Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Den Helder, houdende de vaststelling van het Beleidskader Reserves en Voorzieningen 2022

 

Beleidskader reserves en voorzieningen 2022

 

 

 

 

Inhoudsopgave

 

 

1. Wat willen we bereiken?..............................................................................................................

3

1.1 Aanleiding…………………………………………………………………………………………………….

3

1.2 Kaders…………………………………………………………………………………………………………..

3

1.2.1 Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV)………………………..

3

1.2.2 Financiële verordening…………………………………………………………………………………..

5

2. Wat gaan we daarvoor doen?.........................................................................................................

6

3. Wat mag het kosten……………………………………………………………………………………………

7

4. Hoe kunnen we er op sturen?......................................................................................................

7

Bijlage 1: Format reserves en voorzieningen………………………………………………………………

9

Bijlage 2: Overzichten reserves en voorzieningen……………………………………………………….

10

 

 

 

 

1. Wat willen we bereiken?

 

1.1 Aanleiding

Elke vier jaar moet het beleid van reserves en voorzieningen worden geactualiseerd volgens de financiële verordening van de gemeente. De indeling van beleidskaders is ook vastgesteld om deze gestructureerd en effectief vorm te geven. Dat betekent dat de volgende vragen moeten worden beantwoord:

  • 1.

    Wat willen we bereiken?

  • 2.

    Wat gaan we daar voor doen?

  • 3.

    Wat mag het kosten?

  • 4.

    Hoe kunnen we er op sturen?

 

Het beleidskader reserves en voorzieningen geeft de kaders aan met betrekking tot het instellen, de omvang en de voeding en bestedingen van reserves en voorzieningen.

 

Zowel reserves als voorzieningen zijn middelen die apart zijn gezet ter realisatie van een bepaald doel. De raad is vrij om reserves te vormen en te besteden terwijl voorzieningen vaak verplicht moeten worden gevormd en besteed. Door middel van een geactualiseerd beleidskader voor reserves en voorzieningen worden de volgende doelstellingen nagestreefd:

  • -

    voldoen aan wet- en regelgeving;

  • -

    adequate financiële beheersing van de gemeentelijke middelen;

  • -

    zorgvuldig afgewogen inzet van reserves en voorzieningen.

 

De eerste vraag die voorligt als het gaat om reserves en voorzieningen is: Wat is het doel van het vormen en aanhouden hiervan? Welke functies kunnen reserves en voorzieningen vervullen? Het antwoord hierop bestaat uit verschillende aspecten:

  • -

    reserves vormen een buffer voor onvoorziene omstandigheden (buffer functie);

  • -

    geld sparen om vervolgens uit te geven (bestedingsfunctie);

  • -

    gebruiken als ‘eigen’ financieringsmiddelen om aantrekken van leningen op geld- en kapitaalmarkt te voorkomen (financieringsfunctie) en

  • -

    het egaliseren van lasten en baten in de begroting (egalisatiefunctie).

 

1.2 Kaders

Het kader voor het samenstellen van dit beleidskader bestaat uit externe regelgeving (het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten) en de Financiële verordening 2017 van de gemeente (ex artikel 212 Gemeentewet).

 

1.2.1 Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV)

In 2003 heeft het Rijk het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten vastgesteld. Het doel van dit besluit is het verbeteren van de te leveren informatie naar de raad, burgers en maatschappelijke organisaties en de toezichthouder (de provincie). Het kader voor reserves en voorzieningen wordt gevormd door artikel 42 tot en met 45 van het BBV. Daarnaast heeft de commissie BBV via notities, stellige uitspraken en richtlijnen het kader verder ingevuld. Samengevat kan het onderscheid tussen een reserve en een voorziening als volgt geschetst worden:

 

 

Reserve

Voorziening

Wijziging bestemming

Mogelijk

Niet mogelijk

Onderdeel van het:

Eigen vermogen

Vreemd vermogen

Toevoeging (storting)

Resultaatbestemmend

Raad kan besluiten tot een storting ten laste van de algemene reserve dan wel een andere bestemmingsreserve.

