Bankreglement Groningse Kredietbank 2022

HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN GRONINGEN

 

Gelet op artikel 4:37 van de Wet op het financieel toezicht;

 

BESLUIT:

 

vast te stellen het ‘Bankreglement Groningse Kredietbank 2022’

 

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Voor de toepassing van het bij of krachtens dit reglement bepaalde wordt verstaan onder:

Bankreglement:

dit reglement;

Beleidsregel:

een regel als bedoeld in artikel 1:3 lid 4 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wet op het financieel toezicht;

Budgetbeheer:

het geheel van activiteiten in het kader van het beheren van het inkomen van de rekeninghouder en het overeenkomstig het vastgestelde budgetplan verrichten van betalingen;

BW:

Burgerlijk Wetboek;

Cliënt:

de natuurlijke persoon of ondernemer, zijnde een natuurlijke persoon, waaraan de Kredietbank een financiële dienst verleent of aan wie de Kredietbank voornemens is een financiële dienst te verlenen of verleend heeft;

College:

het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Groningen;

Consumptief krediet:

krediet, niet zijnde hypothecair krediet, starterskrediet of onderhoudskrediet;

Directeur:

de directeur van de directie Inkomensdienstverlening van de Gemeente Groningen;

Financiële dienst:

het aanbieden, adviseren of bemiddelen ter zake van een financieel product;

Financiële dienstverlening:

het verlenen van diensten als bedoeld in de Wet, zijnde:

  • a.

    het aanbieden van krediet, behoudens starterskrediet;

  • b.

    het aanbieden van budgetbeheerrekeningen;

Financieel product:

is:

  • a.

    krediet;

  • b.

    budgetbeheerrekening;

Krediet:

het aan de kredietnemer ter beschikking stellen van een geldsom, waarbij de kredietnemer gehouden is ter zake één of meer betalingen te verrichten;

Kredietbank:

de Groningse Kredietbank, onderdeel van de directie Inkomensdienstverlening van de Gemeente Groningen, kantoorhoudende te 9723 ZR Groningen, aan het Harm Buiterplein 1 conform artikel 1:1 Wft;

Kredietnemer:

de niet in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf handelende natuurlijke persoon waarmee de Kredietbank een overeenkomst tot kredietverlening sluit;

Kredietovereenkomst:

de overeenkomst waarbij de kredietgever aan de kredietnemer een geldsom ter beschikking stelt en waarbij de kredietnemer gehouden is ter zake één of meer betalingen te verrichten;

Problematische schuldsituatie:

de situatie waarin van een natuurlijke persoon redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, of waarin hij heeft opgehouden te betalen;

Rekeninghouder:

de natuurlijke persoon die met de Kredietbank een overeenkomst tot budgetbeheer heeft gesloten;

NVVK:

de vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren, statutair gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudende te 3527 LA Utrecht aan de Koningin Wilhelminalaan 5;

Richtlijn:

Richtlijn nr. 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 87/102/EEG;

Saneringskrediet:

een krediet dat door de Kredietbank op basis van de Gedragscode Schuldhulpverlening en de module Schuldregeling van de NVVK wordt verstrekt, teneinde de schulden van de kredietnemer integraal of tegen finale kwijting te voldoen;

Schuldenaar:

de niet in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf handelende natuurlijke persoon die een aanvraag voor een schuldregeling indient;

Schuldhulpverlening:

het in het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de nazorg. Schuldhulpverlening is een verzamelnaam en omvat alle financiële diensten in het sociale domein die gericht zijn op het oplossen, beheersen, voorkomen dan wel vroegtijdig signaleren van schulden;

Schuldregeling:

bij een schuldregeling bemiddelt de Kredietbank tussen de schuldenaar en zijn schuldeisers om een minnelijke regeling van de totale schuldenlast te bewerkstelligen;

Schuldregelingsovereenkomst:

een overeenkomst waarin de rechten, verplichtingen en voorwaarden van de schuldenaar en de Kredietbank ter zake van de schuldregeling zijn opgenomen;

Sociaal krediet:

een krediet dat door de Kredietbank, anders dan in de vorm van een saneringskrediet, in overeenstemming met de Wet financiering decentrale overheden aan de kredietnemer ter beschikking wordt gesteld;

Toezicht:

het toezicht als bedoeld in artikel 4:37 lid 2 van de Wft;

Uitvoeringsregeling:

Uitvoeringsregeling Wft;

Wet:

Wet op het financieel toezicht (Wft);

Wsnp:

Wet schuldsanering natuurlijke personen als bedoeld in Titel III van de Faillissementswet.

HOOFDSTUK II DOEL, TAAKSTELLING, BEHEER EN TOEZICHT

Artikel 2 Doel

De Kredietbank heeft tot doel:

  • 1.

    het op sociaal/maatschappelijk verantwoorde wijze verstrekken van krediet;

  • 2.

    het uitvoeren van de publieke taak zoals deze voor de Kredietbank onder meer is vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden;

  • 3.

    het bevorderen van maatregelen op lokaal niveau ter voorkoming van overkreditering en andere financiële misstanden;

  • 4.

    het aanbieden van andere financiële dienstverlening conform de bepalingen in artikel 1 van dit Bankreglement.

Artikel 3 Taakstelling

De Kredietbank tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door:

  • 1.

    het op sociaal/maatschappelijk verantwoorde wijze aanbieden van kredieten;

  • 2.

    het aanhouden van budgetbeheerrekeningen;

  • 3.

    het verrichten van schuldhulpverlenende werkzaamheden ten behoeve van natuurlijke personen en ondernemers zijnde natuurlijke personen in een (problematische) schuldsituatie;

  • 4.

    het opstellen van gemeentelijke verklaringen als bedoeld in artikel 285 lid 1 sub f Faillissementswet;

  • 5.

    het bieden van faciliteiten voor de uitvoering van een Wsnp;

  • 6.

    het bieden van faciliteiten voor de uitvoering van de bewindvoering ter bescherming van meerderjarigen als bedoeld in titel 19 van Boek I van het Burgerlijk Wetboek (431 e.v., beschermingsbewind);

  • 7.

    het verrichten van overige diensten welke een bijdrage kunnen leveren aan het realiseren van het doel van de Kredietbank als bedoeld in artikel 2 van dit Bankreglement;

  • 8.

    het aanbieden van preventieve en nazorgactiviteiten.

Artikel 4 Beheer

  • 1.

    De Kredietbank wordt beheerd door het College.

  • 2.

    Het College kan (ter zake) de uitvoering van de in artikel 3 genoemde taken aan de directeur mandateren/volmacht verlenen.

  • 3.

    Indien het College gebruik maakt van zijn in het voorgaande lid bedoelde bevoegdheid, wordt dit vastgelegd in een besluit.

  • 4.

    De feitelijke leiding berust bij het hoofd van de Kredietbank.

Artikel 5 Toezicht

Het College ziet in overeenstemming met artikel 4:37 lid 2 van de Wet toe op de naleving van dit Bankreglement door de Kredietbank.

HOOFDSTUK III FINANCIËLE DIENSTVERLENING

Artikel 6 Toepassingsbereik

De artikelen 7 tot en met 13 zijn alleen van toepassing op financiële diensten en financiële producten waarop de Wet van toepassing is.

Artikel 7 Betrouwbaarheid

  • 1.

    De Kredietbank stelt de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen objectief vast.

  • 2.

    De Kredietbank stelt de betrouwbaarheid van de werknemers en andere personen die zich onder verantwoordelijkheid van de Kredietbank rechtstreeks met financiële dienstverlening bezighouden, objectief vast.

  • 3.

    De Kredietbank bepaalt de betrouwbaarheid van de in lid 1 en lid 2 bedoelde personen vast op basis van artikel 4:10 van de Wft.

  • 4.

    De artikelen 12 tot en met 16 van het Besluit zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8 Deskundigheid

  • 1.

    De Kredietbank draagt er zorg voor dat de personen van de Kredietbank die het dagelijks beleid bepalen deskundig zijn in verband met de bedrijfsvoering van de Kredietbank.

  • 2.

    De Kredietbank draagt zorg voor de deskundigheid van zijn werknemers en van andere natuurlijke personen die zich onder zijn verantwoordelijkheid rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële diensten aan cliënten.

