Gemeenteblad van Hilversum
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hilversum | Gemeenteblad 2022, 299253 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hilversum | Gemeenteblad 2022, 299253 | ander besluit van algemene strekking |
BELEID NATUURINCLUSIEF BOUWEN. Hilversum
3. Gebouwbewonende diersoorten en biodiversiteit
3.2 Herstellen van de natuurlijke balans
4. Bouwen en beschermde natuurwaarden
4.1 Gebiedsontheffing Wet natuurbescherming
4.2 Soort werkzaamheden en natuurinclusief bouwen
5. Borging van natuurinclusief bouwen
5.1 Natuurinclusief bouwen stimuleren
5.2 Natuurinclusief bouwen als randvoorwaarde
7. Leidraad natuurinclusief bouwen
7.4 Innovatief groen moet je doen
9. Raakvlakken met ander beleid
De stedelijke biodiversiteit staat onder druk. Toenemende aanspraak op de stedelijke ruimte voor wonen, werken en mobiliteit gaat ten koste van stedelijk groen. Daarnaast ligt er in het kader van de energietransitie de opgave om woningen te verduurzamen.
De verblijfplaatsen en de leefomgeving van beschermde gebouwbewonende diersoorten zoals, de vleermuis, huismus en gierzwaluw gaan door bovengenoemde ontwikkelingen in rap tempo achteruit.
De gemeenteraad heeft dit probleem geadresseerd in de motie Natuurinclusief Bouwen (M17/78) en zich unaniem voor deze motie uitgesproken.
Kort gezegd wordt het college in de motie verzocht om in overleg te treden met woningcorporaties en projectontwikkelaars om woningen standaard te voorzien van maatregelen die bijdragen aan soortenbescherming. Daarnaast wordt het college verzocht om te onderzoeken of natuurinclusief bouwen opgenomen kan worden in het programma van eisen in grondexploitaties en in de bouwverordening en de onderzoeksresultaten te presenteren in de gemeenteraad.
Deze beleidsnotitie is opgebouwd vanuit de constatering dat het slecht gaat met gebouwbewonende diersoorten in Nederland en in Hilversum. De oorzaak ligt in (ver-)bouwwerkzaamheden waarbij veel mogelijke verblijfplaatsen van deze diersoorten verloren gaan. De huidige natuurwetgeving ziet op schadebeperking en niet op het vergroten en verbeteren van de leefomgeving van gebouwbewonende diersoorten. Deze notitie beschrijft het beleid om de leefomgeving van deze dieren in Hilversum verbeteren door enerzijds natuurinclusief bouwen te stimuleren en anderzijds natuurinclusief bouwen als randvoorwaarde te stellen. Daarvoor is de Leidraad Natuurinclusief Bouwen ontwikkeld, welke in dit stuk wordt gepresenteerd. De leidraad biedt een onderbouwing van de juiste natuurinclusieve maatregelen op de juiste plek, voor de juiste soort. Om de effectiviteit van het voorgestelde beleid te controleren wordt een monitoringsvoorstel gedaan. Voorts worden raakvlakken met ander gemeentelijk beleid benoemd en tot slot worden de kosten in beeld gebracht.
In deze notitie staan enkele veel voorkomende begrippen die nadere toelichting behoeven.
Natuurinclusief bouwen bouwen en verbouwen, waarbij verblijfplaatsen en de leefomgeving van gebouwbewonende diersoorten integraal worden meegenomen.
Gebouwbewonende diersoorten diersoorten die voor hun verblijfplaats afhankelijk zijn van ruimtes in gebouwen.
Stadslandschap wijk of buurt met een bepaalde samenstelling van hoge gebouwen, lage gebouwen en groen.
Factsheet overzichtskaart met informatie over een stadslandschap, zoals de kenmerken van het stadslandschap, de kenmerkende gebouwbewonende diersoorten en bijzondere of veel voorkomende soorten.
kaartviewer digitale kaart van de gemeente Hilversum met informatie over de stadslandschappen, over het voorkomen van verschillende diersoorten en met informatie over plekken in Hilversum waar kansen liggen om de ecologische situatie te verbeteren.
