Verkeersbesluit diverse verkeersmaatregelen Jan Haringstraat

Nr. 2022/481326

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,

gelet op de Wegenwet, de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990), het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) en de Uitvoeringsvoorschriften van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: Uitvoeringsvoorschriften BABW).

Overwegende

dat de Jan Haringstraat gelegen is binnen de bebouwde kom van Haarlem;

dat de Jan Haringstraat in beheer is bij de gemeente Haarlem;

dat de Jan Haringstraat een weg is als bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;

dat gelet op bovengenoemd artikel het college van burgemeester en wethouders van Haarlem bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor deze wegen;

dat de bevoegdheid voor het nemen van verkeersbesluiten door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem is gemandateerd aan het afdelingshoofd Beheer en Beleid Openbare Ruimte;

dat de gemeentelijke wegencategorisering van Haarlem is opgenomen in de Structuurvisie Openbare Ruimte (hierna: SOR);

dat deze categorisering aansluit op de categorisering, zoals bedoeld in het landelijke beleid Duurzaam Veilig;

dat de Jan Haringstraat gecategoriseerd is als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom en de weg daarmee deel uitmaakt van het verblijfsgebied;

dat de verkeersfunctie in een verblijfsgebied ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie;

dat op 31 januari 2022 een verkeersbesluit met het kenmerknummer 2022/43167 is gepubliceerd waarin is besloten dat de Jan Haringstraat deel uitmaakt van een 30-km zone;

dat in het kader van groot onderhoud de Jan Haringstraat wordt heringericht, waarbij vooral aandacht is voor het wegdek, het groen en de ordening van het parkeren;

dat het ontwerp wordt gemaakt op basis van het Handboek inrichting openbare ruimte (HIOR);

dat de aard, de inrichting, de omstandigheden en het wegbeeld van de Jan Haringstraat daardoor in overeenstemming worden gebracht met de geldende maximum snelheid van 30 km/u;

dat het voorlopig ontwerp ter inzage heeft gelegen en de daarop ingebrachte zienswijzen niet hebben geleid tot een drastische aanpassing van het verkeersregime;

dat vanwege de beperkte rijbaanbreedte het parkeren alleen kan plaatsvinden op de daartoe bestemde weggedeelten;

dat het parkeren elders op de rijbaan onherroepelijk leidt tot nodeloze hinder of vertraging voor het verkeer;

dat met het parkeren van voertuigen op de rijbaan de bereikbaarheid voor het gemotoriseerd verkeer in twee richtingen in het geding komt;

dat het dan ook wenselijk is om een zonaal parkeerverbod in te stellen op de Jan Haringstraat, tussen de aansluitingen met de Kleverlaan en de Sinneveltstraat en de aanliggende zijwegen;

dat de hiervoor benoemde verkeersmaatregel kan worden uitgevoerd door middel van plaatsing van de verkeersborden begin/einde zone E1 van bijlage 1 van het RVV 1990;

dat als gevolg daarvan het bestaande parkeerverbod langs oostzijde van de Jan Haringstraat, tussen de Van Dortstraat en de Heussensstraat wordt opgeheven door middel van het verwijderen van de borden E1 van de bijlage 1 van het RVV 1990;

dat bij de herinrichting van de Jan Haringstraat het door het gebruik van verschillende verhardingsmaterialen ontstane allureverschil tussen deze weg en de zijwegen wordt opgeheven vanwege van het aanbrengen van identieke verharding en kruispuntplateau's;

dat daarom het voorrangskruispunt met de Veenbergstraat kan worden opgeheven door middel van het verwijderen van de borden B4, B5 en B6 van de bijlage 1 van het RVV 1990 alsmede de daarbij behorende haaientanden;

dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het plaatsen of verwijderen van de borden B4, B5, B6, en E1 van bijlage 1 van het RVV 1990, alsmede de haaientanden een verkeersbesluit is vereist;

dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de hiervoor benoemde verkeersmaatregel strekt tot het verzekeren van de veiligheid op de weg en het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer in het geding komt met uitvoeren van de hiervoor benoemde verkeersmaatregel;

dat gelet op alle voorgaande overwegingen het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer ondergeschikt is aan het verzekeren van de veiligheid op de weg en het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de gemandateerde van de politie;

dat de politie heeft ingestemd met de hierna genoemde verkeersmaatregelen

BESLUIT

Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem besluit:

- door middel van het plaatsen van de begin/einde zoneborden E1 van de bijlage 1 van het RVV 1990 een parkeerverbod in te stellen op de Jan Haringstraat, tussen de Kleverlaan en de Sinneveltstraat en de aanliggende zijwegen;

- door middel van het aan de oostzijde van de Jan Haringstraat, tussen de Van Dortstraat en de Heussensstraat, verwijderen van de borden E1 van de bijlage 1 van het RVV 1990 het aldaar ingestelde parkeerverbod op te heffen;

- door middel van het verwijderen van de borden B4, B5 en B6 van de bijlage 1 van het RVV 1990 alsmede de daarbij behorende haaientanden, de voorrangsregeling op het kruispunt van de Jan Haringstraat met de Veenbergstraat op te heffen.

Situatieschets

Aldus opgesteld te Haarlem

Namens burgemeester en wethouders van Haarlem

Dilshad Jabar

Hoofd afdeling en Beleid Openbare Ruimte

Dit besluit treedt in werking na bekendmaking in het Gemeenteblad. Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na publicatie van dit besluit in het Gemeenteblad bezwaar maken bij burgemeester en wethouders van Haarlem, Postbus 511, 2003 PB te Haarlem. Het bezwaarschrift moet de naam en het adres vermelden van degene die bezwaar maakt, zijn ondertekend en de datum vermelden waarop het is opgesteld. Daarnaast verzoeken wij u om ook uw telefoonnummer en/of e-mailadres te vermelden. Dit maakt het makkelijker om contact met u op te nemen over uw bezwaarschrift. In het bezwaarschrift moet ook worden aangegeven tegen welk besluit bezwaar wordt gemaakt en waarom het bezwaar wordt gemaakt. Door het indienen van het bezwaarschrift wordt dit besluit niet opgeschort. Bij een spoedeisend belang kan degene die een bezwaarschrift heeft ingediend een voorlopige voorziening vragen aan de voorzieningenrechter van de rechtbank, sector bestuursrecht, postbus 1621, 2003 BR te Haarlem. Bij het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening moeten griffierechten worden betaald.

 

Naar boven