39ste wijziging van de Nadere regels subsidieverstrekking gemeente Breda 2017

Bekendmaking

 

Burgemeester en wethouders van Breda maken bekend dat zij op 5 juli 2022 de 39ste wijziging van de Nadere regels subsidieverstrekking gemeente Breda 2017 hebben vastgesteld.

 

Inwerkingtreding

 

De 39ste wijziging van de nadere regels wordt van kracht met ingang van de dag na die van deze bekendmaking.

 

Rechtsmiddelen

 

Tegen het besluit tot vaststelling van de nadere regels is geen bezwaar of beroep mogelijk.

 

Tekst nadere regels

 

Burgemeester en wethouders van Breda,

 

Gelet op artikel 1:3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Breda 2017;

 

besluiten vast te stellen de:

 

39ste wijziging van de Nadere Regels Subsidieverstrekking gemeente Breda 2017

Artikel I

 

A

 

Artikel 1:9 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 1:9 Afwijking subsidieverantwoording en vaststelling

  • 1.

    Het college kan op grond van artikel 7:2, vijfde lid van de Algemene subsidieverordening Breda 2017, afwijken van bepalingen uit het eerste lid van dit artikel:

    • a.

      Subsidies tot en met €10.000 worden door het college:

      • direct vastgesteld of;

      • ambtshalve vastgesteld binnen dertien weken, nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht.

  • 2.

    Het college kan op grond van artikel 7:3, vierde lid van de Algemene subsidieverordening Breda 2017, afwijken van bepalingen uit het eerste lid van dit artikel:

    • a.

      Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 10.000,-, maar minder dan €125.000,-, dient de subsidieontvanger uiterlijk dertien weken nadat de activiteiten zijn verricht een aanvraag tot vaststelling in bij het college.

  • 3.

    Het college kan op grond van artikel 7:4, vijfde lid van de Algemene subsidieverordening Breda 2017, afwijken van bepalingen uit het eerste lid van dit artikel:

    • a.

      Indien de subsidieverlening €125.000,00 of meer bedraagt, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:

      • bij een eenmalige subsidie, uiterlijk dertien weken nadat de activiteiten zijn verricht;

      • bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 juni in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk vier maanden na het subsidietijdvak waarvoor de subsidie is verleend.

B

 

Artikel 2:1 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 2:1 Toepassingsbereik

  • 1.

    Onder ‘Beleidskader’ wordt in dit hoofdstuk verstaan: Kader Breda, samen doen 2021/2023.

  • 2.

    Dit hoofdstuk is van toepassing op aanvragen voor subsidie die betrekking hebben op een of meer van de thema’s die staan benoemd in het Beleidskader.

  • 3.

    Op aanvragen als bedoeld in het tweede lid is hoofdstuk 1 niet van toepassing, met uitzondering van artikel 1:1 en de overige bepalingen uit dat hoofdstuk die in dit hoofdstuk uitdrukkelijk van toepassing zijn verklaard.

  • 4.

    Op aanvragen als bedoeld in het tweede lid is dit hoofdstuk niet van toepassing indien op de aanvraag specifieke nadere regels als bedoeld in hoofdstuk 3 en verder van toepassing zijn.

C

 

Artikel 2:15 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 2:15 Criteria

  • 1.

    Het college kan wijksubsidie verstrekken voor het uitvoeren van een initiatief voor zover dat van belang is voor de wijk waarin het plaatsvindt

  • 2.

    Geen subsidie kan worden verstrekt voor zover het initiatief bestaat uit een straatfeest, jubileum, barbecue of reprise en daarmee naar het oordeel van het college naar haar aard vergelijkbare activiteiten. Indien de activiteit een open en toegankelijk karakter heeft en bijdraagt aan de sociale leefbaarheid en diversiteit in de wijk of dorp, kan subsidie worden verstrekt. Eten en drinken worden niet gesubsidieerd.

  • 3.

    Een subsidie kan voor maximaal twee jaar worden verstrekt.

  • 4.

    De maximale hoogte van de subsidie is gelijk aan de daadwerkelijke kosten van het initiatief.

  • 5.

    Activiteiten die worden georganiseerd rondom of verband houden met het Sinterklaasfeest dienen in lijn te zijn met de landelijke intocht van Sinterklaas. Subsidie aanvragen voor activiteiten die niet in lijn zijn met de landelijke intocht van Sinterklaas worden geweigerd vanaf 2023.

D

 

Hoofdstuk 3 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Hoofdstuk 3 Specifieke nadere regels wijk- en dorpsraden

 

Artikel 3:1 Doel

Deze regeling is bedoeld voor de wijk- en dorpsraden die het algemeen belang behartigen door hun signalerende en adviserende rol ten aanzien van de sociale en fysieke leefbaarheid en actieve betrokkenheid bij vraaggerichte (gemeentelijke) projecten en plannen op wijk- en dorpsniveau, waarbij zij daarmee een relevante samenwerkingspartner voor de gemeente zijn.

 

Artikel 3:2 Voor wie

Subsidie op grond van deze regeling kan worden aangevraagd door wijk- en dorpsraden in Breda die aan de doelstelling van artikel 3:1 voldoen.

 

Artikel 3:3 Voor wat

  • 1.

    Een subsidie kan worden verleend voor de uitvoering van een activiteit of maatregel die bijdrage levert aan het doel zoals is opgenomen in artikel 3:1 van deze regeling.

  • 2.

    Activiteiten die worden georganiseerd rondom of verband houden met het Sinterklaasfeest dienen in lijn te zijn met de landelijke intocht van Sinterklaas. Subsidie aanvragen voor activiteiten die niet in lijn zijn met de landelijke intocht van Sinterklaas worden geweigerd vanaf 2023.

Artikel 3:4 De aanvraag

  • 1.

    Aan een wijk- en dorpsraad, als bedoeld in artikel 3:2 kan jaarlijks een subsidie verleend worden van maximaal € 5.000,--, bestaande uit:

    • a.

      een bedrag van maximaal € 2.500,-- voor bureaukosten en kosten voor PR, communicatie en vergaderingen om als wijk- of dorpsraad te kunnen functioneren

    • b.

      een bedrag van maximaal € 2.500,- voor de uitvoering van activiteiten gericht op het bevorderen van de fysieke en sociale leefbaarheid in wijk of dorp.

Artikel 3:5 Bij de aanvraag in te dienen stukken

  • 1.

    Bij de aanvraag moeten de volgende stukken gevoegd zijn:

    • a.

      Een activiteitenplan, bestaande uit: onderwerpen in het fysieke en sociale domein opgenomen die aandacht verdienen in de wijk of dorp. Per onderwerp wordt inzichtelijk gemaakt wat de relatie is met (gemeentelijke) plannen en projecten en/of (bewoners)initiatieven op wijk- of dorpsniveau. Dit activiteitenplan wordt in samenspraak met de gemeente afgestemd en geëvalueerd.

Artikel 3:6 Procedure

  • 1.

    Een subsidieaanvraag wordt ingediend via www.breda.nl en dient te zijn vergezeld met een activiteitenplan en begroting.

  • 2.

    Het college beslist uiterlijk binnen dertien weken na indiening, mits volledig ingediend en voorzien van alle vereiste bijlagen zoals bedoel in artikel 3:5 van deze regeling.

E

 

Hoofdstuk 4 wordt toegevoegd en komt als volgt te luiden:

 

Hoofdstuk 4 Nadere regels voor Geweld in afhankelijkheidsrelaties en Meldpunt Crisiszorg

 

Artikel 4:1 Toepassingsbereik

  • 1.

    Onder ‘Beleidskader’ wordt in dit hoofdstuk verstaan: Regionaal beleidskader Geweld in Afhankelijkheidsrelaties en Meldpunt Crisiszorg West-Brabant 2022-2025.

  • 2.

    Dit hoofdstuk is van toepassing op aanvragen voor subsidie die betrekking hebben op het voorkomen, signaleren, stoppen en duurzaam oplossen van verschillende geweldsvormen en acute en niet-acute crises, zoals beschreven in het Beleidskader.