  • 3.

    Op de deskundigheid van de personen als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel is artikel 4:9 Wft en hoofdstuk 2, artikelen 5 tot en met 7 en 9 tot en met 11 van het Besluit van toepassing.

Artikel 9 Integere en beheerste bedrijfsvoering en toezicht

  • 1.

    De Kredietbank voert een adequaat beleid dat een integere uitoefening van zijn bedrijf waarborgt.

  • 2.

    De Kredietbank ziet er op toe dat de Kredietbank of haar medewerkers geen strafbare feiten of andere wetsovertredingen begaan die het vertrouwen in de Kredietbank of in de financiële markten kunnen schaden.

  • 3.

    De Kredietbank is niet met personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur die in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de Kredietbank.

  • 4.

    De Kredietbank richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een beheerste en integere uitoefening van haar bedrijf waarborgt.

Artikel 10 Zorgvuldige dienstverlening en zorgvuldig informatie- en communicatiebeleid

  • 1.

    De Kredietbank draagt er zorg voor dat de door of namens haar verstrekte of beschikbaar gestelde informatie ter zake van een financieel product of financiële dienst, waaronder reclame-uitingen, geen afbreuk doet aan de bij of krachtens de Wet aan de cliënt te verstrekken of beschikbaar te stellen informatie.

  • 2.

    De door de Kredietbank verstrekte informatie is feitelijk juist, begrijpelijk en niet misleidend.

  • 3.

    De Kredietbank verstrekt de cliënt voorafgaand aan het adviseren of de totstandkoming van de overeenkomst inzake een financieel product informatie voor zover dit redelijkerwijs relevant is voor een adequate beoordeling van dat product.

  • 4.

    De Kredietbank verstrekt de cliënt gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake een financieel product of een financiële dienst tijdig informatie over wezenlijke wijzigingen in de informatie bedoeld in het derde lid van dit artikel, voor zover deze informatie redelijkerwijs relevant is voor de cliënt dan wel informatie over bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere onderwerpen.

  • 5.

    De artikelen 32, 33, 49, 51, 53, 54, 57, 59a, 68a en 111 tot en met 115a van het Besluit zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 11 Adviseren en execution only

  • 1.

    Indien de Kredietbank een cliënt adviseert:

    • a.

      wint de Kredietbank in het belang van de cliënt informatie in over zijn financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid, voor zover dit redelijkerwijs relevant is voor het advies;

    • b.

      draagt de Kredietbank er zorg voor dat zijn advies, voor zover redelijkerwijs mogelijk, rekening houdt met de onder a bedoelde informatie;

    • c.

      licht de Kredietbank de overwegingen toe die ten grondslag liggen aan het advies, voor zover dit nodig is voor een goed begrip van het advies.

  • 2.

    Indien de Kredietbank bij het verlenen van een financiële dienst aan een cliënt niet adviseert, execution only genoemd, maakt de Kredietbank dat bij de aanvang van de dienstverlening aan de cliënt kenbaar.

  • 3.

    Als de Kredietbank het klantprofiel, zoals bedoeld in lid 1 vastlegt, dan bevat het klantprofiel ten minste de volgende informatie:

    • a.

      Naam, adres, woonplaats van de aanvrager;

    • b.

      De burgerlijke staat van de aanvrager;

    • c.

      De arbeidsrelatie van de aanvrager;

    • d.

      Het inkomen van de aanvrager;

    • e.

      Het vermogen van de aanvrager;

    • f.

      De lopende financiële producten van de aanvrager;

    • g.

      De financiële lasten van de aanvrager;

    • h.

      De kennis van de aanvrager met betrekking tot het financiële product;

    • i.

      De ervaring van de aanvrager met betrekking tot het financiële product;

    • j.

      De doelstelling van de aanvrager.

Artikel 12 Zorgvuldige bejegening van de cliënt

  • 1.

    De Kredietbank houdt zich aan de bij de bejegening van de cliënt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen nadere regels met betrekking tot de in acht te nemen zorgvuldigheid.

  • 2.

    Artikel 81 van het Besluit is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 13 Uitbesteding werkzaamheden

  • 1.

    Bij uitbesteding van werkzaamheden aan een derde draagt de Kredietbank er zorg voor dat deze derde de ingevolge de Wet met betrekking tot die werkzaamheden op de Kredietbank van toepassing zijnde regels naleeft.

  • 2.

    Artikel 37 van het Besluit is van overeenkomstige toepassing.

HOOFDSTUK IV KREDIETVERLENING

Paragraaf 1 Inleidende bepalingen

Artikel 14 Kredietverlening

  • 1.

    De Kredietbank kan kredieten verstrekken aan inwoners van de eigen gemeente, aan inwoners van een gemeente waarmee een overeenkomst is gesloten of aan inwoners van gemeenten waar geen voorziening op het terrein van sociale kredietverlening aanwezig is, mits de gemeente Groningen hiertoe een overeenkomst heeft gesloten met de desbetreffende gemeente.

  • 2.

    Het College kan de bevoegdheid tot het verlenen van kredieten aan de directeur mandateren en wel tot een nader door het College vast te stellen bedrag.

  • 3.

    De kredietverlening vindt plaats met in achtneming van de Gedragscode Sociale Kredietverlening van de NVVK.

Artikel 15 Kredietregistratie

De Kredietbank neemt deel aan een stelsel van kredietregistratie.

Artikel 16 Formulier standaardinformatie inzake consumptief krediet

  • 1.

    De Kredietbank dient voorafgaand aan de totstandkoming van een kredietovereenkomst aan de cliënt informatie te verstrekken met het oog op een adequate beoordeling van het krediet.

  • 2.

    De informatie als bedoeld in lid 1 wordt schriftelijk of op een andere duurzame drager aan de cliënt verstrekt in de vorm van het ESIC formulier.

  • 3.

    In het geval dat de cliënt heeft verzocht de kredietovereenkomst tot stand te laten komen met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand waardoor de in lid 1 bedoelde informatie niet schriftelijk of op een duurzame drager kan worden verstrekt voorafgaand aan de totstandkoming van de kredietovereenkomst, verstrekt de Kredietbank de informatie aan de cliënt onmiddellijk na de totstandkoming van kredietovereenkomst.

  • 4.

    Artikel 112 van het Besluit is van overeenkomstige toepassing.

     

Paragraaf 2 Kredietaanvraag en afwijzing

Artikel 17 Aanvraag

  • 1.

    Een krediet kan bij de Kredietbank, dan wel via daartoe aangewezen derden, worden aangevraagd.

  • 2.

    De aanvraag tot kredietverlening vindt plaats op een daartoe door de Kredietbank, op verzoek van de cliënt, ter beschikking te stellen Aanvraagformulier Krediet.

Artikel 18 Beoordeling

  • 1.

    Het College legt de criteria vast die de Kredietbank ten grondslag legt aan de beoordeling van de kredietaanvraag van een cliënt en past deze criteria toe bij de beoordeling van de kredietaanvraag.

  • 2.

    De artikelen 113 lid 1, 114 en 115 lid 1 van het Besluit zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 19 Afwijzing aanvraag

  • 1.

    Indien de Kredietbank besluit de kredietaanvraag af te wijzen, doet de Kredietbank hiervan schriftelijk mededeling aan de aanvrager van een krediet onder opgaaf van redenen.

  • 2.

    In de schriftelijke mededeling wordt tevens vermeld welke klachtmogelijkheden tegen de afwijzing van de kredietaanvraag openstaan.

  • 3.

    Het College legt de criteria vast die de Kredietbank ten grondslag legt aan de afwijzing van de kredietaanvraag van een cliënt en past deze criteria toe bij de afwijzing van de kredietaanvraag.

     

Paragraaf 3 Kredietovereenkomst

Artikel 20 Algemeen

  • 1.

    De kredietovereenkomst wordt op papier of op een andere duurzame drager aangegaan.

  • 2.

    De Kredietbank verstrekt de cliënt een exemplaar van de kredietovereenkomst en behoudt zelf ook een exemplaar.

  • 3.