Het resultaat van de baten en lasten leidt tot een storting in respectievelijk onttrekking aan de (algemene) reserve. Raadsbesluit is vereist voor (de manier van) storten. Directe toevoeging is niet toegestaan.

Resultaatbepalend

De storting in een voorziening is een last voor de begroting en komt direct ten laste van een programma / doelstelling.

Onttrekking (besteding)

Resultaatbestemmend: directe onttrekking ten gunste van de rekening van baten en lasten is niet toegestaan.

Directe onttrekking is verplicht.

Aanwending vrij

Ja (conform raadsbesluit)

Nee, slechts voor het desbetreffende doel.

Financieel onderbouwd

Niet verplicht, wel wenselijk

Ja

Indelingen

- Algemene reserves

- Bestemmingsreserves

Voorzieningen voor:

- Verplichtingen en verliezen

- Bestaande risico’s

- Egalisatie van kosten

- Bijdragen van derden met een bestedingsverplichting

Wie is verantwoordelijk voor de vorming en aanwending

Raad

College

 

 

Wat zegt het BBV over reserves en voorzieningen?

 

Volgens art. 43 BBV worden reserves onderscheiden naar:

  • -

    Algemene reserve. Deze bevat gelden waaraan door de raad geen bestemming is gegeven en in principe vrij besteedbaar is;

  • -

    Bestemmingsreserves. Reserves waaraan door de raad een bepaalde bestemming is gegeven.

 

Bestemmingsreserves kunnen worden onderscheiden in de volgende functies:

  • -

    Bufferfunctie (voor onvoorziene toekomstige uitgaven of ter dekking van risico’s),

  • -

    Financieringsfunctie (een reserve kan worden ingezet als intern financieringsmiddel),

  • -

    Bestedingsfunctie (een reserve ingezet voor een specifieke bestemming),

  • -

    Egalisatiefunctie (reserves gevormd om tarieven of baten en lasten over de jaren heen gelijkmatig te verdelen).

 

Over voorzieningen geeft het BBV het volgende aan:

 

Artikel 44

  • 1.

    Voorzieningen worden gevormd wegens:

  •  

    • a.

      verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten;

    • b.

      op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;

    • c.

      kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren;

    • d.

      de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b.

  • 2.

    Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel b.

  • 3.

    Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.

 

Artikel 45

Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan.

 

Artikel 55

  • 1.

    In de toelichting op de balans worden de aard en reden van de voorzieningen, bedoeld in artikel 44 en de wijzigingen daarin toegelicht.

  • 2.

    Per voorziening wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken:

  •  

  •  

    • a.

      het saldo aan het begin van het begrotingsjaar;

    • b.

      de toevoegingen;

    • c.

      ten gunste van de rekening van baten en lasten vrijgevallen bedragen;

    • d.

      de aanwendingen;

    • e.

      saldo aan het einde van het begrotingsjaar.

 

1.2.2 Financiële verordening

De laatste nota reserves en voorzieningen is van 2016. Artikel 11 van deze verordening geeft richtlijnen ten aanzien van de reserves en voorzieningen:

 

  • 1.

    Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een (bijgestelde) Beleidskader reserves en voorzieningen aan. Het beleidskader geeft de kaders aan met betrekking tot het instellen, de omvang en de bestedingen van reserves en voorzieningen, in overeenstemming met de relevante bepalingen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. De raad stelt het beleidskader (en eventuele wijzigingen) vast.

 

  • 2.

    Het beleidskader behandelt, naast de bepalingen uit het BBV, de volgende onderwerpen:

 

  • a.

    de vorming en besteding van reserves;

  • b.

    de vorming en besteding van voorzieningen;

  • c.

    de toerekening en verwerking van rente aan de voorzieningen.

 

  • 3.

    Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven:

    • a.

      het specifieke doel van de reserve;

    • b.

      de voeding van de reserve;

    • c.

      de maximale hoogte van de reserve;

    • d.

      en de maximale looptijd.

