Verkeersmaatregel Lambrecht van Middelhovenweg, aanwijzen individuele gehandicaptenparkeerplaats

Ruimte / Mobiliteit / 2022-01690

Burgemeester en Wethouders van Maastricht

 

Gelet op:

  • artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) ingevolge verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij betreffen het verkeer op wegen, welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap dat deze bevoegdheid op grond van “Mandaatregeling Gemeente Maastricht 2010” is gemandateerd aan het afdelingshoofd Mobiliteit;

  • artikel 15, lid 1, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd;

  • artikel 15, lid 2, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor het aanbrengen of verwijderen van infrastructurele maatregelen die leiden tot een beperking of een uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken;

  • artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) ingevolge het plaatsen en verwijderen van de in dit artikel genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit;

  • artikel 14 van het BABW, wordt de plaatsing van onderborden, zoals bedoeld in artikel 8, lid 2 en lid 3 van het BABW, in het betrokken verkeersbesluit tot uitdrukking gebracht;

  • artikel 24 van het BABW ingevolge verkeerbesluiten worden genomen na overleg met de gemandateerde van de korpschef van het nationale politiekorps;

 

Overwegende :

dat de Lambrecht van Middelhovenweg een erftoegangsweg is binnen de bebouwde kom van Maastricht;

 

dat verzocht is tot het aanleggen van een individuele gehandicaptenparkeerplaats, ter hoogte van de Lambrecht van Middelhovenweg 6;

 

dat verzoeker zich namelijk thans niet of slechts met grote moeite anders dan over een korte afstand te voet kan voortbewegen;

 

dat verder geconstateerd is dat in de directe omgeving van het woonadres van verzoeker geen gehandicaptenparkeerplaatsen aanwezig zijn waar verzoeker gebruik van zou kunnen maken;

 

dat de gemeente van mening is dat mindervalide weggebruikers de mogelijkheid moeten hebben om in de directe nabijheid van de eigen woning te kunnen parkeren aangezien zij daardoor in staat zijn om een actief en mobiel leven te leiden en aan het algemeen maatschappelijk verkeer kunnen deelnemen;

 

dat de gemeente, gelet op het voorgaande, derhalve gehoor wenst te geven aan het verzoek om een gehandicaptenparkeerplaats aan te leggen, ten behoeve van het bij verzoeker in gebruik zijnde motorvoertuig, ter hoogte van de Lambrecht van Middelhovenweg 6;

 

dat deze maatregel wordt genomen om de bruikbaarheid van de weg en de vrijheid van het verkeer te waarborgen c.q. in deze te vergroten voor verzoeker;

 

dat betreffende straat in beheer en onderhoud is bij de gemeente Maastricht;

 

dat overeenkomstig artikel 24 van het BABW de te nemen verkeersmaatregelen besproken zijn met de Districtchef van politiedistrict Maastricht;

 

BESLUITEN:

  • 1.

    in te trekken het bepaalde ten aanzien van de Lambrecht van Middelhovenweg in hun besluit van 11 februari 2015, Ruimte / Mobiliteit en Milieu/ 2015-04373;

 

  • 2.

    door het plaatsen van het bord E6 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderbord met kenteken het parkeervak ter hoogte van de Lambrecht van Middelhovenweg 6 aan te wijzen als individuele gehandicaptenparkeerplaats.

 

Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,

Wethouder Krabbendam,

Voor deze,

 

E. Westbroek

Teammanager Mobiliteit

 

Maastricht, 20 januari 2022

 

Bezwaar en voorlopige voorziening

Op grond van het bepaalde in de artikelen 8:1 juncto artikel 7:1 juncto artikel 6:4 van de Awb kan, door degenen wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen een termijn van zes weken, ingaande op de dag na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt c.q. is verzonden of uitgereikt, bij ons college een bezwaarschrift worden ingediend.

 

U kunt het bezwaarschrift digitaal of schriftelijk indienen.

 

Als u het bezwaarschrift digitaal wilt indienen, kunt u dit doen via https://www.gemeentemaastricht.nl/bezwaarschrift-indienen. U vindt hier een formulier waarmee u bezwaar kunt maken.

 

U kunt het bezwaarschrift ook per post indienen.

 

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

. de naam en het adres van de indiener;

. de dagtekening;

. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

. de gronden van het bezwaar.

Wij verzoeken u in het bezwaarschrift ook uw telefoonnummer en (zo mogelijk) uw

e-mailadres te vermelden.

 

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van Burgemeester en wethouders van Maastricht, Postbus 1992, 6201 BZ Maastricht.

 

Het indienen van bezwaar heeft geen schorsende werking. Om de inwerkingtreding van het besluit en de gevolgen daarvan op te schorten kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, bestuursrecht, postbus 950 te 6040 AZ te Roermond.

Van de verzoeker van een voorlopige voorziening wordt een griffierecht geheven. U wordt door de griffie van de rechtbank geïnformeerd over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betaling.

handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

 

Naar boven