  • 3.

    In afwijking van artikel 1:8 Nadere regels subsidieverstrekking gemeente Breda 2017 komen de subsidies vanuit dit Beleidskader ten goede aan inwoners van gemeenten die deelnemen aan de Gemeenschappelijke regeling Geweld in Afhankelijkheidsrelaties en Meldpunt Crisiszorg.

Artikel 4:2 Voor wie

  • 1.

    Subsidie in dit hoofdstuk is bestemd voor:

    • a.

      Stichting Veilig Thuis West-Brabant;

    • b.

      Stichting Safegroup;

    • c.

      Organisaties of samenwerkingsverbanden met aantoonbare expertise op het gebied van geweld in afhankelijkheidsrelaties;

    • d.

      Meldpunt crisiszorg West-Brabant.

Artikel 4:3 Activiteiten

  • 1.

    De volgende activiteiten komen in aanmerking voor subsidie:

    • a.

      Voor de organisatie(s) genoemd in artikel 4:2 lid 1 onder a:

  • Taken van Stichting Veilig Thuis West-Brabant zoals beschreven in bijlage 1, paragraaf 1, en uitvoering taken Cirkel is Rond zoals beschreven in bijlage 1, paragraaf 3 Beleidskader.

    • b.

      Voor de organisatie(s) genoemd in artikel 4:2 lid 1 onder b:

  • Activiteiten vrouwenopvang zoals beschreven in bijlage 1, paragraaf 2, Beleidskader

    • c.

      Voor de organisatie(s) genoemd in artikel 4:2 lid 1 onder c:

  • Overige activiteiten Geweld in Afhankelijkheidsrelaties zoals beschreven in het Beleidskader in het algemeen, en in bijlage 1, paragraaf 3 in het bijzonder (uitgezonderd de taken Cirkel is Rond).

    • d.

      Voor de organisatie(s) of samenwerkingsverband genoemd in artikel 4:2 lid 1 onder d: Activiteiten meldpunt crisiszorg (acuut en niet-acuut), zoals beschreven in het Beleidskader, deel II.

Artikel 4:4 Criteria

  • 1.

    Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet worden voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      De activiteiten worden uitgevoerd in West-Brabant;

    • b.

      De activiteiten zijn gericht op voorkomen, signaleren, stoppen en duurzaam oplossen van huiselijk geweld en kindermishandeling en acute en niet-acute crises;

    • c.

      De subsidieaanvrager onderschrijft en werkt volgens de visie gefaseerd samenwerken aan veiligheid.

Artikel 4:5 Aanvraag

Subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het daarvoor bestemde aanvraagformulier, zie (www.breda.nl/subsidies).

 

Artikel 4:6 Subsidieplafond

  • 1.

    Het college stelt voor de activiteiten, zoals benoemd in artikel 4:3 per categorie een subsidieplafond vast en maakt deze bekend op de wettelijk voorgeschreven wijze.

  • 2.

    Bij de vaststelling van een subsidieplafond op grond van het eerste lid kan het college bepalen dat daarin opgenomen bedragen geoormerkt zijn voor specifieke activiteiten en voor specifieke organisaties zoals genoemd onder artikel 4:2 en 4:3.

  • 3.

    Als na indiening van subsidieaanvragen of nadat het college heeft besloten op ingediende subsidieaanvragen, het subsidieplafond als bedoeld in lid 1, door het college wordt verhoogd, kunnen aanvullende subsidieaanvragen worden ingediend die betrekking hebben op de extra gelden. Daarbij gelden dezelfde voorwaarden als in deze regeling is beschreven.

Artikel 4:7 Procedure

  • 1.

    Indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten genoemd onder artikel 4:3 lid 1 sub c én er is sprake van meerdere aanvragen voor vergelijkbare activiteiten door verschillende organisaties, dan maakt het college een weging op basis van de volgende criteria:

    • a.

      de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen en activiteiten zoals genoemd in het Beleidskader; in het bijzonder bijlage 1, maximaal 50 punten;

    • b.

      de mate waarin de activiteit specifieke deskundigheid op het gebied van GIA toevoegt die lokaal onvoldoende vertegenwoordigd is., maximaal 10 punten;

    • c.

      de mate waarin er gebruik wordt gemaakt van ervaringsdeskundigheid, maximaal 10 punten;

    • d.

      de mate waarin er wordt samengewerkt met andere relevante organisaties, maximaal 10 punten;

    • e.

      de mate van vakmanschap en relevante ervaring, maximaal 10 punten;

    • f.

      de kostprijs, maximaal 10 punten.

  • 2.

    Alleen de aanvraag met de meeste punten, zoals genoemd in het eerste lid, komt in aanmerking voor toekenning. Bij een gelijk aantal punten, wordt er geloot.

  • 3.

    Indien het totaal van de tijdig ingediende, volledige en in aanmerking komende subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond te boven gaat, zonder dat er sprake is van overlappende activiteiten, worden de aanvragen naar rato toegekend.

  • 4.

    Het college kan van de procedure zoals beschreven in het eerste, tweede en derde lid afwijken als dit in het belang is van de optimale verdeling van de beschikbare middelen.

Artikel 4:8 Weigeringsgronden

  • 1.

    In aanvulling op de weigeringsgronden zoals opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht en hoofdstuk 4 Algemene subsidieverordening Breda 2017 kan een subsidie worden geweigerd indien:

    • a.

      De subsidieaanvrager geen rechtspersoonlijkheid bezit, blijkende uit een inschrijving van Kamer van Koophandel;

    • b.

      De subsidieaanvrager geen aantoonbare relevante ervaring heeft met de activiteiten en/of doelgroep waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

    • c.

      De activiteiten alleen zijn bedoeld voor inwoners van een bepaalde gemeente of gemeenten en dus niet regionaal van aard zijn. Tenzij er sprake is van een pilot/proef, dienen subsidies ten goede te komen aan alle inwoners van West-Brabant die te maken hebben met geweld in afhankelijkheidsrelaties of crises (acuut en niet-acuut);

    • d.

      Toekenning zou kunnen leiden tot versnippering van het ondersteuningsaanbod.

F

 

Artikel 5:7 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 5:7 Voor wie

  • 1.

    Een subsidie voor maximaal twee jaar gedurende de periode 2023-2024 kan worden aangevraagd door culturele organisaties en professionele kunsten.

G

 

Artikel 5:9 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 5:9 Subsidievereisten

  • 1.

    Om voor een subsidie als bedoeld in artikel 5:7 in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      De subsidieaanvrager is gevestigd in de gemeente Breda of werkt samen met een in de gemeente Breda gevestigde culturele organisatie;

    • b.

      De subsidieaanvrager leeft de Governance Code Cultuur na;

    • c.

      De subsidieaanvrager verklaart dat hij de volgende codes onderschrijft:

      • Fair Practice Code;

      • Code Diversiteit en Inclusie.

    • d.

      De subsidieaanvrager heeft een aanvraag voor cofinanciering in de vorm van subsidie ingediend of gaat deze indienen bij een andere overheid/fonds, blijkende uit de begroting.

    • e.

      De activiteiten worden uitgevoerd in de periode 2023-2024.

  • 2.

    De subsidieaanvraag omschrijft in ieder geval:

    • a.

      De artistiek-inhoudelijke kwaliteit: Dit heeft betrekking op visie, oorspronkelijkheid, vakmanschap en zeggingskracht van de organisatie/activiteiten;

    • b.

      De zakelijke kwaliteit: Dit betreft een toelichting op de wijze waarop de bedrijfsvoering, het omgevingsbewustzijn, het ondernemerschap en de haalbaarheid van de inhoudelijke plannen en begroting inzichtelijk worden gemaakt;

    • c.

      De publiekswerking: De mate waarin de activiteiten publiekswerking hebben of gericht zijn op een specifieke doelgroep en de mate waarin er binding is met het bestaande publiek of doelgroep en inspanningen voor de duurzame opbouw en vernieuwing van publiek of doelgroep;

    • d.