3. Gebouwbewonende diersoorten en biodiversiteit
De biodiversiteit in Nederland neemt al decennia lang af. Dat geldt voor biodiversiteit buiten de stad, maar ook voor biodiversiteit binnen de stad. Hoewel we geen concrete cijfers tot onze beschikking hebben, is het aannemelijk dat deze ontwikkeling voor Hilversum niet anders is. Met de nulmeting van vorig jaar hebben we nu wel een ijkpunt om de ontwikkeling van de gebouwbewonende diersoorten in Hilversum te kunnen volgen.
De stad heeft zijn eigen ecosysteem van planten- en diersoorten die zich hebben aangepast aan het leven in een dicht bebouwde omgeving. Als gezegd staat de leefomgeving van veel gebouwbewonende diersoorten onder druk door het verlies aan verblijfplaatsen door sloop, nieuwbouw, renovatie en isolatie. Ook de leefomgeving van deze soorten wordt steeds kleiner door de toename van verharding in de openbare ruimte en in particuliere tuinen en de afname van de hoeveelheid en diversiteit aan groen. Gevolg is dat dier- en plantensoorten verdwijnen en dat het ecosysteem van de stad uit balans is. Door het ontbreken van natuurlijke vijanden krijgen plaagdieren zoals de eikenprocessierups vrij spel en door het gebrek aan variatie in beplanting zijn verschillende boomsoorten vatbaar voor diverse ziektes.
3.2 Herstellen van de natuurlijke balans
Willen we het tij keren dan zullen we moeten investeren in het herstellen van de natuurlijke balans in de stad. Voor de gebouwbewonende diersoorten betekent dat meer verblijfplaatsen maken en de leefomgeving beter geschikt maken. Dit is een bredere aanpak dan de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wnb is gericht op bescherming van het individu en niet op de leefomgeving van de populatie als geheel: worden er voor een vergunningaanvraag geen beschermde diersoorten aangetroffen dan hoeven er ook geen maatregelen te worden genomen. Het uiteindelijke resultaat is dat er potentiële nest- en verblijfplaatsen verloren gaan zonder dat deze worden gecompenseerd.
Onze benadering is om maatregelen voor gebouwbewonende diersoorten te stimuleren zodat we Hilversum voor de gehele populatie beter maken. Diersoorten zullen daardoor minder kwetsbaar worden voor veranderingen in hun leefomgeving als gevolg van bijvoorbeeld bouwwerkzaamheden. Overigens moeten werkzaamheden altijd voldoen aan de Wnb.
Tot slot profiteren ook de inwoners van Hilversum mee. Een natuurlijke, biodiverse woonomgeving is immers een prettiger en gezonder woonomgeving. Niet voor niets heeft het burgerpanel in een peiling over de Omgevingsvisie aangegeven dat het vergroten van de biodiversiteit met afstand het belangrijkste onderwerp is.
4. Bouwen en beschermde natuurwaarden
Iedere initiatiefnemer van (ver-)bouwprojecten moet rekening houden met wet- en regelgeving. Ook met de Wet natuurbescherming (Wnb). De Omgevingsdienst Noord-Holland Noord ziet namens het bevoegd gezag, Provincie Noord-Holland, toe op naleving van de Wnb.
4.1 Gebiedsontheffing Wet natuurbescherming
In het plan van aanpak voor natuurinclusief bouwen is het soortenmanagementplan (SMP) aangedragen als middel om voor geheel Hilversum een generieke ontheffing Wnb (Wet natuurbescherming) te verkrijgen. Een gebiedsontheffing is één enkele Natuurvergunning (op basis van de Wnb) voor bepaalde activiteiten in een bepaald gebied. Door het soortenmanagementplan (SMP) aan een gebiedsontheffing te koppelen, vermindert de onderzoeksverplichting voor initiatiefnemers waardoor geld wordt besteed aan fysieke maatregelen in plaats van onderzoeken.
