Gemeenteblad van Middelburg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Middelburg | Gemeenteblad 2022, 357741 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Middelburg | Gemeenteblad 2022, 357741 | ander besluit van algemene strekking |
Beleidsplan Sociaal Domein Gemeente Middelburg
BELEIDSPLAN SOCIAAL DOMEIN 2022 Gemeente Middelburg
Op 7 juli 2021 is het Middelburgs Model vastgesteld door de gemeenteraad van Middelburg. Door middel van de hierin beschreven transformatie wil de gemeente passende zorg en ondersteuning voor haar inwoners nu en in de toekomst waarborgen.
De insteek van het Middelburgs Model is onder meer een sterke sociale basis. Een toegankelijk, preventief werkend en goed functionerend aanbod van algemene voorzieningen draagt bij aan de sociale samenhang, zelfredzaamheid en participatie van de inwoners.
De termen zelfredzaamheid en participatie staan centraal binnen het sociaal domein en de decentralisatie van het sociaal domein in 2015. Per 1 januari 2015 zijn respectievelijk de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (verder: Wmo 2015) en de Jeugdwet in werking getreden. Gemeenten zijn verantwoordelijk geworden voor de uitvoering van deze wetten. Vanuit de Wmo 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen.
Vanuit de Jeugdwet zijn gemeenten verantwoordelijk voor ondersteuning, hulp en zorg aan jongeren tot 18 jaar en aan hun ouders. In sommige gevallen kan bepaalde jeugdhulp doorlopen tot 23 jaar. Bijvoorbeeld bij opgroei- en opvoedproblemen, bij psychische problemen en bij stoornissen. Daarnaast zijn we vanuit de Jeugdwet verantwoordelijk voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en voor advisering en verwerking van meldingen over huiselijk geweld en kindermishandeling.
De Participatiewet richt zich, met name, op het begeleiden van mensen naar werk en het verstrekken van een inkomen via een uitkering. Voor de uitvoering van de Participatiewet werken de Walcherse gemeenten samen binnen een Gemeenschappelijke Regeling. Orionis is het uitvoeringsorgaan die de wet namens de gemeenten uitvoert.
Gemeenten hebben met de decentralisaties dus nieuwe taken en bevoegdheden gekregen. De wetten zijn kaderwetten en bieden aan gemeenten beleidsvrijheid in de wijze waarop zij hun inwoners ondersteunen. Het te voeren beleid dient vastgelegd te worden in een periodiek plan, vast te stellen door de gemeenteraad. Dit beleidsplan is een aanzet voor het ontwikkelen van een Sociaal Domein breed beleidsplan. Dit beleidsplan wordt gefaseerd gevuld en geactualiseerd.
Onze ambitie is om onderwerpen zoals sport, beschermd wonen en jongerenbeleid ook hierin onder te brengen
De Wmo 2015 en de Jeugdwet zijn onderdeel van de hervorming van het stelsel van langdurige zorg en ondersteuning. Het stelsel is in 2015 ingrijpend gewijzigd om de kwaliteit van zorg en ondersteuning te verbeteren en de langdurige zorg/hulp en ondersteuning financieel houdbaar te maken.
Met de transformatie van het sociaal domein hebben gemeenten een grote verantwoordelijkheid gekregen voor kwetsbare inwoners. De decentralisaties boden kansen om het sociale domein effectiever en efficiënter te organiseren en in te richten. Daarnaast is een integrale
benadering van inwoners met problemen op meerdere leefgebieden mogelijk geworden.
In het kader van de Jeugdwet moeten een aantal zaken bovenlokaal georganiseerd worden. Bijvoorbeeld de kinderbeschermingsmaatregelen, de jeugdreclassering en de inrichting van het Advies- en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling (dit noemen we nu Veilig Thuis). Daarnaast moeten sommige voorzieningen capaciteit hebben voor verschillende gemeenten. Dat geldt bijvoorbeeld voor: residentiële voorzieningen, (poli-) klinische ggz, gesloten jeugdzorg en pleegzorg. De dertien Zeeuwse gemeenten hebben zich daarom gezamenlijk voorbereid op de decentralisatie van de jeugdzorg. Door samen te werken, kunnen we:
In het kader van de uitvoering van de Wmo 2015 is gebleken dat de inrichting van de ondersteuning een sterk lokaal karakter heeft. Daar waar mogelijk wordt er regionaal samengewerkt of afgestemd
In hoofdstuk 2 gaan we in op de context van dit beleidsplan, namelijk het wettelijk kader. Gevolgd door een uiteenzetting van het Middelburgs kader in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 gaan we verder in op de uitvoering van het Middelburgs kader. De voorzieningen die binnen dit kader worden ingezet, worden verder toegelicht in hoofdstuk 5. Ten slotte gaat hoofdstuk 6 in op de financieringsmogelijkheden voor de voorzieningen, inkoop of subsidie.
Het sociaal domein is een verzamelterm waar verschillende wetten ondergebracht worden. In dit beleidsplan gaan we specifiek in op de algemene voorzieningen en werken we deze nader uit voor de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Het doel van het Beleidsplan Sociaal Domein is om de transitie zoals bedoeld in het Middelburgs Model mogelijk te maken. Hiervoor is het nodig om vast te leggen wat we verstaan onder algemene/vrij toegankelijke voorzieningen en wat we verstaan onder maatwerk/niet-vrij toegankelijke voorzieningen binnen het Sociaal Domein (Wmo 2015 en Jeugdwet). Toch willen we de Participatiewet, Wet publieke gezondheid en Wet gemeentelijke schuldhulpverlening niet onbenoemd laten. In een latere fase kan dit plan aangevuld worden met een uitwerking voor de andere sociaal domein wetten, om zo te komen tot een Sociaal Domein breed beleidsplan.