    Voorafgaand aan de totstandkoming van een kredietovereenkomst wint de Kredietbank, in het belang van de kredietnemer, informatie in over zijn financiële positie en beoordeelt de Kredietbank, ter voorkoming van overkreditering van de kredietnemer, of het aangaan van de overeenkomst verantwoord is.

  • 4.

    De Kredietbank gaat geen kredietovereenkomst aan met een kredietnemer indien dit, met het oog op het voorkomen van overkreditering van de kredietnemer, onverantwoord is.

  • 5.

    De artikelen 113 lid 1, 114 en 115 lid 1 van het Besluit zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 21 Inhoud van de kredietovereenkomst

  • 1.

    Elke kredietovereenkomst dient op papier of een andere duurzame drager te zijn vastgelegd en dient in ieder geval op duidelijke en beknopte wijze te vermelden:

    • a.

      het soort krediet;

    • b.

      de identiteit en geografische adressen van de overeenkomst sluitende partijen;

    • c.

      de duur van de kredietovereenkomst;

    • d.

      het totale kredietbedrag;

    • e.

      de debetrentevoet, de voorwaarden die de toepassing van deze rentevoet regelen en voor zover beschikbaar, indices of referentierentevoeten die betrekking hebben op de aanvankelijke debetrentevoet, alsmede de termijnen, voorwaarden en procedures voor wijziging ervan;

    • f.

      indien naar gelang van de verschillende omstandigheden verschillende debetrentevoeten worden toegepast, de in onderdeel e genoemde informatie met betrekking tot alle toepasselijke rentevoeten;

    • g.

      het jaarlijks kostenpercentage en het totale door de cliënt te betalen bedrag, berekend bij het sluiten van de kredietovereenkomst, alsmede alle bij de berekening van dit percentage gebruikte hypothesen;

    • h.

      het bedrag, het aantal en de frequentie van de door de cliënt te verrichten betalingen, en, in voorkomend geval, de volgorde waarin de betalingen aan de verschillende openstaande saldi tegen verschillende debetrentevoeten worden toegerekend met het oog op aflossing;

    • i.

      in geval van aflossing van het krediet van een kredietovereenkomst met vaste looptijd, het recht van de cliënt om gratis en op verzoek op enig ogenblik tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst een overzicht van de rekening in de vorm van een aflossingstabel te ontvangen;

    • j.

      indien kosten en interesten worden betaald zonder aflossing van het krediet, een overzicht van de termijnen en voorwaarden voor de betaling van de rente en periodiek en niet-periodieke bijbehorende kosten;

    • k.

      de eventuele kosten voor het aanhouden van één of meer rekeningen voor de boeking van zowel betalingen als kredietopnemingen, tenzij het openen van een rekening facultatief is, tezamen met de kosten voor het gebruik van een betaalmiddel voor zowel betalingen als kredietopnemingen, andere uit de kredietovereenkomst voortvloeiende kosten, alsmede de voorwaarden waaronder de kosten worden gewijzigd;

    • l.

      de op het tijdstip van het sluiten van de kredietovereenkomst geldende rentevoet ingeval van betalingsachterstand daarvan alsmede de wijzigingsmodaliteiten en, in voorkomend geval, kosten van niet-nakoming;

    • m.

      een waarschuwing betreffende de gevolgen van wanbetaling;

    • n.

      de eventueel gevraagde zekerheden en verzekeringen;

    • o.

      het al dan niet bestaan van het recht van ontbinding van de kredietovereenkomst en de termijn voor de uitoefening daarvan, alsmede andere uitoefeningsvoorwaarden, zoals informatie over de verplichting voor de cliënt om het krediet aan de Kredietbank terug te betalen binnen 30 kalenderdagen vermeerderd met de over het krediet verschuldigde kredietvergoeding tot het moment dat het krediet wordt terugbetaald;

    • p.

      informatie omtrent het recht uit artikel 230x van Boek 6 van het BW;

    • q.

      het recht op vervroegde aflossing, de hiervoor te volgen procedure alsmede, in voorkomend geval, informatie over het recht van de Kredietbank op een vergoeding en de wijze waarop deze vergoeding wordt vastgelegd;

    • r.

      de procedure voor de uitoefening van het recht van beëindiging van de kredietovereenkomst;

    • s.

      voor de cliënt openstaande buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures en, indien dit het geval is, hoe de cliënt die procedure kan inleiden;

    • t.

      in voorkomend geval, de overige contractvoorwaarden.

  • 2.

    Indien niet voldaan wordt aan het bepaalde in lid 1, is de kredietovereenkomst vernietigbaar.

  • 3.

    Alleen de kredietnemer kan een beroep op de vernietigbaarheid ingevolge lid 2 doen.

Artikel 22 Ter beschikkingstelling van het krediet

  • 1.

    Na het sluiten van de kredietovereenkomst wordt:

    • a.

      bij een aflopend krediet (persoonlijke lening), niet zijnde een saneringskrediet, de kredietsom die bij de kredietovereenkomst is bepaald, door de Kredietbank in zijn geheel of gedeeltelijk aan de kredietnemer beschikbaar gesteld;

    • b.

      als er vorderingen zijn die door middel van het krediet worden afgelost, dan draagt de Kredietbank in die gevallen zorg voor betaling van alle schuldeisers bij de verstrekking van het krediet;

    • c.

      bij een aflopend krediet, zijnde een saneringskrediet, de kredietsom die bij de kredietovereenkomst is bepaald, door de Kredietbank in zijn geheel aan de bij de Kredietbank bekende schuldeisers uitgekeerd en wel na daartoe verkregen akkoord van alle bekende schuldeisers;

  • 2.

    Indien de ter beschikkingstelling als bedoeld in lid 1 sub a tot en met c van dit artikel op onjuiste wijze plaatsvindt en dit geheel of in overwegende mate te wijten is aan onregelmatigheden aan de kant van de kredietnemer, is dit geheel voor rekening en risico van de kredietnemer.

  • 3.

    Ten aanzien van de ter beschikkingstelling van het krediet kan de Kredietbank aanvullende voorwaarden stellen.

Artikel 23 Algemene voorwaarden

  • 1.

    Het College stelt de algemene voorwaarden op die van toepassing zijn op de door de Kredietbank gesloten kredietovereenkomsten.

  • 2.

    De algemene voorwaarden dienen in ieder geval de volgende bepalingen te bevatten:

    • a.

      de boeken, dit in ruimste zin van het woord, van de Kredietbank strekken tot volledig bewijs van:

      • i.

        alle door de Kredietbank aan of voor rekening van de kredietnemer gedane betalingen;

      • ii.

        alle door of vanwege de kredietnemer aan de Kredietbank gedane betalingen;

      • iii.

        de hoogte van de vordering;

  • één en ander onverminderd het recht van de kredietnemer tot het leveren van tegenbewijs;

     

    • b.

      de Kredietbank zal ook in rechte ten bewijze van haar vordering kunnen volstaan met het produceren van door de Kredietbank conform getekende uittreksels uit haar boeken;

    • c.

      de Kredietbank is bevoegd het krediet vervroegd op te eisen in de gevallen als bedoeld in artikel 30 van dit Bankreglement.

  • 3.

    Het College kan het opstellen van algemene voorwaarden aan de directeur mandateren.

  • 4.

    Indien het opstellen van de algemene voorwaarden geschiedt door de directeur, dan worden deze ter goedkeuring voorgelegd aan het College.

  • 5.

    De Kredietbank draagt er zorg voor dat de aanvrager van een krediet uiterlijk voor of bij het sluiten van de kredietovereenkomst van de algemene voorwaarden een exemplaar ontvangt.

Artikel 24 Zakelijke of persoonlijke zekerheid

Indien omstandigheden met betrekking tot de kredietnemer dan wel het doel van de kredietverlening dit rechtvaardigen, kan de Kredietbank verlangen dat zakelijke of persoonlijke zekerheid wordt gesteld.

Artikel 25 Overige bepalingen

  • 1.

    Van elke aflossing wordt de kredietnemer een bewijs verstrekt, tenzij betaling is geschied door tussenkomst van een aan het giraal verkeer deelnemende instelling.

  • 2.