Tijdens de ontwikkeling van het beleid voor natuurinclusief bouwen is in overleggen met de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord gebleken dat een dergelijke gebiedsontheffing op dit moment nog een brug te ver is. De Omgevingsdienst geeft aan nog onvoldoende ervaring met een gebiedsaanpak van de omvang van de gemeente Hilversum. Daarom is er een pilot in de Hilversumse Meent voorgesteld waarin de Provincie Noord-Holland, de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord en de gemeente Hilversum in het project Hilversumse Meent aardgasvrij ervaringen willen opdoen met randvoorwaarden voor een gebiedsontheffing van de Wet natuurbescherming. Bij goede en werkbare resultaten kan alsnog een soortenmanagementplan worden opgesteld. Het soortenmanagementplan, als basis van de gebiedsontheffing, wordt dan een verplicht instrument voor heel Hilversum. Door te werken volgens het dan uitgewerkte soortenmanagementplan dat hoort bij de gebiedsontheffing hoeft voor de soorten die dat plan betreft geen procedure in het kader van de Wet natuurbescherming meer te worden doorlopen. Dat geeft initiatiefnemers zekerheid en tijdwinst (van enkele maanden tot een jaar).
Uit de gevoerde gesprekken met de woningcorporaties blijkt dat ook zij het perspectief zien om samen te werken aan een dergelijke gebiedsontheffing als een belangrijk gemeenschappelijk doel. Woningcorporaties en gemeente vullen elkaar goed aan op het gebied van zowel gebouwen als de openbare ruimte.
4.2 Soort bouwwerkzaamheden en natuurinclusief bouwen
Zolang er geen gebiedsontheffing is, wordt er gewerkt volgens de reguliere procedures van de Omgevingsvergunning en de Wet natuurbescherming.
Er zijn verschillende soorten bouwwerkzaamheden te onderscheiden, namelijk:
• Niet vergunningplichtig en buiten de invloed van de gemeente: hierbij komen veel gebouwbewonende diersoorten in het geding. Het gros van deze werkzaamheden is ook niet in beeld bij de Omgevingsdienst.
• Vergunningplichtige werkzaamheden: in gebieden met te verwachten natuurwaarden (op basis van de natuurwaardenverwachtingenkaart in het Groenbeleidsplan Hilversum 2030) wordt doorverwezen naar de Wnb.
• Grotere (bouw)initiatieven door ontwikkelende partijen: hier wordt standaard een ecologisch onderzoek verricht om inzicht te krijgen in de aanwezige natuurwaarden en specifiek gebouwbewonende diersoorten. In geval van een conflict met de Wnb moet een ontheffing worden aangevraagd en zullen compenserende maatregelen worden verplicht.
In enkele gevallen is de gemeente intensiever betrokken bij bouwplannen dan de reguliere lijn van de vergunningaanvraag. Dat zijn ten eerste grotere projecten waar de gemeente een anterieure overeenkomst sluit met de ontwikkelende partij. Ten tweede zijn er projecten waarin de gemeente opdrachtgever is of de aanbesteding doet. Hierin is een toetsing op de Wnb een vast onderdeel. Met name dit zijn projecten waar de gemeente invloed heeft en waar natuurinclusief bouwen als uitgangspunt of randvoorwaarde kan worden gesteld.
5. Borging van natuurinclusief bouwen
Ook zonder een gebiedsontheffing kan natuurinclusief bouwen worden verplicht en worden geborgd in bestemmingsplannen. Middels een zogenaamd paraplu-bestemmingsplan kan een generieke aanpak in een keer worden vastgelegd.
Voor dit moment wordt er echter ingezet op stimuleren en beperkt op natuurinclusief bouwen als randvoorwaarde, beide op basis van de Leidraad Natuurinclusief Bouwen. Deze wordt in hoofdstuk 7 toegelicht.
[1] Een anterieure overeenkomst heeft tot doel afspraken vast te leggen tussen de gemeente en een particuliere partij over het ontwikkelen van een bepaald perceel (grondexploitatie). Een anterieure overeenkomst is een privaatrechtelijke overeenkomst, waarin de exploitant zich verplicht tot het betalen van een bijdrage in de kosten die door de gemeente gemaakt moeten worden om de grondexploitatie mogelijk te maken. Dan gaat het bijvoorbeeld over kosten voor de aanleg van wegen of openbare voorzieningen en kosten voor aanpassing van het bestemmingsplan.