      Het stedelijk en regionaal belang. De mate waarin activiteiten bijdragen aan een evenwichtige culturele infrastructuur waaronder het publieke domein. De mate waarin de activiteiten wat betreft spreiding en inhoud in Breda een bijdrage levert aan het (boven)lokale, regionale of landelijke cultuuraanbod.

H

 

Artikel 5:11 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 5:11 Subsidieplafond en verdeelcriteria

  • 1.

    Het college stelt het subsidieplafond vast en maakt deze bekend op de wettelijk voorgeschreven wijze;

  • 2.

    Bij de beoordeling op artikel 5:9, lid 2 sub a (artistiek-inhoudelijke kwaliteit) betrekt het college een of meer (externe) deskundigen met aanvullende inhoudelijke expertise.

  • 3.

    Indien de tot en met 30 september 2022 ingediende volledige subsidieaanvragen, het vastgestelde subsidieplafond genoemd in het eerste lid van dit artikel te boven gaat, maakt het college voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie, een afweging tussen de verschillende volledige aanvragen op basis van de volgende criteria:

    • a.

      de mate waarin de activiteiten een hoge artistiek-inhoudelijke kwaliteit hebben, wat betreft zeggingskracht, oorspronkelijkheid, visie en vakmanschap, te waarderen met maximaal 100 punten;

    • b.

      de mate waarin de activiteiten hoge zakelijke kwaliteit hebben, wat betreft omgevingsbewustzijn en ondernemerschap, te waarderen met maximaal 100 punten;

    • c.

      de mate waarin de activiteiten publiekswerking hebben of gericht zijn op een specifieke doelgroep, wat betreft binding met het bestaande publiek of doelgroep en inspanningen voor duurzame opbouw en vernieuwing van publiek of doelgroep, te waarderen met maximaal 100 punten;

    • d.

      de mate waarin de activiteiten bijdragen aan een evenwichtige culturele infrastructuur, wat betreft spreiding en inhoud in Breda en een bijdrage levert aan het bovenlokale, regionale of landelijke cultuuraanbod, te waarderen met maximaal 100 punten.

  • 4.

    Voor zover een subsidieaanvraag op grond van de verdeelcriteria van het derde lid minder dan 245 punten heeft behaald, wordt de subsidie op grond van deze paragraaf geweigerd.

  • 5.

    Indien toepassing van het derde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het criterium, genoemd in het derde lid, onder d, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.

  • 6.

    Indien toepassing van het vijfde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het criterium, genoemd in het derde lid, onder a, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.

  • 7.

    Indien toepassing van het zesde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting.

  • 8.

    De loting vindt plaats middels trekking in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.

  • 9.

    De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris.

  • 10.

    De eerst getrokken aanvraag wordt als hoogste gerangschikt en komt het eerst in aanmerking voor subsidie.

I

 

Artikel 5:12 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 5:12 Voor wie

Een subsidie voor een jaar kan uiterlijk 1 december 2022 worden aangevraagd door culturele organisaties, professionele kunsten en crossovers binnen de verschillende disciplines van Urban Sports & Culture.

 

J

 

Artikel 5:15 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 5:15 Subsidieplafond

  • 1.

    Het college stelt het subsidieplafond vast en maakt deze bekend op de wettelijk voorgeschreven wijze.

  • 2.

    Voor zover het totaal te verlenen subsidiebedrag op grond van deze paragraaf het in het eerste lid genoemde subsidieplafond overschrijdt, worden de te verlenen subsidiebedragen per organisatie naar rato verdeeld.

K

 

Artikel 5:17 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 5:17 Subsidievereisten

  • 1.

    Om voor een subsidie als bedoeld in artikel 5:16 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      Een organisatie heeft een rechtsvorm zonder winstoogmerk (blijkende uit een inschrijving KVK);

    • b.

      Een organisatie is statutair gevestigd in de gemeente Breda;

    • c.

      Een organisatie is minimaal 2 jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag actief op het gebied van amateurkunst, wat blijkt uit gegeven presentaties in de gemeente Breda;

    • d.

      De organisatie heeft niet-beroepsmatige kunstbeoefening tot doel hetgeen blijkt uit de statuten;

    • e.

      Er is sprake van bewijsbaar professionele artistieke leiding blijkende uit het CV van de artistiek leider. Bij groepen voor overige activiteiten op het gebied van amateurkunst is er sprake van bewijsbaar professionele artistieke leiding blijkende uit het CV en/of is er sprake van samenwerking met een culturele instelling;

    • f.

      Per categorie is een minimum aantal actieve leden vereist om voor subsidie in aanmerking te komen:

      • Toneel/Theatergroepen, minimaal 8 actieve leden;

      • Dansgroepen, minimaal 15 actieve leden;

      • Zang/Muziektheater, minimaal 20 actieve leden;

      • Kamerkoren, minimaal 10 actieve leden;

      • Hafabra, minimaal 20 actieve leden per onderdeel;

      • Orkesten, minimaal 10 actieve leden;

      • Beeldend en audiovisueel, minimaal 15 actieve leden;

      • Groepen voor overige activiteiten op het gebied van amateurkunst, minimaal 15 actieve leden.

    • g.

      De actieve leden betalen een contributie/projectbijdrage aan de organisatie voor het mogen deelnemen aan de artistieke activiteiten van de organisatie.

    • h.

      De activiteiten van de organisatie vinden met een zekere regelmaat plaats én minimaal 15 keer per jaar.

L

 

Hoofdstuk 10 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 10:1 Begripsomschrijvingen

Groene daken

Dit zijn beplante daken met een waterbergend vermogen, een substraat laag en met een gevarieerde samenstelling van sedum beplanting, grassen, kruiden en/of vaste planten.

Groene gevels

Dit zijn grondgebonden beplante gevels die indien nodig gebruik maken van klimsteunen in de vorm van een of meerdere vaste planten.

Regenwatervoorzieningen

Dit zijn voorzieningen die regenwater vasthouden en/of laten infiltreren in de bodem, zoals een voorziening met een zelfde principewerking als een verlaging in de tuin voor de tijdelijke opvang van regenwater, een regenton of een infiltratiekoffer. Verharde opritten waar grint of grasbeton wordt aangelegd, zijn ook toegestaan.

Onttegelen - en vergroenen van tuinen

Dit zijn maatregelen waarin verharding wordt verwijderd en vervangen wordt door een robuuste vergroening in de voor- en/of achtertuin. Het gaat hier om de aanleg van gras, planten, struiken en bomen.

Hemelwaterriolering

Rioolstelsel via welke uitsluitend hemelwater wordt afgevoerd.

Groene schoolpleinen

Een groen schoolplein is een natuurlijke speel- en leeromgeving. Een groen schoolplein biedt een rijk speel- en leerlandschap waar zowel ruimte is voor kinderen om vrij te spelen als voor natuur om zich te ontwikkelen en draagt bij aan biodiversiteit en aan het voorkomen van wateroverlast en hittestress.

Groenvisie bedrijventerrein

Een landschappelijke visie op het water- en groen van een (deel van een) bedrijventerrein met een doelstelling om richting te geven aan een universeel en herkenbaar toekomstbeeld van het (deel van een) bedrijventerrein. De groenvisie dient als richtsnoer voor losse projecten om met slim gekozen ontwerpprincipes, materialen en planten toe te werken naar (groene) uniformiteit.

 

Artikel 10:2 Doel van de subsidieregeling

  • 1.

    Het doel van deze subsidieregeling is het stimuleren van een maatregelpakket:

    • a.

      Dat regenwater vasthoudt waar het valt en de afvoer van regenwater op de riolering vermindert en hiermee de kans op wateroverlast beperken.

    • b.

      Die bijdraagt aan herstel van het natuurlijk watersysteem en hiermee verdroging van de bodem tegengaat.

    • c.

      Die de leefomgeving voor planten en dieren, de biodiversiteit bevordert.

    • d.

      Die door het groene karakter een positieve bijdrage levert aan verkoeling en luchtkwaliteit (opname van fijnstof) van de buitenruimte.

