentele bedrijfsbestemming ten behoeve van de vestiging van één bedrijf.

 

Landelijk gebied

Onder landelijk gebied valt het gebied dat niet tot het stedelijk gebied behoort.

 

Maatschappelijke doeleinden:

Onder andere scholen, bejaardentehuizen, gemeentehuizen, kerken, musea en gezondheidsinstellingen.

 

Milieucategorie:

Zoals bedoeld in de brochure “Bedrijven en milieuzonering” van de VNG.

 

Werkfuncties:

Bedrijven, detailhandel, horeca en dienstverlening (waaronder kantoren).

 

Evenementen:

Elk voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak die in tijd is begrensd en herhaaldelijk terugkeert.

 

Extensieve recreatie:

Kleinschalige nevenactiviteiten, zijnde verhuur van recreatieve producten of horeca aan huis, kleinschalig kamperen (maximaal 25 parkeerplaatsen) of gelijksoortige vormen met een beperkte capaciteit.

 

Volwaardige landbouwbedrijven:

Uit de ruimtelijke onderbouwing behorende bij de vergunningaanvraag dient uitdrukkelijk te blijken dat het een volwaardig landbouwbedrijf betreft. Er is sprake van een volwaardig landbouwbedrijf indien dit blijkt uit een advies van een onafhankelijke deskundige.

 

Naar boven