Hieronder gaan we kort in op de verschillende wetten.
Het uitgangspunt van de Wmo 2015 is dat mensen die beperkingen ondervinden in hun zelfredzaamheid of in het maatschappelijk participeren ondersteuning kunnen krijgen vanuit de gemeente. De Wmo 2015 geeft ook mogelijkheden om mantelzorgers te ondersteunen met het doel om overbelasting te voorkomen. In de Wmo 2015 staat dat de gemeente een compensatieplicht heeft. Dat houdt in dat maatschappelijke ondersteuning wordt geboden aan mensen die beperkingen ondervinden in hun zelfredzaamheid en/of maatschappelijk participeren. Gemeenten kunnen verschillend invulling geven aan deze plicht. De gemeente zal een besluit moeten nemen over deze invulling en met name moeten nadenken over de wijze waarop voorzieningen worden aangeboden. Dat kan als algemene voorziening of als maatwerkvoorziening, dit onderscheid wordt in hoofdstuk 5 verder toegelicht. Wat voor de ene gemeente een maatwerkvoorziening is, vult de andere gemeente als algemene voorziening in.
De gemeente biedt, onder voorwaarden, maatschappelijke ondersteuning. Hieronder wordt verstaan:
De Jeugdwet is bedoeld voor jeugdigen (kinderen en jongeren) en hun ouders die ondersteuning nodig hebben bij het opgroeien of bij de opvoeding. Volgens de Jeugdwet moet de gemeente jeugdhulp en preventie bieden. Gemeenten kunnen heel verschillend invulling geven aan deze onderdelen. Anders dan in de Wmo 2015, waarin is gekozen voor een maatwerkvoorziening en algemene voorziening, wordt in de Jeugdwet onderscheid gemaakt tussen een algemene vrij toegankelijke voorziening en een individuele niet vrij toegankelijke voorziening.
De definitie van jeugdhulp is:
ondersteuning van en hulp en zorg, niet zijnde preventie, aan jeugdigen en hun ouders bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie gerelateerde problemen;
het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, en
met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking, die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt.
De Participatiewet is in 2015 ingegaan, met als doel het ondersteunen en begeleiden van mensen naar werk. De wet moet ervoor zorgen dat meer mensen werk vinden, ook mensen met een arbeidsbeperking. Indien dit niet lukt, kan iemand in aanmerking komen voor een uitkering. De gemeente Middelburg is samen met de gemeenten Veere en Vlissingen een Gemeenschappelijke Regeling aangegaan voor wat betreft het uitvoeren van de Participatiewet, Wet sociale werkvoorziening, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en het
armoedebeleid. Orionis Walcheren is de uitvoeringsorganisatie die deze onderdelen namens de drie gemeenten uitvoert. Daarnaast voert Orionis Walcheren met ingang van 1 januari 2022 ook de nieuwe Wet inburgering uit namens de gemeente Middelburg. Dit beleidsplan betreft, behoudens algemene preventie, geen onderwerpen die betrekking hebben op de bevoegdheden van de
Alle activiteiten op grond van deze wet zijn gericht op preventie, inclusief gezondheidsbevordering voor de bevolking of specifieke groepen. Deze wet is in werking getreden op 1 december 2008 en geeft gemeenten veel beleidsvrijheid, wat maakt dat er maximaal ingezet kan worden op preventie als er lokale situaties en problemen spelen bijvoorbeeld rond risicogroepen. De gemeente moet een lokale nota gezondheidsbeleid opstellen.
Preventie voor jeugd in het kader van jeugdgezondheidszorg valt grotendeels onder de Wet publieke gezondheid. Preventie door jeugdwelzijnswerk valt onder de Jeugdwet (zoals ambulant jongerenwerk).
Schuldhulpverlening is een wettelijke taak van de gemeente sinds de inwerkingtreding van de Wgs in 2012. De uitvoering van deze wet wordt door Orionis Walcheren gedaan.
In 2018 is de Brede Schuldenaanpak van start gegaan. In die Brede Schuldenaanpak staan als belangrijkste doelen gedefinieerd:
1 januari 2021 is de Wgs gewijzigd. De wijziging van de Wgs dient twee doelen, namelijk:
Op 7 juli 2021 is het Middelburgs Model vastgesteld door de gemeenteraad van Middelburg. Door middel van de hierin beschreven transformatie wil de gemeente passende zorg en ondersteuning voor haar inwoners nu en in de toekomst waarborgen.
In het beleidskader over het Middelburgs Model formuleerden we al onze belangrijkste beleidsdoelen: normaliseren, preventie en kwaliteit van dienstverlening. De beleidsdoelen dragen bij aan het bereiken van ons hoogste doel en zijn richtinggevend voor de drie verschillende onderdelen van het Middelburgs Model:
Iedere Middelburger moeten kunnen rekenen op passende zorg en ondersteuning. Nu en in de toekomst. Onder passend verstaan we kwalitatief goed, toegankelijk en betaalbaar. De zorg en ondersteuning die we bieden is waardegedreven. Dat wil zeggen dat de zorg en ondersteuning in samenspraak met de inwoner wordt ingevuld en uitgaat van de persoonlijke situatie. Het voegt waarde toe vanuit het perspectief van de inwoner. De inwoner staat centraal.