  • 2.

    Het doel van deze subsidieregeling specifiek voor groene Schoolpleinen is, naast de doelen uit lid 1:

    • a.

      Het creëren van een natuurlijke leefomgeving waarin bewegen en spelen wordt gestimuleerd en bijdraagt aan het mentaal welbevinden voor kinderen (<18jaar).

    • b.

      Een plek creëren waar kinderen in aanraking komen met natuur en gezonde voeding.

    • c.

      Minimaal 35% van de bespeelbare oppervlakte van de schoolomgeving heeft een natuurlijk karakter, zoals: groen oppervlak (gras, struiken en bomen), onthard oppervlak (boomsnippers, zand). Er zijn verschillende vormen van groen te onderscheiden, zoals: speelgroen (spelen in en met groen), educatief groen, eet- en ruikgroen;

    • d.

      Een groen schoolplein is ingericht met (overwegend) natuurlijke duurzame materialen, waarbij hergebruik van materialen voorop staat;

    • e.

      De speelomgeving biedt plek voor rust, natuurbeleving, creatieve vormen van spel en avontuurlijk bewegen. De basis hiervoor ligt in de diversiteit en verscheidenheid van het plein met kenmerken als hoog/laag, nat/droog, schaduw/zon;

    • f.

      Het gebruik van de buitenruimte is geïntegreerd in het lesprogramma. Naast de mogelijkheden om bijvoorbeeld taal- en rekenlessen te geven op het plein kunnen kinderen ook leren over planten, dieren, weersverschijnselen, moestuinieren en natuurlijke materialen en biedt kansen voor bewegend leren.

  • 3.

    Het doel van deze subsidieregeling specifiek voor Groene bedrijventerreinen is, naast de doelen uit lid 1:

    • a.

      Een toevoeging leveren aan de toekomstbestendigheid van het bedrijventerrein in de gemeente Breda.

Artikel 10:3 Doelgroep

  • 1.

    De subsidieregeling staat open voor alle natuurlijke personen en rechtspersonen, zoals Bedrijven, stichtingen, VVE’s en scholen , die eigenaar of huurder zijn van een bestaande opstal binnen de gemeente Breda waarvoor de subsidieaanvraag wordt gedaan.

  • 2.

    De subsidie voor het opstellen van een groenvisie staat open voor een coalitie van minimaal tien aangrenzende en/of tegenover elkaar liggende bedrijven (eigenaren en huurders) op een bedrijventerrein in de gemeente Breda maximaal onderbroken door één bedrijf, gezien vanaf de hoofdentree van het bedrijf.

  • 3.

    Projectontwikkelaars die subsidie aan willen vragen voor herontwikkeling van bestaand en nieuw vastgoed worden uitgesloten.

Artikel 10:4 Maatregelen en subsidiabele kosten waarop de subsidieregeling van toepassing is

  • 1.

    De subsidieregeling is van toepassing op de volgende categorieën van maatregelen voor alle doelgroepen:

    • a.

      Groene daken;

    • b.

      Groene gevels. De subsidie is niet van toepassing op de aanleg van gevelsystemen;

  • Regenwatervoorzieningen (regenton, infiltratievoorziening, verlaging, wadi). Een subsidie voor een regenton/regenzuil kan enkel in combinatie met een subsidie voor een andere maatregel worden aangevraagd.

    • c.

      Onttegelen en vergroenen van tuinen;

    • d.

      Aansluiten dakoppervlak grondgebonden woningen op hemelwaterriolering;

    • e.

      Aansluiten dakoppervlak appartementencomplexen op hemelwaterriolering;

    • f.

      Aansluiten afwaterende verharding rond appartementencomplexen op hemelwaterriolering.

    • g.

      Constructief voorbereidend onderzoek ten behoeve van aanleg groen dak;

    • h.

      voorbereidend bodem-en grondwaterstandonderzoek ten behoeve van aanleg regenwatervoorziening (infiltratievoorziening en wadi);

    • i.

      Criteria, nadere bepalingen en uitzonderingen per doelgroep zijn opgenomen in bijlage 1 t/m 4.

  • 2.

    Subsidie wordt zowel verstrekt wanneer de maatregel aangelegd wordt door derden als wanneer de maatregel wordt aangelegd in eigen persoon.

  • 3.

    De subsidieregeling is van toepassing op de volgende categorieën van maatregelen, specifiek voor de doelgroep scholen, naast de eisen uit lid 1 gelden er aanvullende eisen:

    • a.

      Het huidige verharde gedeelte van het schoolplein wordt omgevormd tot minimaal 1/3 in onverhard/waterdoorlatende verharding;

    • b.

      De groene (her)inrichting van (een deel van) het bestaande schoolplein (is minimaal 25% ‘groen’).

  • 4.

    De subsidieregeling is van toepassing op de volgende maatregel, specifiek voor de doelgroep gezamenlijke bedrijven op een bedrijventerrein, naast de eisen uit lid 1 geldt ook de aanvullende eis:

    • a.

      De subsidieregeling biedt een vergoeding voor het opstellen van een Groenvisie.

Artikel 10:5 Verdeling van het subsidieplafond

  • 1.

    Het college stelt het subsidieplafond per categorie vast en maakt deze bekend op de wettelijk voorgeschreven wijze. Informatie over de hoogte van het plafond is ook beschikbaar op de website van de gemeente Breda.

  • 2.

    2.Subsidieverstrekking vindt plaats op volgorde van ontvangst van volledig ingediende aanvragen, totdat het vastgesteld subsidieplafond is bereikt.

  • 3.

    Er gelden maximum toe te kennen bedragen voor de maatregelenpakketten, de maximum bedragen zijn gespecificeerd in bijlage 1 t/m 4.

  • 4.

    Alleen de werkelijke kosten worden gesubsidieerd. Blijken de kosten lager uit te vallen dan het verleende subsidiebedrag, dan dient de aanvrager dit actief te melden aan het college zodat de verlening hierop aangepast kan worden.

Artikel 10:6 Verantwoording na verstrekken van de subsidie

  • 1.

    Om te kunnen controleren of de activiteit waarvoor de subsidie is verleend is uitgevoerd, verstrekt de aanvrager een getekende offerte (indien van toepassing), fotomateriaal aan het college. De foto’s zijn vrij van rechten door de gemeente gebruikt kunnen worden. Het fotomateriaal dient te bestaan uit:

    • a.

      Een foto van de situatie vóór aanpassing;

    • b.

      Een foto van de situatie na aanleg waarmee wordt aangetoond dat de maatregel is uitgevoerd en daarmee aan de subsidievoorwaarden is voldaan;

  • 2.

    Enkel voor gezamenlijk bedrijven op een bedrijventerrein:

    • a.

      Om te kunnen controleren of aan de activiteit waarvoor de subsidie is verleend is uitgevoerd verstrekt de aanvrager de van de groenvisie binnen 26 weken aan de Gemeente.

Artikel 10:7 Stapelen van subsidies

  • 1.

    De aanvrager mag de ‘subsidie Water en Groen’’ stapelen met andere subsidies van waterschap, provincie of het rijk. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:

    • a.

      De gestapelde subsidie die wordt uitgekeerd bedraagt nooit meer dan 100% van de totale kosten van de voorgenomen maatregelen en bijbehorende werkzaamheden;

    • b.

      De aanvrager meldt te allen tijde bij het college wanneer door derden een subsidie of korting is verstrekt voor dezelfde maatregel(pakket);

    • c.

      Bij constatering van het ten onrechte hebben ontvangen van de verleende subsidie wordt het door het college verstrekte subsidiebedrag teruggevorderd.

Artikel 10:8 Indieningsvoorwaarden

  • 1.

    De aanvrager dient de aanvraag in met gebruikmaking van een door het college vastgesteld aanvraagformulier. In geval een subsidie voor meerdere partijen wordt aangevraagd wordt een penvoerder aangewezen die gemachtigd is namens de andere partijen de aanvraag te doen.

  • 2.