5.1 Natuurinclusief bouwen stimuleren
Tijdens de ontwikkeling van het beleid voor natuurinclusief bouwen is het gesprek over dit onderwerp aangegaan met verschillende ontwikkelende partijen en met de drie woningcorporaties. De reacties op het onderwerp natuurinclusief bouwen zijn positief. Bij een tweetal in ontwikkeling zijnde bouwplannen omarmt men het onderwerp en neemt maatregelen zoals groene daken en ingebouwde vleermuisverblijven op in het bouwplan. Met de juiste informatie en onderbouwing wordt natuurinclusief bouwen gezien als een waardevolle toevoeging aan bouwprojecten.
Dit enthousiasme is reden om in eerste instantie in te zetten op het stimuleren van natuurinclusief bouwen in de reguliere (ver-)bouwprojecten. Bij het geven van gericht advies wordt de Leidraad Natuurinclusief Bouwen gebruikt.
Bij bouwinitiatieven die afwijken van het bestemmingsplan en waarvoor een bestemmingsplanwijziging nodig is, wordt natuurinclusief bouwen actief gestimuleerd door het meegeven van een gericht gemeentelijk advies van de adviseurs Natuur, Landschap en Ecologie.
Het stimuleren van natuurinclusief bouwen gebeurt, al dan niet vergunningvrij, bij:
• Nieuwbouw passend in het bestemmingsplan;
• Bouwplannen waarvoor een wijziging in het bestemmingsplan nodig is.
5.2 Natuurinclusief bouwen als randvoorwaarde
In de gevallen dat de gemeente Hilversum zelf de regie voert op bouwprojecten wordt natuurinclusief bouwen als randvoorwaarde opgenomen. Bij het stellen van de randvoorwaarden wordt gebruik gemaakt van de Leidraad Natuurinclusief Bouwen.
In anterieure overeenkomsten kan natuurinclusief bouwen als randvoorwaarde worden opgenomen. Dit gebeurt in goed overleg de ontwikkelende partij om te zorgen het betreffende project een meerwaarde oplevert voor gebouwbewonende diersoorten en daarmee voor zijn directe omgeving.
Bij de aanbesteding van bouwkavels worden vooraf de randvoorwaarden vastgelegd in een bouwenvelop zoals is gebeurd in Anna’s Hoeve.
Een andere vorm is een tender of aanbesteding waarbij vooraf vastgestelde eisen op basis van de leidraad onderdeel zijn van de aanbestedingscriteria. Bijvoorbeeld voor de ontwikkeling van het Stationsgebied zou dit de werkwijze kunnen zijn.
Daar waar natuurinclusief bouwen randvoorwaarde is bij ontwikkelingen worden deze door de gemeentelijke adviseurs Natuur, Landschap en Ecologie opgesteld. Het stellen van randvoorwaarden heeft ook als gevolg dat deze in planvorming en uitvoering moeten worden gecontroleerd. Tijdens de planvorming gebeurt dit door de adviseurs Natuur, Landschap en Ecologie; tijdens de uitvoering is inhuur van specialistische kennis nodig.
Voorwaarde voor het stimuleren van natuurinclusief bouwen is een goede informatievoorziening en goede communicatie. Omdat het naast voorzieningen in gebouwen ook gaat om een geschikte omgeving voor gebouwbewonende diersoorten wordt er breed gecommuniceerd, ook naar niet bouwende inwoners.
Daarom is er een zogenoemd strategisch communicatieframe natuurinclusief bouwen opgesteld. Kort gezegd gaat het bij natuurinclusief bouwen over beleving en bewustwording. Er wordt beoogd
[2] Hunkemöller in 1221 en Anna’s Hoeve bouwvelden 4.1 & 4.2 door De Alliantie Ontwikkeling
gedragsverandering te weeg te brengen en bepaalde trends (zoals het geheel tegelen van tuinen en openbare ruimten) te doorbreken.