Om passende zorg en ondersteuning nu en in de toekomst mogelijk te maken, werken we via het Middelburgs Model aan een verdere transformatie van de zorg- en ondersteuningsstructuur in Middelburg. Voor de begeleiding van de implementatie werken we met de volgende drie centrale beleidsdoelen:
Het stimuleren van oplossingen in het gewone leven. Iedereen kent onderweg in het leven tegenslag. Veel mensen ervaren wel eens gevoelens van niet mee kunnen komen, er niet bij horen of niet kunnen tippen aan het perfecte plaatje zoals ons dat bijvoorbeeld via social media wordt voorgespiegeld. Ook ziekte en verlies horen helaas bij het leven. Door hier samen op school, op het werk of met onze vrienden over te praten, ontdekken we dat we hierin niet alleen staan en zien we dat gevoelens van kwetsbaarheid en onzekerheid bij het normale leven horen. Veel vragen kunnen worden opgelost in het gewone leven. Normaliseren staat voor ons in de eerste plaats voor het mensen helpen zichzelf te helpen en elkaar, niet te snel in termen van een (gemeentelijk) aanbod te denken, maar juist in het gewone leven weer ruimte te maken voor wie we zijn, met alle leuke en minder leuke dingen die daar bij horen. Kortom gewone problemen, accepteren en indien nodig op te lossen. Echter als het nodig is heeft de gemeente een breed aanbod aan algemene voorzieningen van hulp en ondersteuning en een brede toegang voor specialistische hulp en ondersteuning. De stuurdoelen die we hierbij voor de komende periode benoemen zijn:
Onder de noemer Preventie worden acties en activiteiten ingezet, geïnitieerd en gestimuleerd om een hoger doel te bereiken. Met als beoogd resultaat het voorkomen en beperken van problemen door van te voren in te grijpen. In zijn algemeenheid kan preventie omschreven worden als: “het geheel van doelbewuste initiatieven die anticiperen op risicofactoren (= handelen voordat het probleem ontstaat) en ageren wanneer eerste signalen zich ontwikkelen en de problematiek aan het ontstaan is”.
Door preventief te werken bevorderen we het welzijn en welbevinden van onze inwoners en voorkomen de ontwikkeling van (zwaardere) zorg of ondersteuningsvragen. De achterliggende gedachte bij deze beleidsdoelstelling is dat voorkomen beter is dan genezen op het niveau van het
individu, bijvoorbeeld als het gaat om het gelukkig en gezond opgroeien van onze jeugd. We werken aan onze ambitie door problemen in de breedste zin van het woord sneller te signaleren en daar op in te spelen. Daarnaast realiseren we een goed, toegankelijke sociale infrastructuur en laagdrempelige (welzijns)voorzieningen. Het gaat niet om wat iemand niet meer kan, maar juist om wat iemand wel kan, belangrijk vindt en eventueel wil veranderen.
Volksgezondheid willen we integreren in het sociaal en fysieke domein, mede vanwege het feit dat de focus op preventie de gemene deler is tussen positieve gezondheid en het sociaal domein.
Vanuit verschillende invalshoeken wordt ingezet op versterking van preventieve inzet, zowel op het niveau van primaire preventie (voorkomen), secundaire preventie (vroegsignalering) en tertiaire preventie (vergroten zelfredzaamheid waardoor de zorgvraag afneemt).De stuurdoelen die we hierbij voor de komende periode benoemen zijn:
Het bieden van kwalitatief goede zorg en ondersteuning is een belangrijk doel voor de gemeente. Elke inwoner met een zorg-of ondersteuningsvraag is anders en brengt eigen vragen en oplossingsrichtingen mee. De kwaliteit van zorg of ondersteuning hangt in de eerste plaats af van een goede vraagverheldering samen met de inwoner. Dit gaat veel verder dan het voorleggen van verschillende voorzieningen aan de inwoner om hier vervolgens samen een keuze in te maken.
Het gaat er vooral om zo goed mogelijk aan te sluiten bij zijn of haar leefwereld en samen te bekijken welke rol het sociaal netwerk kan spelen. Juist door daarbij ook te kijken naar wat wel kan en wat voor de inwoner belangrijk is, in plaats van wat niet meer kan (positieve gezondheid) kan weer perspectief ontstaan op meer welbevinden, veerkracht en zingeving. Het belang van waardegedreven werken geldt des te meer wanneer de zorg complexer is of duurzaam moet zijn. Als er zorg of ondersteuning is vanuit meerdere disciplines of aanbieders, is het organiseren van samenhang en coördinatie van belang om vermindering van eigen regie bij de inwoner te voorkomen en ervoor te zorgen dat ingezette interventies elkaar versterken en niet tegenwerken. Dat vraagt om een integrale aanpak, waarbij meerdere partijen betrokken kunnen zijn. De inwoner blijft hierin centraal staan. Door bijvoorbeeld een preventieve aanpak te combineren met kortdurende inzet van specialistische zorg kan structurele inzet van zwaardere zorg voorkomen worden. De stuurdoelen die we hierbij voor de komende periode benoemen zijn:
De uitvoering van de Wmo 2015 en de Jeugdwet wordt in Middelburg verder vormgegeven via het Middelburgs Model. Momenteel wordt nog te vaak vanuit het aanbod van de gemeente gedacht. Dit aanbod hebben we niet zelf, maar dit subsidiëren of kopen we in bij partners en zorgaanbieders. Waar mogelijk worden vragen opgelost in het gewone leven en niet met een zorg- of ondersteuningsaanbod van de gemeente. En we willen meer werken aan preventie om daarmee (zwaardere) zorg of ondersteuningsvragen te voorkomen.
