Verkeersmaatregel Brusselseweg

Ruimte / Mobiliteit / 2022-17367

Burgemeester en Wethouders van Maastricht

 

Gelet op:

  • artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) ingevolge verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij betreffen het verkeer op wegen, welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap dat deze bevoegdheid op grond van “Mandaatregeling Gemeente Maastricht 2010” is gemandateerd aan het afdelingshoofd Mobiliteit;

  • artikel 15, lid 1, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd;

  • artikel 15, lid 2, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor het aanbrengen of verwijderen van infrastructurele maatregelen die leiden tot een beperking of een uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken;

  • artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) ingevolge het plaatsen en verwijderen van de in dit artikel genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit;

  • artikel 14 van het BABW, wordt de plaatsing van onderborden, zoals bedoeld in artikel 8, lid 2 en lid 3 van het BABW, in het betrokken verkeersbesluit tot uitdrukking gebracht;

  • artikel 24 van het BABW ingevolge verkeerbesluiten worden genomen na overleg met de gemandateerde van de korpschef van het nationale politiekorps;

 

Overwegende :

 

dat de Brusselseweg een gebiedsontsluitingsweg is in de gemeente Maastricht;

 

dat er groot onderhoud aan het asfalt is gepland voor de Dokter van Kleefstraat;

 

dat de weg met dit onderhoud op verschillende punten verbeterd kan worden;

 

dat door de aanleg van de nieuwe Noorderbrug het verkeer andere routes is gaan rijden;

 

dat er hierdoor minder verkeer op de Dr. Bakstraat en de Dokter van Kleefstraat is;

 

dat de Dokter van Kleefstraat overgaat in de Brusselseweg;

 

dat de verkeersregelinstallatie (VRI) op de kruising Dokter van Kleefstraat-Brusselseweg wordt verwijderd;

 

dat er een voorrangsregeling op de kruising blijft gehandhaafd;

 

dat er twee fietsstraten op het kruispunt aansluiten, namelijk de Bilserbaan en de Orleansstraat;

 

dat het in verband met de verkeersveiligheid gewenst is de snelheid van 50 km/uur terug te brengen naar 30 km/uur;

 

dat ter verlaging van de snelheid bij de voetgangersoversteken een plateau is aangelegd;

 

dat de gemeente de komende jaren het fietsgebruik wil stimuleren;

 

dat de verschillende maatregelen worden genomen om de verkeersveiligheid voor fietsers en het overige verkeer op de Dokter van Kleefstraat te vergroten;

 

dat de locatie is weergegeven op de bijgevoegde tekening als behorend bij dit verkeersbesluit;

 

dat betreffende straat in beheer en onderhoud is bij de gemeente Maastricht;

 

dat overeenkomstig artikel 24 van het BABW de te nemen verkeersmaatregelen besproken zijn met de Districtchef van politiedistrict Maastricht;

 

BESLUITEN:

  • 1.

    in te trekken het bepaalde ten aanzien van de Brusselseweg in hun besluit van 8 juli 2020, Ruimte / Mobiliteit / 2020-18920;

  • 2.

    door het plaatsen van de borden A1 en A2 (zone 30 km) van Bijlage I van het RVV 1990 de maximale snelheid voor het gedeelte van de Brusselseweg ten zuiden van nummer 93 in te stellen op 30 km/uur;

  • 3.

    door het verwijderen van de borden B1 van Bijlage I van RVV 1990 de voorrangsweg op de Brusselseweg bij de aansluiting met de Dokter van Kleefstraat op te heffen;

  • 4.

    door het plaatsen van het bord B3 en het in stand houden van de borden B6 van Bijlage I van het RVV 1990 en de haaientanden de kruising van de Brusselseweg met de Orleansstraat aan te wijzen als voorrangskruising waarbij het verkeer op de Bilserbaan en de Orleansstraat het verkeer op de Brusselseweg voorrang dienen te verlenen;

  • 5.

    door het plaatsen van het bord D2 van Bijlage I van RVV 1990 op de middengeleider van de Brusselseweg bij de aansluiting met de Dokter van Kleefstraat het verkeer te gebieden de middengeleider te passeren aan de zijde die de pijl aangeeft;

  • 6.