In het ‘frame’ staat onder meer opgenomen:
De interne en externe situatie, kernboodschap, ambities en prioriteiten van dit project : zie dit gehele document.
Lijst met interne en externe stakeholders: We trekken gezamenlijk met onze partners op in de communicatie. Belangrijke externe stakeholders zijn enthousiast over het uitbouwen van onze samenwerking.
De communicatie stijl van natuurinclusief bouwen (en groen): De gemeente jaagt aan, initieert, faciliteert, verbindt en etaleert. We zetten ambassadeurs in om het verhaal te vertellen. Intern creëren we ambassadeurs door kruisbestuiving met andere projecten en extern door inwoners te informeren en mobiliseren
De aanpak van communicatie: Er is een lijst met passende middelen gemaakt en alle operationele activiteiten zijn in beeld met een planning en content kalender, prioriteiten en actielijsten. Denk aan onder andere eigen pagina’s op gemeente platforms, informatieblad ‘Dieren rondom je huis’, sociale media en in samenwerking met externe stakeholders wijkexcursies met specialisten (mobiliseren van enthousiaste inwoners)
Ambitie van communicatie: Op een vernieuwende manier samenwerken met de omgeving en samenwerkingen versterken met partners. Inwoners met elkaar verbinden, de participatiesamenleving versterken. Tevens leidt dat tot interne bewustwording van participatiesamenleving in de gehele gemeentelijk organisatie.
De gemeentelijke websites fungeren als belangrijkste informatiebron. Onder “Uw wijk” en onder Hilversum.nl/duurzaam is algemene informatie over natuurwaarden van elke wijk te vinden. Daarnaast staat op een kaartviewer de meer specifieke informatie over natuurinclusief bouwen.
Een pré van dit tijdig optuigen van de communicatiestrategie is dat het houvast biedt voor de gehele ontwikkeling van het project, juist doordat er vele vragen beantwoord moeten worden.
7. Leidraad Natuurinclusief Bouwen
Met de Leidraad Natuurinclusief Bouwen (zie bijlage 2 van het raadsvoorstel) wil de gemeente Hilversum haar inwoners en initiatiefnemers informeren over gebouwbewonende diersoorten en de realisatie van goede leefomstandigheden van deze diersoorten stimuleren.
Het gaat hierbij zowel om verblijfplaatsen voor deze dieren ín gebouwen, alsmede om een geschikte omgeving rondom die gebouwen.
Een leefomgeving voor dieren is geschikt als zij voldoet aan de vier V’s. Naast de Veiligheid (huisvesting) voorzien de maatregelen ook in voorzieningen die zorgen voor Vocht en Voedsel. Als deze drie V’s in orde zijn zullen de dieren zelf zorgen voor Voortplanting.
De basis voor het beleid voor natuurinclusief bouwen is de juiste maatregel op de juiste plek. Daarom is Hilversum in de leidraad ingedeeld in 20 stadslandschappen. Een stadslandschap wordt bepaald door zijn ligging in de stad, de hoeveelheid groen en de hoeveelheid en hoogte van gebouwen. Elk stadslandschap heeft zijn eigen ecologische mogelijkheden. Een stadslandschap in het westen biedt bijvoorbeeld meer mogelijkheden voor soorten uit het veenweidegebied, terwijl een stadslandschap in het noordoosten mogelijkheden biedt voor soorten van de heide.
In een kaartviewer kan een inwoner zien in welk stadslandschap zij/hij woont. Bij dat stadslandschap zit een factsheet met de belangrijkste gebouwbewonende diersoorten en maatregelen die kunnen worden genomen voor een goede leefomgeving voor deze diersoorten. Dat zijn maatregelen in of aan de woning, maar ook maatregelen in de directe omgeving van de woning. Een voorbeeld van de kaartviewer en een factsheet van een stadlandschap is te vinden in bijlage 3 van het raadsvoorstel.