Deze transformatie betekent dat we gaan investeren in een goed aanbod aan algemene, voorzieningen. Hiermee bedoelen we laagdrempelig, voor iedereen toegankelijk, op korte afstand, goed vindbaar en zonder indicatie voor jeugdigen, ouders en volwassenen. Een toegankelijk, preventief werkend en goed functionerend aanbod van algemene voorzieningen draagt bij aan de sociale samenhang, de zelfredzaamheid en de participatie van inwoners. Hiervoor is het verstrekken van de algemene voorzieningen essentieel. De stuurdoelen zijn:
De toegang tot maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo 2015 en de niet vrij toegankelijke voorzieningen op grond van de Jeugdwet is neergelegd bij de afdeling Toegang in Middelburg (TIM). Daarnaast is er ook een Sociaal Team in ontwikkeling. Hieronder bespreken we beide teams.
In de Jeugdwet heeft de wetgever bepaald dat naast de toegang via de gemeente ook jeugdhulp ingezet kan worden door de medisch specialist, de huisarts, de rechter of de Gecertificeerde Instelling. Dit zijn wettelijke verwijzers. Zij hebben de mogelijkheid om een jeugdige of ouders te verwijzen naar een door de gemeente gecontracteerde jeugdhulpaanbieder.
De gemeente heeft sinds 2015 ook de taak erbij gekregen om de toegang tot jeugdhulp in te richten. In de gemeente Middelburg is de toegang belegd bij de afdeling TIM. In de Wmo 2015 zijn er geen andere wettelijke verwijzers. De toegang voor een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 ook belegd bij TIM. Op deze wijze kunnen vragen om een jeugdhulp- en/of Wmo maatwerkvoorziening door inwoners integraal opgepakt worden.
De klantreis van een inwoner start met een hulpvraag die de inwoner kan stellen aan de consulenten van TIM, maar kan ook beginnen bij het Sociaal Team. Vervolgens wordt onderzocht welke problematiek er is en of deze is op te lossen door middel van eigen kracht, het sociaal netwerk of een algemene voorziening. Ook wordt gekeken of er andere wetten voorliggend zijn die een oplossing bieden voor de hulpvraag.
Dit onderzoek kan leiden tot het verwijzen naar een algemene voorziening, omdat daardoor voldoende ondersteuning aan de inwoner wordt geboden. Het onderzoek kan ook resulteren in het verstrekken van een maatwerkvoorziening (Wmo 2015) of een individuele voorziening (Jeugdwet). De voorziening wordt vastgelegd in een beschikking.
Met de vaststelling van het Middelburgs Model is de intentie uitgesproken om een Sociaal Team te ontwikkelen. De bedoeling is dat het Sociaal Team laagdrempelig en
toegankelijk is en inwoners er terecht kunnen met hun brede ondersteuningsvragen (Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, Jeugdwet, Participatiewet, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening). De gedachte is één sociaal team voor Middelburgers, dat bereikbaar is fysiek, telefonisch en online op één of meerdere locaties in de stad. De verwachting is dat meer ondersteuning vanuit de algemene (gebruikelijke) voorzieningen ingezet kan worden met op de langere termijn een afname van de druk op geïndiceerde voorzieningen (maatwerk- of individuele voorzieningen). Een heldere, eenduidige en integrale klantroute tussen het Sociaal Team en TIM, het tot stand brengen van op elkaar afgestemde inzet van algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen en heldere afspraken over regievoering
zijn belangrijke aandachtspunten voor de komende periode. Het Sociaal Team wordt een partner van TIM.
Het Sociaal Team zal een vergelijkbare samenwerking tot stand moeten brengen met Orionis daar waar het gaat om de uitvoering van de Participatiewet en de Wet op de gemeentelijke schuldhulpverlening.
Het uitgangspunt van de Wmo 2015 is maatschappelijk participeren. Dit betekent dat iedereen kan meedoen en dat de zelfredzaamheid wordt bevorderd. Het uitgangspunt van de Jeugdwet is gezond en veilig opgroeien, groeien naar zelfstandigheid en maatschappelijke participeren. De invulling van deze uitgangspunten zijn verder uitgewerkt in het Middelburgs Model. De gemeente heeft beleidsruimte om naar eigen inzicht voorzieningen in te richten. Vanuit juridisch oogpunt is er een onderscheid te maken tussen algemene voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen, vrij toegankelijke voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. Hieronder gaan we nader op ze in.
Algemene voorzieningen zijn een belangrijk instrument voor ondersteuning en participatie van inwoners. Binnen de gemeente Middelburg hebben we momenteel een rijk aanbod aan algemene voorzieningen. Het speelveld waarin de voorzieningen zich bevinden, is echter alles behalve statisch en de voortdurende ontwikkelingen vragen om een koers voor de toekomst. We koersen daarbij op een solide aanbod van algemene voorzieningen, eenvoudig toegankelijk voor de inwoners van de gemeente Middelburg. Deze zogenaamde sociale basis is een belangrijke voorwaarde om de transformatie binnen het sociaal domein te ondersteunen en het beroep op Wmo-maatwerkvoorzieningen te verminderen. Een goed aanbod van algemene voorzieningen helpt mensen zelfredzaam te zijn en te blijven. Daardoor kunnen ze langer zelfstandig thuis blijven wonen en is minder, of pas op een later moment, (dure) zorg nodig. We noemen dit ook wel de transformatie van 2de lijn naar 1ste lijn.