    door het in stand houden van de borden A1 van Bijlage I van het RVV 1990 de maximum snelheid op het buiten de bebouwde kom gelegen deel van de Brusselseweg, tussen het kombord en de Belgische grens, in te stellen op 70 km/uur;

  • 7.

    door het in stand houden van de borden B6 van Bijlage I van het RVV 1990 en haaientanden aan te geven dat het verkeer op de Brussselseweg voorrang moet verlenen aan het verkeer op de Fagotstraat en de Frans van de Laarstraat;

  • 8.

    door het in stand houden van de borden B1, B2 en B6 van Bijlage I van het RVV 1990 en haaientanden de hoofdrijbaan van de Brusselseweg aan te wijzen als voorrangsweg voor het deel ten noorden van de aansluiting met de Frans van de Laarstraat;

  • 9.

    door het in stand houden van het bord C2 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderbord de ventweg van de Brusselseweg, ten noorden van de Furniusstraat, aan te wijzen als eenrichtingsweg voor motorvoertuigen, gesloten in de richting van de Fagotstraat;

  • 10.

    door het in stand houden van de borden C2, C3 en C4 van Bijlage I van het RVV 1990 gesloten te verklaren voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee:

    • het gedeelte van de oostelijke parallelweg, voor zover gelegen tussen de Orleansstraat en de Frans van de Laarstraat, in de richting van de Orleansstraat;

    • het gedeelte van de westelijke parallelweg, voor zover gelegen tussen de Laurent Polisstraat en de Bilserbaan, in de richting van de Laurent Polisstraat;

  • 11.

    door het in stand houden van de borden D1 en B6 van Bijlage I van het RVV 1990 en haaientanden aan te wijzen als rotonde met dien verstande dat het verkeer op de rotonde voorrang heeft:

    • de kruising Brusselseweg/Clavecymbelstraat/Peter Huyssenslaan;

    • de kruising Brusselseweg/Papyrussingel/Carl Smulderssingel;

    • de kruising Brusselseweg/Belvédèrelaan;

  • 12.

    door het in stand houden van de borden D2 van Bijlage I van het RVV 1990 op de middengeleiders ten noorden en ten zuiden van de rotonde Brusselseweg/ Belvédèrelaan alle bestuurders te gebieden de middengeleiders voorbij te gaan aan de zijde die de pijl op het bord aangeeft;

  • 13.

    door het in stand houden van de borden D2 van Bijlage I van het RVV 1990 op de vluchtheuvels in het midden van de Brusselseweg de bestuurders te gebieden deze vluchtheuvels voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft;

  • 14.

    door het in stand houden van het bord D3 van Bijlage I van het RVV 1990 op de middengeleider ten zuiden van de aansluiting van de Brusselseweg met de Frans van de Laarstraat, bestuurders te gebieden het bord voorbij te gaan aan één van de zijden die de pijlen aangeven;

  • 15.

    door het in stand houden van het bord D5 van Bijlage I van het RVV 1990 bestuurders op de Brusselseweg, komend vanuit het noorden, te gebieden de rijrichting te volgen die op het bord is aangegeven, in de richting van de Fagotstraat;

  • 16.

    door het in stand houden van het bord D5 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderbord met de tekst “uitgezonderd lijnbussen” bestuurders op de Brusselseweg, komend vanuit het zuiden, te gebieden de rijrichting te volgen die op het bord is aangegeven, in de richting van de Frans van de Laarstraat, met uitzondering van lijnbussen;

  • 17.

    door het in stand houden van de borden G11 van Bijlage I van het RVV 1990 de vrijliggende paden ten noorden en ten zuiden van de aansluiting met de Frans van de Laarstraat aan te wijzen als verplichte fietspaden;

  • 18.

    door het in stand houden van de borden G12a van Bijlage I van het RVV 1990 aan te wijzen als fiets/bromfietspad:

    • het vrijliggende pad ten oosten van de hoofdrijbaan en ten noorden van de Frans van de Laarstraat;

    • het vrijliggende pad ten westen van de hoofdrijbaan en ten zuiden van de Fagotstraat;

    • het vrijliggende pad ten westen van de hoofdrijbaan en ten noorden van de Fagotstraat;

    • het vrijliggende pad ten oosten van de hoofdrijbaan en ten zuiden van de Peter Huyssenslaan;

    • het vrijliggende pad ten westen van de hoofdrijbaan en ten zuiden van de Clavecymbelstraat;