Wanneer voldoet een ontwikkeling nu aan de vier V’s? Om dat te bepalen is in de Leidraad Natuurinclusief Bouwen een puntensysteem uitgedacht. Afhankelijk van de grootte van de nieuwbouwactiviteit wordt een bepaald aantal ecopunten geadviseerd. Hoe die ecopunten worden gehaald is aan de initiatiefnemer. De locatie in het stadslandschap en de omvang van het initiatief bepalen welke maatregel het belangrijkste is. Daarnaast bepaalt de locatie in het stadslandschap de verdeling van maatregelen in het gebouw en groene maatregelen in de omgeving.
De leidraad biedt een grote variatie aan natuurinclusieve maatregelen waarmee ecopunten kunnen worden gehaald. Voorbeelden van maatregelen in gebouwen zijn toegankelijke spouwmuren voor vleermuizen, inbouwkasten voor vleermuizen, huismussen of gierzwaluwen. Voor groene maatregelen aan en om gebouwen zijn groene daken en groene gevels belangrijke elementen. Met name in dicht bebouwde gebieden zijn deze vormen van groen een belangrijk onderdeel van de leefomgeving van de gebouwbewonende diersoorten. De puntensystematiek is dan ook zo opgezet dat juist deze maatregelen worden gestimuleerd. Andere omgevingsmaatregelen betreffen bijvoorbeeld het inrichten van de tuin van een gebouw.
Natuurinclusieve maatregelen zijn nog volop in ontwikkeling. In de mitigatiecatalogus van Arcadis staan de meest actuele eisen voor voorzieningen voor gebouwbewonende diersoorten opgenomen. Deze catalogus wordt gebruikt als naslagwerk voor toe te passen maatregelen.
Een initiatiefnemer wil in de Hilversumse Meent een twee-onder-één-kapwoning bouwen met een volume van 900 m3.
• In een gebouw van 900 m3 wordt geadviseerd volgens tabel 1 50 ecopunten te realiseren.
• In het stadslandschap Hilversumse Meent geeft in tabel 2 aan 50% van de ecopunten (=25 ecopunten) in het gebouw te realiseren.
• In het gebouw wordt een kraamverblijf voor de laatvlieger of de gewone grootoorvleermuis gerealiseerd. (tabel 2)
• Het kraamverblijf van 5 m2 levert volgens tabel 3A 5 ecopunten op. Er moeten dus nog ten minste 20 punten in het gebouw worden gerealiseerd.
• De initiatiefnemer bouwt nog 5 huimuskasten (10 punten) en 4 gierzwaluwkasten (12 punten) in*: er zijn nu totaal 27 ecopunten gerealiseerd in het gebouw.
• In de tuin worden drie hoogstam fruitbomen geplant (3x5 punten). (tabel 3B)
• De beide bijkeukens van het gebouw krijgen een sedumdak van elk 10 m2 (2x5 punten). (tabel 3B)
• In het bouwplan zijn nu 5+10+12+15+10=52 ecopunten gerealiseerd.
De geschatte kosten van deze natuurinclusieve maatregelen bedragen:
• 3 bomen die schaduw geven, CO2 vastleggen, insecten, vogels en mensen voeden en elk seizoen een ander uitzicht bieden;
• 20m2 sedumdak dat voedsel biedt aan bijen en vlinders, hemelwater vasthoudt, dakbedekking beschermt tegen UV straling, het dak isoleert en zorgt voor een groen uitzicht vanaf de hogere verdiepingen van de woningen;
• 9 vogelverblijfplaatsen in een vogelvriendelijke omgeving.
* huismussen en gierzwaluwen leven in kolonies en hebben dus meerdere verblijfplaatsen in een gebouw nodig.
