4e wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Drechterland 2019

De raad van de gemeente Drechterland;

 

 

Overwegende dat het nodig is regels vast te stellen betreffende de huishouding van de gemeente die onder andere zijn opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening;

 

Overwegende dat het wenselijk is een aantal wijzigingen in de Algemene Plaatselijke Verordening door te voeren;

 

Gelet op de bepalingen in de Gemeentewet;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 20 september 2022

 

 

b e s l u i t :

 

 

Vast te stellen de navolgende Verordening tot de 4e wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Drechterland 2019

Artikel I Wijziging verordening

De Algemene Plaatselijke Verordening wordt als volgt gewijzigd:

 

A

 

Artikel 2:48a wordt als volgt gewijzigd:

 

Artikel 2:48a Verboden lachgasgebruik

  • 1.

    Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken.

  • 2.

    Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben.

  • 3.

    Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.

B

 

Artikel 2:50a komt te vervallen.

 

C

 

Artikel 2:73a wordt als volgt gewijzigd:

 

Artikel 2:73a Carbidschieten

  • 1.

    Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of een gasmengsel met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden.

  • 2.

    Het verbod in het eerste lid geldt niet van 31 december 10.00 uur tot 1 januari 02.00 uur van het daaropvolgende jaar.

  • 3.

    Het college kan nadere regels stellen over het bepaalde in het tweede lid.

  • 4.

    Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van Strafrecht.

D

 

Afdeling 3 wordt als volgt gewijzigd:

 

AFDELING 3. HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN

 

Artikel 4:10 Begripsbepalingen

  • 1.

    In deze afdeling wordt verstaan onder:

    • a.

      boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 40 centimeter op 1.3 meter boven maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam;

    • b.

      waardevolle boom: een boom die als zodanig is aangewezen en staat vermeld op de door het college vastgestelde waardevolle bomenlijst

    • c.

      potentieel waardevolle boom: een boom die als zodanig is aangewezen op de door het college vastgestelde waardevolle bomenlijst

    • d.

      boomstructuur: lijnvormige boombeplantingen zoals deze zijn vastgelegd in het Omgevingsprogramma bomen 2021 (ook de aangewezen parken groenstroken begraafplaatsen maken deel uit van de bomenstructuur). Particuliere bomen staande op erven waarvan de voor- of zijkant is gesitueerd aan een boomstructuur maken onderdeel uit van de boomstructuur.

    • e.

      houtopstand: één of meer bomen, hakhout, boomvormers of andere houtachtige gewassen die onderdeel uitmaken van een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken of een beplanting bosplantsoen.

    • f.

      dunning: onder dunnen wordt verstaan het verwijderen van boomvormers uit een houtopstand als onderhoudsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand, waarbij geen oppervlakte van de betreffende houtopstand verloren gaat.

    • g.

      boomtechnisch deskundige: een theoretisch en praktisch geschoolde deskundige op het gebied van bomen, in het bezit van het certificaat ‘European Tree Technician’ of gelijkwaardig niveau.

  • 2.

    In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, verplanten maar ook handelingen zoals het voor de eerste keer knotten of kandelaberen, snoeien van meer dan 20% van de kroon in één groeiseizoen, graven binnen de stabiliteitskluit van houtopstanden (kwetsbare zone) en andere handelingen die de dood of ernstige beschadiging of aantasting van de (natuurlijke) habitus van de boom ten gevolge kunnen hebben.

    • a.

      Het college kan, bij openbaar te maken besluit, conform de criteria zoals genoemd in het omgevingsprogramma bomen, een boom de status waardevolle boom of potentieel waardevolle boom geven.

    • b.

      Het college kan, bij openbaar te maken besluit, conform de criteria in het omgevingsprogramma, een rij of groep bomen de status structuur geven.

Artikel 4:11 Kapverbod

  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een boom te vellen of te doen vellen die:

    • a.

      deel uitmaakt van de door het college vastgestelde (potentieel) waardevolle bomenlijst;

    • b.

      deel uitmaakt van de bomenstructuren zoals deze zijn aangegeven in het omgevingsprogramma bomen 2021.

  • Particuliere bomen binnen structuren, kleiner dat 40cm diameter, hebben geen vergunningsplicht.

  • 2.