    • het vrijliggende pad ten oosten van de hoofdrijbaan en ten noorden van de Peter Huyssenslaan;

    • het vrijliggende pad ten westen van de hoofdrijbaan en ten zuiden van de Clavecymbelstraat;

    • het vrijliggende pad ten oosten van de hoofdrijbaan en ten zuiden van de Carl Smulderssingel;

    • het vrijliggende pad ten oosten van de hoofdrijbaan en ten noorden van de Carl Smulderssingel;

    • het vrijliggende pad ten westen van de hoofdrijbbaan en ten noorden van de Carl Smulderssingel;

    • de vrijliggende paden rondom de rotonde Brusselseweg/ Belvédèrelaan;

  • 19.

    door het in stand houden van de borden L3 van Bijlage I van het RVV 1990 aan te wijzen als bushalte de haltes gelegen aan:

    • de Brusselseweg ter hoogte van de Clavareaustraat;

    • de Brusselseweg ten noorden van de rotonde Brusselseweg/Frans van de Laarstraat;

    • de Brusselseweg ten noorden van de rotonde Brusselseweg/Peter Huyssenslaan;

    • de Brusselseweg ten noorden van de aansluiting met de Sandersweg;

    • de Brusselseweg net voor de Belgische grens;

  • 20.

    door het in stand houden van een doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 76 van het RVV 1990 bestuurders te verbieden deze streep links te overschrijden en zich links van deze streep te bevinden:

    • op de hoofdrijbaan tussen het meest noordelijk gelegen verkeerseiland en een plaats ter hoogte van lichtmast met nummer 89;

    • op de hoofdrijbaan ter hoogte van het viaduct van de spoorlijn Maastricht-Hasselt over een afstand van 200 meter (viaduct in het midden);

  • 21.

    door het in stand houden van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 23 van het RVV 1990 de bestuurders te verbieden zijn voertuig te laten stilstaan aan de oostzijde van de oostelijke parallelweg ter hoogte van Brusselseweg 184 over een afstand van 40 meter;

  • 22.

    door het in stand houden van de zebramarkering aan te wijzen als voetgangersoversteekplaatsen als bedoeld in artikel 49 van het RVV 1990 de oversteekplaatsen op de Brusselseweg:

    • ten noorden van de Bilserbaan;

    • ten noorden en ten zuiden van het kruispunt Frans van de Laarstraat/Fagotstraat;

    • ten noorden en ten zuiden van de rotonde Peter Huyssenslaan/Clavecymbelstraat;

    • ten noorden en ten zuiden van de rotonde Carl Smulderssingel/Papyrussingel.

 

Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,

Wethouder Aarts,

Voor deze,

 

E. Westbroek

Teammanager Mobiliteit

 

Maastricht, 11 november 2022

 

Bezwaar en voorlopige voorziening

Op grond van het bepaalde in de artikelen 8:1 juncto artikel 7:1 juncto artikel 6:4 van de Awb kan, door degenen wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen een termijn van zes weken, ingaande op de dag na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt c.q. is verzonden of uitgereikt, bij ons college een bezwaarschrift worden ingediend.

 

U kunt het bezwaarschrift digitaal of schriftelijk indienen.

 

Als u het bezwaarschrift digitaal wilt indienen, kunt u dit doen via https://www.gemeentemaastricht.nl/bezwaarschrift-indienen. U vindt hier een formulier waarmee u bezwaar kunt maken.

 

U kunt het bezwaarschrift ook per post indienen.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

. de naam en het adres van de indiener;

. de dagtekening;

. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

. de gronden van het bezwaar.

Wij verzoeken u in het bezwaarschrift ook uw telefoonnummer en (zo mogelijk) uw e-mailadres te vermelden.

 

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van Burgemeester en wethouders van Maastricht, Postbus 1992, 6201 BZ Maastricht.

 

Het indienen van bezwaar heeft geen schorsende werking. Om de inwerkingtreding van het besluit en de gevolgen daarvan op te schorten kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, bestuursrecht, postbus 950 te 6040 AZ te Roermond.

Van de verzoeker van een voorlopige voorziening wordt een griffierecht geheven. U wordt door de griffie van de rechtbank geïnformeerd over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betaling.

 

U kunt ook digitaal een voorlopige voorziening indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

 

 

Naar boven