    De subsidieaanvraag voor particulieren, huurders en bedrijven dienen uiterlijk zes weken na aanleg van de voorziening te zijn ontvangen. Bij de aanvraag voor een groen dak mag de indiener voorafgaand aan de aanleg een subsidieverzoek indienen. Bij de aanvraag benodigde gegevens zijn:

    • a.

      Volledig ingevuld aanvraagformulier;

    • b.

      Offerte van de aan te vragen maatregelen;

    • c.

      Beschrijving van de maatregel of pakket aan maatregelen.

  • 3.

    De subsidie aanvraag voor gezamenlijke bedrijven op een bedrijventerrein bevat een plan van aanpak inclusief opdrachtnemer en de begroting voor opstellen van een groenvisie ;

  • 4.

    De subsidieaanvraag voor groene schoolpleinen bevat een projectplan (inclusief begroting en schetsontwerp).

  • 5.

    Het college beslist op de aanvraag uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van de volledige aanvraag.

  • 6.

    De indiener legt uiterlijk 12 weken na aanvraag van de subsidie de voorziening aan indien sprake is van de aanvraag van subsidie voor een groen dak.

Artikel 10:9 Verplichtingen

De aanvrager is verantwoordelijk voor de instandhouding en het beheer en onderhoud van de voorziening voor een periode van minimaal 5 jaar.

 

Artikel 10:10 Weigeringsgronden

  • 1.

    De subsidie wordt geweigerd indien:

    • a.

      De maatregel wordt toegepast waarbij niet voldaan wordt aan gestelde eisen voor veiligheid, toegankelijkheid en de ruimtelijke inpassing in de openbare ruimte.

    • b.

      De voorziening of maatregel niet voldoet aan het vastgestelde welstandbeleid, de bouwverordening of andere wet- en regelgeving.

    • c.

      De maatregel geen – op kwalitatieve wijze- uitlegbare bijdrage levert aan het oplossen van knelpunten in een klimaatbestendige stad.

    • d.

      Het ontwerp, aanleg en beheer van van het groene schoolplein niet deugdelijk en zorgvuldig uitgevoerd wordt/is.

    • e.

      Er door de gemeente Breda in de periode van 2028 tot en met 2021 voor een schoolplein subsidie is verleend aan de betreffende aanvrager.

Artikel 10:11 Afwijkingen

Het college kan desgewenst in bijzondere omstandigheden afwijken van deze subsidieregeling..

 

M

 

Hoofdstuk 12 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Hoofdstuk 12 Specifieke nadere regels subsidie “Toegepaste Technologie en Creativiteit Breda”

 

Artikel 12:1 Vigerend beleidskader

Het beleidskader voor de subsidies uit dit hoofdstuk is de Economische Visie Breda, zoals vastgesteld door de raad op 12 september 2019.

 

Paragraaf 1 : Projectsubsidie TTC

 

Artikel 12:2 Doel

  • 1.

    Voor subsidie op grond van deze paragraaf komen in aanmerking projecten die bijdragen aan de doelen van de Economische Visie Breda zijnde het toepassen van nieuwe technologie en creativiteit in de praktijk met als doel het versterken van de economische concurrentiekracht en werkgelegenheid binnen de gemeente Breda. Daarvan is sprake indien het project zich richt op het toepassen van nieuwe technologie en/of creativiteit en tegelijkertijd een bijdrage levert aan één of meer van de volgende doelstellingen:

    • a.

      Ontwikkelen van nieuwe marktkansen en nieuwe bedrijvigheid in de gemeente Breda;

    • b.

      Groei van de werkgelegenheid in de gemeente Breda;

    • c.

      Het genereren van oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen in de gemeente Breda, zoals op het vlak van zorg, mobiliteit en duurzaamheid;

    • d.

      Toekomstfit maken van het Bredase MKB bijvoorbeeld wat betreft digitalisering en verduurzaming;

    • e.

      Leveren van een aanzienlijke bijdrage aan de start of vorming van een met duidelijke randvoorwaarden omschreven ecosysteem in de gemeente Breda;

    • f.

      Skills-development van Bredase talenten en beroepsbevolking op het gebied van nieuwe technologie.

    • g.

      Behoud van talent/afstudeerders uit het onderwijs in de gemeente Breda.

Artikel 12:3 Voor wie

De subsidie kan alleen aangevraagd worden door een samenwerkingsverband van ten minste twee rechtspersonen waarvan één van de deelnemers penvoerder is voor het college. Het samenwerkingsverband stelt de penvoerder aan.

 

Artikel 12:4 Criteria

  • 1.

    Het verzoek om subsidie dient aan elk van de volgende eisen te voldoen:

    • a.

      het project komt ten goede aan activiteiten die een substantiële economische waarde in Breda genereren, maar die partijen zonder subsidie niet kunnen financieren, omdat financiering niet leidt tot direct toerekenbare inkomsten voor het samenwerkingsverband of omdat het investeringsrisico zonder subsidie te groot is;

    • b.

      het project dient een groter belang dan het individuele belang van het samenwerkingsverband;

    • c.

      het project is niet alleen gericht op kennisontwikkeling; er dient perspectief te zijn op economisch rendement in relatie tot concurrentiepositie en werkgelegenheid in Breda;

    • d.

      het project heeft een sluitende begroting waarbij ten minste 50 % van de dekking van de begroting afkomstig is uit andere inkomstenbronnen dan van de Gemeente Breda;

    • e.

      het project heeft maximaal een looptijd van twee jaar.

Artikel 12:5 Procedure

  • 1.

    Een verzoek om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het daartoe door het college vastgestelde formulier;

  • 2.

    De aanvragen kunnen tweemaal per jaar worden ingediend en wel vóór 1 maart en vóór 1 oktober van het betreffende jaar;

  • 3.

    Het college maakt het subsidieplafond voor de jaren 2023 tot en met 2026 op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:6 lid 3 van de Nadere regels subsidieverstrekking gemeente Breda 2017 wordt het subsidiebudget als volgt over het jaar verdeeld: voor de eerste ronde is maximaal de helft beschikbaar en voor de tweede ronde het restant van het betreffende jaar;

  • 4.

    de subsidie kan maximaal € 25.000,- per project bedragen;

  • 5.

    Alvorens het college op de aanvragen om subsidie een besluit neemt, vraagt zij een interne commissie om advies. Bij de advisering door de interne commissie wordt getoetst of het project voldoet aan het doel en de criteria van deze regeling en wordt de kwaliteit van het aanbod van projecten beoordeeld.

  • 6.

    Alle aanvragen die tijdig en volledig zijn, en voldoen aan de criteria van artikel 12:4, concurreren om het beschikbare budget via een rankingsysteem. De aanvragen worden met elkaar vergeleken op basis van de criteria en weging zoals vermeld in artikel 12:5, lid

  • 7.

    De hoogst scorende in de ranking krijgen subsidie totdat het beschikbare subsidieplafond bereikt is. Dreigt het subsidieplafond te worden overschreden door meerdere aanvragen met een gelijk aantal punten in de ranking, dan zal worden overgegaan tot loting.

  • 8.

    Punten ten behoeve van de ranking worden toegekend aan de hand van onderstaande selectie- en wegingscriteria:

Criterium

Maximale toekenning punten

Weging

Maximale totaalscore

Toelichting

Effectiviteit

15 punten

5

75

Mate waarin wordt bijgedragen aan de beleidsdoelen zoals genoemd in artikel 12.2

Haalbaarheid / Kans op succes

10 punten

3

30

Kans dat het project succesvol uitgevoerd wordt en een blijvend effect creëert

Efficiëntie

5 punten

2

10

Redelijkheid van de kosten die voor de activiteiten gemaakt worden in verhouding tot het te bereiken effect

115

Voorstellen dienen een totaalscore van ten minste 75 te hebben om voor subsidie in aanmerking te komen.

 

Artikel 12:6 Verplichtingen

Het college kan de subsidieontvanger verplichten de opgedane kennis en ervaringen bij de uitvoering van het project volgens een nader af te spreken methode te delen met het college, zodanig dat deze beschikbaar komt voor andere en vervolginitiatieven die bijdragen aan de economische ontwikkeling van Breda.

