Verkeersbesluit Veenwoud Ede woonrijp inrichten

registratienummer 20220822311499

Ede, 22-08-2022

 

 

Het college van burgemeester en wethouders:

 

 

overwegende dat:

 

de Veenwoud in Ede een weg is zoals bedoeld in artikel 1 lid 1 onder b van de Wegenverkeerswet 1994;

 

dit een openbare weg is die binnen de bebouwde kom van Ede ligt;

 

de weg in eigendom, beheer en onderhoud is bij de Gemeente Ede.

 

 

overwegende dat:

 

in Kernhem B West, het meest westelijke gedeelte van de woonwijk Kernhem in Ede, steeds meer woningen opgeleverd en bewoond worden;

 

dit maakt dat het zuidelijke gedeelte van de Veenwoud (tussen Aamsveen en N224), de meest westelijk gelegen ontsluitende weg van Kernhem, meer gebruikt zal worden door woonverkeer, in plaats van bouwverkeer;

 

het bouwverkeer, door oplevering van woningen bovenin de wijk, steeds minder ver de Veenwoud op zal hoeven rijden, waardoor het aandeel bouwverkeer verder afneemt/uiteindelijk zal verdwijnen;

 

de weg tevens steeds meer gebruikt zal worden door fietsverkeer, vanaf de nieuw opgeleverde woningen;

 

de weg daarom op korte termijn woonrijp zal worden gemaakt, ten behoeve van een goede en veilige afwikkeling van deze verkeersstromen.

 

 

overwegende dat:

 

de Veenwoud, conform parallel gelegen ontsluitingswegen van Kernhem, een ontsluitende functie heeft voor dit woondeel;

 

vergelijkbare wegen in Kernhem een maximale snelheid van 50 km/h kennen op het ontsluitende gedeelte;

 

er landelijk ontwikkelingen zijn ten aanzien van wegen binnen de bebouwde kom, waarbij het principe gehanteerd wordt dat 50 km/h-wegen in combinatie met fietsers op de weg niet langer als wenselijk/verkeersveilig worden gezien;

 

de Edese gemeenteraad hierover in november 2021 een motie heeft aangenomen, waarin in het kort aangegeven staat, dat het college met dit principe aan de slag moet, ook in het kader van de nieuwe koersnota mobiliteit waar aan gewerkt wordt;

 

deze motie concreet inhoudt dat wegen die aan bovenstaande criteria (50 km/h in combinatie met fietsers op de rijbaan) voldoen, inzichtelijk moeten worden gemaakt en onderzoek moet worden gedaan naar een alternatieve/veiligere invulling van deze wegen;

 

de Veenwoud een weg is waar de combinatie 50 km/h en fietsers op de weg voor zou komen, indien deze conform parallel gelegen, vergelijkbare wegen ingericht zou worden;

 

het woonrijp maken van de weg mogelijkheden geeft voor te sorteren op de uitkomsten van het onderzoek en deze weg op voorhand conform toekomstige beleidsaspecten en standpunten in te richten, gezien er nu werkzaamheden plaats gaan vinden op de weg.

 

 

overwegende dat:

 

de Veenwoud een voor Ede relatief onbelangrijke ontsluitingsweg is, gezien deze slechts een woondeel ontsluit en geen doorgaand verkeer bevat;

 

de weg daardoor bij uitstek geschikt is om in te richten als 30 km/h-weg;

 

de weg wel een ontsluitende functie behoudt en, zeker dichter op de N224, drukker en belangrijker zal zijn dan op deze weg aansluitende zijwegen;

 

er daarom gekozen wordt voor een voorrangssituatie, waarbij verkeer op het zuidelijke gedeelte van de Veenwoud voorrang heeft op het verkeer vanuit de zijwegen.

 

 

overwegende dat:

 

Kernhem, vanwege het smalle profiel van verschillende woonstraten, een parkeerverbodszone bevat, om parkeren op de rijbaan te voorkomen;

 

dit ook geldt voor de woondelen welke over de Veenwoud ontsloten worden, waardoor het instellen van een dergelijk verbod ook hier noodzakelijk is.

