Verkeersbesluit laad- en loslocaties bedrijfsvaartuigen

De programmamanager van het Programma Varen

Overwegende:

  • dat burgemeester en wethouders, op grond van het bepaalde in artikel 2, eerste lid, aanhef onder a., aanhef, sub 3˚, van de Scheepvaartverkeerswet, voor de toepassing van die wet zijn aangewezen als bevoegd gezag voor alle scheepvaartwegen binnen de gemeente, behalve die welke worden beheerd door andere publiekrechtelijke organen;

  • dat burgemeester en wethouders met hun besluit van 16 juni 2020 (Gemeenteblad nummer 164960) de directeur van het cluster Ruimte en Economie mandaat hebben verleend om namens hen de bevoegdheden uit te oefenen als bedoeld in de Scheepvaartverkeerswet en het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer;

  • dat de directeur van het cluster Ruimte en Economie met zijn besluit van 1 juli 2020 (Gemeenteblad nummer 171094) de programmamanager van het Programma Varen ondermandaat heeft verleend om namens hem de bevoegdheden uit te oefenen als bedoeld in de Scheepvaartverkeerswet en het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer;

  • dat overbelasting van de kades en de instelling van de zwaar verkeer zone enerzijds en het Programma Bruggen en Kades waarbij de bouwlogistiek zoveel mogelijk over water plaatsvindt anderzijds, zorgen voor een grotere aantrekkingskracht en dito betekenis van het water als transportmodaliteit. Niet alleen voor de bouwlogistiek, maar juist ook voor activiteiten zoals bevoorrading/stadsdistributie en afvoer van afval. In stadsdeel Centrum zijn dan ook al de nodige initiatieven genomen inzake transport over water. De beschikbaarheid van laad- en loslocaties aan de grachten is hierbij van essentieel belang;

  • dat de benodigde uitbreiding van het aantal laad- en loslocaties in het Uitvoeringsplan Transport over Water, dat eind 2020 is vastgesteld, is benoemd. Een van de belangrijkste doelstellingen hierin is het realiseren van een uitbreiding van laad-/loslocaties aan de kades;

  • dat het doel van Programma Varen is om het netwerk van laad- en loslocaties voor transport over water uit te gaan breiden. Vanwege de steeds strenger wordende regelgeving op de weg en een intensiever gebruik van het water. Maar ook omdat de markt heeft aangegeven behoefte te hebben aan uitbreiding en aan een fijnmazig netwerk. Dat gebeurt ondermeer door de bestaande openbare op- en afstaplocaties voor passagiersvaart een dubbelbestemming te geven. Indien het aantal openbare op- en afstapplaatsen passagiersvaart met een dergelijke dubbelbestemming is uitgebreid, ontstaat er een meer fijnmazig netwerk, temeer omdat deze op- en afstapplaatsen momenteel al redelijk verspreid zijn gelegen;

  • dat er derhalve voldoende ruimte moet zijn voor bedrijfsvaartuigen om passagiers te laten op- en afstappen en om goederen te laden en te lossen;

  • dat overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 van het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer overleg heeft plaatsgevonden met de Politie Amsterdam/Amstelland, Team Water/Havens en met stadsdeel Centrum.

Gelet op het bepaalde in de artikelen 5 en 6 van de Scheepvaartverkeerswet en de artikelen 2 t/m 6 van het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer.

Brengt ter algemene kennis dat zij met het oog op het verzekeren van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer

Besluit:

  • I.

    In te stellen een verbod ligplaats te nemen voor alle schepen op de volgende locaties:

    • a.

      de Zwanenburgwal, langs de oostelijke oever tussen brug nummer 229 (Ir. B. Bijvoetbrug) en brug nummer 287 (Sint Anthoniesluis);

    • b.

      het Entrepotdok, langs de noordelijke oever, ter plaatse van de steigers tegenover perceel 20 en perceel 51;

    • c.

      de Singelgracht aan de noordzijde tussen brug nummer 174 (Leidseplein) en perceel Max Euweplein 59.

  • II.

    In te stellen een verbod ligplaats te nemen voor alle schepen met uitzondering van bedrijfsvaartuigen voor op- en afstappen of laden/lossen van passagiers/vracht op de volgende locaties:

    • a.

      de Amstel, langs de steiger tegenover de percelen 105 en 107;

    • b.

      het Entrepotdok, de noordelijke oever, langs de steiger, gelegen direct ten oosten van brug nummer 1907 (Nijlpaardenbrug);

    • c.

      de Singel, langs de steiger tussen de percelen 357 en 371;

    • d.

      de Zwanenburgwal, langs de steiger aan de westelijke oever ter hoogte van perceel nummer 20;

    • e.

      de Brouwersgracht tussen brug nummer 17 (Brouwersgracht/Herenmarkt) en de eerste woonboot die ten westen van de Herenmarkt is afgemeerd.

  • III.

    In afwijking van andere verboden ligplaats te nemen, in te stellen een bijzondere ligplaats voor bedrijfsvaartuigen voor op- en afstappen of laden/lossen van passagiers/vracht op de volgende locaties:

    • a.

      de Singelgracht langs de steiger ter hoogte van de Leidsekade 101; 

    • b.

      de Zwanenburgwal, langs de oostelijke oever, overzijde van de Raamgracht;

    • c.

      de Nieuwe Keizersgracht, het gedeelte tussen de achterzijde van het perceel Amstel 51 en het perceel Nieuwe Keizersgracht 1A.

  • IV.

    Het verbod onder I. ter plaatse kenbaar te maken door het aanbrengen van verkeerstekens uit bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement, model A.5, alsmede model F.2a.

  • V.

    De verboden onder II. ter plaatse kenbaar te maken door het aanbrengen van verkeerstekens uit bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement, model A.5, alsmede model F.2a en model F.3 met het opschrift ‘m.u.v. bedrijfsvaartuigen laden/lossen passagiers/vracht’.

  • VI.

    De bijzondere ligplaatsen onder III. ter plaatse kenbaar te maken door het aanbrengen van verkeerstekens uit bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement, model E.7, alsmede model F.2a en model F.3 met het opschrift ‘uitsluitend bedrijfsvaartuigen laden/lossen passagiers/vracht’.

  • VII.

    In te trekken:

    • a.

      het bepaalde onder I, aanhef, de onderdelen 1.22, 2.21, 2.27, 3.05, 3.17 en 3.18 van het besluit van 29 december 2004 (Gemeenteblad 2004, afd 3B, nummer 79);

    • b.

      het bepaalde onder II, van het besluit van 9 juli 2008 (Gemeenteblad 2008, afd 3B, nummer 69);

    • c.

      het besluit van 21 januari 2009 (Gemeenteblad 2009, afd 3B, nummer 7).

  • VIII.

    Te bepalen dat dit verkeersbesluit in werking treedt op de dag na publicatie in het Gemeenteblad.

Amsterdam, 20 januari 2022

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

namens hen,

W.E. Meijburg

Programmamanager Varen

Naar boven