Verordening marktgelden gemeente Heerde 2023

De raad van de gemeente Heerde;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20 september 2022;

 

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

 

besluit:

vast te stellen de:

 

Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden in de gemeente Heerde 2023 (Verordening marktgelden gemeente Heerde 2023).

Artikel 1 Begripsomschrijving

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    markt: de warenmarkt, als bedoeld in artikel 1.1 van de “Marktverordening gemeente Heerde 2000”;

  • b.

    standplaats, dagplaats, vaste standplaats, standwerkersplaats: de omschrijving zoals deze zijn bepaald in artikel 1 van de “Marktverordening gemeente Heerde 2012”;

  • c.

    kwartaal: een aaneengesloten periode van 3 maanden, ingaande 1 januari, 1 april, 1 juli, dan wel 1 oktober;

  • d.

    marktdag: het gedeelte van een dag waarop markt wordt gehouden.

Artikel 2 Aard van de heffing en belastbaar feit

Onder de naam “marktgeld” worden rechten geheven voor het ter beschikking stellen van een standplaats op een markt en voor het genot van diensten die in verband daarmee worden verleend.

Artikel 3 Belastingplicht

  • a.

    Het marktgeld genoemd in artikel 4, lid 1.1 tot en met 1.3, wordt geheven van degene aan wie een standplaats ter beschikking is gesteld;

  • b.

    Het marktgeld genoemd in artikel 4, lid 2 tot en met 2.1, wordt geheven van de aanvrager van de dienst.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en tarieven

1.1

Het marktgeld bedraagt voor een dagplaats per strekkende meter per marktdag

€ 2,20

1.2

Het minimumbedrag per dag bedraagt voor een standplaats

€ 8,80

1.3

Voor de berekening van het marktgeld wordt een gedeelte van een eenheid als volle eenheid aangemerkt.

 

 

2.

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 6 van de “Marktverordening gemeente Heerde 2012”

€ 67,30.

Artikel 5 Belastingtijdvak

  • 1.

    Indien voor een standplaats een vergunning wordt afgegeven, dan is het belastingtijdvak de periode waarvoor een vergunning voor een standplaats geldt, met dien verstande dat bij een vergunning van drie maanden het belastingtijdvak gelijk is aan het kwartaal, waarbij het aantal marktdagen wordt bepaald op twaalf.

  • 2.

    Het belastingtijdvak voor dag- en standwerkersplaatsen is één dag.

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld

  • 1.

    In de in artikel 5 bedoelde gevallen is het marktgeld verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak.

  • 2.

    De leges, als bedoeld in artikel 4, lid 2, zijn verschuldigd bij de aanvraag van de dienst.

Artikel 7 Wijze van heffing

Het marktgeld wordt geheven bij wege van aanslag of bij wege van een mondelinge dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een nota of andere schriftuur.

Artikel 8 Termijn van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet het marktgeld worden betaald ingeval:

    • a.

      bij wege van aanslag wordt geheven, binnen 30 dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet;

    • b.

      bij wege van mondelinge of schriftelijke kennisgeving wordt geheven als bedoeld in artikel 7, op het moment van het doen of uitreiken van de kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijnen.

Artikel 9 Ontheffing en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    Indien de belastingplicht met betrekking tot een vaste standplaats in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is het recht verschuldigd over zoveel derde gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde recht als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, waarbij het aantal marktdagen wordt bepaald op vier.

  • 2.

    Indien de belastingplicht met betrekking tot een vaste standplaats in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel derde gedeelten van het voor dat belastingtijdvak verschuldigde recht als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, waarbij het aantal marktdagen wordt bepaald op vier.

  • 3.

    Indien de belastingplichtige aantoont dat hij ten gevolge van overmacht gedurende een aaneengesloten periode van tenminste vier marktdagen de ter beschikking gestelde plaats niet heeft kunnen innemen en hij gedurende die periode de standplaats niet door een ander heeft laten innemen, wordt op verzoek ontheffing verleend over het aantal marktdagen waarin van de vaste plaats geen gebruik kan worden gemaakt, tenzij door het college van burgemeester en wethouders een andere plaats voor het houden van de markt is aangewezen.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van marktgelden wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de marktgelden.

Artikel 12 Overgangsrecht

De “Verordening marktgelden gemeente Heerde 2022” van 1 november 2021 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, van deze verordening genoemde termijn, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 13 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023.

Artikel 14 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening marktgelden gemeente Heerde 2023”.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering d.d. 7 november 2022.

griffier, voorzitter,

Naar boven