Verkeersbesluit instellen geslotenverklaring voor fietsen en gehandicaptenvoertuigen zonder motor op een deel van de Botterboulevard

Nr. 2022/592440

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,

gelet op de Wegenwet, de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990), het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) en de Uitvoeringsvoorschriften van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: Uitvoeringsvoorschriften BABW).

Overwegende:

dat de Botterboulevard gelegen is binnen de bebouwde kom van Haarlem;

dat de Botterboulevard in beheer is bij de gemeente Haarlem;

dat de Botterboulevard een weg is als bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;

dat gelet op bovengenoemd artikel het college van burgemeester en wethouders van Haarlem bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor deze wegen;

dat de bevoegdheid voor het nemen van verkeersbesluiten door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem is gemandateerd aan het afdelingshoofd Beheer en Beleid Openbare Ruimte;

dat de gemeentelijke wegencategorisering van Haarlem is opgenomen in de Structuurvisie Openbare Ruimte (hierna: SOR);

dat deze categorisering aansluit op de categorisering, zoals bedoeld in het landelijke beleid Duurzaam Veilig;

dat de Botterboulevard gecategoriseerd is als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom en de weg daarmee deel uitmaakt van het verblijfsgebied;

dat de verkeersfunctie in een verblijfsgebied ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie;

dat de Botterboulevard een aan de Spaarne gelegen woongebied ontsluit;

dat een zijtak van de Botterboulevard aansluit op het kruispunt Schoterbrug/Spaarndamseweg;

dat via deze zijtak gemotoriseerd verkeer gebruik kan maken van het kruispunt waarbij de toegang tot dit kruispunt en de verkeersafwikkeling wordt geregeld door middel van een verkeersregelinstallatie (VRI);

dat voor voetgangers, fietsers en ander langzaam verkeer een afzonderlijke ontsluiting van dit woongebied is aangelegd waarbij zij over het verplicht fietspad de Schokkerkade middels een ongelijkvloerse verbinding vlot en veilig naar en van het centrum van Haarlem kunnen gaan en daarnaast voor hen een aansluiting op het noordelijke deel van de Spaarndamseweg is aangelegd in de vorm van een verplicht fietspad;

dat daarmee het langzaam verkeer het kruispunt Schoterbrug/Spaarndamseweg kan mijden en kan worden geweerd en het kruispunt en de VRI dan ook niet zijn ingericht voor het geleiden van langzaam verkeer over het kruispunt;

dat is gebleken dat fietsers desondanks vanaf de zijtak van de Botterboulevard het voornoemde kruispunt oprijden, waarbij zij zelf een weg zoeken tussen het op het kruispunt rijdende verkeer;

dat deze fietsers -gezien vanuit de richting van de zijtak van de Botterboulevard- pas ná het kruispunt in westelijke richting worden geweerd van de westelijke rijbaan van de Spaarndamseweg door middel van een geslotenverklaring voor fietsen en gehandicaptenvoertuigen zonder motor, hetgeen kenbaar wordt gemaakt door een aldaar geplaatst bord C14 van de bijlage 1 van het RVV 1990;

dat in het belang van de verkeersveiligheid het noodzakelijk is dat op dit kruispunt voorkomen wordt dat fietsers in het bijzonder worden geconfronteerd met een voor hen riskante verkeerssituatie;

dat het wenselijk is dat fietsen en gehandicaptenvoertuigen zonder motor met als bestemming het kruispunt Schoterbrug/Spaarndamseweg al geweerd worden vóór dit kruispunt en wel op de zijtak van de Botterboulevard;

dat dit gerealiseerd kan worden door het plaatsen van het bord C14 van de bijlage 1 van het RVV 1990 op de zijtak van de Botterboulevard, ter hoogte van de aansluiting daarvan op de Botterboulevard;

dat gelijktijdig hiermee het op rijbaan van de westelijke tak van de Spaarndamseweg geplaatst bord C14 van de bijlage 1 van het RVV 1990 overbodig wordt en kan worden verwijderd;

dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het plaatsen of verwijderen van het bord C14 van bijlage 1 van het RVV 1990 een verkeersbesluit is vereist;

dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de hiervoor benoemde verkeersmaatregel strekt tot het verzekeren van de veiligheid op de weg en het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer in het geding komt met uitvoeren van de hiervoor benoemde verkeersmaatregel;

dat gelet op alle voorgaande overwegingen het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer ondergeschikt is aan het verzekeren van de veiligheid op de weg en het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de gemandateerde van de politie;

dat de politie heeft ingestemd met de hierna genoemde verkeersmaatregelen.

Het besluit:

Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem besluit:

- een geslotenverklaring in te stellen voor fietsen en gehandicaptenvoertuigen zonder motor op de zijtak van de Botterboulevard welke aansluit op het kruispunt Schoterbrug/Spaarndamseweg door middel van het plaatsen van het bord C14 van de bijlage 1 van het RVV 1990;

- de bestaande geslotenverklaring voor fietsen en gehandicaptenvoertuigen zonder motor op de rijbaan van de westelijke tak van de Spaarndamseweg op te heffen door middel van het verwijderen van het aldaar geplaatst bord C14 van de bijlage 1 van het RVV 1990;

- een en ander overeenkomstig onderstaande situatieschets.

Situatieschets:

Aldus vastgesteld op 21 april 2022 te Haarlem

Namens het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,

Dilshad Jabar

Hoofd afdeling Beheer en Beleid Openbare Ruimte

Dit besluit treedt in werking na bekendmaking in het Gemeenteblad. Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na publicatie van dit besluit in het Gemeenteblad bezwaar maken bij burgemeester en wethouders van Haarlem, Postbus 511, 2003 PB te Haarlem. Het bezwaarschrift moet de naam en het adres vermelden van degene die bezwaar maakt, zijn ondertekend en de datum vermelden waarop het is opgesteld. Daarnaast verzoeken wij u om ook uw telefoonnummer en/of e-mailadres te vermelden. Dit maakt het makkelijker om contact met u op te nemen over uw bezwaarschrift. In het bezwaarschrift moet ook worden aangegeven tegen welk besluit bezwaar wordt gemaakt en waarom het bezwaar wordt gemaakt. Door het indienen van het bezwaarschrift wordt dit besluit niet opgeschort. Bij een spoedeisend belang kan degene die een bezwaarschrift heeft ingediend een voorlopige voorziening vragen aan de voorzieningenrechter van de rechtbank, sector bestuursrecht, postbus 1621, 2003 BR te Haarlem. Bij het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening moeten griffierechten worden betaald.

Naar boven