Verordening op de heffing en de invordering van Marktgeld 2023

De raad van de gemeente Zeist;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 september 2022;

 

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet;

 

besluit:

 

vast te stellen de:

 

Verordening op de heffing en de invordering van marktgeld 2023

Artikel 1 Belastbaar feit en belastingplicht

  • 1.

    Onder de naam ‘marktgeld’ wordt een recht geheven:

    • a

      voor het innemen van een standplaats voor de verkoop van levensmiddelen en geregelde en ongeregelde goederen op enig gedeelte van de pleinen of straten welke voor het houden van de markt zijn aangewezen.

    • b

      voor het verlenen van een dienst bestaande uit gebruik van stroom uit de daarvoor aangewezen stroomkasten, gedurende de daarvoor aangewezen tijd.

    • c

      voor het gebruik maken van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten ten behoeve van promotieactiviteiten, verder te noemen promotiegeld.

  • 2.

    Met betrekking tot het recht als bedoeld in het eerste lid wordt het recht geheven van degene aan wie de standplaats is toegewezen en wordt berekend voor elke standplaats afzonderlijk.

Artikel 2 Maatstaf van heffing

  • 1.

    Het recht als bedoeld in artikel 1 wordt geheven:

    • a

      voor een standplaats naar de frontbreedte van de standplaats in strekkende meters (m¹);

    • b

      voor een zogenaamde standplaats voor standwerkers naar een vast bedrag.

  • 2.

    De grondslag voor de berekening van het stroomverbruik vormt het gebruik van stroom per jaar.

Artikel 3 Belastingtarieven

Het recht bedraagt:

  • 1.

    voor een vaste standplaats:

    a.

    per dag, per strekkende meter

    2,80

    met een minimum per dag van

    11,20

    b.

    per kwartaal, per strekkende meter

    33,60

    met een minimum per kwartaal van

    134,40

  • 2.

    voor een dagstandplaats:

    per dag, per strekkende meter

    2,80

    met een minimum per marktdagdag van

    11,20

  • 3.

    voor een standplaats voor reclameverkoop door zogenaamde standwerkers

    per marktdag

    11,20

  • 4.

    het recht als bedoeld in lid 1 t/m 3 wordt verhoogd met een bedrag voor het gebruik van stroom:

    a.

    bij geen gebruik van stroom

    0,00

    b.

    bij een jaarverbruik van 1 tot 200 Kwh, per kwartaal

    21,02

    c.

    bij een jaarverbruik van 201 tot 500 Kwh, per kwartaal

    48,55

    d.

    bij een jaarverbruik van 501 tot 800 Kwh, per kwartaal

    65,34

    e.

    bij een jaarverbruik van 801 tot 1000 Kwh. per kwartaal

    84,85

    f.

    bij een jaarverbruik van 1001 tot 1500 Kwh, per kwartaal

    101,86

    g.

    bij een jaarverbruik van 1501 tot 2000 Kwh, per kwartaal

    121,37

    h.

    bij een jaarverbruik van 2001 tot 3000 Kwh, per kwartaal

    133,40

    i.

    voor het gebruik van stroom op een dagstandplaats, per dag

    3,00

  • 5.

    De tarieven zoals weergegeven in het voorgaande lid zijn inclusief 21% BTW.

  • 6.

    Aan iedere standplaatshouder wordt een bedrag per marktkraam in rekening gebracht voor promotie. Dit promotiegeld bedraagt:

    a.

    voor een vaste standplaats, per kwartaal

    30,00

    b.

    voor een dagstandplaats, per dag

    1,25

Artikel 4 Wijze van heffing

Het recht wordt geheven bij wegen van een mondelinge of een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegelnota of andere schriftuur dan wel bij wege van aanslag.

Artikel 5 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet het recht worden betaald voor vaste standplaatsen:

    • a.

      indien per dag wordt betaald: vóór het innemen van een zodanige plaats;

    • b.

      indien per kwartaal wordt betaald: binnen 1 maand na dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet het recht worden betaald voor de dagstandplaatsen en standplaatsen voor standwerkers: vóór het innemen van een zodanige plaats.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 6 Kwijtschelding

Bij de invordering van dit recht wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 7 Overgangsrecht

  • 1.

    De ‘Verordening marktgeld 2022’ van 9 november 2021 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 8, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 8 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023.

Artikel 9 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening marktgeld 2023’.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 8 november 2022.

mr. J. Janssen,

griffier

drs. J.J.L.M. Janssen,

voorzitter

Naar boven