 

Paragraaf 2: Innovatieclusters

 

Artikel 12:7 Doel

De subsidie Innovatieclusters is bedoeld voor het verder ontwikkelen en professionaliseren van de specifieke innovatieclusters zoals genoemd in artikel 12:8. Deze innovatieclusters leveren met hun activiteiten een bijdrage aan de uitvoering van de Economische Visie Breda.

 

Artikel 12:8 Voor wie

  • 1.

    De subsidie is bedoeld voor vier specifieke innovatieclusters in Breda. De subsidie wordt uitsluitend verleend aan de volgende rechtspersonen of hun rechtsopvolger:

    • a.

      Stichting Breda Robotics

    • b.

      Stichting Breda Game City

    • c.

      Stichting Breda Circulair

    • d.

      Stichting AI Hub Breda i.o.

  • 2.

    Er wordt geen subsidie verstrekt aan de individuele (niet-)rechtspersonen welke onderdeel uitmaken van de stichtingen als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 12:9 Aanvraagprocedure

  • 1.

    Een verzoek om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het daartoe door het college vastgestelde formulier;

  • 2.

    Een aanvraag kan worden ingediend vóór 1 september 2022 voor de periode 1 oktober 2022 en verder of vóór 1 oktober van de daaropvolgende jaren voor een periode vanaf 1 januari van het daaropvolgende jaar en verder; de laatste mogelijkheid is vóór 1 oktober 2025 voor de periode 1 januari tot en met 31 december 2026.

  • 3.

    De aanvraag dient de volgende informatie te bevatten:

    • a.

      Een beschrijving van het innovatiecluster, de missie, visie en doelstellingen en de betrokken partners.

    • b.

      Beschrijving van de manier van samenwerking, blijkend uit de wijze waarop het innovatiecluster bouwt aan versterking van haar community en de relaties met het ecosysteem, zoals de samenwerking met ondernemers, onderwijsinstellingen, overheden en andere relevante partijen.

    • c.

      Economisch belang van het innovatiecluster, blijkend uit de manier waarop de organisatie met haar missie en visie bijdraagt aan het realiseren van de Bredase doelstelling om te excelleren als ‘internationale hotspot voor toegepaste technologie en creativiteit’, waarbij wordt ingegaan op de volgende doelen van de Economische Visie:

    • d.

      De wijze waarop het innovatiecluster werkt het versterken van het innovatieve vermogen in Breda, door te beschrijven hoe men invulling geeft aan het bevorderen van de uitwisseling van kennis en deskundigheid en door daadwerkelijk bij te dragen aan technologieoverdracht.

    • e.

      De wijze waarop het innovatiecluster werkt aan het versterken van het brede mkb en/of bijdraagt aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen.

    • f.

      Het binden van talent, door te beschrijven hoe studenten bij het innovatiecluster worden betrokken op het gebied van kennis en onderzoek en door het bieden van een hybride leeromgeving en/of het bieden van faciliteiten voor het starten van een onderneming.

    • g.

      Beschrijving van de manier waarop het innovatiecluster werkt aan promotie en zichtbaarheid van de activiteiten van het cluster, binnen en buiten Breda.

    • h.

      Inzicht in de ontwikkeling en impact van de sector, blijkend uit de wijze waarop het innovatiecluster periodiek onderzoekt en publiceert hoe de betreffende sector zich in Breda ontwikkelt t.a.v. zaken als werkgelegenheid, aantal bedrijven, starters, mkb’ers, maatschappelijke impact e.a. en dit vergelijkt met andere relevante steden/regio’s.

    • i.

      Een activiteitenoverzicht op hoofdlijnen voor de gehele periode met een globale planning.

    • j.

      Een sluitende meerjarenbegroting die inzicht geeft in de activiteiten op hoofdlijnen en de verschillende dekkingsbronnen.

    • k.

      Een de-minimis verklaring.

Artikel 12:10 Aanvullende voorwaarden

  • 1.

    Activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd moeten plaatsvinden in de periode 1 oktober 2022 tot en met 31 december 2026 of een gedeelte daarvan.

  • 2.

    De aanvraag heeft een sluitende begroting waarbij ten minste 35% van de dekking van de begroting afkomstig is uit andere inkomstenbronnen dan van de Gemeente Breda;

  • 3.

    Indien personele kosten deel uitmaken van de begroting dan geldt daarvoor een vast uurtarief van € 80,-

Artikel 12:11 Beoordeling en toekenning

  • 1.

    Alvorens het college op de aanvragen om subsidie een besluit neemt, vraagt zij een interne commissie om advies.

  • 2.

    Alle aanvragen die tijdig en volledig zijn, worden beoordeeld door de adviescommissie.

  • 3.

    Aanvragen worden beoordeeld op basis van:

    • a.

      Effectiviteit: kwaliteit van de bijdrage aan de in artikel 12:9 geformuleerde uitgangspunten.

    • b.

      Haalbaarheid en kans op succes: vertrouwen dat de organisatie de activiteiten succesvol uitvoert.

    • c.

      Efficiëntie: redelijkheid van de kosten die voor de activiteiten gemaakt worden in verhouding tot de beoogde resultaten.

  • 4.

    Indien de subsidie wordt toegekend zal deze via een jaarlijks voorschot worden uitgekeerd; de jaarlijkse bevoorschotting vindt plaats op basis van een uitgewerkt jaarplan inclusief begroting.

Artikel 12:12 Subsidieplafond

  • 1.

    Het college maakt het subsidieplafond voor de jaren 2022 tot en met 2026 op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend.

  • 2.

    Een organisatie genoemd in artikel 12:10 kan in 2022 maximaal € 45.000,- ontvangen en in de jaren 2023 tot en met 2026 maximaal € 75.000,- per jaar.

Artikel 12:13 Verantwoording en vaststelling

  • 1.

    Ieder jaar op uiterlijk 1 april dient een tussentijdse financiële en inhoudelijke verantwoording te worden ingediend over het daaraan voorafgaande kalenderjaar.

  • 2.

    De subsidieaanvraag heeft, zoals vermeld in artikel 12:9 lid f en g, een activiteitenplan en begroting op hoofdlijnen. Tussentijds dienen uitgewerkte jaarplannen met activiteiten en bijbehorende begroting te worden ingestuurd; voor 2022 en 2023 gelijktijdig met de aanvraag vóór 1 september 2022; voor de jaren 2024 tot en met 2026 in het voorafgaande jaar vóór 1 oktober. Deze plannen moeten worden goedgekeurd en zijn de basis voor de bevoorschottingssystematiek zoals vermeld in artikel 12:11 lid 4.

  • 3.

    Tussentijdse wijzigingen ten opzichte van de aanvraag dienen schriftelijk te worden aangevraagd bij subsidieloket@breda.nl en worden schriftelijk bevestigd.

  • 4.

    Na beëindiging van de gehele subsidieperiode en uiterlijk 1 april 2027 moet een aanvraag tot vaststelling worden ingediend. Deze bestaat uit een inhoudelijk en financieel verslag over de gehele projectperiode. Deze verantwoording dient vergezeld te zijn door een controleverklaring van een daarvoor geaccrediteerde accountant volgens een door de Gemeente Breda beschikbaar gesteld controleprotocol.

  • 5.

    De vastgestelde subsidie kan nooit hoger zijn dan 65% van de gemaakte kosten en maximaal € 345.000,- over de gehele periode van 1 oktober 2022 tot en met 31 december 2026.

  • 6.

    Het niet of niet tijdig indienen van vereiste stukken genoemd in artikel 12:9 en 12:13 kan leiden tot geen of lagere bevoorschotting of terugvordering van verstrekte subsidie.

N

 

Artikel 13:4 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 13:4 Criteria

  • 1.

    Voor subsidie op grond van deze paragraaf komen in aanmerking evenementen die bijdragen aan de doelen genoemd in het beleidskader “Nota Evenementenbeleid Breda 2017”.