Het begrip Algemene voorziening is in de Wmo 2015 gedefinieerd als "het aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning" (artikel 1.1.1 lid 1 Wmo 2015).
In de Wmo 2015 wordt een onderscheid gemaakt tussen algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. Algemene voorzieningen zijn laagdrempelig en zonder indicatie van de gemeente beschikbaar. Een inwoner kan dus ook zonder tussenkomst van de gemeente gebruik maken van algemene voorzieningen. Algemene voorzieningen hebben vaak een preventief karakter.
Algemene voorzieningen zijn voorliggend op en bieden een alternatief voor maatwerkvoorzieningen. In het totale individuele ondersteuningsarrangement vormen eigen kracht, ondersteuning vanuit het eigen netwerk, algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen een integraal, elkaar aanvullend pakket.
In de Jeugdwet is geen definitie opgenomen van wat onder een algemene voorziening of vrij toegankelijke voorziening wordt verstaan. In artikel 2.1 van de Jeugdwet staat daarentegen wel beschreven dat het gemeentelijke beleid mede gericht moet zijn op preventie. Het vroegtijdig signaleren van problemen en vroege interventie daarvan zorgt ervoor dat problemen niet ernstiger worden. Het versterken van het opvoedkundig klimaat en de mogelijkheid tot inzetten van laagdrempelige hulp dragen bij aan de doelstellingen van de Jeugdwet, namelijk het veilig en gezond opgroeien, groeien naar zelfstandigheid en maatschappelijk participeren.
Als in dit beleidsplan gesproken wordt over algemene voorzieningen dan bedoelen we daarmee ook voorzieningen gericht op jeugdigen en hun ouders (vrij toegankelijke voorzieningen). Een algemene voorziening moet naast de doelstelling uit de Jeugdwet bijdragen aan:
5.1.1 Doelstellingen Algemene Voorzieningen
We onderscheiden voor de algemene voorzieningen de volgende doelstellingen:
1. Inwoners in staat stellen zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving te blijven wonen en veilig, gezond en kansrijk op te groeien door zelfredzaamheid en participatie te bevorderen met laagdrempelige toegankelijke, herkenbare dienstverlening in de wijken en kernen.
a) Een zo licht (collectief in plaats van individueel), regulier en ontwikkelingsgericht mogelijke passende voorziening inzetten (goedkoopst compenserend oplossing) ter voorkoming of ter beperking van het beroep op maatwerk- en individuele voorzieningen.
2. De samenredzaamheid bevorderen van 0-100 jaar.
a) De sociale samenhang, leefbaarheid en veiligheid in de wijken en kernen te bevorderen (o.a. door het voorkomen van overlast) en inwoners te verbinden;
b) Mantelzorgers ondersteunen en overbelasting voorkomen;
c) Vrijwilligerswerk te bevorderen en te ondersteunen.
5.1.2 Functies van algemene voorzieningen
Algemene voorzieningen zijn brede voorzieningen met een veelal preventief karakter. Door dit preventieve karakter willen we voorkomen dat inwoners zwaardere zorg nodig hebben en zorgen dat iedereen in Middelburg zoveel mogelijk mee kan doen. Algemene voorzieningen zijn hierdoor breed inzetbaar op alle levensgebieden van mensen. In de kern willen we met algemene voorzieningen bereiken dat alle inwoners maatschappelijk kunnen participeren en zelfredzaam zijn. Deze twee begrippen worden hieronder verder toegelicht.
Het is de ambitie van de gemeente Middelburg dat alle inwoners meedoen, ongeacht waar zij vandaan komen, of zij een beperking hebben, hun inkomenspositie of hun geaardheid. Met meedoen bedoelen we dat iedereen mee kan doen aan alle facetten van het leven. Denk hierbij bijvoorbeeld aan arbeid, dagbesteding en vrijetijdsbesteding. Alle inwoners krijgen kansen en worden uitgenodigd om mee te doen, ook mensen voor wie meedoen niet vanzelfsprekend is.
Binnen de gemeente Middelburg hebben we de ambitie dat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Daarvoor is het belangrijk dat mensen zo lang mogelijk dingen zelf blijven doen, zelfredzaam zijn dus. Soms hebben inwoners hier (tijdelijk) ondersteuning bij nodig. Een algemene voorziening kan mensen het zetje geven dat zij nodig hebben om langer zelfredzaam te blijven. Jongeren groeien veilig en gezond op en worden voorbereid op de toekomst.
5.1.3 Vormen van algemene voorzieningen
Hieronder gaan we in op de algemene voorzieningen in de gemeente Middelburg. Maar we willen niet onbenoemd laten dat andere organisaties bijdragen aan de Middelburgse samenleving, zoals kerken, sportverenigingen, etc.. Dit zijn echter geen algemene voorzieningen zoals bedoeld in de wetten. We willen daarentegen niet onbenoemd laten dat het wel onmisbare schakels zijn in de sociale kaart van de gemeente Middelburg.