    Het in het eerste lid opgenomen verbod geldt niet als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.

  • 3.

    Deze verordening is van toepassing op:

    • a.

      bomen die gelegen zijn binnen de bebouwde kom als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a, van de Wet natuurbescherming, en:

    • b.

      bomen die gelegen zijn buiten de bebouwde kom als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a, van de Wet natuurbescherming, voor zover het gaat om de door het college door openbaar besluit aangewezen bomen.

Artikel 4:12 Aanvraag vergunning

  • 1.

    De omgevingsvergunning moet onder bijvoeging van een situatieschets en foto, worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene, die krachtens zakelijk recht, of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid, gerechtigd is over de boom te beschikken.

Artikel 4:12a Toewijzingscriteria

  • 1.

    Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning voor het vellen van bomen op grond van de volgende criteria:

     

    • a.

      Voor het vellen van waardevolle bomen zal geen omgevingsvergunning worden verleend tenzij:

       

      • er sprake is van gevaar en/of verhoogd risico of ziekte,

      • er sprake is van een zeer groot maatschappelijk belang of

      • de levensverwachting van de boom minder is dan 10 jaar en er geen reële technische mogelijkheden zijn de levensverwachting te verlengen.

    • Een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het vellen van een waardevolle boom dient gepaard te gaan met een rapport van een onafhankelijke boomtechnisch deskundige waaruit de levensverwachting en/of het risico voor de omgeving blijkt. Of indien er sprake is van een zeer groot maatschappelijk belang dient de afweging van de belangen bij de aanvraag duidelijk gemotiveerd te worden.

    • b.

      Voor het vellen van potentieel waardevolle bomen zal geen omgevingsvergunning worden verleend tenzij:

       

      • er sprake is van gevaar en/of verhoogd risico of

      • er sprake is van een groot maatschappelijk belang of

      • de levensverwachting van de boom minder is dan 10 jaar en er geen reële technische mogelijkheden zijn de levensverwachting te verlengen. Een uitzondering hierop is voor het verplanten van herdenkingsbomen indien dit, naar beoordeling van een erkend boomdeskundige, een reële kans van slagen heeft.

    • Een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het vellen van een potentieel waardevolle boom dient gepaard te gaan met een rapport van een onafhankelijke geregistreerde boomtaxateur waaruit de levensverwachting en/of het risico voor de omgeving blijkt. Of indien er sprake is van een groot maatschappelijk belang dient de afweging van de belangen bij de aanvraag duidelijk gemotiveerd te worden.

    • c.

      Voor het vellen van bomen die deel uitmaken van bomenstructuren kan een omgevingsvergunning worden verleend indien:

       

      • er sprake is van een particulier of maatschappelijk belang;

      • de bomenstructuur of het park als zodanig intact blijft en/of

      • er voldoende compenserende maatregelen worden genomen om de structuur of het park te herstellen of te behouden als de structuur of het park door de velling ernstig wordt aangetast.

    • Indien de bomen, staande in grotere groenstroken of parken) geen gevaar opleveren voor de omgeving én plaats bieden aan bijzondere planten en of dieren die ecologische waarden vertegenwoordigen zal alleen bij zwaarwegende argumenten een omgevingsvergunning worden verleend.

    • Voor het verwijderen van boomvormers uit houtopstanden als uitvoering van een dunning is geen omgevingsvergunning nodig.

  • 2.

    De burgemeester kan toestemming geven tot direct vellen van de in lid 1 van dit artikel genoemde bomen, indien sprake is van een groot gevaar voor mensen, dieren of andere houtopstanden, een groot risico op schade aan gebouwen of andere bouwwerken of een vergelijkbaar spoedeisend belang.

  • 3.

    Indien een boom waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.

Artikel 4:12b Openbaarmaking

Het bevoegd gezag geeft onverwijld kennis van de beslissing om een omgevingsvergunning in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze.

 

Artikel 4:12c Vervaltermijn vergunning

  • 1.

    De definitieve vergunning als bedoeld in het vorig artikel vervalt, indien daarvan niet volledig) gebruik is gemaakt binnen twee jaar na de datum van het definitief worden van de vergunning.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen de in het vorige lid genoemde termijn verlengen indien het vellen van de houtopstand onderdeel uitmaakt van een bouw- of herinrichtingsplan waarvan de uitvoering over meerdere jaren gespreid is .