    De Kredietbank berekent het Jaarlijks kostenpercentage van een krediet overeenkomstig artikel 1 van het Besluit.

  • 3.

    De Kredietbank informeert de cliënt gedurende de looptijd van de kredietovereenkomst overeenkomstig artikel 68, 68a, 68b en artikel 80 van het Besluit.

     

Paragraaf 4 Betalingsregeling (maandlast) en vervroegde aflossing

Artikel 26 Betalingsregeling

  • 1.

    De Kredietbank houdt bij de vaststelling van het termijnbedrag van het krediet rekening met de draagkracht van de kredietnemer.

  • 2.

    De Kredietbank kan aan de kredietnemer een vergoeding wegens vervroegde aflossing in rekening brengen.

Artikel 27 Vervroegde aflossing

De kredietnemer is te allen tijde bevoegd tot gehele of gedeeltelijke vervroegde aflossing.

 

Paragraaf 5 Kredietvergoeding

Artikel 28 Kredietvergoeding aflopend krediet

Indien een krediet met een van tevoren vastgelegde kredietsom is overeengekomen kunnen door de Kredietbank vergoedingen in rekening worden gebracht:

  • a.

    voor de afwikkeling overeenkomstig de betalingsregeling van de krediettransactie;

  • b.

    indien de kredietnemer, na ingebrekestelling, nalatig blijft in zijn verplichting tot betaling ingevolge de krediettransactie;

  • c.

    indien de kredietnemer vervroegd aflost.

Artikel 29 Vaststelling kredietvergoeding

  • 1.

    De kredietvergoedingen worden vastgesteld door het College.

  • 2.

    Het College kan de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid aan de directeur mandateren.

  • 3.

    De kredietvergoedingen bedragen ten hoogste de door de minister van Financiën toegelaten maximum kredietvergoedingen voor zover deze betrekking hebben op Consumptief krediet.

     

Paragraaf 6 Opeisbaarheid en kwijtschelding

Artikel 30 Opeisbaarheid

De Kredietbank is bevoegd het krediet vervroegd op te eisen, indien:

  • a.

    de kredietnemer gedurende tenminste twee maanden achterstallig is in de betaling van een vervallen maandtermijn, na in gebreke te zijn gesteld en nalatig blijft in de nakoming van zijn verplichtingen;

  • b.

    de kredietnemer Nederland metterwoon heeft verlaten, dan wel redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de kredietnemer Nederland binnen enkele maanden zal verlaten;

  • c.

    de kredietnemer is overleden en de Kredietbank gegronde redenen heeft om aan te nemen dat zijn verplichtingen uit hoofde van de kredietovereenkomst niet zullen worden nagekomen;

  • d.

    de kredietnemer in staat van faillissement of surseance van betaling is komen te verkeren of ten aanzien van de kredietnemer de Wsnp van toepassing is verklaard;

  • e.

    de kredietnemer de tot zekerheid verbonden zaak heeft verduisterd;

  • f.

    de kredietnemer aan de Kredietbank, met het oog op het aangaan van de kredietovereenkomst, bewust onjuiste inlichtingen heeft verstrekt van dien aard, dat de Kredietbank de kredietovereenkomst geheel niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben aangegaan indien de Kredietbank met de juiste stand van zaken bekend zou zijn geweest.

Artikel 31 Kwijtschelding bij overlijden

  • 1.

    Het College kan het nog niet afgeloste deel van het krediet tot een nader vast te stellen bedrag kwijtschelden, indien de eerste kredietnemer overlijdt of indien van toepassing de medelener.

  • 2.

    De in lid 1 bedoelde kwijtschelding geldt in ieder geval niet:

    • a.

      voor zover deze betrekking heeft op betalingen van achterstallige termijnen en daaruit voortvloeiende bijkomende kosten;

    • b.

      voor zover deze betrekking heeft op vervroegd betaalde termijnen;

    • c.

      indien dit uitdrukkelijk door de Kredietbank en de kredietnemer is overeengekomen;

    • d.

      indien het overlijden het rechtstreekse gevolg is van binnenlandse onlusten, epidemische ziekten, natuurrampen, oorlogsgeweld en terrorisme;

    • e.

      indien het overlijden het gevolg is van suïcide dan wel een poging daartoe plaatsvindt binnen zes maanden na het sluiten van de kredietovereenkomst.

  • 3.

    Het College kan besluiten, indien lid 2 van toepassing is, wegens bijzondere omstandigheden alsnog kwijtschelding te verlenen.

  • 4.

    Het College kan de bevoegdheden als bedoeld in het eerste en derde lid van dit artikel aan de directeur mandateren.

Artikel 32 Kwijtschelding bij arbeidsongeschiktheid

  • 1.

    Het College kan in bijzondere situaties het nog niet afgeloste deel van het krediet tot een nader vast te stellen bedrag kwijtschelden indien de eerste kredietnemer of indien van toepassing de medelener, gedurende de looptijd van de kredietovereenkomst arbeidsongeschikt wordt verklaard.

  • 2.

    De kredietnemer of medelener moet voor een beroep op kwijtschelding een verklaring overleggen van de uitkerende instantie, waaruit blijkt dat de arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 80 tot 100% en dat deze arbeidsongeschiktheid een langdurig karakter heeft.

HOOFDSTUK V SCHULDREGELING

Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Artikel 33 Schuldregeling algemeen

  • 1.

    De Kredietbank verricht werkzaamheden ten behoeve van natuurlijke personen of ondernemers zijnde natuurlijke personen die zich in een problematische schuldsituatie bevinden.

  • 2.

    De dienstverlening van de Kredietbank kan een regelend, adviserend of administratief karakter hebben.

Artikel 34 Schuldregeling

  • 1.

    De werkzaamheden van de Kredietbank zullen bij een problematische schuldsituatie plaatsvinden in overeenstemming met de richtlijnen van de Gedragscode Schuldhulpverlening en de van toepassing zijnde modules van de NVVK.

  • 2.

    Indien de Kredietbank heeft vastgesteld dat van een problematische schuldsituatie geen sprake is en toch ten behoeve van de schuldenaar een schuldregeling wil opzetten, dient de Kredietbank bij een voorstel aan de schuldeisers expliciet aan te geven dat op deze regeling de Gedragscode Schuldhulpverlening c.q. de module Schuldregeling niet van toepassing is.

  • 3.

    Bij het regelen van schulden treedt de Kredietbank op als bemiddelaar tussen de schuldenaar en zijn schuldeisers dan wel namens de schuldeisers optredende derden, om een minnelijke regeling van de schuldenlast tot stand te brengen.

  • 4.

    In beginsel moet de schuldenaar gedurende de looptijd van de schuldregeling deelnemen aan budgetbeheer als voorwaarde voor het regelen van de schulden.

  • 5.

    De Kredietbank kan aan een schuldregeling andere of aanvullende verplichtingen verbinden.

     

Paragraaf 2 Aanbod en afwijzing

Artikel 35 Aanbod schuldregeling

  • 1.

    Bij de toelating tot schuldhulpverlening wordt bepaald of een aanbod tot schuldregeling wordt gedaan.

Artikel 36 Beoordeling aanbod

Het College legt in beleidsregels vast welke criteria ten grondslag liggen aan de beoordeling van een aanbod tot schuldregeling.

Artikel 37 Beëindiging schuldregeling

  • 1.

    Indien de Kredietbank besluit om de schuldregeling te beëindigen, doet de Kredietbank hiervan schriftelijk mededeling aan de aanvrager onder opgaaf van redenen.

  • 2.

    In de schriftelijke mededeling wordt tevens vermeld welke mogelijkheden tot het indienen van bezwaar tegen de beëindiging van de schuldregeling openstaan.

  • 3.

    Het College kan de criteria vastleggen die de Kredietbank ten grondslag legt aan de beëindiging van de schuldregeling van een cliënt en past deze criteria toe bij de beëindiging van de schuldregeling.

     

Paragraaf 3 Schuldregelingsovereenkomst

Artikel 38 Schuldregelingsovereenkomst

  • 1.

    De rechten en verplichtingen van de Kredietbank en de schuldenaar worden in geval van een schuldregeling vastgelegd in een schuldregelingsovereenkomst.

  • 2.