Op verschillende locaties in de gemeente Middelburg kunnen inwoners (zowel volwassenen als jeugdigen) elkaar op laagdrempelige wijze ontmoeten en deelnemen aan activiteiten in inloopvoorzieningen. Het doel van inloopvoorzieningen is het stimuleren van ontmoeting, het bevorderen van welzijn en participatie en het bieden van een laagdrempelige plek waar inwoners terecht kunnen met lichte ondersteuningsvragen, inloopvoorzieningen kunnen ook toeleiden naar de juiste plek, bijvoorbeeld hulp bij het invullen van formulieren. Inloopvoorzieningen zijn vaak voor iedereen toegankelijk, maar kunnen ook gericht zijn op een specifieke doelgroep.
Inloopvoorzieningen bieden aan (kwetsbare) inwoners een plek waar zij zonder drempels of afspraak kunnen aanschuiven voor koffie, een gesprek of een activiteit. Daarmee vervullen medewerkers van inloopvoorzieningen tevens een waakvlamfunctie; zij kunnen signaleren of het goed gaat met mensen of dat er bijvoorbeeld sprake is van terugval.
Welzijnswerk heeft ten doel om het welzijn van inwoners te bevorderen en de sociale samenhang en leefbaarheid in onze wijken en buurten te ondersteunen. De eigen kracht van inwoners speelt daarbij een centrale rol. Welzijnswerk staat dicht bij de burger en het zorgt voor verbinding van mensen en initiatieven. Welzijnswerk kenmerkt zich door een ‘er-op-af-mentaliteit’ en een vindplaatsgerichte werkwijze, bijvoorbeeld door aanwezigheid op scholen of in de buurt.
Welzijnswerk combineert een overwegend collectieve werkwijze met een individuele. Via jongerencentra bijvoorbeeld biedt het welzijnswerk activiteiten gericht op groepen jongeren en tegelijkertijd is hier ruimte voor het 1-op-1 gesprek tussen jongere en jongerenwerker.
Welzijnswerk heeft een belangrijke signaleringsfunctie en is goed bekend met de sociale kaart. Welzijnswerkers zijn aanspreekpunt voor bewoners in de buurt. Ze pakken signalen op en pakken als nodig problemen aan rond bijvoorbeeld leefbaarheid en veiligheid, verslaving, eenzaamheid, overlast, radicalisering en huiselijk geweld. Ook is waakvlamcontact mogelijk. Het doel van waakvlamcontact is het voorkomen van grote terugval door inwoners (personen/huishoudens) door hen in beeld te houden.
Maatschappelijke Dienstverlening
Maatschappelijke dienstverlening heeft als doel om mensen te ondersteunen bij het oplossen van problemen in hun dagelijks leven, zodat zij mee kunnen doen aan de maatschappij. Het is een laagdrempelige voorziening waar iedereen een beroep op kan doen. In tegenstelling tot het welzijnswerk is maatschappelijke dienstverlening overwegend gericht op het individu en/of het gezin. Maatschappelijke dienstverlening zet met lichte vormen van begeleiding in op een positieve gezondheid en het versterken van de sociale en mentale veerkracht van inwoners. Onder maatschappelijke dienstverlening vallen onder andere algemeen maatschappelijk werk, schoolmaatschappelijk werk, sociaal juridische dienstverlening en thuisbegeleiding. Sociaal werkers bieden onder andere (psychosociale) ondersteuning en informatie en advies bij problemen in de relatie, op school of werk, bij opvoeden en opgroeien of bij problemen met geldzaken of instanties.
De gemeente Middelburg ontwikkelt op dit moment in samenwerking met uitvoeringsorganisaties een sociaal team. De belangrijkste kaders voor het dienstverleningsconcept van het toekomstige team leggen wij hieronder vast.
Het sociaal team is een multidisciplinair team waarin professionals uit een verschillende disciplines samenwerken aan vindbare en toegankelijke dienstverlening, vroegsignalering, het verminderen van het beroep op specialistische ondersteuning en een integrale aanpak van vragen van inwoners. Het sociaal team geeft informatie en advies, verheldert de vraag samen met de inwoner, biedt zo nodig zelf (kortdurende) ondersteuning, helpt de inwoner bij het voeren van zelfregie of verwijst door naar andere voorzieningen en/of de toegang bij TIM en/ of Orionis. Inwoners kunnen er onder andere terecht voor vragen en ondersteuning op het gebied van gezondheid, zorg, welzijn, activering, inkomen schulden, opvoeden en opgroeien. Het sociaal team werkt volgens de vijf basisfuncties voor lokale wijkteams zoals omschreven in het KPMG advies (‘Basisfuncties voor lokale teams in kaart de route en componenten onder de loep.’ KPMG 2019): veilige leefomgeving, tijdig signaleren van de vraag, vindbare en toegankelijke hulp, handelen met een brede blik, leren en verbeteren.
Bureau Slachtofferhulp is er voor slachtoffers van misdrijven, verkeersongevallen, rampen en calamiteiten. Naast de slachtoffers kunnen ook familieleden, kennissen van betrokkenen, nabestaanden, getuigen en veroorzakers hulp krijgen.