 

 

overwegende dat:

 

de ontsluitende functie van het zuidelijke gedeelte van de Veenwoud het wenselijk maken op de weg ruimte te reserveren ten behoeve van het fietsverkeer op dit weggedeelte;

 

parkeren, vanwege de doorlopende parkeerverbodszone van Kernhem, verboden zal worden op de weg, waardoor de toepassing van fietsstroken logisch is en geen negatieve effecten kent;

 

de fietsstroken ter hoogte van de bushaltes op de weg onderbroken dienen te worden, ten behoeve van het mogelijk maken van het halteren van bussen.

 

 

overwegende dat:

 

de Veenwoud verschillende paden kent die aansluiten op de ten oosten van de weg gelegen delen van Kernhem;

 

sommige van deze paden geschikt zijn voor fietsers, ten behoeve van het mogelijk maken van fietsverbindingen tussen de verschillende woondelen;

 

deze paden als dusdanig dienen te worden aangeduid.

 

 

voorts overwegende dat:

 

om de verkeersveiligheid op de weg te verzekeren, het beschermen van weggebruikers en passagiers, het instandhouden van de weg, het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan en het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade, het noodzakelijk is om overeenkomstig bijgevoegde tekening verkeersmaatregelen in te stellen.

 

 

voorts overwegende dat:

 

overeenkomstig het gestelde in artikel 24 BABW is overleg gevoerd met de korpschef van politie, in deze diens gemandateerde, en deze positief heeft geadviseerd.

 

 

mede gelet op het bepaalde in:

 

hoofdstuk I artikel 2 en hoofdstuk II paragraaf 2 van de Wegenverkeerswet 1994;

 

de paragrafen 6 en 7 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer.

besluit:

I. overeenkomstig bijgevoegde tekening de volgende verkeersmaatregel in te stellen:

het verplaatsen van de borden A01-030zb, A02-030ze, E01zb en E01ze uit bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV 1990) vanaf de Veenwoud, ten zuiden van de Aamsvaan naar de Veenwoud, ten noorden van de N224;

het regelen van de voorrang op kruispunten van de Veenwoud tussen de Aamsveen en de N224, waarbij de Veenwoud in de voorrang gelegen is, door middel van het plaatsen van de borden B04, B05 en B06 uit bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV 1990) of het realiseren van een inritconstuctie;

het aanbrengen van fietsstroken op de Veenwoud, tussen de N224 en de Aamsveen, waarbij deze onderbroken worden ter hoogte van de bushaltes die langs de weg liggen;

het aanduiden van de paden tussen de Veenwoud en de Molenveen en de Veenwoud en de Bakkeveen als fietspaden door middel van het plaatsen van de borden G11 uit bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV 1990);

II. afschrift te zenden aan:

 

- de korpschef van politie Oost-Nederland;

 

- de brandweercommandant van Ede.

 

 

Burgemeester en wethouders,

 

Namens dezen,

 

 

Henk van Laar

 

Vervangend afdelingsmanager Beleid Infrastructuur & Milieu

 

 

Bijlage 1 - Bebordingstekening

 

 

Mededelingen

 

Bezwaar- of beroepsclausule

 

Wij adviseren u om eerst contact op te nemen met Peter Spruijt, (0318) 680 376, voor uitleg over het besluit. Bezwaar maakt u binnen 6 weken na de publicatiedatum van dit besluit. U doet dit door het formulier bezwaarschrift indienen in te vullen op www.ede.nl/bezwaarmaken onder het tabblad aanvragen. U mag ook een brief sturen. Als u de brief stuurt, wilt u dan de volgende punten vermelden?

 

- uw naam, adres, telefoonnummer en e-mailadres;

 

- de datum waarop u uw brief schrijft;

 

- een omschrijving van het besluit waartegen u bezwaar maakt;

 

- het zaaknummer of voeg een kopie van het besluit bij;

 

- uw handtekening.

 

Als u bezwaar maakt, blijft het besluit geldig totdat het bezwaar behandeld is. Na afloop van de bezwaarprocedure hoort u of het besluit wijzigt. Kunt u niet zo lang wachten? Dan kunt u de Rechtbank Gelderland om een voorlopige voorziening vragen. Als de rechtbank uw verzoek toewijst, dan worden de gevolgen van het besluit opgeschort. Meer informatie hierover vindt u op www.rechtspraak.nl.

Naar boven