Artikel 4:12d Bijzondere vergunningsvoorschriften

  • 1.

    Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften behoort het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. Conform het omgevingsprogramma bomen worden voorschriften gegeven voor een passende groeiplaats.

  • 2.

    Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan wordt daarbij tevens bepaald dat wordt herplant in een passende groeiplaatsinrichting conform de richtlijnen van Handboek Bomen, met tenminste 3 jaar nazorg. Als de jonge aanplant tussentijds uitvalt, is inboet (vervangende aanplant) verplicht. De nazorgperiode gaat dan opnieuw in.

  • 3.

    Tot aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren aanwijzingen ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomen.

  • 4.

    Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren een voorschrift met betrekking tot het tijdstip waarop met de handeling waarvoor vergunning is verleend mag worden begonnen.

Artikel 4:12e Boetebepaling

Indien een boom waar voor het vellen een omgevingsvergunning is verplicht zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag is geveld, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de boom bevond, dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, dan wel aan degene die de boom zonder omgevingsvergunning heeft geveld of daartoe opdracht heeft gegeven, een schadevergoeding opleggen ter hoogte van de waarde van de boom.

 

Artikel 4:12f Afstand van de erfgrenslijn

De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op 0,5 m voor bomen en nihil voor heggen en heesters.

 

Artikel 4:12g Bestrijding van ziekte

  • 1.

    Als op een erf of terrein één of meer bomen aanwezig zijn die volgens het college gevaar opleveren voor het verspreiden van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende die daarvoor door het college is aangeschreven verplicht binnen de daarvoor gegeven termijn:

    • a.

      Volgens richtlijnen van de gemeente de gevelde houtopstand direct zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen;

    • b.

      de houtopstand ter plaatse te vellen.

  • 2.

    In het geval van iepziekte moeten de iepen ter plaatse ontschorst worden en de schors vernietigd, of moeten de niet ontschorste iepen of delen daarvan zodanig vernietigd of behandeld worden dat de verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen, door:

    • a.

      De iepen te vellen als deze in de grond staan;

    • b.

      De iepen ter plaatse te ontschorsen en de schors te vernietigen, of;

    • c.

      De niet ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of te behandelen zodat de verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.

  • 3.

    Het is niet toegestaan gevelde bomen of delen daarvan te hebben of te vervoeren, als het een boomsoort betreft die de desbetreffende boomziekte kan verspreiden.

  • 4.

    In uitzondering op lid 3 is het wel toegestaan geheel ontschorst iepenhout en iepenhout met een doorsnede van minder dan 4 centimeter te hebben of te vervoeren.

  • 5.

    Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het derde lid.

Artikel 4.12h Verhouding tussen kap- en bouw- of aanlegvergunning

Een omgevingsvergunning voor het vellen van bomen staande in bomenstructuren of parken zoals genoemd in artikel 4:11 lid 1b kan worden geweigerd op de enkele grond dat de voorgenomen velling voortvloeit uit een bouw- of aanlegplan waarvoor nog geen omgevingsvergunning is verleend.

 

Artikel 4.12i Bescherming bomen

  • 1.

    Het is verboden om bomen, die openbaar eigendom zijn te beschadigen, te bekladden of te beplakken of daaraan snoeiwerk te verrichten behoudens door ambtenaren en of externe boomverzorgers ter uitoefening van de hun opgedragen boomverzorgende taak.

  • 2.

    Het is verboden om een of meer voorwerpen in of aan een openbare bomen aan te brengen of anderszins te bevestigen, behoudens vergunning van het bevoegd gezag.

Artikel 4.12j Activiteiten in de nabijheid van bomen

  • 1.

    Als in de nabijheid van (potentieel) waardevolle en/of gemeentelijke houtopstanden werkzaamheden gaan plaatsvinden die mogelijk een negatief effect hebben op de houtopstand, is de uitvoerder verplicht een Boom Effect Analyse op te laten stellen, door een boomtechnisch deskundige, van en voorafgaand aan de werkzaamheden. Het is verplicht de daaruit voortvloeiende maatregelen met betrekking tot bescherming van de houtopstand op te volgen.