 

  • 4.

    Indien een bestemmingsreserve voor een bestedingsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een besteding, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd.

 

Deze voorschriften worden in de uitgangspunten van het beleid hierna verder uitgewerkt.

 

2. Wat gaan we daarvoor doen?

 

In 2016 heeft de raad het beleidskader ‘Reserves en voorzieningen’ vastgesteld. Op grond van artikel 11 uit onze financiële verordening biedt het college eens in de vier jaar een (geactualiseerde) nota ‘ Reserves en voorzieningen’ aan. De afgelopen jaren is er zowel wettelijk als bestuurlijk weinig veranderd op het gebied van reserves en voorzieningen. Daarom heeft deze actualisering niet eerder plaatsgevonden en zijn de wijzigingen van beperkte omvang.

 

De uitwerking van artikel 11 van de financiële verordening in uitgangspunten voor het beleid ten aanzien van reserves en voorzieningen zijn als volgt:

 

Uitgangspunten beleid

1.Beperken van de bestaande reserves en voorzieningen ter ondersteuning van de integrale afweging en de transparantie op financieel gebied.

2.Reserves en voorzieningen moeten bij instelling een minimale omvang hebben van € 100.000.

3.Er wordt terughoudend omgegaan met het instellen van nieuwe reserves en voorzieningen.

4.Kader bij resultaatbestemming:

  • -

    Het moet gaan om voorgenomen activiteiten die niet (volledig) in het begrotingsjaar konden worden uitgevoerd en

  • -

    In het volgende begrotingsjaar zijn voor het alsnog uitvoeren van deze activiteiten onvoldoende middelen beschikbaar en

  • -

    Het minimumbedrag is € 10.000.

5.Bij het instellen van een reserve of voorziening moet het doel duidelijk zijn. De omvang is onderbouwd vanuit een bestedingsplan dat bij iedere reserve en voorziening aangegeven moet worden. Ook de maximale looptijd van een bestemmingsreserve moet aangegeven zijn.

6.Het instellen van reserves en voorzieningen moet passen binnen de BBV-voorschriften.

7.Vorming en besteding van bestemmingsreserves moet passen binnen de besluitvorming door de raad:

  • -

    De raad kan rechtstreekse aanwijzingen geven voor toevoeging aan en besteding reserves;

  • -

    De raad kan regels geven over wanneer en hoe toevoeging en besteding van reserves kan plaatsvinden;

  • -

    De raad kan bepalen of toevoeging en besteding moet plaatsvinden conform de begrote bedragen dan wel de in relatie met de werkelijke inkomsten en uitgaven.

8.Reserves worden ingedeeld in de volgende types:

  • -

    Algemene reserve

  • -

    Bestemmingsreserve voor beleidsprioriteiten

  • -

    Bestemmingsreserve om meerjarig ingezet beleid financieel mogelijk te maken

  • -

    Bestemmingsreserve als buffer voor risico’s

  • -

    Bestemmingsreserve als egalisatiereserve

  • -

    Bestemmingsreserve als financieel technische reserve

9.Vrijval, keuzemogelijkheden en heroverwegingen reserves zijn een vast onderdeel van de kadernota.

10.Reserves en voorzieningen worden onderbouwd conform het format ‘format reserves en voorzieningen’.

11.In het management informatiesysteem en het digitale P&C systeem wordt een overzicht bijgehouden van actuele reserves en voorzieningen, de omvang en de daarop rustende verplichtingen.

12.Reserveren voor onderhoudsvoorzieningen vindt plaats op basis van meerjarenonderhoudsprogramma’s.

13. De voorzieningen kennen de volgende indeling:

  • 1.

    Voorziening voor verplichtingen.

  • 2.

    Voorziening ter dekking van risico’s.

  • 3.

    Voorziening voor de egalisatie van kosten over meerdere jaren.

  • 4.

    Voorziening voor de bijdrage vervangingsinvesteringen met een heffing

14.Rente: er wordt geen rente toegevoegd aan bestemmingsreserves en aan de voorzieningen.

