Verkeersmaatregel Pasestraat

Ruimte / Mobiliteit / 2022-08551

Burgemeester en Wethouders van Maastricht

 

Gelet op:

  • artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) ingevolge verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij betreffen het verkeer op wegen, welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap dat deze bevoegdheid op grond van “Mandaatregeling Gemeente Maastricht 2010” is gemandateerd aan het afdelingshoofd Mobiliteit;

  • artikel 15, lid 1, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd;

  • artikel 15, lid 2, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor het aanbrengen of verwijderen van infrastructurele maatregelen die leiden tot een beperking of een uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken;

  • artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) ingevolge het plaatsen en verwijderen van de in dit artikel genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit;

  • artikel 14 van het BABW, wordt de plaatsing van onderborden, zoals bedoeld in artikel 8, lid 2 en lid 3 van het BABW, in het betrokken verkeersbesluit tot uitdrukking gebracht;

  • artikel 24 van het BABW ingevolge verkeerbesluiten worden genomen na overleg met de gemandateerde van de korpschef van het nationale politiekorps;

 

Overwegende :

 

dat de Pasestraat een erftoegangsweg is, deels binnen en deels buiten de bebouwde kom van Itteren, binnen de gemeente Maastricht;

 

dat de maximale snelheid op de Pasestraat 50 km/uur is voor het deel binnen de bebouwde kom;

 

dat de Pasestraat een smal wegprofiel heeft;

 

dat dit versterkt wordt door suggestiestroken;

 

dat op de Pasestraat veel wordt gefietst;

 

dat het wenselijk is om de maximale snelheid voor het deel van de Pasestraat binnen de bebouwde kom in te stellen op 30 km/uur;

dat het verlagen van de maximale snelheid het snelheidsverschil tussen fietsers met gemotoriseerd verkeer kleiner maken;

 

dat dit de verkeersveiligheid ten goede komt;

 

dat buurtbewoners zijn geïnformeerd middels een bewonersbrief;

 

dat deze maatregel genomen wordt voor het verzekeren van de veiligheid op de weg en het beschermen van weggebruikers en passagiers;

 

dat betreffende straat in beheer en onderhoud is bij de gemeente Maastricht;

 

dat overeenkomstig artikel 24 van het BABW de te nemen verkeersmaatregelen besproken zijn met de Districtchef van politiedistrict Maastricht;

 

BESLUITEN:

  • 1.

    in te trekken het bepaalde ten aanzien van de Pasestraat in hun besluit van 12 mei 2021, Ruimte / Mobiliteit / 2021-13804;

  • 2.

    door het (ver)plaatsen van de borden A1 (zone) en A2 (zone) van Bijlage I van het RVV 1990 de maximale snelheid voor het deel van de Pasestraat binnen de bebouwde kom in te stellen op 30 km/uur;

  • 3.

    door het plaatsen van de borden A4 en A5 van Bijlage I van het RVV 1990 een adviessnelheid van 30 km/uur in te stellen op de Pasestraat voor het deel gelegen tussen de fietsoversteek bij de Mariakapel en de bebouwde komgrens;

  • 4.

    door het in stand houden van de borden A1(zone) van Bijlage I van het RVV 1990 het gedeelte van de Pasestraat vanaf de bebouwde komgrens Itteren tot aan de aansluiting met de Spekstraat een maximum snelheid van 60 km per uur in te stellen;

  • 5.

    door het in stand houden van de borden B1, B6 en B7 van Bijlage I van het RVV 1990 de Pasestraat aan te wijzen als voorrangsweg.

 

Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,

Wethouder Krabbendam,

Voor deze,

 

E. Westbroek

Teammanager Mobiliteit

 

Maastricht, 11 mei 2022

 

Bezwaar en voorlopige voorziening

Op grond van het bepaalde in de artikelen 8:1 juncto artikel 7:1 juncto artikel 6:4 van de Awb kan, door degenen wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen een termijn van zes weken, ingaande op de dag na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt c.q. is verzonden of uitgereikt, bij ons college een bezwaarschrift worden ingediend.

 

U kunt het bezwaarschrift digitaal of schriftelijk indienen.

 

Als u het bezwaarschrift digitaal wilt indienen, kunt u dit doen via https://www.gemeentemaastricht.nl/bezwaarschrift-indienen. U vindt hier een formulier waarmee u bezwaar kunt maken.

 

U kunt het bezwaarschrift ook per post indienen.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

. de naam en het adres van de indiener;

. de dagtekening;

. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

. de gronden van het bezwaar.

Wij verzoeken u in het bezwaarschrift ook uw telefoonnummer en (zo mogelijk) uw e-mailadres te vermelden.

 

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van Burgemeester en wethouders van Maastricht, Postbus 1992, 6201 BZ Maastricht.

 

Het indienen van bezwaar heeft geen schorsende werking. Om de inwerkingtreding van het besluit en de gevolgen daarvan op te schorten kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, bestuursrecht, postbus 950 te 6040 AZ te Roermond.

Van de verzoeker van een voorlopige voorziening wordt een griffierecht geheven. U wordt door de griffie van de rechtbank geïnformeerd over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betaling.

 

U kunt ook digitaal een voorlopige voorziening indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

 

Bijlage

 

 

Naar boven