  • 2.

    Bij de uitvoer van de werkzaamheden gelden de richtlijnen van de actuele versie van het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen.

  • 3.

    Bij aangerichte schade ten gevolge van de aanleg, instandhouding en opruiming van werkzaamheden in de nabijheid van bomen, laat de gemeente het herstel laten verrichten door een door de gemeente geselecteerde aannemer. De marktconforme kosten worden aan de uitvoerder doorberekend. De uitvoerder wordt hiervan vooraf (schriftelijk of per mail) op de hoogte gebracht door de gemeente;

  • 4.

    De schade aan bomen wordt achteraf vastgesteld op basis van de Richtlijnen NVTB (Nederlandse vereniging van taxateurs van bomen). De aansprakelijkheidsstelling voor de schade vindt plaats volgens het civiele aansprakelijkheidsrecht. Het totale schadebedrag wordt opgebouwd uit de getaxeerde schade inclusief taxatiekosten, beredderingskosten en overige bijkomende kosten zoals voor verhalen van schade

Artikel 4:12k Hardheidsclausule

Het college is bevoegd, in gevallen waarin de toepassing van de artikelen van afdeling 3 van deze verordening naar zijn oordeel leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor de betrokkene(n), ten gunste van de aanvrager af te wijken.

 

E

In hoofdstuk 5, afdeling 6, wordt na artikel 5:25 een artikel ingevoegd, luidende:

 

Artikel 5:25a Vaartuigwrakken

  • 1.

    Het is verboden een vaartuigwrak in het openbaar water dan wel op de weg te plaatsen of te hebben, dan wel zodanig te plaatsen dat dit vanaf de openbare weg zichtbaar is dan wel hinder, gevaar of verontreiniging veroorzaakt.

  • 2.

    Onder vaartuigwrak wordt verstaan: een vaartuig dat vaartechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijke verwaarloosde toestand verkeert alsmede een vaartuig dat deels gezonken of geheel gezonken is.

  • 3.

    Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

Artikel II Overgangsrecht

Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing is ingediend dan wordt daarop beslist met toepassing van de verordening zoals die van kracht was ten tijde van het indienen van de aanvraag.

Artikel III Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking daarvan.

Aldus besloten door de raad van de gemeente Drechterland in zijn openbare vergadering van 24 oktober 2022.

De raad voornoemd,

de griffier,

J.N.M. Commandeur

de voorzitter,

M. Pijl

Toelichting

Artikel 2:48a

 

Een algemeen, voor de gehele gemeente geldend gebruiksverbod stuit op belangrijke juridische bezwaren en is vanuit oogpunt van proportionaliteit ook niet te verdedigen. Daarmee zou er geen evenredigheid meer zijn tussen middel en doel, en dat zou in strijd met artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom beperkt het verbod in het eerste lid zich tot concrete situaties van oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik, die gepaard gaan met verstoring van de openbare orde, nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat of anderszins hinder tot gevolg hebben. Bij de handhaving moet de gemeente kunnen aantonen dat genoemde situaties de oorzaak zijn van de overlast en dergelijke.

 

Op grond van het tweede lid kan het college openbare plaatsen aanwijzen waar het oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik op voorhand verboden is, los van de vraag of dat in de concrete situatie tot ordeverstoring en dergelijke leidt. In het aanwijzingsbesluit moet het college motiveren waarom het verbod in dat specifieke gebied geldt (het belang van de openbare orde of bescherming van het woon- of leefklimaat). Uit politierapportages kan bijvoorbeeld blijken dat op bepaalde openbare plaatsen sprake is van aantoonbare en structurele overlast door lachgas. Het college kan – als dat afdoende lijkt te zijn – in het aanwijzingsbesluit opnemen dat het verbod op bepaalde tijden geldt, bijvoorbeeld tijdens de uitgaansavonden (derde lid).

 

Artikel 2:73a

 

Dit artikel reguleert het carbidschieten tijdens oud en nieuw binnen de gemeente. Door middel van nadere regels kan het college nog extra beperkingen opleggen om de overlast te minimaliseren en de veiligheid te waarborgen.