    De evenementen dienen dan te voldoen aan de volgende uitgangspunten:

    • a.

      de subsidie aan een evenement wordt beschikt onder voorbehoud van het verkrijgen van de benodigde vergunning(en) voor het betreffende evenement. Indien de benodigde vergunning(en) niet verleend wordt / worden, houdt dit in dat het beschikte subsidiebedrag moet worden terugbetaald;

    • b.

      het evenement conflicteert niet met andere evenementen voor wat betreft inhoud, doelgroep, datum / tijd en plaats;

    • c.

      de organisator heeft oog voor de omgeving waarin het evenement georganiseerd wordt. Dit houdt in zorgvuldige communicatie en respectvolle omgang met omwonenden en omgeving en het tot een minimum beperken van de overlast;

    • d.

      de organisator beschikt aantoonbaar over de benodigde organisatiekracht en professionaliteit om het evenement te realiseren. Indien het een nieuwe organisator betreft, zal de in artikel 13:5, lid 3 genoemde adviescommissie hiervan een inschatting maken.

    • e.

      indien het evenement in het voorgaande jaar ook subsidie heeft ontvangen, geldt dat de integrale evaluatie van de voorgaande editie positief was. Indien dit niet het geval is, kan dit gevolgen hebben voor de (hoogte van de) subsidie.

    • f.

      een subsidie kan nooit meer bedragen dan een derde van de totale begroting van een evenement.

    • g.

      Activiteiten die worden georganiseerd rondom of verband houden met het Sinterklaasfeest dienen in lijn te zijn met de landelijke intocht van Sinterklaas. Subsidie aanvragen voor activiteiten die niet in lijn zijn met de landelijke intocht van Sinterklaas worden geweigerd vanaf 2023.

  • 2.

    De subsidieverzoeken zullen worden beoordeeld op de volgende criteria:

    • a.

      Sociaal-maatschappelijke relevantie en traditie

      • -

        de mate van draagvlak onder Bredase bevolking;

      • -

        de mate van versterking van de sociale cohesie;

      • -

        lokale verankering bij ondernemers, instellingen, organisaties en andere partijen;

      • -

        de mate waarin een evenement een traditie is (geworden).

    • b.

      Stadspromotie / citymarketing

      • -

        de verwachte publiciteitswaarde van een evenement voor de stad;

      • -

        de mate waarin een evenement de inhoud en betekenis van ‘Het Verhaal van Breda’ lading geeft;

      • -

        de kwaliteit van het marketingplan van het evenement.

    • c.

      Doelgroep

      • -

        kwantiteit van de doelgroep: hoeveel mensen worden bereikt;

      • -

        kwaliteit van de doelgroep: de mate waarin het evenement zich richt op een specifieke doelgroep die van belang is voor de stad (bijvoorbeeld blijkend uit andere beleidsdoelstellingen).

    • d.

      Economische spin-off

      • -

        de mate van stimuleren economische activiteit en werkgelegenheid;

      • -

        de mate van bevorderen uitgaven in de stad (detailhandel, horeca);

      • -

        de mate van bevorderen meerdaags verblijf in de stad (bevorderen toerisme en stimuleren van terugkerend bezoek).

    • e.

      Innovatie

      • -

        de mate van uniciteit ten opzichte van het totale evenementenaanbod;

      • -

        de mate van vernieuwing ten opzichte van voorgaande edities van het betreffende evenement;

      • -

        Stimuleren van lokaal talent (broedplaatsfunctie).

    • f.

      Excelleren

      • -

        de mate waarin een evenement boven het gemiddelde niveau uitstijgt. Een evenement kan op verschillende gebieden excelleren.

    • g.

      Aanjager van gebiedsontwikkeling

      • -

        de mate waarin een evenement een impuls geeft aan een gebied dat de gemeente in de toekomst wil ontwikkelen of om een andere reden wil stimuleren.

    • h.

      Duurzaamheid.

O

 

Artikel 13:5 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 13:5 Procedure

  • 1.

    De organisator van een evenement dient vóór 1 oktober in het jaar voorafgaand aan het evenement aan het college het evenement een aanvraag voor een subsidie in.

  • 2.

    Een verzoek om subsidie voor de organisatie van een evenement wordt met gebruikmaking van het daartoe door het college vastgestelde formulier ingediend.

  • 3.

    Het college stelt een (interne) adviescommissie in, die tot taak heeft te adviseren over de aanvragen om subsidie om een evenement te organiseren.

P

 

Hoofdstuk 17 wordt toegevoegd en komt als volgt te luiden:

 

Hoofdstuk 17 Herdenkingen en plechtigheden

 

Artikel 17:1 Voor wie

  • 1.

    Subsidie kan worden aangevraagd door:

    • a.

      Herdenkingscomités;

    • b.

      Stichting Bredase Veteranen;

    • c.

      Soortgelijke organisaties die zich voor de activiteiten zoals genoemd in artikel 17:3 inzetten.

  • 2.

    Het college verstrekt jaarlijks per stichting en vereniging slechts eenmaal subsidie op grond van deze regeling.

Artikel 17:2 Doel

  • 1.

    Het doel van subsidie op grond van deze regeling is het financieel bijdragen aan:

    • a.

      Plechtige activiteiten die verband houden met het herdenken van slachtoffers en/of deelnemers aan de Tweede Wereldoorlog en/of met het vieren van de bevrijding door middel van een georganiseerde bijeenkomst, of;

    • b.

      Plechtige activiteiten die verband houden met de Emancipatiewet de dato 1 juli 1863, te weten: het afschaffen van de slavernij in Suriname en op de Nederlandse Antillen.

Artikel 17:3 Activiteiten

  • 1.

    Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor de jaarlijkse organisatie van:

    • a.

      De dodenherdenking Breda op 4 mei;

    • b.

      De herdenking van de bevrijding van Breda;

    • c.

      De jaarlijkse Bredase Veteranendag;

    • d.

      De herdenking van de slachtoffers van de oorlog tegen Japan en de Japanse bezetting van Nederlands-Indië en het officieel einde van de Tweede Wereldoorlog op 15 augustus;

    • e.

      De Kristallnacht herdenking in de nacht van 9 op 10 november;

    • f.

      De herdenking en viering afschaffing slavernij.

Artikel 17:4 Procedure

  • 1.

    Subsidie kan jaarlijks worden aangevraagd voor 1 maart van het betreffende subsidiejaar.

  • 2.

    De aanvraag gaat vergezeld van een activiteitenplan en een financieel verslag van het voorgaande jaar.

  • 3.

    Het college beslist binnen 8 weken na ontvangst van de volledige subsidieaanvraag.

Artikel 17:5 Criteria

  • 1.

    Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      De organiserende comités volgen de richtlijnen/adviezen zoals die onder andere zijn opgesteld door het Nationaal Comité 4 en 5 mei, Nederlands Veteraneninstituut en de Stichting Nationale Herdenking 15 augustus 1945;

    • b.

      De subsidieaanvrager is gevestigd in de gemeente Breda, of organiseert de activiteiten voor de inwoners van de gemeente Breda.

Artikel 17:6 Weigeringsgrond

  • 1.

    Subsidie kan, in aanvulling op de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 4:1 van de Algemene subsidieverordening Breda 2017, geweigerd worden indien:

    • a.

      Dezelfde (soort) activiteit waarvoor de aanvrager een subsidieaanvraag indient, al wordt vervuld door een andere instelling, or organisatie;

    • b.

      Aanvrager voor dezelfde (soort) activiteit al een gemeentelijke subsidie ontvangt;

    • c.

      De activiteit enkel gericht is op wijk- of straatniveau van de kernen van de gemeente Breda.

Artikel 17:7 Subsidieplafond en wijze van verdeling

  • 1.

    Het college stelt het subsidieplafond vast en maakt deze bekend op wettelijk voorgeschreven wijze.

  • 2.

    Een subsidie bedraagt maximaal voor:

    • a.

      De activiteiten als bedoeld in artikel 17:3, eerste lid, sub a, b en c: €5.000,00.

    • b.

