PUBLICATIE VOORNEMEN

Met deze publicatie geeft de Gemeente uitvoering aan het arrest van de Hoge Raad d.d. 26 november 2021 (ECLI:NL:HR: 2021:1778).

 

Bundweg  

 

Objectinformatie

Adres: Bundweg

Perce(e)l(en): Gemeente Rotterdam, sectie P, nummers 2192 en 2511, beide percelen gedeeltelijk en sectie D, nummer 8744 gedeeltelijk

Perceelgroottte: ca. 383 m2

 

Voornemen tot aangaan anterieure overeenkomst de Bund

De gemeente Rotterdam is voornemens om een anterieure overeenkomst te sluiten met VOF OCDB een combinatie van twee ontwikkelaars, voor het project de Bund en de daaruit voortvloeiende verkoop van de in de aanhef genoemde gronden alsmede vestiging van het recht van opstal.

 

Ontwikkelcombinatie is enige serieuze gegadigde

Het project de Bund draagt bij aan de opgave van de stad om het grote tekort aan woningen op te lossen en de (woon)kwaliteit van Katendrecht verder te versterken. Er worden 500 woningen toegevoegd aan de Rotterdamse woningvoorraad waaronder het middensegment. Het woonprogramma, waarvan 40% middensegment, sluit bovendien aan bij de gemeentelijke Woonvisie 2030.

 

Door de eigendomspositie van VOF OCDB, de omvang en vorm van deze twee door de gemeente uit te geven percelen grond is de VOF OCDB, naar het oordeel van de Gemeente, de enige serieuze gegadigde die in aanmerking komt voor het sluiten van de anterieure overeenkomst de Bund en de daaruit voortvloeiende verkoop van gronden alsmede vestiging van het recht van opstal.

 

VOF OCDB. is een ontwikkelcombinatie die uit twee ontwikkelaars bestaat: BPD Ontwikkeling B.V (hierna: BPD”) en Van Wijnen Projectontwikkeling West B.V (hierna: “Van Wijnen”). Het plangebied bestaat uit de percelen kadastraal bekend gemeente Rotterdam, sectie P, nummers 1768, 2191, 2192 gedeeltelijk en 2511 gedeeltelijk en sectie D nummer 8744 gedeeltelijk) BPD is reeds eigenaar van een deel van het plangebied (perceel kadastraal bekend gemeente Rotterdam, sectie P, nummer 1768) en Van Wijnen heeft een koopovereenkomst gesloten op basis waarvan Van Wijnen een ander deel van het plangebied in eigendom zal verkrijgen (perceel kadastraal bekend gemeente Rotterdam, sectie P, nummer 2191). Beide partijen zullen deze percelen inbrengen in de ontwikkelcombinatie als gevolg waarvan VOF OCDB, met uitzondering van onderhavig perceel van 383 m², de eigenaar van het gehele plangebied wordt. Het onderhavig perceel van 383 m² van het plangebied behoort in eigendom toe aan de gemeente Rotterdam.

 

VOF OCDB is voornemens om het plangebied te herontwikkelen tot een woningbouwcomplex van ca. 500 woningen en ca. 3.000 m2 bruto vloeroppervlak commerciële ruimte. Deze ontwikkeling vindt voor het overgrote gedeelte plaats op grond in eigendom van de vennoten van de VOF OCDB. Om deze herontwikkeling mogelijk te maken wenst VOF OCDB de belendende percelen, kadastraal bekend gemeente Rotterdam, sectie P, nummers 2192 en 2511 en sectie D8744, alle percelen gedeeltelijk, ter gezamenlijke grootte van 383 m² van de gemeente Rotterdam aan te kopen. De gemeente Rotterdam heeft bij haar overweging tot verkoop van de haar in eigendom toebehorende percelen aan VOF OCDB niet alleen de reeds bestaande grondpositie van VOF OCDB meegewogen, maar ook het feit dat de voor verkoop beoogde percelen verhoudingsgewijs (in relatie tot het gehele plangebied) een zeer gering oppervlakte betreffen wat onderdeel is van het plangebied. Onder deze omstandigheden zijn de percelen naar de mening van de gemeente Rotterdam niet geschikt om zelfstandig door een of meerdere andere gegadigde(n) te worden geëxploiteerd. Bovendien is de verkoop van de beoogde percelen nodig om aan de door de Gemeente gestelde stedenbouwkundige randvoorwaarden te voldoen om de bebouwing te realiseren op de vastgestelde rooilijnen. De gemeente Rotterdam acht het niet doelmatig om voor de gewenste herontwikkeling de door VOF OCDB in te brengen onroerende zaken te verwerven. De gemeente Rotterdam acht de firmanten van VOF OCDB, gezien hun expertise, in staat om binnen de door de gemeente Rotterdam geformuleerde Nota van Uitgangspunten het plangebied te herontwikkelen.

 

Gelet op het voorgaande is de gemeente Rotterdam van oordeel dat er op grond van objectieve, redelijke en toetsbare criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor het aangaan van de anterieure overeenkomst voor de locatie Bundweg en de daar daaruit voortvloeiende verkoop alsmede vestiging van het recht van opstal van c.q. op de in de aanhef van deze publicatie genoemde gronden, namelijk VOF OCDB. Ten overvloede zij erop gewezen dat de gemeente daarbij een ruime mate van beleidsvrijheid toekomt.

 

Vervaltermijn

Indien u zich niet kunt verenigen met dit voornemen, dan dient u dit uiterlijk 12 januari 2023 kenbaar te maken door middel van een gemotiveerd bericht aan mencuitgiftecapaciteitso@rotterdam.nl, onder vermelding van “Reactie op voornemen tot aangaan overeenkomst de Bund’’. Bij gebreke van een tijdig en gemotiveerd bericht vervalt het recht tegen al het voornoemde in rechte op te komen en/of daarop enige vordering tot schadevergoeding of welke andere aanspraak dan ook te baseren, althans heeft u uw rechten daarop verwerkt. De Gemeente en VOF OCDB zouden immers onredelijk worden benadeeld indien pas na deze (duidelijk kenbaar gemaakte) termijn alsnog tegen het voornemen respectievelijk het aangaan van de overeenkomst zou worden opgekomen.

 

Naar boven