Onafhankelijke cliëntondersteuning
De gemeenten moeten zorgen voor gratis cliëntondersteuning. Dit is volgens de Wmo 2015 onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen. Middelburg werkt deze algemene voorziening verder uit binnen het koplopertraject. Gemeenten krijgen daarbij ondersteuning
van Movisie om de bekendheid van cliëntondersteuning te vergroten en om cliëntondersteuning verder te ontwikkelen. Dit traject loopt in het jaar 2022 en naar verwachting in 2023 in samenhang met het Sociaal Team.
Bijna iedereen levert op een bepaald moment in zijn leven mantelzorg. Deze zorg voor de naaste vraagt soms veel. Binnen de algemene voorzieningen wordt directe ondersteuning (bijvoorbeeld respijtzorg) en indirecte ondersteuning (bijvoorbeeld collectieve informatiesessies) geboden aan mantelzorgers.
Vrijwillige inzet, al dan niet gericht op het ondersteunen van mensen in een kwetsbare positie, levert een essentiële bijdrage aan de sociale samenhang in onze gemeente.
Vrijwilligersondersteuning helpt vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties om zich te kunnen inzetten voor de Middelburgse samenleving. Vrijwilligersondersteuning kan onder andere bestaan uit het matchen van mensen die vrijwilligerswerk willen doen aan vrijwilligersvacatures en het bieden van cursussen en advies aan vrijwilligersorganisaties of vrijwilligers.
Een term die in de Wmo 2015 vaak wordt gebruikt is algemeen gebruikelijke voorziening. Een algemeen gebruikelijke voorziening is niet hetzelfde als een algemene voorziening. Een dienst, hulpmiddel, woningaanpassing of andere maatregel kan als algemeen gebruikelijk worden aangemerkt als deze:
De gemeente hoeft geen maatwerkvoorziening te verstrekken wanneer diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen, of andere maatregelen die algemeen gebruikelijk zijn, uitkomst kunnen bieden voor de cliënt. Voorbeelden van algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn: steunen in het toilet, een douchekruk, een thermostatische mengkraan, een glazenwasservice en de boodschappendienst van de supermarkt.
In het kader van de Jeugdwet worden algemene voorzieningen vrij toegankelijke voorzieningen genoemd.
Vrij toegankelijke voorzieningen zijn voorzieningen waar ouders en jeugdigen gebruik van kunnen maken. Bijvoorbeeld het consultatiebureau, het schoolmaatschappelijk werk, de school, de sportclub, de peuterspeelzaal, het jongerenwerk. De gemeenteraad kan bij verordening voorzieningen aanmerken als vrij toegankelijk.
De volgende vrij toegankelijke voorzieningen voor Jeugdhulp zijn in de verordening beschreven:
Lichte vormen van opvoedingsondersteuning: Opvoedingsondersteuning omvat alle soorten ondersteuning van ouders die een opvoedvraag of opvoedprobleem hebben. De definitie luidt: het ondersteunen van ouders bij de opvoeding om een optimale ontwikkeling van kinderen te bevorderen. Opvoedingsondersteuning heeft enerzijds als doel om de ouderlijke opvoedvaardigheden te verbeteren, opvoedcompetenties te vergroten, een positief ondersteunend opvoedklimaat te bevorderen en het sociale netwerk rondom gezinnen te versterken. Anderzijds is het doel om problemen bij het opvoeden en opgroeien in een vroeg stadium te verminderen of op te lossen. Het uiteindelijke doel van de ondersteuning van de ouders is een positieve ontwikkeling van kinderen te optimaliseren.
Trajectgroep: Voor sommige leerlingen is het, om verschillende redenen, tijdelijk niet mogelijk volledig onderwijs te volgen in de reguliere klas. Voor deze leerlingen is er de mogelijkheid om onderwijs te volgen in een zogenaamde trajectgroep. Dit is een hele specialistische vorm van extra ondersteuning op de reguliere school, die in een vroegtijdig stadium kan worden ingezet voordat gedrag of situaties escaleren.
Schoolmaatschappelijk werk: Schoolmaatschappelijk werk is een laagdrempelige voorziening, aanwezig op school, welke erop gericht is om problemen vroegtijdig te signaleren en aan te pakken. Zij vervult een brugfunctie tussen kind, ouders, school en (jeugd-)zorginstellingen en richt zich op het kind bij wie de ontwikkeling stagneert. De begeleiding richt zich op degenen die invloed hebben op die situatie. Enerzijds zijn dit de ouders en verzorgers, anderzijds zijn dat bijvoorbeeld leerkrachten en de (jeugd-
Kerntaken van schoolmaatschappelijk werk zijn:
Concreet betekent dit dat de schoolmaatschappelijk werker niet alleen signaleert, begeleidt, coördineert en verwijst, maar bijvoorbeeld ook een spreekuur kan organiseren voor leerlingen of een koffie-/themabijeenkomst voor ouders. Bovendien is er regelmatig overleg met leerkrachten, intern begeleider, directeur, eventueel aanwezige orthopedagoog en (jeugd-)hulpverlening over leerlingen die extra begeleiding nodig hebben.
Jongerenwerk: Jongerenwerkers bieden laagdrempelige ondersteuning aan jongeren in hun ontwikkeling naar volwassenheid. Ze doen dit door contact te maken, te signaleren, te motiveren, op te voeden en te activeren. Daarbij werken jongerenwerkers met diverse partners samen, zoals ouders, scholen, jeugdhulp, wijkteams en politie. Ook komt de nadruk steeds meer te liggen op vraaggericht werken in plaats van aanbodgericht werken.