 

Vooral bij de uitgangspunten 1,5,7 en 9 is de bevoegdheid van de raad ten aanzien van de reserves (en voorzieningen) concreet gemaakt. Uitgangspunt 7 is uitgebreider dan in het vorige beleidskader, omdat over de toepassing daarvan de afgelopen jaren soms vragen naar voren kwamen. Met deze uitbreiding heeft de raad de mogelijkheid concreter aan te geven op welke manier een reserve moet worden gehanteerd.

 

Met deze uitgangspunten heeft de raad de mogelijkheid om te sturen met reserves bij het financiële beleid.

 

Ten behoeve van de toepassing van deze uitgangspunten is een format bijgevoegd (bijlage 1) dat moet worden ingevuld bij de aanvraag van een nieuwe bestemmingsreserve.

 

 

  • 3.

    Wat mag het kosten

 

Het beleidskader voor reserves en voorzieningen wordt toegepast bij het opstellen van de jaarstukken in de P&C cyclus. Het beleidskader geeft in de techniek aan hoe we als gemeente omgaan met reser-ves en voorzieningen.

Voor het toepassen van deze werkwijze is geen budget bepaald, dat is voor de uitvoering van dit beleid niet nodig.

 

 

  • 4.

    Hoe kunnen we er op sturen?

 

In artikel 11 van de huidige Financiële verordening 2017 staat opgenomen dat eens in de vier jaar de Beleidskader reserves en voorzieningen (bijgesteld) aan de raad wordt aangeboden.

Op het moment dat in het BBV belangrijke wijzigingen op het gebied van reserves en voorzieningen worden aangebracht, zullen deze worden overgenomen in het beleidskader van de gemeente Den Helder. Aan de raad wordt vervolgens een geactualiseerde beleidskader aangeboden. De verplichte bepalingen van het BBV (de stellige uitspraken) worden te allen tijde toegepast bij het opstellen van de P&C documenten. Het toepassen van deze regels wordt door de accountant gecontroleerd bij de jaarstukken. De gemeente is vrij om de aanbevelingen die door het BBV worden gedaan op te volgen. De keuze om een aanbeveling wel of niet over te nemen is aan de raad; deze keuze wordt bij het vaststellen van het beleidskader gemaakt. Een aanbeveling van het BBV wordt door de organisatie overgenomen in de P&C documenten op het moment dat de raad hiermee heeft ingestemd.

 

Er bestaat een relatie van dit beleidskader met het beleidskader weerstandsvermogen en risicomanagement. Om de risico’s van de gemeente op te kunnen vangen heeft de raad bepaald dat het weerstandsvermogen niet lager mag zijn dan 1,0. Dat betekent dat de omvang van de risico’s, berekend in overeenstemming met het beleidskader weerstandsvermogen en risicomanagement minimaal moet kunnen worden opgevangen met de beschikbare omvang van de weerstandscapaciteit. De weer-standscapaciteit bestaat voor het belangrijkste deel uit de algemene reserve en daarnaast nog uit een aantal bestemmingsreserves waarvan de bestemming eenvoudig kan worden aangepast zonder directe gevolgen voor de begroting. Ook door de omvang van het weerstandsvermogen te bepalen heeft de raad sturingsmogelijkheden.

 

Bijlage 1: Format reserves en voorzieningen

 

 

 

Bijlage 2: Overzichten reserves en voorzieningen

Overzicht reserves stand 31 december 2021 (in € 1.000)

Stand 1 jan 2021

Vermeer deringen

Verminderingen

Vermin deringen (afschr)

Stand 31 dec 2021

Algemene reserve

15.612

10.820

7.876

0

18.556

Sociaal Domein

8.178

0

8.178

0

0

Totaal algemene reserve

23.790

10.820

16.054

0

18.556

 

 

 

 

 

 

Beleidsprioriteiten

7.654

1.243

1.697

0

7.200

Nieuwbouw stadhuis

1.187

361

0

0

1.548

Woonomgeving De Schooten

293

0

0

0

293

Drooghe Weert

32

0

0

0

32

Bijdrage locatie RWS+

3.061

743

0

0

3.804

Evenementen

108

139

0

0

247

Helders Perspectief

1.523

0

329

0

1.194

Regio Deal

1.450

0

1.368

0

82

 

 

 

 

 

 

Meerjarig beleid

1.005

120

122

0

1.003

Kunstopdr./aankoop kunstvoorw.