    De Kredietbank hanteert daarbij het model, zoals dit door de NVVK is vastgesteld, als basis.

  • 3.

    De bemiddeling van de Kredietbank kan leiden tot een voortzetting van de schuldregelingsovereenkomst, het verstrekken van een saneringskrediet of beëindiging van de schuldregelingsovereenkomst.

  • 4.

    De Kredietbank verstrekt aan de schuldenaar een door de Kredietbank ondertekend afschrift van de schuldregelingsovereenkomst en de overeenkomst tot kredietverlening bij het verstrekken van een saneringskrediet.

  • 5.

    Op het saneringskrediet is hoofdstuk IV van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 17, 19, 22 lid 1 sub a en b en lid 3, 25, 31 en 32.

Artikel 39 Algemene voorwaarden

  • 1.

    Het College stelt de algemene voorwaarden vast die van toepassing zijn op de door de Kredietbank gesloten schuldregelingsovereenkomst.

  • 2.

    De Kredietbank draagt er zorg voor dat de schuldenaar uiterlijk voor of bij het sluiten van de schuldregelingsovereenkomst daarvan een exemplaar ontvangt.

  • 3.

    De Kredietbank hanteert daarbij het model, zoals dit door de NVVK is vastgesteld, als basis.

  • 4.

    De Kredietbank registreert de schuldregeling bij Bureau Krediet Registratie.

     

Paragraaf 4 Overige bepalingen

Artikel 40 Overige bepalingen schuldregeling

  • 1.

    De Kredietbank verstrekt op verzoek van de schuldenaar kosteloos een gespecificeerd overzicht van de in het kader van de schuldregeling ten behoeve van de schuldeisers gereserveerde gelden, voor zover dit in redelijkheid van de Kredietbank kan worden gevraagd.

  • 2.

    De Kredietbank verstrekt op verzoek van de schuldenaar kosteloos een gespecificeerde eindafrekening.

  • 3.

    De Kredietbank is op grond van de Gedragscode Schuldhulpverlening van de NVVK bevoegd vergoedingen voor de schuldregelende werkzaamheden in rekening te brengen.

  • 4.

    De hoogte van de maximale vergoedingen wordt bepaald door de Algemene Ledenvergadering van de NVVK.

HOOFDSTUK VI BUDGETBEHEER

Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Artikel 41 Budgetbeheer

  • 1.

    De Kredietbank kan een natuurlijke persoon in de gelegenheid stellen een budgetbeheerrekening bij de Kredietbank te openen.

  • 2.

    De werkzaamheden van de Kredietbank vinden plaats in overeenstemming met de richtlijnen van de Gedragscode Schuldhulpverlening en de module Budgetbeheer van de NVVK en indien van toepassing het in het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening door de Raad vastgestelde plan.

     

Paragraaf 2 Aanbod en beëindiging

Artikel 42 Aanbod

  • 1.

    Bij de toelating tot schuldhulpverlening wordt bepaald of een aanbod tot budgetbeheer wordt gedaan.

  • 2.

    Budgetbeheer wordt in beginsel altijd aangeboden als voorwaarde voor een schuldregeling.

Artikel 43 Beoordeling aanbod

Het College legt in beleidsregels vast welke criteria ten grondslag liggen aan de beoordeling van een aanbod tot budgetbeheer.

Artikel 44 Beëindiging budgetbeheer

  • 1.

    Indien de Kredietbank besluit het budgetbeheer te beëindigen, doet de Kredietbank hiervan schriftelijk mededeling aan de aanvrager onder opgaaf van redenen.

  • 2.

    In de schriftelijke mededeling wordt tevens vermeld welke mogelijkheden tot het indienen van een bezwaar tegen de beëindiging van de aanvraag openstaan.

  • 3.

    Het College kan de criteria vastleggen die de Kredietbank ten grondslag legt aan de beëindiging van het budgetbeheer en past deze criteria toe bij de beëindiging van het budgetbeheer.

     

Paragraaf 3 Overeenkomst tot budgetbeheer

Artikel 45 Overeenkomst tot budgetbeheer

  • 1.

    De rechten en verplichtingen van de Kredietbank en de rekeninghouder worden vastgelegd in een overeenkomst tot budgetbeheer.

  • 2.

    De Kredietbank verstrekt de rekeninghouder een door de Kredietbank ondertekend exemplaar van de overeenkomst tot budgetbeheer.

  • 3.

    De Kredietbank hanteert het model, zoals dit door de NVVK is vastgesteld, als basis.

Artikel 46 Algemene voorwaarden

  • 1.

    Het College stelt algemene voorwaarden vast die van toepassing zijn op de door de Kredietbank gesloten overeenkomst tot budgetbeheer.

  • 2.

    De Kredietbank draagt er zorg voor dat aan de rekeninghouder die een aanvraag tot budgetbeheer doet, uiterlijk voor of bij het sluiten van de overeenkomst tot budgetbeheer daarvan een schriftelijk exemplaar ontvangt.

  • 3.

    De Kredietbank hanteert het model, zoals dit door de NVVK is vastgesteld, als basis.

Artikel 47 Overige bepalingen

  • 1.

    De Kredietbank verstrekt periodiek aan de rekeninghouder kosteloos een afschrift van het verloop van de budgetbeheerrekening.

  • 2.

    De Kredietbank is bevoegd aan de rekeninghouder een vergoeding in rekening te brengen voor de kosten van het budgetbeheer en voor het opnieuw verstrekken van een al eerder toegezonden periodiek afschrift en/of de eindafrekening.

HOOFDSTUK VII BEPALINGEN VAN COMPTABELE AARD

Artikel 48 Verslag werkzaamheden en bedrijfseconomische ontwikkeling

  • 1.

    De Kredietbank valt als onderdeel van de directie Inkomensdienstverlening onder het begrotings- en verantwoordingsregime van de Gemeente Groningen.

  • 2.

    De Kredietbank doet op de door de gemeente voorgeschreven wijze verslag van haar werkzaamheden en bedrijfseconomische ontwikkeling.

  • 3.

    Voordelen uit activiteiten van de Kredietbank komen ten gunste van de algemene middelen; nadelen uit activiteiten van de Kredietbank komen ten laste van de algemene middelen.

  • 4.

    De betreffende bepalingen uit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten zijn van toepassing op de Kredietbank.

  • 5.

    Het College staat er voor in dat de Kredietbank de door haar aangegane verplichtingen in het kader van de publieke taak zoals bedoeld in de Wet financiering decentrale overheden zal nakomen zoals vereist op grond van de Wet.

Artikel 49 Fondsen

De Kredietbank kan fondsen vormen, waaronder in ieder geval een voorzieningenfonds.

HOOFDSTUK VIII KLACHTEN

Artikel 50 Bankreglement

  • 1.

    Het College beslist over alle klachten die betrekking hebben op de uitleg van dit Bankreglement.

  • 2.

    Het College beslist nadat de directeur in de gelegenheid is gesteld zijn visie ten aanzien van de klacht kenbaar te maken.

Artikel 51 Klachtenprocedure

  • 1.

    Als een cliënt zich niet kan verenigen met handelingen en/of gedragingen van medewerkers van de Kredietbank dan wel de gang van zaken rond kredietverstrekking, schuldregeling of budgetbeheer, dan kan hij hieromtrent een klacht indienen overeenkomstig de klachtenprocedure van de Gemeente Groningen, vastgelegd in het Protocol Klachten Gemeente Groningen 2015.

  • 2.

    Na de klachtenbehandeling als bedoeld in het eerste lid kan de cliënt beroep instellen bij de gemeentelijke Ombudsman.

HOOFDSTUK IX SLOTBEPALINGEN

Artikel 52 Overig

  • 1.

    In alle gevallen waarin niet bij of krachtens de Wet of dit Bankreglement is voorzien, beslist het College naar redelijkheid en billijkheid.

  • 2.

    Als zeer bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan het College afwijken van het bij of krachtens dit Bankreglement bepaalde.

  • 3.

    Het College kan deze bevoegdheden aan de directeur mandateren.

Artikel 53 Intrekking en inwerkingtreding

  • 1.

    Het Bankreglement Groningse Kredietbank 2011, wordt ingetrokken;

  • 2.

