Besluit ontheffing/toestemming sloeproeien in zeehavens Harlingen

 

De havenmeester van Harlingen,

Gelet op:

artikel 1.8 en 3.11 lid 1 van de Havenverordening Harlingen 2020;

het verkeersbesluit scheepvaart “Instelling invaarverbod voor kleine schepen Nieuwe Vissershaven, Industriehaven, Nieuwe Industriehaven” van 9 januari 2020, op grond van artikel 4 van de Scheepvaartverkeerswet en het Besluit administratieve bepalingen Scheepvaartverkeerswet;

 

Overwegende dat:

  • 1.

    het college bevoegd is ontheffing te verlenen van verboden en geboden krachtens de Havenverordening;

  • 2.

    het college deze bevoegdheid bij besluit van 19 januari 2021 heeft gemandateerd aan de havenmeester van Harlingen (Mandaatbesluit Havenmeester 2020);

  • 3.

    met vertegenwoordigers van de Harlinger sloeproeiverenigingen overleg is gevoerd over de voorwaarden voor een ontheffing van het roeiverbod;

  • 4.

    middels deze voorwaarden aannemelijk is gemaakt dat alle doelen als bedoeld in artikel 1.8, lid 2 onder a voldoende worden gewaarborgd;

 

Besluit:

  • 1.

    Ten behoeve van het sloeproeien ontheffing c.q. toestemming te verlenen van:

  • 2.

    het verbod zich met een pleziervaartuig, ongeacht of daar al dan niet eveneens bedrijfsmatig mee wordt gevaren, in de haven aan de zeezijde van de primaire waterkering te bevinden, zoals bepaald in artikel 3.11 lid 1 van de Havenverordening Harlingen 2020, en

  • 3.

    het invaarverbod voor kleine schepen Nieuwe Vissershaven, Industriehaven en Nieuwe Industriehaven zoals vastgesteld op 9 januari 2020 en ter plaatse aangegeven met de daarbij behorende verkeerstekens, overeenkomstig het verkeersteken F3, voorzien van de tekst “uitgezonderd toestemming Havendienst”.

 

Aan de onder I. genoemde ontheffing worden de volgende voorwaarden verbonden:

  • 1.

    deze ontheffing is uitsluitend van toepassing ten behoeve van roeitrainingen in verenigingsverband met roeisloepen die zijn aangesloten bij de Federatie Sloeproeien Nederland;

  • 2.

    de roeisloepen zijn tijdens de vaart door de haven uitgerust met een marifoon en gebruiken deze conform de geldende bepalingen voor uitluisteren, melden en communicatie voor het scheepsvaartverkeer;

  • 3.

    roeien in de havens vindt uitsluitend plaats wanneer hiervoor door de Verkeerspost (Havendienst Harlingen) op grond van de actuele omstandigheden en het verkeersbeeld telefonisch of per marifoon maximaal 15 minuten voor aanvang toestemming is verleend;

  • 4.

    de stuurman meldt via het aangewezen marifoonkanaal (VHF 11) alle relevante vaarbewegingen bij vertrek van of terugkeer naar de ligplaats en het kruisen van de hoofdvaarweg door de haven.

  • 5.

    Tijdens de vaart door de haven worden de bepalingen op grond van het Binnenvaartpolitiereglement, Havenverordening Harlingen 2020 en daarop gebaseerde verkeersbesluiten nageleefd en worden aanwijzingen gegeven door daartoe bevoegde personen opgevolgd.

Dit besluit treedt in werking 3 dagen na bekendmaking in het Gemeenteblad

 

Aldus vastgesteld

namens het college van burgemeester en wethouders van Harlingen op 25 maart 2021,

 

F. Papp

Havenmeester

 

 

 

Toelichting

In mei 2020 is de nieuwe Havenverordening Harlingen 2020 van kracht geworden. In deze verordening zijn beperkingen opgenomen omtrent het varen in de haven met pleziervaartuigen. Daarnaast is in januari 2020 een invaarverbod ingesteld voor kleine schepen voor de Nieuwe Vissershaven, Industriehaven en Nieuwe Industriehaven. Deze bepalingen hebben tot doel de toenemende vaarbewegingen van pleziervaart en beroepsvaart meer te scheiden om aanvaringen en gevaarlijke situaties te voorkomen.