7.4 Innovatief groen moet je doen
De motie M20-81 “Innovatief groen moet je doen” is unaniem door de gemeenteraad aangenomen. In de motie wordt het college verzocht om de toepassing van innovatief groen te onderzoeken, over de opgedane inzichten en uitkomsten te rapporteren aan de raad en deze waar mogelijk toe te passen in toekomstige ontwikkelingen. Innovatief groen, in de vorm van groene daken en groene gevels zijn binnen de beschikbare maatregelen voor natuurinclusief bouwen belangrijke elementen voor een geschikte leefomgeving voor gebouwbewonende diersoorten. Voor groene gevels gaat het om het gebruik van (inheemse) klimplanten omdat die een belangrijke functie vervullen als schuilplaats voor vogels. Voor groene daken wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën. Het sedumdak is het meest eenvoudige groene dak; een dak met grassen en kruiden is ecologisch waardevoller; een daktuin inclusief bomen en struiken levert de grootste bijdrage. De puntensystematiek in de leidraad is zo opgezet dat groene gevels en daken sowieso veel ecopunten opleveren. Naarmate een groen dak ecologisch gezien meer waarde heeft levert dat ook meer ecopunten op. Op deze manier stimuleert de leidraad het toepassen van deze maatregelen.
Voor het ontwikkelen van de leidraad is een bureaustudie gedaan van geregistreerde waarnemingen in Hilversum en er is een eerste stadsbrede inventarisatie van gebouwbewonende diersoorten gedaan. Op basis van wijkkenmerken zijn zogenaamde transecten gelopen. Transecten zijn korte routes van zo’n anderhalve kilometer lang, waar de aanwezigheid van gebouwbewonende diersoorten wordt vastgesteld. Het zijn dus globale inventarisaties. Door de transecten in een vaste frequentie te herhalen kan over een aantal jaar worden vastgesteld of soorten vaker voorkomen in een gebied dan ten tijde van de nulmeting. (zie bijlage 4 van het raadsvoorstel)
Om de effectiviteit van de natuurinclusieve maatregelen te kunnen beoordelen worden de transecten in de volgende jaren herhaald: 2022, 2023 en 2025. In het najaar van 2025 kan vervolgens een evaluatie worden opgesteld over de effectiviteit van natuurinclusief bouwen op de lokale populaties van vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Kosten voor deze transecten bedragen € 30.000 per jaar, dus € 90.000 in totaal.
Resultaten uit de monitoring kunnen aanleiding geven om het puntensysteem aan te scherpen. Dit is uitvoering van het onderhavige beleid en daarmee een collegebevoegdheid. Fundamentele aanpassingen van het beleid zullen door de gemeenteraad moeten worden bekrachtigd.
Als na 4 jaar uit de stadsbrede monitoring blijkt dat stimulering niet leidt tot een toename van het aantal gebouwbewonende diersoorten in Hilversum kan natuurinclusief bouwen alsnog worden vastgelegd. Dat kan in het Omgevingsplan waarin het dan wordt verplicht voor nieuwbouw of voor alle bouwactiviteiten. Monitoringsresultaten en een eventueel voorstel voor een verplichting, inclusief de benodigde capaciteit, worden te zijner tijd voorgelegd aan de gemeenteraad.
Daarnaast zal in de komende jaren in geheel Hilversum meer gedetailleerd onderzoek moeten plaatsvinden naar paar-, kraam- en winterverblijven van vleermuizen en naar nesten van de gierzwaluw en huismus. Dit zijn meer tijdrovende onderzoeken die over een periode van drie jaar voor de gehele bebouwde kom van Hilversum zullen worden gedaan. Dit onderzoek is noodzakelijk om nog gerichter te kunnen adviseren met de leidraad en ten aanzien van verplichtingen in het kader van de Wet natuurbescherming. De exacte invulling van deze onderzoeken is afhankelijk van de uitkomsten van de pilot in de Hilversumse Meent. Daar onderzoeken we met het bevoegd gezag welke onderzoeken nodig zijn en welke niet. Zodra hierover meer duidelijk is zal er een apart onderzoeksvoorstel worden opgesteld en bij onvoldoende financiële ruimte in het exploitatiebudget voor groenbeleid zal extra krediet aan de gemeenteraad worden gevraagd.
9. Raakvlakken met ander beleid
Het beleid voor natuurinclusief bouwen staat niet op zichzelf, maar sluit ook aan op ander beleid en programma’s.