 

AFDELING 3. HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN

 

In 2021 is het Omgevingsprogramma Bomen vastgesteld. In dit programma worden regels en richtlijnen beschreven die tot doel hebben bomen beter te beschermen en met name de (potentieel) waardevolle bomen en boomstructuren.

 

De regels en wensen en normen die in het omgevingsprogramma zijn beschreven zijn de uitwerking van de visie op bomen. Bomen dienen een bijdrage te leveren aan EEN PRETTIGE, VEILIGE, GROENE LEEFOMGEVING ,en maken deel uit van EEN DUURZAAM BOMENBESTAND

 

Met de regels in deze afdeling worden enerzijds waardevolle bomen en boomstructuren beschermd en anderzijds geeft het de boomeigenaren meer handelingsvrijheid om bij de overige bomen zelf een keuze te maken in het beheer van de bomen waarbij wel rekening gehouden dient te worden met de uitgangspunten zoals deze zijn vermeld in het Omgevingsprogramma Bomen.

 

Voor technische uitvoeringmaatregelen wordt verwezen naar het Handboek Bomen. Het Handboek Bomen is opgesteld door het Norminstituut Bomen en geldt als een standaard waarmee door groenaannemers en opdrachtgevers wordt gewerkt. Voor de hantering van de richtlijnen en maatregelen is het meest recente Handboek van toepassing

 

Artikel 4:10

  • 1.

    Met de begripsbepalingen wordt een definitie gegeven van bomen waarop deze verordening van toepassing is. Kleinere bomen (bomen met een dwarsdoorsnede van maximaal 40 cm) hebben (nog) geen grote impact op de leefomgeving, daarom zijn deze bomen niet vergunningsplichtig.

     

    Onder bomen wordt tevens verstaan alle knot- en vormbomen en coniferen met een dwarsdoorsnede van de stam groter dan 40 cm.

     

    Voor het dunnen van een houtopstand die onderdeel uitmaakt van een boomstructuur is geen vergunning vereist indien deze maatregel het behoud of de bevordering van de kwaliteit van houtopstand bevorderd.

  • 2.

    Voor handelingen die grote schade aan een boom kunnen veroorzaken dient ook een vergunning te worden aangevraagd. Hiermee wordt voorkomen dat bomen verloren gaan door ondeskundig handelen rondom bomen.

Artikel 4:11

  • 2

    De burgemeester kan toestemming verlenen voor het kappen van bomen indien sprake is van spoedeisend belang.

     

    Van spoedeisend belang is sprake wanneer direct gevaar dreigt voor personen of goederen maar ook voor het bestrijden van infectiegevaar van overige boombeplantingen zoals bijvoorbeeld iepziekte.

  • 3

    Ook voor bomen buiten de bebouwde kom die onderdeel uitmaken van een aangewezen boomstructuur of zijn aangewezen als waardevolle bomen is deze verordening van toepassing.

Artikel 4:12

 

Uit de aanvraag van de omgevingsvergunning dient duidelijk te worden aangegeven om welke boom of bomen het gaat. Er mag hier geen enkele onduidelijkheid over bestaan.

 

Artikel 4:12a

  • 1a

    Met het toekennen van de status waardevolle boom wordt een dusdanig waarde toegekend aan de betreffende boom dat deze boom onvervangbaar is door zijn beeldbepalendheid, de ecologische waarde, de cultuurhistorische waarde of zijn zeldzaamheid (solitair of als samenhangende groep) of zeldzaamheid, en dat de boom daarom behouden moet blijven. Alleen als er sprake is van een zeer groot maatschappelijk belang kan het college besluiten een omgevingsvergunning te verlenen.

  • 1b

    Een potentieel waardevolle bomen staat op een locatie waarbij deze alle mogelijkheden heeft om uit te groeien en te ontwikkelen tot een waardevolle boom. Dergelijke bomen zijn de waardevolle bomen voor de volgende generatie en genieten een zeer hoge bescherming. Alleen bij groot maatschappelijk belang kan het college toestemming verlenen de bomen te kappen.

  • 1c

    Boomstructuren bepalen mede de ruimtelijke indeling en het karakter en identiteit van de leefomgeving. Boomstructuren dienen behouden te blijven. Wel bestaat de mogelijkheid individuele bomen te kappen mits de structuur behouden blijft of door aanvullende maatregelen voldoende wordt gecompenseerd.