    Dit Bankreglement treedt in werking op 1 oktober 2022.

Artikel 54 Citeertitel

Dit Bankreglement kan worden aangehaald als: "Bankreglement Groningse Kredietbank 2022".

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 12 juli 2022

De burgemeester,

Koen Schuiling

De secretaris,

Christien Bronda

Bijlage 1 Algemene voorwarden persoonlijke lening

 

HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN GRONINGEN

 

Gelet op artikel 23 van het bankreglement Groningse Kredietbank 2022;

 

Overwegende dat een persoonlijke lening is een kredietovereenkomst als bedoeld in artikel 23 van het bankreglement Groningse Kredietbank 2022;

 

BESLUIT:

 

vast te stellen de ‘Algemene voorwaarden persoonlijke lening’.

 

De kredietnemer

  • 1.

    Indien een krediet wordt verstrekt aan meer dan één kredietnemer, zijn alle contractanten hoofdelijke en ondeelbare schuldenaren voor alle in de kredietovereenkomst en de algemene voorwaarden omschreven verplichtingen. De kredietnemers doen afstand van elk beroep op de artikelen 6:9 lid 2 en 6:11 BW.

    Subrogatie ex art. 6:12 BW werkt niet ten nadele van de rechten van de kredietgever.

  • 2.

    De kredietnemer stelt de Kredietbank direct schriftelijk op de hoogte van wijzigingen in zijn persoonlijke- en/of financiële omstandigheden.

De aflossingen

  • 3.
    • a)

      De aflossingen moeten worden gedaan door middel van overschrijving op rekening NL10BNGH0285063677, t.n.v. Groningse Kredietbank, of door middel van contante betaling op het kantoor van de Kredietbank.

    • b)

      Als een volmacht is verleend, worden de op deze manier geïnde bedragen als aflossingen op het krediet beschouwd.

De kredietvergoedingen

  • 4.

    Indien de aflossing van het krediet niet overeenkomstig het aflos­singsschema plaatsvindt, is de kredietnemer een vertragingsvergoe­ding verschuldigd.

  • 5.

    De kredietnemer is in geval van geheel of gedeeltelijke vervroegde aflossing een vergoeding verschuldigd aan de Kredietbank.

Vervroegde opeisbaarheid

  • 6.

    De Kredietbank is bevoegd het krediet vervroegd op te eisen indien:

    • a)

      de kredietnemer, die gedurende tenminste twee maanden achterstallig is in de betaling van een vervallen termijnbedrag, na in gebreke te zijn gesteld nalatig blijft in de nakoming van zijn verplichtingen;

    • b)

      de kredietnemer die Nederland heeft verlaten, dan wel redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de kredietnemer binnen enkele maanden Nederland zal verlaten (gevestigd of vestigen in het buitenland voor langere tijd);

    • c)

      de kredietnemer overleden is en de Kredietbank gegronde redenen heeft om aan te nemen dat zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst niet zullen worden nagekomen;

    • d)

      de kredietnemer in staat van faillissement is komen te verkeren of ten aanzien van de kredietnemer de Wsnp van toepassing is verklaard;

    • e)

      de kredietnemer de tot zekerheid verbonden zaak heeft verduisterd;

    • f)

      de kredietnemer aan de Kredietbank, met het oog op het aangaan van de overeenkomst, bewust onjuiste inlichtingen heeft verstrekt van dien aard, dat de Kredietbank de overeenkomst niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou zijn aangegaan indien hem de juiste stand van zaken bekend zou zijn geweest.

Te bedingen zekerheden

  • 7.

    Tot meerdere zekerheid voor de nakoming van de verplichtingen uit de kredietovereenkomst is de Kredietbank bevoegd van de kredietnemer die zakelijke en persoonlijke zekerheden te bedingen, zoals bijvoorbeeld pandrecht en borgtocht, die de wet haar toekent.

Kwijtschelding bij overlijden

  • 8.

    Indien de eerste kredietnemer overlijdt, wordt het nog niet afgeloste deel van het krediet tot een nader vast te stellen bedrag kwijtgescholden.

  • 9.

    Hiertoe dient binnen zes maanden na het overlijden van de eerste kredietnemer een verzoek gedaan te worden door de belanghebbenden, waarbij zij een uittreksel uit het overlijdensregister van de burgerlijke stand dienen te overleggen.

  • 10.

    De in het voorgaande artikel bedoelde kwijtschelding geldt niet:

    • a)

      indien en voor zover deze betrekking heeft op betalingen van achterstallige termijnen en de daaruit voortvloeiende bijkomende kosten;

    • b)

      voor zover deze betrekking heeft op vervroegd betaalde termijnen;

    • c)

      indien het overlijden het rechtstreeks gevolg is van oorlogsgeweld, binnenlandse onlusten, natuurrampen of epidemische ziekten;

    • d)

      indien het overlijden een gevolg is van suïcide, dan wel een poging daartoe en plaatsvindt binnen zes maanden na het sluiten van de overeenkomst;

    • e)

      indien dit uitdrukkelijk door partijen is overeengekomen.

  • 11.

    Indien op grond van de voorgaande artikelen geen kwijtschelding wordt verleend, kan de Kredietbank besluiten alsnog kwijtschelding te verlenen.

Overige bepalingen

  • 12.

    Op verzoek van de kredietnemer wordt een gespecificeerd overzicht van het uitstaand saldo verstrekt.

  • 13.

    Na de algehele aflossing van het krediet wordt aan de kredietnemer, op zijn schriftelijk verzoek, kosteloos een gespecificeerde afrekening verstrekt en/of de overeenkomst afgegeven.

  • 14.
    • a)

      De boeken van de Kredietbank strekken, onverminderd de bevoegdheid van de kredietnemer tot het leveren van tegenbewijs, tot volledig bewijs van alle door haar aan, of voor rekening van de kredietnemer gedane betalingen, door of vanwege deze aan de Kredietbank gedane betalingen, alsmede van het saldo van de schuld.

    • b)

      De Kredietbank zal ook in rechte ten bewijze van haar vordering kunnen volstaan met het produceren van door de Directeur Inkomensdienstverlening van de Gemeente Groningen conform getekende uittreksels uit haar boeken.

  • 15.

    De Kredietbank is aangesloten bij Bureau Krediet Registratie (BKR) te Tiel. De Kredietbank zal daarom het krediet en eventuele achterstanden aanmelden bij BKR.

  • 16.

    Bij eventuele geschillen betreffende de afwikkeling van de overeenkomst dient de kredietnemer zich allereerst te wenden tot de Directeur Inkomensdienstverlening van de Gemeente Groningen.

Inwerkingtreding en citeertitel

  • 17.

    Deze algemene voorwaarden treden in werking op 1 oktober 2022.

  • 18.

    Deze algemene voorwaarden kunnen worden aangehaald als “Algemene voorwaarden persoonlijke lening”.

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 12 juli 2022

 

Burgemeester,

Koen Schuiling

 

Secretaris,

Christien Bronda

 

Bijlage 2 Algemene voorwaarden schuldbemiddeling

 

HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN GRONINGEN

 

Gelet op artikel 39 van het Bankreglement Groningse Kredietbank 2022;

 

Overwegende dat schuldbemiddeling een vorm van schuldregeling is als bedoeld in artikel 39 van het Bankreglement Groningse Kredietbank 2022;

 

BESLUIT:

 

vast te stellen de ‘Algemene voorwaarden schuldbemiddeling’.

 

Begripsomschrijvingen

  • 1.

    In deze algemene voorwaarden komt u de volgende begrippen tegen:

Schuldhulpverlenende organisatie:

Het lid van de vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren (NVVK) dat voor de klant de schuldbemiddeling uitvoert. Hierna ‘wij’.

Cliënt:

De natuurlijke persoon die in een problematische schuldsituatie zit. Hierna ‘u’.

Problematische schuldsituatie:

Situatie waarin (redelijkerwijs te voorzien is dat) u uw schulden niet meer kunt betalen of u al bent gestopt met betalen.

