Overwegende:
dat de burgemeester van Amsterdam op grond van artikel 2.24 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), juncto artikel 151c Gemeentewet, de bevoegdheid heeft om te kunnen besluiten tot plaatsing van een camera voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats als dat naar haar oordeel noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de openbare orde;
Proportionaliteit
Uit informatie van de politie en het stadsdeel ten aanzien van de Nieuwe Houttuinen blijkt dat er begin oktober en vervolgens tweemaal eind november meerdere geweldsincidenten zijn geweest in deze straat. Deze incidenten leveren een gevaar op voor de openbare orde. Bewoners en omwonenden voelen zich als gevolg hiervan niet meer veilig in hun woon- en leefomgeving.
Subsidiariteit / andere maatregelen
Ter handhaving van de openbare orde op bovengenoemde locatie zijn de volgende maatregelen getroffen:
- -
Gesprekken met individuele bewoners door medewerkers van het stadsdeel en de woningcorporatie om de onrust te peilen;
- -
Bewoners worden geïnformeerd en gevraagd incidenten te melden;
- -
Er is vanuit zorginstanties en jongerenwerk aandacht voor kwetsbare bewoners;
- -
De politie, handhaving en SAOA hebben extra aandacht voor deze locatie;
- -
De woningcorporatie is betrokken bij het nemen van diverse veiligheidsmaatregelen;
Belangenafweging
Het inzetten van cameratoezicht is in aanvulling op de bestaande maatregelen noodzakelijk ter handhaving van de openbare orde.
De burgemeester heeft het belang van een effectieve handhaving van de openbare orde enerzijds en de daarmee gepaard gaande mogelijke inperking van het recht op privacy anderzijds tegen elkaar heeft afgewogen. In die afweging moet aan het algemene belang om de verstoring van de openbare orde te herstellen meer gewicht worden toegekend dan aan het belang om geen inmenging te dulden in de privacy.
De burgemeester volgt de (verstoringen van de) openbare orde op en rond de Nieuwe Houttuinen permanent en het besluit tot het instellen van cameratoezicht zal onmiddellijk
worden ingetrokken indien het cameratoezicht niet meer noodzakelijk is voor de handhaving van de openbare orde.
Besluit
Gelet op artikel 151c Gemeentewet juncto artikel 2.24 APV;