     

    Bomen die plaats bieden aan bijzondere of beschermde planten of dieren genieten een hogere bescherming. Ook dode bomen die een hoge ecologische waarden vertegenwoordigen moeten zoveel mogelijk behouden blijven.

     

    Het dunnen van houtopstanden heeft als doel het behoud en het verbeteren van de houtopstand als geheel. Het om deze reden vellen van bomen is niet vergunningsplichtig. Ook hier geldt indien de boom andere ecologische waarden vertegenwoordigt dan moet de boom indien mogelijk behouden blijven.

  • 3

    Indien een eigenaar van een boom waarop het verbod tot vellen van toepassing is, handelingen verricht, laat verrichten of nalaat te verrichten waardoor de boom verloren dreigt te gaan dan kan het bevoegd gezag de eigenaar de verplichten maatregelen te treffen om de boom te behouden.

Artikel 4:12c

 

Een vergunning is twee jaar geldig. Hierdoor heeft de aanvrager voldoende gelegenheid om rekening te houden met de bepalingen uit de Wet natuurbescherming. De vergunning kan verlengd worden.

 

Artikel 4:12d

 

Niet altijd kan op dezelfde plaats een boom herplant worden. Bij het verwijderen van een vergunningsplichtige boom of een gemeentelijke boom dient herplant plaats te vinden:

  • 1.

    Op dezelfde plek (1:1). Is dit niet mogelijk, dan volgt:

  • 2.

    Binnen dezelfde locatie/perceel. Is dit niet mogelijk, dan volgt:

  • 3.

    Grenzend aan de locatie. Is dit niet mogelijk, dan volgt:

  • 4.

    Elders in het dorp of gemeente

Bij de herplantplicht behoort ook een verzorgingsplicht. Hiermee moet voorkomen worden dat door nalatige zorg een geplante boom alsnog verloren gaat en daarmee uiteindelijk niet aan het gewenste resultaat van een herplantplicht wordt voldaan.

 

Artikel 4:12e

 

Voor de waarde van de boom en de berekening van de schade wordt verwezen naar de boomwaarde-indextabel van het Handboek Bomen.

 

Artikel 4:12f

 

De afstand van bomen tot de erfgrens is van toepassing op nieuw aan te planten bomen. In bestaande situaties is de oude regelgeving van toepassing of is sprake van verjaring.

 

Het vervangen van bomen (inboet) op de oude plantplaats wordt gezien als het handhaven/herstellen van een bestaande situatie.

 

Artikel 4:12g

 

Het college is bevoegd om ten behoeve van het behoud van houtopstanden en overige beplantingen dwingende aanwijzingen te geven om verspreiding van ziekte en plagen te voorkomen of te beperken.

 

Artikel 4:12h

 

Om te voorkomen dat bomen gekapt worden voordat er daadwerkelijk een bouw- of aanlegvergunning is verleend zal een kapvergunning alleen worden verleend gelijktijdig of nadat en bouw- of aanlegvergunning. Weigeringsgronden voor bomen met een aangewezen status blijven onverkort van kracht.

 

Artikel 4:12i en 4:12j

 

Werken aan of in nabijheid van bomen dient met alle voorzorgsmaatregelen en zorgvuldigheid te geschieden om daarmee onnodige schade en kwaliteitsverlies van de bomen te voorkomen. Mede hierom moet een Boom Effect Analyse worden opgesteld en deze ter goedkeuring aan de boombeheerder worden voorgelegd.

 

Onder werkzaamheden wordt ook verstaan het transport en opslaan van grond en bouwmaterialen, het plaatsen van keten en containers en het parkeren anders dan op de reguliere parkeerplaatsen.

 

Artikel 5:25a

 

Met de bepaling over ‘vaartuigwrakken’ kan de gemeente handhaven op vaartuigwrakken die worden aangetroffen in de openbare wateren. Vaartuigwrakken kunnen leiden tot verrommeling van de openbare ruimte, kunnen overlast geven, de bruikbaarheid van het water verminderen of teniet doen, maar bovenal kunnen zij zorgen voor onveilige situaties. Middels dit artikel kan doorgepakt worden bij dit soort overlast en ongewenste situaties.

Naar boven