Schuldbemiddeling:

De overeenkomst tussen u en uw schuldeisers waarin wordt afgesproken dat u het totale bedrag van uw schulden gedeeltelijk terugbetaalt, in termijnen, naar draagkracht en tegen finale kwijting. NVVK-leden voeren schuldbemiddeling uit volgens de Gedragscodes en Modules van de vereniging.

Budgetbeheer:

Alle activiteiten die uw budgetbeheerder voor u uitvoert om uw inkomsten te beheren en betalingen te doen volgens het opgestelde budgetplan.

Financieel beheer:

Het ontvangen van al uw inkomsten zodat wij de afloscapaciteit kunnen reserveren en de rest doorstorten op uw rekening.

Inkomen:

Alle inkomsten die u ontvangt uit werk of een onderneming, sociale verzekeringen, uitkeringen, toeslagen en andere inkomensondersteunende maatregelen. Ook geld dat u op een andere manier ontvangt, bijvoorbeeld een erfenis, wordt tot het inkomen gerekend.

Vermogen:

De waarde van al uw bezittingen (niet de inkomsten).

Saneringskrediet:

Een krediet waarmee u een percentage van uw totale schulden betaalt. De totale schuldenlast wordt afgekocht tegen finale kwijting.

Wsnp:

De wettelijke regeling als bedoeld in Titel III van de Faillissementswet inzake de Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen.

Vrij Te Laten Bedrag:

Het bedrag dat u nodig heeft voor uw levensonderhoud en het betalen van de vaste lasten. Wij berekenen dit bedrag met een methode die door bureau Wsnp is vastgesteld.

Maximale afloscapaciteit:

Alle inkomsten boven het Vrij Te Laten Bedrag die u moet afdragen voor de aflossing van uw schulden. Ook uw vermogen telt mee bij de berekening van de afloscapaciteit.

 

Onjuiste en onvolledige opgave van schulden en overige financiële situatie

  • 2.

    Wij mogen de Overeenkomst schuldbemiddeling beëindigen, wanneer u een onjuiste of onvolledige opgave van uw schulden en overige financiële situatie heeft gedaan. Wij zijn niet aansprakelijk voor eventuele schade die u lijdt door deze beëindiging van de Overeenkomst.

Financieel beheer

  • 3.

    Financieel beheer kan worden toegepast bij een schuldbemiddeling. Is dat niet het geval, dan houden wij op een andere manier toezicht op uw afloscapaciteit en de betalingen aan de schuldeisers.

  • 4.

    Ook als wij bij het sluiten van de Overeenkomst schuldbemiddeling het nummer van uw betaalrekening nog niet kennen, bent u toch verplicht uw inkomsten boven het Vrij Te Laten Bedrag af te dragen.

  • 5.

    Binnen tien dagen na bekendmaking van het nummer van de betaalrekening moet u het bedrag dat voor uw schuldeisers is gereserveerd, op deze rekening storten.

  • 6.

    Wij vergoeden geen rente over het gereserveerde geld.

Budgetbeheer

  • 7.

    Als wij budgetbeheer als voorwaarde stellen bij de schuldbemiddeling, dan gelden de bepalingen over het financieel beheer in de Overeenkomst schuldbemiddeling en in deze algemene voorwaarden niet voor u.

  • 8.

    U ontvangt in dat geval een Overeenkomst budgetbeheer die u moet ondertekenen en terugsturen.

  • 9.

    Nadat wij de ondertekende Overeenkomst budgetbeheer hebben ontvangen, gelden voor u de bepalingen uit die overeenkomst.

Inspanningsverplichting schuldhulpverlenende organisatie

  • 10.

    Wij houden u op de hoogte van de voortgang van onze inspanningen om een schuldbemiddeling met uw schuldeisers tot stand te brengen.

  • 11.

    U ontvangt in ieder geval informatie over de voortgang na een periode van vier maanden, na de ingangsdatum van de Overeenkomst schuldbemiddeling.

  • 12.

    Wij verzoeken alle schuldeisers de vordering, na ontvangst van de mededeling dat een schuldregeling wordt opgezet, niet meer te verhogen met (vertragings)rente en/of invorderingskosten. Ook vragen we hen de uitvoering van al gelegde beslagen te schorsen zo lang de schuldregeling loopt.

  • 13.

    Wij verzoeken de schuldeisers u finale kwijting te verlenen voor het restant van hun vordering en de rente en kosten die daarbij horen. Als voorwaarde hierbij geldt dat u zich strikt heeft gehouden aan de verplichtingen van de Overeenkomst schuldbemiddeling en tijdens de schuldbemiddeling een maximale inspanning heeft verricht om uw schulden te betalen.

  • 14.

    Wij zijn niet aansprakelijk voor schade die u lijdt als uw schuldeisers weigeren mee te werken aan de verzoeken onder 12 en 13.

Verplichtingen cliënt

  • 15.

    U moet jaarlijks aangifte voor de inkomstenbelasting doen en eventueel te veel betaalde belasting terugvragen. Belastinggeld dat u terugkrijgt tijdens de schuldbemiddeling moet u storten op de betaalrekening.

  • 16.

    Als uw financiële omstandigheden tijdens de looptijd van deze overeenkomst wijzigen en u verdient meer dan bij aanvang van de schuldbemiddeling, moet u het verschil tussen het oude en nieuwe bedrag dat voor de schuldeisers wordt gereserveerd, alsnog afdragen vanaf het moment waarop uw financiën zijn verbeterd.

  • 17.

    U blijft steeds zelf volledig verantwoordelijk voor uw financiële situatie. Ook moet u ons meteen op de hoogte stellen van alle voor de schuldbemiddeling relevante informatie.

  • 18.

    U moet zich tot het uiterste inspannen om uw huidige inkomen te behouden. Ook moet u er alles aan doen om meer te gaan verdienen, zodat u uw schulden geheel of voor een zo groot mogelijk deel kunt afbetalen. Wij kunnen u de voorwaarde opleggen om te solliciteren wanneer u niet of in deeltijd werkt.

Informatie en registratie

  • 19.

    Wij zijn bevoegd om alle relevante informatie met uw schuldeisers en andere betrokkenen uit te wisselen of te gebruiken in het kader van de kwaliteitscontrole.

  • 20.

    Wij nemen uw persoonsgegevens op in onze persoonsregistratie. Hierop is de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing.

Vergoedingen schuldbemiddeling

  • 21.

    Wij kunnen bij een schuldbemiddeling een vergoeding inhouden op de voor de schuldeisers gereserveerde bedragen, indien wij daar wettelijk toe bevoegd zijn.

  • 22.

    Deze vergoeding brengen wij in rekening bij een tussentijdse uitkering of bij de uitkering aan het einde van de looptijd van de schuldbemiddeling.

  • 23.

    Bij een tussentijdse beëindiging van de overeenkomst brengen wij deze vergoeding in mindering op de voor de schuldeisers gereserveerde bedragen voordat wij deze uitbetalen.

  • 24.

    De vergoeding is een percentage van de voor de schuldeisers gereserveerde bedragen.

  • 25.

    Het maximale percentage wordt vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering van de NVVK.

  • 26.

    Wanneer de schuldbemiddeling eindigt door het verstrekken van een saneringskrediet, brengen wij niet langer de vergoeding in rekening die voortvloeit uit deze overeenkomst.

Vergoedingen financieel beheer

  • 27.

    Wij houden voor het financieel beheer een vergoeding in op de voor de schuldeisers gereserveerde bedragen.

  • 28.

    Deze vergoeding brengen wij maandelijks in mindering op de voor de schuldeisers gereserveerde bedragen.

  • 29.

    De maximale vergoeding voor het financieel beheer wordt vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering van de NVVK.

  • 30.

    Wanneer de schuldbemiddeling eindigt door het verstrekken van een saneringskrediet, brengen wij niet langer de vergoeding in rekening die voortvloeit uit deze overeenkomst.

Verdeelsleutel gereserveerde gelden

  • 31.

    De schuldeisers ontvangen een uitkering naar evenredigheid van ieders vordering.

  • 32.

    Schuldeisers met een vordering waaraan een voorrang is verbonden, ontvangen een dubbel percentage ten opzichte van de concurrente schuldeisers.

  • 33.

