- I.
de beleidsregel “Tijdelijke Wmo-ondersteuning voor vluchtelingen uit Oekraïne” vast te stellen;
- II.
deze beleidsregel houdt in dat vluchtelingen uit Oekraïne die tijdelijk beschermd worden op grond van de RTB én die in Den Haag verblijven in de gemeenteopvang of bij particuliere gastgezinnen, op grond van gemeentelijk beleid tijdelijk worden behandeld als ware zij Wmo-rechthebbend;
- III.
dit gemeentelijk beleid van rechtswege te beëindigen en dit besluit in te trekken uiterlijk op 31 december 2022, of zoveel eerder wanneer van rijkswege een juridische grondslag is gecreëerd of de verwachte financiële compensatie niet (langer) toereikend is;
- IV.
de extra kosten van dit beleid inclusief de organisatie- en uitvoeringskosten op basis van daadwerkelijke kosten te declareren bij het Rijk;
- V.
dat dit besluit in werking treedt op de datum na uitgifte in het Gemeenteblad en werkt terug tot 19 juli 2022.
Den Haag, 30 augustus 2022
Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris,
Ilma Merx
de burgemeester,
Jan van Zanen
Toelichting op het collegebesluit
Kring van rechthebbenden Wmo
De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Artikel 1.2.2 lid 1 Wmo bepaalt dat een vreemdeling alleen recht heeft op een maatwerkvoorziening als hij rechtmatig verblijf houdt in de zin van artikel 8, onderdelen a t/m e en l, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Vluchtelingen uit Oekraïne voldoen niet aan deze eis. Zij worden formeel dus niet gerekend tot de Wmo-doelgroep.
Bijzondere status
EU
Wel vallen Oekraïense vluchtelingen onder de beschermingsrichtlijn tijdelijk ontheemden van de EU. De Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) wordt vanaf 19 juli 2022 door Nederland toegepast. Deze richtlijn is (nog) niet omgezet in nationale wetgeving zoals de Vreemdelingenwet en is dus ook niet opgenomen in de Wmo. De rechten van tijdelijk ontheemden moeten daarom worden ontleend aan de beschermingsrichtlijn zelf. Daarin staat o.a. dat tijdelijk ontheemden recht hebben op sociale bijstand. Volgens jurisprudentie vallen de voorzieningen van de Wmo onder het begrip sociale bijstand. Dat betekent dat tijdelijk ontheemden ook in aanmerking kunnen komen voor een Wmo-maatwerkvoorziening als dat naar het oordeel van het college een passende vorm van ondersteuning is. Overigens houdt dit niet in dat iemand uit deze groep daarmee automatisch een Wmo-maatwerkvoorziening krijgt, wél dat er een individuele beoordeling plaatsvindt. Dat is niets nieuws. Uit de Wmo volgt altijd al dat gemeenten voldoende kennis dienen te vergaren. Denk hierbij aan het in kaart brengen van de behoeften en wensen en vervolgens bezien wat iemand op eigen kracht of met personen uit het sociale netwerk kan doen om de problematiek te verkleinen of op te lossen, en wat het gebruik van algemene voorzieningen of andere regelingen daaraan kan bijdragen. De Wmo is en blijft een hekkensluiter, ook voor deze doelgroep.
Het college besluit dit buitenwettelijk begunstigend beleid vast te leggen in een tijdelijke beleidsregel. Artikel 1.2.2 Wmo staat daarmee niet langer in de weg om een Wmo-melding in behandeling te nemen, advies te geven of een indicatie te verlenen voor een Wmo-voorziening. Een ontheemde moet voor al het overige dus aan dezelfde voorwaarden voldoen voor een maatwerkvoorziening als elke andere persoon die aanspraak maakt op de Wmo.3
Uitzondering
Dit buitenwettelijk gemeentelijk beleid geldt niet voor zogeheten “derdenlanders.” Vluchtelingen die een tijdelijke verblijfsvergunning hadden in Oekraïne, bijvoorbeeld omdat zij daar studeerden of werkten, kunnen hier geen aanspraak op maken. Dit geldt ongeacht of zij rechtstreeks uit Oekraïne komen, in hun eigen land zijn geweest of via een ander EU-land komen. Zij kunnen dus geen aanspraak maken op opvang of ondersteuning op grond van de Wmo.