Een maatwerkvoorziening is een op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van ondersteuning, hulpmiddelen (zoals een traplift of aangepaste rolstoel), woningaanpassingen en andere vormen van mogelijke ondersteuning. In het kader van de Jeugdwet wordt gesproken over een individuele voorziening die ingezet wordt als specialistische jeugdhulp nodig is zoals intensieve vormen van opvoedhulp, psychologische hulp, behandeling en persoonlijke begeleiding. Ook pleegzorg hoort hierbij. Op basis van een onderzoek wordt beoordeeld of iemand een maatwerkwerkvoorziening of individuele voorziening nodig heeft. Indien hier een aanvraag uit volgt neemt het college een besluit dat wordt vastgelegd in een beschikking. In de verordening en nadere regels wordt deze procedure verder uitgewerkt.
Wanneer iemand met inzet van eigen kracht, gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen niet of onvoldoende in staat is tot zelfredzaamheid of participatie komt de betrokkene in aanmerking voor een maatwerkvoorziening.
De maatwerkvoorziening of individuele voorziening kan worden verstrekt als zorg in natura of via een persoonsgebonden budget. In het geval van een verstrekking via zorg in natura heeft de gemeente met de aanbieder een overeenkomst gesloten. Zorgaanbieders en jeugdhulpaanbieders dienen te voldoen aan de kwaliteitseisen die respectievelijk door de Wmo 2015 en de Jeugdwet worden voorgeschreven. Als een inwoner een persoonsgebonden budget wil, en wanneer ZIN niet passend is, wordt hulp via dat budget door de inwoner zelf ingekocht. Ook dan geldt dat de zorg en jeugdhulp aan vastgestelde kwaliteitseisen moet voldoen.
De gemeente heeft beleidsvrijheid in de keuze op welke wijze de voorzieningen gefinancierd worden. Dat kan via inkoop: het verstrekken van een overheidsopdracht. Ook kan de gemeente maatschappelijke organisaties subsidie verlenen om activiteiten te ontplooien die bijdragen aan het realiseren van de doelen uit het Middelburgs Model en dit beleidsplan.
De Algemene Subsidieverordening Middelburg 2022 geeft ruimte om nadere regels te maken op beleidsonderwerp. Voor de algemene voorzieningen is het mogelijk om deze via subsidie te financieren. Waar subsidie verleend wordt voor professionele inzet, dient deze voornamelijk gericht te zijn op het voorkomen, beperken of vertragen van de inzet van maatwerkvoorzieningen.
Daarvoor is het nodig dat nadere regels worden opgesteld. In de nadere regels worden keuzes gemaakt over de aanvraagprocedure, de benodigde stukken bij de aanvraag, beslistermijnen, verplichtingen en wijze van verantwoorden. Ook wordt bij nadere regeling bepaald of er een subsidieplafond wordt ingesteld en op welke wijze subsidie verdeeld wordt. Voor de verdeling van subsidie kan gekozen worden voor een wie het eerst komt, eerst maalt systeem of voor een tenderprocedure. Kenmerkend voor een tenderprocedure is dat het gaat om een rangschikking van de subsidieaanvragen op basis van een (onderlinge) vergelijking op één en hetzelfde moment onder dezelfde omstandigheden. De aanvragen die aan de drempelvereisten voldoen en in principe dus in aanmerking kunnen komen voor een subsidie, worden beoordeeld aan de hand van objectieve criteria. De beoordeling van de aanvragen leidt bij het overschrijden van het subsidieplafond tot een rangschikking waarbij de kwalitatief beste aanvragen het hoogst eindigen en met voorrang in aanmerking komen voor subsidie. Het kiezen voor het volgen van een tenderprocedure ligt voor de hand wanneer de kwaliteit van een aanvraag van invloed is op het realiseren van het doel van een subsidieregeling.
Er is voldoende tijd nodig om de in deze nota geformuleerde kaders te vertalen naar een subsidieregeling en de daarbij behorende formulieren. We streven naar een zorgvuldig verleningsproces en publiceren de Subsidieregeling algemene voorzieningen uiterlijk januari 2023. Dat betekent dat de nieuwe regels van toepassing zijn op aanvragen voor subsidie over het jaar 2024. De aanvragers hebben tot 1 juni 2023 de tijd om een aanvraag in te dienen. Eind december 2023 vernemen de aanvragers of en hoeveel subsidie zij ontvangen.
Een subsidieregeling met een langere duur geeft rust voor inwoners en aanbieders. We kunnen daarom na een tenderprocedure afspraken maken voor drie jaar met opties tot tenminste drie keer een jaar verlengen.
Deze afspraken worden dan vastgelegd in een subsidieovereenkomst. Een voorbeeld van afspraken die in de overeenkomst opgenomen kunnen worden is de borging van de kwaliteit van dienstverlening van de subsidie ontvangende organisatie.
Er wordt vervolgens wel door de subsidie ontvangende organisatie jaarlijks een aanvraag ingediend voor subsidie, zodat op deze manier grip gehouden wordt op de naleving en borging van de afspraken.
6.2 Jaarlijkse index verankerd
We indexeren per 2024 jaarlijks, dit verankeren we in de subsidieregeling. De subsidie wordt jaarlijks geïndexeerd met het percentage van de gewogen index die de gemeente hanteert in de Meerjaren Programma Begroting (MPB). De gemeenteraad kan wel gebruikmaken van het begrotingsvoorbehoud.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2022-357741.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.