Overwegende:
dat de Rijksstraatweg gelegen is binnen de bebouwde kom van Haarlem;
dat de Rijksstraatweg in beheer is bij de gemeente Haarlem;
dat de Rijksstraatweg een weg is zoals bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;
dat gelet op dit artikel het college van burgemeester en wethouders van Haarlem bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor de genoemde weg;
dat de bevoegdheid voor het nemen van verkeersbesluiten door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem is gemandateerd aan het afdelingshoofd Beheer en Beleid Openbare Ruimte;
dat de Rijksstraatweg in de Structuurvisie Openbare Ruimte (hierna: SOR) is gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg;
dat de verblijfsfunctie op een gebiedsontsluitingsweg ondergeschikt is aan de verkeersfunctie;
dat nabij het centrum diverse functies zijn gelegen met een behoefte aan bevoorrading;
dat op de hoek van de Rijksstraatweg met de Jan Gijzenkade de Rijksstraatweg, in het perceel Jan Gijzenkade 179 een sushirestaurant -met afhaal en bezorgservice- is gevestigd;
dat dit sushirestaurant, uitgezonderd op maandag, dagelijks wordt bevoorraad;
dat langs de rijbaan van de Rijksstraatweg, ter hoogte van dit sushirestaurant een parkeerstrook is gelegen;
dat die parkeerstrook frequent worden gebruikt door parkeerders;
dat op die parkeerstrook in de huidige situatie niet een gedeelte is aangewezen als laad- en los gelegenheid, waardoor bevoorradend verkeer niet altijd gebruik kan maken van een deel van deze strook;
dat het bevoorradend verkeer om die reden te vaak op de rijbaan moet stilstaan om te kunnen laden of te lossen;
dat daarmee regelmatig de doorgang voor het overige verkeer wordt gehinderd of zelfs belemmerd;
dat er dagelijks de behoefte is tot laden en lossen om het restaurant te bevoorraden, en goederen en materiaal af te voeren;
dat het gewenst is om nabij het restaurant een parkeervak beschikbaar te houden voor het bevoorradend verkeer, gedurende een korte dagelijkse periode;
dat dit gerealiseerd kan worden door langs de Rijksstraatweg, nabij no.317, een parkeervak aan te wijzen als gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen, waarbij de werkingssfeer daarvan wordt beperkt door middel van een onderbord waarop de venstertijden tot laden en lossen staan vermeld;
dat de laad- en losgelegenheid voor algemeen gebruik wordt aangewezen door middel van het plaatsen van het verkeersbord E7 van bijlage 1 van het RVV 1990 met een onderbord waarop de dagen en tijden bestemd voor dagelijks laden en lossen, te weten op dinsdag tot en met zondag tussen 11 en 15 uur staat vermeld;
dat dit gebruik geregeld is in artikel 24, lid 1, sub f van het RVV 1990, namelijk ‘de bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren op een gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen’;
dat buiten dit tijdvak het parkeervak beschikbaar is voor alle parkeerders;
dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het plaatsen van het verkeersbord E7 van bijlage 1 van het RVV 1990 -tezamen met het onderbord- een verkeersbesluit is vereist;
dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de hiervoor genoemde verkeersmaatregel strekt tot het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer in het geding komt bij het treffen van deze verkeersmaatregel;
dat het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer voor deze verkeersmaatregel minder belangrijk wordt geacht dan het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de gemandateerde van de politie;
dat de politie heeft ingestemd met de hierna genoemde verkeersmaatregel, met dien verstande dat geadviseerd wordt om de begrenzing van de laad- en losgelegenheid te markeren.