Verkeersbesluit instellen voetgangerszone en opheffen diverse verkeersmaatregeen Meesterjoostenlaan

Nr. 2022/720334

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,

gelet op de Wegenwet, de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990), het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) en de Uitvoeringsvoorschriften van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: Uitvoeringsvoorschriften BABW).

Overwegende:

dat de Meesterjoostenlaan gelegen is binnen de bebouwde kom van Haarlem;

dat de Meesterjoostenlaan in beheer is bij de gemeente Haarlem;

dat de Meesterjoostenlaan een weg is als bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;

dat gelet op bovengenoemd artikel het college van burgemeester en wethouders van Haarlem bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor deze wegen;

dat de bevoegdheid voor het nemen van verkeersbesluiten door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem is gemandateerd aan het afdelingshoofd Beheer en Beleid Openbare Ruimte;

dat de gemeentelijke wegencategorisering van Haarlem is opgenomen in de Structuurvisie Openbare Ruimte (hierna: SOR);

dat deze categorisering aansluit op de categorisering, zoals bedoeld in het landelijke beleid Duurzaam Veilig;

dat de Meesterjoostenlaan gecategoriseerd is als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom en de weg daarmee deel uitmaakt van het verblijfsgebied;

dat de verkeersfunctie in een verblijfsgebied ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie;

dat de Meesterjoostenlaan is gelegen tussen de Kleine Houtweg en de Twijnderslaan;

dat de Kleine Houtweg en de Twijnderslaan ook rechtstreeks op elkaar aansluiten;

dat er voor bestuurders geen noodzaak is om als doorgaand verkeer gebruik te maken van de Meesterjoostenlaan;

dat de Meesterjoostenlaan een bijzonder krap rijbaanprofiel van ca. 2.20m, inclusief molgoten, heeft;

dat het met voertuigen berijden van de Meesterjoostenlaan tot gevolg heeft dat vaak schade wordt veroorzaakt aan alles wat op de weg en tegen de gevels staat zoals fietsen, containers en bloembakken, maar ook bijvoorbeeld aan regenpijpen die aan de gevel zijn bevestigd;

dat elk stilstaand voertuig in de Meesterjoostenlaan direct tot gevolg heeft dat de straat voor alle weggebruikers volledig is geblokkeerd;

dat, behalve voor het bereiken van een aantal garageboxen er geen dringende reden is om met voertuigen door de Meesterjoostenlaan te rijden;

dat spelende kinderen noodzakelijkerwijs van de rijbaan gebruik moeten maken;

dat omtrent deze als zodanig ervaren problematiek en in het kader van het vinden van een oplossing daarover contact is geweest met de bewoners;

dat het overgrote deel van deze bewoners voorstander is van maatregelen die het verkeersgebruik drastisch beperken;

dat daarbij is vastgesteld dat de in de Meesterjoostenlaan gelegen garageboxen voor autoverkeer bereikbaar moeten blijven;

dat dit kan worden bereikt door autoverkeer van en naar de Kleine Houtweg op een kort deel van de Meesterjoostenlaan - tot aan de garageboxen ter hoogte van huisnummer 4- toe te laten en door middel van het plaatsen van palen de verdere doorgang of de doorgang vanaf de tegenoverliggende zijde voor dat autoverkeer onmogelijk te maken;

dat het om bovenstaande redenen gewenst is om de Meesterjoostenlaan een voetgangersdomein te laten zijn;

dat dit wordt gerealiseerd door de Meesterjoostenlaan aan te wijzen als een voetgangerszone door middel van het plaatsen van zoneborden begin/einde G7 van de bijlage 1 van het RVV 1990;

dat het aan fietsers wordt toegestaan om dit voetpad te gebruiken;

dat door middel van het plaatsen van een onderbord met de tekst ‘voertuigen met bestemming garageboxen toegestaan’ onder het aan de zijde van de Kleine Houtweg geplaatste zonebord begin G7, vanaf en naar die bestemming bestuurders over de Meesterjoostenlaan kunnen rijden;

dat de te plaatsen paaltjes de hierboven vermelde maatregel fysiek ondersteunen;

dat in verband met vorenstaande het bestaande eenrichtingsverkeer in de Meesterjoostenlaan overbodig is geworden en daarom wordt opgeheven door middel van het verwijderen van de borden C2 en C3 van de bijlage 1 van het RVV 1990;