      De activiteiten als bedoeld in artikel 17:3, eerste lid, sub d, e en f: €2.500,00

  • 3.

    Subsidieverlening vindt plaats op volgorde van ontvangst van volledig ingediende aanvragen, totdat het subsidieplafond is bereikt.

  • 4.

    Het college kan desgewenst in bijzondere omstandigheden afwijken van hetgeen gesteld in het tweede lid, en besluiten om een subsidie met een waarde hoger dan ofwel €5.000,- ofwel €2.500,- toe te kennen.

Q

 

Bijlage 2: Voorwaarden behorend bij Subsidieregeling ‘water en groen op eigen terrein’ van de gemeente Breda wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Bijlage 1: Subsidiabele maatregelen/criteria huiseigenaren en huurders (aanpassingen op eigen terrein)

Subsidiabel

Niet-Subsidiabel:

Vergoeding van de subsidiabele kosten:

Met een maximum bedrag van:

Groen dak

  • substraatlaag groter dan of gelijk aan dan 40 mm

  • Met minimaal 8 inheemse plantensoorten

  • Met een minimum van 25 liter waterberging per m2

  • Met een minimum van 8 m2

  • Groen dak pakket, inclusief beplanting

  • Aanlegkosten.

  • Aanleg of vervanging van dakbedekking.

  • Aanpassingen aan de bouwkundige staat van dak of gebouw.

€20,- per vierkante meter

€ 3.000,-

Groen dak

  • Bouwkundige onderzoek

  • Bouwkundige onderzoek

  • Kosten worden alleen vergoed indien het groene dak wordt aangelegd.

€250,- <100m2

€350,- >100m2

€350,-

Tegel eruit, groen erin

  • Inclusief geveltuinen op eigen terrein

  • Indien de kosten van vergroening lager uitvallen dan €10,- per vierkante meter, worden alleen de werkelijke kosten vergoed

  • Beplanting,

  • Potgrond,

  • Hovenierskosten.

  • Kosten voor steunpunten geveltuin

  • Grond/ halfverharding in contact met ondergrond

  • Verplaatsen kabels en leidingen

  • Aanleg kunstgras

€10,- per vierkante meter

€ 1500,-

Infiltratievoorzieningen

  • inhoud van de regenton, regenzuil of waterschutting is minimaal 100 liter

  • Regenton maximaal 2 stuks

  • Waterzuil

  • Waterschutting

  • Infitratievoorziening

  • Verlaging in de tuin of wadi

  • Meer dan 2 regentonnen

  • een regenton alleen i.c.m. een andere maatregel (groen dak, onttegelen en vergroenen van tuin) aangevraagd worden)

30%

Regenton€ 250

Waterschutting € 700

Infitratievz € 500

Wadi€ 1200

Aansluiting op de hemelwaterriolering

  • Minimaal 25 m2 af te koppelen

  • Het dakoppervlak en/of afwaterende verharding moet nu aangesloten zijn op gemengde riolering

  • Er moet aangesloten worden op een bestaande hemelwater aansluitleiding in de openbare ruimte

  • Het afkoppelsysteem moet (milieu-)technisch verantwoord zijn

  • Aanpassingen aan de bouwkundige staat van dak of gebouw.

Particulieren €500,- eenmalig

€500,-

 

Bijlage 2: Subsidiabele maatregelen en criteria bedrijven, stichtingen en verenigingen met uitzondering van de inrichting van schoolpleinen van scholen. Scholen kunnen wel subsidie ontvangen voor een groen dak.

Subsidiabel

Niet-Subsidiabel:

Vergoeding van de subsidiabele kosten:

Met een maximum bedrag van:

Groen dak

  • substraatlaag groter dan of gelijk aan dan 40 mm

  • Met minimaal 8 inheemse plantensoorten

  • Met een minimum van 25 liter waterberging per m2

  • Met een minimum van 8 m2

  • Groen dak pakket, inclusief beplanting

  • Aanlegkosten.

  • Aanleg of vervanging van dakbedekking.

  • Aanpassingen aan de bouwkundige staat van dak of gebouw.

€20,- per vierkante meter

€ 10.000,-

Groen dak

  • Bouwkundige onderzoek

  • Bouwkundige onderzoek

  • Kosten worden alleen vergoed indien het groene dak wordt aangelegd.

€250,-

€750,-

Tegel eruit, groen erin

  • Inclusief geveltuinen op eigen terrein

  • Indien de kosten van vergroening lager uitvallen dan €10,- per vierkante meter, worden alleen de werkelijke kosten vergoed

  • Beplanting,

  • Potgrond,

  • Hovenierskosten.

  • Kosten voor steunpunten geveltuin

  • Grond/ halfverharding in contact met ondergrond?

  • Verplaatsen kabels en leidingen

  • Aanleg kunstgras

€10,- per vierkante meter

€ 4500,-

Infiltratievoorzieningen

  • Inhoud van de regenton, regenzuil of waterschutting is minimaal 100 liter

  • Regenton

  • waterzuil

  • Waterschutting

  • Infitratievoorziening

  • Verlaging in de tuin of wadi

  • Maximaal 4 regentonnen

  • een regenton alleen i.c.m. een andere maatregel (groen dak, onttegelen en vergroenen van tuin) aangevraagd worden

30%

Regenton€ 500

Waterschutting € 1500,-

Infitratievz € 2000,-

Wadi€ 2000,-

Aansluiting op de hemelwaterriolering

  • Minimaal 25 m2 af te koppelen

  • Het dakoppervlak en/of afwaterende verharding moet nu aangesloten zijn op gemengde riolering

  • Er moet aangesloten worden op een bestaande hemelwater aansluitleiding in de openbare ruimte

  • Het afkoppelsysteem moet (milieu-)technisch verantwoord zijn

  • Aanpassingen aan de bouwkundige staat van dak of gebouw.

max 50% van de kosten tot maximaal €10.000,-

€10.000,-

 

Bijlage 3: Gezamenlijke bedrijven op een bedrijventerrein

Subsidiabel

Niet-Subsidiabel:

Vergoeding van de subsidiabele kosten:

Met een maximum bedrag van:

Criteria opstellen gezamenlijke groenvisie

  • a.

    Die inzicht geeft hoe de ruimtelijke kwaliteit en het imago van het bedrijventerrein verbeterd kan worden door het inpassen van groen en het omgaan met water.

  • b.

    Die inzicht biedt op het inpassen van een nieuwe groenstructuur of -structuren waardoor het gebied aantrekkelijker en duurzamer wordt en er ruimte ontstaat voor nieuwe functies (zoals recreatieve, groene wandelroutes) en maatregelen voor wateropvang zijn ingepast die daarmee het terrein beter geschikt maken voor de toekomst.

  • c.

    Die inzicht geeft in welke fases en stappen genomen kunnen worden om het betreffende (deel van) bedrijventerrein in fases te transformeren tot een gebied met een uniform groen karakter en imago.

  • d.

    Die inzicht geeft in de planning en kosten om de Groenvisie uitgevoerd te krijgen .

  • e.

    Die ondernemers gezamenlijk laat nadenken over het inpassen van een uniforme groenstructuur op hun bedrijventerrein en wateropvang op het bedrijventerrein beter te integreren.

  • f.

    Die een toevoeging levert aan de in een specifieke groenvisie vastgestelde ruimtelijke kwaliteit van de buitenruimte in de gemeente Breda.

  • Inhuur van een extern bureau voor begeleiding, advisering en het opstellen van de groenvisie

  • Inhuur van een landschapsarchitect voor inzicht en advisering op de mogelijkheden en ruimtelijke inpassingen van groen / water op (een deel van) het bedrijventerrein.

  • Inhuur van professionals op het gebied van groen- /wateradvies en – aanleg om te komen tot gegronde deelprojecten, kostenramingen en planning.

  • Aanleg van maatregelen

100%

€30.000 voor totale uitvoeringskosten

 

Artikel II

Deze wijziging treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Aldus besloten door burgemeester en wethouders van Breda in de vergadering van 5 juli 2022

, burgemeester

, gemeentesecretaris

Naar boven