 

Met name in de genoemde havens vinden veel manoeuvres en werkzaamheden plaats waarbij pleziervaart een groter risico loopt. Ook zijn er in deze havens geen reguliere bestemming voor pleziervaart zoals jachthavens, bunkerstations e.d.

 

Voor havenfaciliteiten die onder de ISPS-wetgeving vallen wordt de toegang vanaf het water, met name door ongemelde vaartuigen, gezien als een potentieel risico waartegen passende beveiligingsmaatregelen moeten worden genomen. Door toestemming of ontheffing te vereisen is er beter toezicht op de intenties van dergelijke vaartuig en is rechtstreekse communicatie mogelijk.

 

Door deze bepalingen zagen de Harlinger sloeproeiverenigingen zich beperkt in hun mogelijkheden om bij slechte weersomstandigheden op de Waddenzee voor hun roeitraining uit te wijken naar de haven. Om hieraan tegemoet te komen is overleg geweest met vertegenwoordigers van de Harlinger sloeproeiverenigingen. Door de sloepen uit te rusten met een handmarifoon is er rechtstreeks contact mogelijk met de Verkeerspost en overige scheepvaart. Hiermee worden de risico’s voor aanvaringen en gevaarlijke situaties aanmerkelijk beperkt, waardoor het roeien in de havens op verantwoorde wijze kan plaats vinden.

 

Toelichting bij de ontheffingsvoorwaarden:

II i hiermee wordt de ontheffing beperkt tot de doelgroep waarmee voor deze ontheffing overleg is geweest. De betreffende sloeproeiverenigingen zijn ter plaatse goed bekend door jarenlange ervaring met training en wedstrijden zoals HKS en HT-race.

 

II ii het gebruik van een (hand-)marifoon zorgt voor een directe open communicatielijn met zowel de verkeerspost als de overige scheepvaart in de omgeving. Dit heeft de absolute voorkeur boven gebruik van mobiele telefoon, omdat dit beperkt is tot 1-op-1 communicatie. Met een marifoon krijgt men alle relevante berichten over het scheepvaartverkeer mee en wordt niet vergeten relevantie informatie per telefoon door te geven. Op drukke momenten kan de verkeerspost niet met een dergelijke verantwoordelijkheid worden opgescheept.

 

II iii de Verkeerspost heeft een goed beeld van de actuele verkeersdrukte in de haven en waar eventueel activiteiten en bijzondere manoeuvres plaats vinden die onveilig kunnen zijn voor de sloeproeiers. De Verkeerspost kan hiermee adviseren over een veilig vaarroute en zo nodig bepaalde delen van de haven uitsluiten voor roeiers.

 

II iv de roeisloepen zijn relatief klein ten opzichte van de vaarweg en overige vaarweggebruikers, welke veelal zijn uitgerust met AIS-volgapparatuur. Hierdoor is er een hoger risico dat men hen sneller over het hoofd ziet. Met deze meldingen wordt de Verkeerspost en overige scheepvaart geattendeerd op hun actuele positie en intenties.

 

II v dit lid verbindt de ontheffing direct voorwaardelijk aan de naleving van de genoemde wet- en regelgeving. Hiermee vervalt de ontheffing direct wanneer deze niet worden nageleefd.

 

Met betrekking tot zichtbaarheid zijn de volgende bepalingen uit het BPR van toepassing:

  • Er wordt niet in de haven geroeid bij slecht zicht (<1000 km = landelijke beleidsregel “slecht zicht”). Dit is op grond van artikel 6.29 lid 3 / Bijlage 9 lid 32 van het BPR verboden.

  • Sloepen voeren na zonsondergang de voorgeschreven rondom schijnend wit licht (BPR 3.13 lid 6). Ook is aan boord een radarreflector verplicht aanwezig (BPR 9.04 lid 5 / Bijlage 15b lid 5). Men moet zich bewust zijn van mindere zichtbaarheid en van het feit dat beroepsvaart vaak niet verwacht een roeisloep tegen te komen.

 

Naar boven