dat het aanduiden van de begrenzing van de parkeerverbodszone geen rol vervult in een voetgangerszone en derhalve de zoneborden einde E1 van de bijlage 1 van het RVV 1990 van de Meesterjoostenlaan aan de zijde van de Kleine Houtweg worden verwijderd;

dat het aanduiden van het begin/einde van een 30 km-zone geen rol vervult in een voetgangerszone en niet overeenkomstig de voorschriften middel verkeersborden is aangeduid wordt derhalve het zonebord begin A1(30) van de bijlage 1 van het RVV 1990 op de Meesterjoostenlaan aan de zijde van de Kleine Houtweg verwijderd;

dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het plaatsen of verwijderen van de borden A1, C2, C3, E1 en G7 van bijlage 1 van het RVV 1990 met het bijbehorende onderbord een verkeersbesluit is vereist;

dat gelet op artikel 15, tweede lid, van de WVW 1994, maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer geschieden krachtens een verkeersbesluit en dat het plaatsen van palen in de weg onderdeel uitmaakt van de maatregelen en onder dit artikel valt;

dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de hiervoor benoemde verkeersmaatregel strekt tot het verzekeren van de veiligheid op de weg en het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer in het geding komt met uitvoeren van de hiervoor benoemde verkeersmaatregel;

dat gelet op alle voorgaande overwegingen het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer ondergeschikt is aan het verzekeren van de veiligheid op de weg en het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de gemandateerde van de politie;

dat de politie heeft ingestemd met de hierna genoemde verkeersmaatregelen.

Het besluit:

Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem besluit:

- door middel van het plaatsen van de zoneborden begin/einde G7 van de bijlage 1 van het RVV 1990 een voetgangerszone in te stellen op de Meesterjoostenlaan;

- door middel van het plaatsen van een onderbord met het symbool <fiets> en de tekst ‘toegestaan’ aan fietsers toe te staan om dit voetpad te gebruiken;

- door middel van het aanbrengen van een onderbord met de tekst ‘voertuigen met bestemming garageboxen toegestaan’ onder het aan de zijde van de Kleine Houtweg in de Meesterjoostenlaan geplaatst zonebord begin G7 van de bijlage 1 van het RVV 1990 de bereikbaarheid van deze garageboxen te garanderen;

- door middel van het plaatsen van palen nabij de garageboxen ter hoogte van Meesterjoostenlaan no.4 de vorenbedoelde maatregel fysiek te ondersteunen;

- door middel van het verwijderen van de borden C2 en C3 van de bijlage 1 van het RVV 1990 het bestaande eenrichtingsverkeer op de Meesterjoostenlaan op te heffen;

- door middel van het verwijderen van de zoneborden einde E1 van de bijlage 1 van het RVV 1990 de begrenzing van de parkeerverbodszone op de Meesterjoostenlaan, aan de zijde van de Kleine Houtweg op te heffen;

- door middel van het verwijderen van het zonebord begin A1(30) van de bijlage 1 van het RVV 1990, geplaatst op de Meesterjoostenlaan aan de zijde van de Kleine Houtweg, de begrenzing van een 30 km-zone op te heffen;

- een en ander overeenkomstig onderstaande situatieschets.

Situatieschets:

Aldus vastgesteld op 30 05 2022 te Haarlem

Namens het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,

Dilshad Jabar

Hoofd afdeling Beheer en Beleid Openbare Ruimte

Dit besluit treedt in werking na bekendmaking in het Gemeenteblad. Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na publicatie van dit besluit in het Gemeenteblad bezwaar maken bij burgemeester en wethouders van Haarlem, Postbus 511, 2003 PB te Haarlem. Het bezwaarschrift moet de naam en het adres vermelden van degene die bezwaar maakt, zijn ondertekend en de datum vermelden waarop het is opgesteld. Daarnaast verzoeken wij u om ook uw telefoonnummer en/of e-mailadres te vermelden. Dit maakt het makkelijker om contact met u op te nemen over uw bezwaarschrift. In het bezwaarschrift moet ook worden aangegeven tegen welk besluit bezwaar wordt gemaakt en waarom het bezwaar wordt gemaakt. Door het indienen van het bezwaarschrift wordt dit besluit niet opgeschort. Bij een spoedeisend belang kan degene die een bezwaarschrift heeft ingediend een voorlopige voorziening vragen aan de voorzieningenrechter van de rechtbank, sector bestuursrecht, postbus 1621, 2003 BR te Haarlem. Bij het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening moeten griffierechten worden betaald.

Naar boven