De Omgevingswet treedt op 1 juli 2022 in werking. Die wet beoogt een integrale benadering van de fysieke leefomgeving waarbij diverse belangen worden afgewogen. Dat zal zich onder meer uiten in de Omgevingsvisie. Ook het onderwerp natuur en ecologie (waaronder natuurinclusief bouwen) wordt betrokken bij het opstellen van de Omgevingsvisie. En later ook bij het opstellen van het Programma Groen.
De ambitie (doel) en het programma worden daarna (juridisch) vertaald in het Omgevingsplan. Natuurinclusief bouwen kan in de regels van het Omgevingsplan worden verwerkt.
Natuurinclusief bouwen is een van de manieren om de biodiversiteit in Hilversum te behouden en te vergroten. Het zal daarom integraal onderdeel zijn van het in ontwikkeling zijnde Programma Groen.
In het investeringsprogramma onderwijshuisvesting heeft de gemeenteraad de voorwaarde gesteld om groene schoolpleinen onderdeel te laten zijn van het investeringsprogramma. Dit is feitelijk al een natuurinclusieve maatregel. Maatregelen aan het schoolgebouw zijn dan een beperkte extra opgave voor de bouwheer.
In de Leidraad Duurzame Gebiedsontwikkeling die momenteel wordt opgesteld is natuurinclusief bouwen eveneens een onderdeel. Het in dit stuk voorgestelde beleid zal worden overgenomen in die leidraad.
Het voorgestelde beleid voor natuurinclusief bouwen betekent dat er ambtelijke inzet is vereist. Toezicht zal nodig zijn voor de projecten waarin natuurinclusief bouwen als randvoorwaarde wordt opgenomen. De overleggen met ontwikkelende partijen bij het actief stimuleren en het opstellen van randvoorwaarden bij de verplichting kan worden gedaan binnen het takenpakket van de adviseurs Natuur, Landschap en Ecologie.
De kosten voor het voorgestelde beleid voor natuurinclusief bouwen bestaan uit vier onderdelen.
1. Communicatie: voor communicatie (middelen en capaciteit) wordt gebruik gemaakt van het beschikbare exploitatiebudget voor groenbeleid. Geraamde incidentele kosten: € 10.000.
2. Advisering: in de begroting van 2021 en 2022 is budget beschikbaar voor extra capaciteit voor duurzaamheid en groenbeleid voor zogenoemde niet belegde taken. Advisering voor natuurinclusief bouwen is daar een van en is daarmee financieel geborgd. Geraamde kosten: € 12.000 per jaar.
3. Inhuur van specifieke kennis bij toezicht op de realisatie van natuurinclusieve maatregelen. De schatting is dat het gaat om 5 projecten per jaar. De jaarlijks kosten van inhuur bedragen dan €15.000 Deze kosten zijn niet gedekt in de begroting. Alvorens op basis van de evaluatie bepaald kan worden welke capaciteit voor toezicht benodigd zal zijn en of de vereiste kennis ook in de eigen organisatie kan worden geborgd zullen in de begroting van 2023 en verder deze kosten worden opgenomen. Voor de jaren 2023 t/m 2025 worden de kosten ingeschat op totaal €45.000 (€15.000 per jaar).
4. Monitoring: de stadsbrede, globale monitoring (transecten) kunnen eveneens worden bekostigd uit het exploitatiebudget voor groenbeleid. Voor aanvullende uitgebreide en gedetailleerde monitoring zal, wanneer dit zich aandient, moeten worden bepaald of het beschikbare exploitatiebudget toereikend is. Is dit niet het geval dan zal extra krediet aan de gemeenteraad worden gevraagd.
Omdat het verduurzamen van woningen een goede aanleiding is om natuurinclusieve maatregelen te nemen wordt de mogelijkheid onderzocht om de duurzaamheidslening van de gemeente Hilversum uit te breiden met een lening voor natuurinclusieve maatregelen. De lening wordt nu gebruikt door inwoners voor bijvoorbeeld de aanschaf van zonnepanelen. Ook voor de aanleg van groene daken kan nu al een lening worden aangevraagd. Het voorstel voor aanpassing van de duurzaamheidslening, onder meer op natuurinclusief bouwen, wordt op korte termijn aan de gemeenteraad voorgelegd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2022-299253.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.