Artikel 2 De leefbaarheidstoets
Ter uitvoering van artikel 5 lid 1 onder d en artikel 5 lid 3 van de Huisvestingsverordening Waalwijk 2022 – 2025 geldt het volgende:
Met het leefbaarheidsonderzoek wordt de leefbaarheid, in de directe omgeving van de zelfstandige woonruimte waarvoor een omzettingsvergunning wordt aangevraagd, in kaart gebracht. Onderzocht wordt of het woonmilieu van de wijk, buurt of straat al onder druk staat, dan wel of redelijkerwijs kan worden verwacht dat door het verlenen van de vergunning de druk op de leefbaarheid op ontoelaatbare wijze toeneemt.
De volgende vragen worden in dat kader beantwoord:
- a.
Wat is het beeld van de buurt?
Vanuit verschillende bronnen wordt een beeld gegeven. Allereerst wordt gekeken naar informatie uit woningbehoefteonderzoeken, de Leefbaarometer of lokaal leefbaarheidsonderzoek over de wijk. Daarnaast wordt uitgevraagd bij wijkadviseurs en BOA’s van de gemeente en / of medewerkers van Casade dan wel ContourdeTwern wat hun beeld van de buurt is.
- b.
In welke mate en waarover wordt overlast ervaren?
Het beeld van de buurt wordt aangevuld met een overzicht van de meldingen die de afgelopen twee jaar bij de gemeente en politie zijn ingediend. Bij de beoordeling van deze meldingen, wordt met name gekeken naar meldingen die een mogelijk verband kunnen hebben met een toename van bewoning in de buurt en de mate waarin meldingen voorkomen, zoals afval, parkeren en overlast van buurtbewoners.
- c.
Hoe is de parkeersituatie in de omgeving?
Door de initiatiefnemer moet een parkeeronderzoek worden gedaan. Met dit onderzoek moet aangetoond worden dat er voldaan kan worden aan de parkeernormennota van de gemeente Waalwijk.
- d.
Hoe is het onderhoud van het betreffende pand?
Op basis van ingediende stukken wordt een beeld gevormd van de onderhoud van het pand waarvoor een vergunning wordt aangevraagd.
- e.
Wat is de verhouding van kamerbewoners ten opzichte van het totaal aantal inwoners in de wijk?
Mede gelet op de sociale cohesie is er een maximale grens gesteld aan kamerverhuur. Dit houdt in dat maximaal 5% van de bewoners van een wijk middels kamerverhuur mogen wonen.
Door de beleidsmedewerker wonen wordt, op basis van de verzamelde informatie, een eindconclusie geformuleerd over de aspecten a tot en met e. Kernvragen daarbij zijn:
- -
Geeft de informatie aanleiding om aanvullende voorwaarden aan de omzettingsvergunning te stellen?
- -
Geeft de informatie aanleiding om de vergunning te weigeren?
Weigering is aan de orde indien uit meerdere aspecten, zoals genoemd onder a tot en met e, blijkt dat de leefbaarheid onder druk staat en door de toevoeging van kamerverhuur verder zal verslechteren en dat bovendien verdere verslechtering van de leefbaarheid niet voorkomen kan worden door het stellen van aanvullende voorwaarden aan de vergunning.