Overwegingen ten aanzien van het besluit
- dat een eerder aangewezen parkeerplaats op de Kantelenweg in Oostvoorne technisch niet uitvoerbaar blijkt in relatie tot het plaatsen van een laadpaal;
- dat daardoor de eerder aangewezen parkeerplaatsen niet functioneel gebruikt kunnen worden t.a.v. het laden van elektrische voertuigen;
- dat er binnen de betreffende woonwijk behoefte is aan laadvoorzieningen voor elektrische voertuigen;
- dat bij het intrekken van het eerdere verkeersbesluit voor het aanwijzen van parkeerplaatsen voor het uitsluitend laden van elektrische voertuigen op de kantelenweg in Oostvoorne het gewenst is om een nieuwe locatie aan te wijzen;
- dat bij het aanwijzen van twee parkeerplaatsen, in eerste instantie slechts één parkeerplaats wordt ingericht als laadplaats uitsluitend bedoeld voor het opladen van elektrische auto’s;
- dat de tweede parkeerplaats in eerste instantie door elke auto gebruikt mag worden;
- dat bij een minimaal verbruik van 4000 kWh per jaar op de laadvoorziening ook de tweede parkeerplaats wordt ingericht als laadplaats uitsluitend bedoeld voor het opladen van elektrische auto’s;
- dat vanuit de concessiehouder, die verantwoordelijk is voor de exploitatie van elektrische laadpalen, is gekeken naar het verbruik op de aanwezige laadpalen;
- dat op basis van het jaarlijks verbruik van de laadpalen in de betreffende woonwijk blijkt dat er een (hoge) behoefte is voor het laden van elektrische voertuigen;
- dat bij een minimaal verbruik van 4000 kWh per jaar op de laadvoorziening het gerechtvaardigd is om de tweede parkeerplaats aan te wijzen als een parkeerplaats bedoeld voor het uitsluitend opladen van elektrische voertuigen;
- dat de gemeente duurzame mobiliteit wil faciliteren;
- dat de gemeente hierin faciliteert door het aanwijzen van parkeerplaatsen in de openbare ruimte;
- dat er een maatschappelijk belang aanwzig is voor het voldoende aanwezig zijn van parkeerplaatsen voor sec elektrische voertuigen;
- dat het stimuleren van elektrisch rijden past binnen de doelstellingen van het gemeentelijk beleid;
- dat overleg met de politie als bedoeld in artikel 24 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) heeft plaatsgevonden;
- dat gelet op het bepaalde in artikel 18 van de Wegenverkeerswet 1994 het college van burgemeester en wethouders bevoegd is tot het nemen van een besluit als deze;
- dat het teamhoofd Wegen & Riolering gemandateerd is om namens het college van burgemeester en wethouders verkeersbesluiten te nemen.