63

0

0

0

63

Monumenten

71

0

48

0

23

Bovenwijkse voorzieningen

133

0

0

0

133

Bodemsanering

738

120

74

0

784

 

 

 

 

 

 

Buffer voor risico’s

3.304

1.264

617

0

3.951

Divmag terrein

227

0

0

0

227

Aankopen Stadshart

296

0

14

0

282

Af te stoten gem.vastgoed

938

0

156

0

782

Reserve Beschermd Wonen

624

1.177

0

0

1.801

Reserve huurderving

39

0

0

0

39

Helders Steunfonds

1.180

87

447

0

820

 

 

 

 

 

 

Egalisatiereserve

2.188

169

561

0

1.796

Historische graven

7

0

7

0

0

Egalisatiereserve grondexploitatie

500

0

250

0

250

Stabilistatiefonds Alg. Uitkering

1.506

0

304

0

1.202

Egalisatie leges vs kn bouwleges

175

169

0

0

344

Technische reserve

14.909

806

0

400

15.315

Nieuwbouw Pijler/Herderschee

1.454

0

0

52

1.402

Onderwijscluster Pasteurstraat

1.978

0

0

64

1.914

Parkeerterrein De Schooten

120

0

0

0

120

A. Pieckplein

808

0

0

233

575

Noorderhaaks

1.925

0

0

22

1.903

Polderweg

429

0

0

11

418

Fietspad Duinweg

132

0

0

3

129

Streepjesberg

250

0

0

1

249

Villa Kakelbont

274

0

0

14

260

Fietspad Ooghduyne

200

0

0

0

200

Koningstraat-Spoorstraat

2.190

180

0

0

2.370

Stadspark

3.500

0

0

0

3.500

Sportlaan 10

375

0

0

0

375

Wildopvang

220

0

0

0

220

Kerkgracht

582

0

0

0

582

Serverruimte

475

0

0

0

475

Renovatie Ambachtsweg

0

598

0

0

598

Laadpalen

0

28

0

0

28

 

 

 

 

 

 

Totaal bestemmingsreserves

29.060

3.602

2.997

400

29.265

 

 

 

 

 

 

Saldo van rekening

453

8.261

453

0

8.261

 

 

 

 

 

 

Totaal eigen vermogen

53.303

22.683

19.504

400

56.082

 

 

 

 

 

 

 

 

Overzicht voorzieningen stand 31 december 2021 (in € 1.000)

Stand 31 dec 2020

Toevoeging

vrijval

aanwending

Stand 31 dec 2021

Egalisatievoorzieningen (heffingen)

4.680

0

0

470

4.210

Egalisatievoorziening riolering

4.680

0

0

470

4.210

 

 

 

 

 

 

Kostenegalisatievoorzieningen

5.068

641

598

497

4.614

Egalisatievoorziening onderhoud gebouwen

3.804

430

598

469

3.167

Onderhoud sportaccommodaties

711

211

0

13

909

Onderhoud waterwegen

443

0

0

0

443

Beheer strandslagen

110

0

0

15

95

 

 

 

 

 

 

Voorz. risico's en verplichtingen

2.160

26

0

1.029

1.157

Wachtgeld voormalig wethouders

67

26

0

82

11

Waterbreed

1.864

0

0

862

1.002

Watertoren

170

0

0

73

97

Voormalig personeel

59

0

0

12

47

 

 

 

 

 

 

Totaal voorzieningen

11.908

667

598

1.996

9.981

 

Naar boven