    De schuldeisers ontvangen hun uitkeringen na iedere tussentijdse controle, bij de eindcontrole van de schuldbemiddeling, of tussentijds als de gereserveerde bedragen dit rechtvaardigen.

Verdeling gereserveerde gelden zonder akkoord

  • 34.

    De gereserveerde gelden worden volgens de hierboven omschreven verdeelsleutel verdeeld, als wij ondanks onze inspanningen geen minnelijk akkoord tussen u en uw schuldeisers hebben kunnen bereiken.

  • 35.

    Wij verdelen het geld niet als u schriftelijk laat weten een beroep te willen doen op de wettelijke schuldsaneringsregeling. Wij houden in dat geval het gereserveerde geld maximaal vier maanden vast.

  • 36.

    Als u in deze vier maanden nog geen verzoek heeft gedaan om tot de Wsnp te worden toegelaten, dan verdelen wij het gereserveerde geld alsnog onder uw schuldeisers.

  • 37.

    Als u wordt toegelaten tot de Wsnp, maken wij het gereserveerde geld over naar de door de bewindvoerder beheerde boedelrekening.

Verdeling bij tussentijdse beëindiging

  • 38.

    Wanneer de Overeenkomst schuldbemiddeling eindigt door het verstrekken van een saneringskrediet, brengen wij het gereserveerde geld in mindering op het saneringskrediet.

Aansprakelijkheid

  • 39.

    Wij zijn niet aansprakelijk voor schade die u lijdt door de schuldbemiddeling. Het maakt daarbij niet uit om welk soort schade het gaat of hoe groot deze is. Alleen wanneer sprake is van opzet of grove schuld van onze medewerkers, kunt u ons aansprakelijk stellen.

Registratie Bureau Krediet Registratie

  • 40.

    Wij registreren de schuldregeling bij Bureau Krediet Registratie (BKR). Dit kan onder andere gevolgen hebben voor financieringsaanvragen of het aanvragen van een nieuw abonnement.

Beëindiging lidmaatschap

  • 41.

    Als wij besluiten ons NVVK-lidmaatschap op te zeggen, kunt u ons vragen om uw dossier over te dragen aan een NVVK-lid.

  • 42.

    Elk NVVK-lid is vrij om te bepalen of zij uw dossier overnemen.

Overige bepalingen

  • 43.

    Wij houden een administratie bij van alle handelingen, betalingen, reserveringen en het saldo van de rekening voor financieel beheer. Als bewijsstukken gelden de getekende uittreksels uit deze administratie.

  • 44.

    Op de Overeenkomst schuldbemiddeling en deze algemene voorwaarden is het Nederlands recht van toepassing.

Inwerkingtreding en citeertitel

  • 45.

    Deze algemene voorwaarden treden in werking op 1 oktober 2022.

  • 46.

    Deze algemene voorwaarden kunnen worden aangehaald als “Algemene voorwaarden schuldbemiddeling”.

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 12 juli 2022

 

Burgemeester,

Koen Schuiling

 

Secretaris,

Christien Bronda

 

Bijlage 3 Algemene voorwaarden budgetbeheer

 

HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN GRONINGEN

 

Gelet op artikel 46 van het Bankreglement Groningse Kredietbank 2022;

 

BESLUIT:

 

vast te stellen de ‘Algemene voorwaarden budgetbeheer’.

 

Begripsomschrijvingen

  • 1.

    In deze algemene voorwaarden komt u de volgende begrippen tegen:

Budgetbeheerder:

Het lid van de vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren (NVVK) dat voor de cliënt het budgetbeheer uitvoert. Hierna ‘wij’.

Cliënt:

De natuurlijke persoon of personen die een rekening bij de budgetbeheerder aanhoudt of aanhouden. Hierna ‘u’.

Budgetplan:

Het plan dat wij in overleg met u opstellen. Daarin staat hoe - op basis van de beschikbare inkomsten - uw vaste lasten en variabele lasten worden betaald en of eventueel geld wordt gereserveerd voor andere, periodieke, financiële verplichtingen.

Budgetbeheer:

Alle activiteiten die uw budgetbeheerder voor u uitvoert om uw inkomsten te beheren en betalingen te doen volgens het opgestelde budgetplan.

Inkomen:

Alle inkomsten die u ontvangt uit werk, sociale verzekeringen, uitkeringen, toeslagen en andere inkomensondersteunende maatregelen. Ook geld dat u op een andere manier ontvangt, bijvoorbeeld een erfenis, wordt tot het inkomen gerekend.

 

Budgetbeheer in combinatie met schuldbemiddeling

  • 2.

    Als u naast het budgetbeheer ook een overeenkomst tot schuldbemiddeling heeft gesloten, zijn voor u de volgende bepalingen van toepassing:

    • de Overeenkomst budgetbeheer;

    • de Algemene voorwaarden budgetbeheer;

    • de Overeenkomst schuldbemiddeling;

    • de Algemene voorwaarden schuldbemiddeling.

  • 3.

    De budgetbeheerder en de schuldhulpverlener zullen hun werkzaamheden onderling afstemmen.

Budgetplan

  • 4.

    Wij stellen in overleg met u of uw hulpverlener een budgetplan op.

  • 5.

    Uw inkomsten en uitgaven vormen de basis voor het opstellen van het budgetplan.

  • 6.

    Bij het opstellen van het budgetplan moeten uw inkomsten en uitgaven met elkaar in evenwicht zijn.

  • 7.

    Bij het opstellen van het budgetplan krijgen de betalingen van de kosten van het budgetbeheer, uw vaste lasten en de noodzakelijke verzekeringen voorrang. Als het gaat om kosten die niet per maand worden betaald, zullen wij hiervoor elke maand een bedrag reserveren.

  • 8.

    Bij budgetbeheer kunt u niet rood staan.

  • 9.

    Als wij geen overeenstemming met u kunnen bereiken over de inhoud van het budgetplan, bepalen wij de inhoud van het plan.

  • 10.

    Het budgetplan kan alleen worden gewijzigd als wij dit met u overeenkomen en dit vastleggen in het plan. Dit geldt niet voor wijzigingen die te maken hebben met een periodieke aanpassing van de vaste lasten en het inkomen.

Verplichtingen budgetbeheerder

  • 11.

    Wij informeren u regelmatig over de voortgang van het budgetbeheer.

  • 12.

    U wordt periodiek een afschrift van de rekening bij ons ter beschikking gesteld.

  • 13.

    Wij sturen u een machtiging om uw inkomen te mogen ontvangen en op basis daarvan het budgetplan uit te voeren. U moet deze machtiging ondertekenen.

Verplichtingen cliënt

  • 14.

    U blijft steeds zelf volledig verantwoordelijk voor uw financiële verplichtingen. Ook moet u ons meteen op de hoogte stellen van alle voor het budgetbeheer relevante informatie.

Informatie en registratie

  • 15.

    Als budgetbeheerder zijn wij bevoegd om alle relevante informatie met andere partijen uit te wisselen voor zover dat is toegestaan binnen de regels en bepalingen van de wet- en regelgeving.

  • 16.

    Wij nemen uw persoonsgegevens op in onze persoonsregistratie. Hierop is de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing.

Aansprakelijkheid

  • 17.

    Wij zijn niet aansprakelijk voor schade die u lijdt door het budgetbeheer. Het maakt daarbij niet uit om welk soort schade het gaat of hoe groot deze is. Alleen wanneer sprake is van opzet of grove schuld van de budgetbeheerder, kunt u ons aansprakelijk stellen.

Overige bepalingen

  • 18.

    Wij houden een administratie bij van alle handelingen, betalingen, reserveringen en het saldo. Als bewijsstukken gelden de getekende uittreksels uit deze administratie.

  • 19.

    Op de Overeenkomst budgetbeheer en deze algemene voorwaarden is het Nederlands recht van toepassing.

Inwerkingtreding en citeertitel

  • 20.

    Deze algemene voorwaarden treden in werking op 1 oktober 2022.

  • 21.

    Deze algemene voorwaarden kunnen worden aangehaald als “Algemene voorwaarden budgetbeheer”.

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 12 juli 2022

 

De burgemeester,

Koen Schuiling

 

De secretaris,

Christien Bronda

 

Naar boven