Gemeenteblad van Heusden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
HeusdenGemeenteblad 2021, 84806Beleidsregels



Beleidsregel tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van Sociaal Medische Indicatie (Beleidsregel SMI) gemeente Heusden

 

Beleidsregel tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van Sociaal Medische Indicatie

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heusden

 

besluit

 

vast te stellen de navolgende:

 

Beleidsregel tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van Sociaal Medische Indicatie

 

Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking.

 

Aldus besloten in de vergadering van het college van de gemeente Heusden, gehouden op 16 maart 2021.

 

De secretaris,

mr. H.J.M. Timmermans

 

de burgemeester,

drs. W. van Hees

 

 

Beleidsregel tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van Sociaal Medische Indicatie (Beleidsregel SMI)

 

Artikel 1 Begrippen

In de regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    draagkracht: het deel van het vermogen en inkomen dat in aanmerking wordt genomen bij de beoordeling van de aanvraag voor een tegemoetkoming.

 

Artikel 2 Doelgroep Sociaal Medische Indicatie

  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op ouders en/of wettelijke verzorgers:

  • a.

    met een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking van wie is vastgesteld dat een of meer van deze beperkingen opvang van hun kind of kinderen noodzakelijk maken, of;

  • b.

    met een kind ten aanzien van wie is vastgesteld dat kinderopvang vanwege sociale of medische omstandigheden voor dat kind noodzakelijk is.

     

Artikel 3 Aanvraag tegemoetkoming

  • 1.

    De aanvraag wordt ingediend bij het aanmeldpunt Bijeen met een hiervoor beschikbaar gesteld aanvraagformulier en bevat de volgende elementen:

  • a.

    informatie van betrokkenen;

  • b.

    aantal noodzakelijke uren (per dag en verwachte duur);

  • c.

    beschrijving van de noodzaak voor de opvang;

  • d.

    informatie van betrokken professional.

  • 2.

    De aanvraag dient voorzien te zijn van de in het aanvraagformulier gevraagde bewijsstukken.

  • 3.

    Alvorens te besluiten, kan het college voor de vaststelling van de noodzaak van kinderopvang advies inwinnen bij een onafhankelijk adviesorgaan.

 

Artikel 4 Voorliggende voorziening

  • 1.

    Het college weigert de tegemoetkoming indien er sprake is van een voorliggende voorziening. Tot een voorliggende voorziening wordt in ieder geval gerekend:

  • a.

    de wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;

  • b.

    een vergoeding op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning;

  • c.

    een vergoeding op grond van de Wet langdurige zorg;

  • d.

    een bijdrage van de werkgever;

  • e.

    de mogelijkheid voor informele opvang;

  • f.

    andere ondersteuning uit het voorliggend veld waarmee een passende oplossing wordt geboden.

  • 2.

    De tegemoetkoming kan toegekend worden in combinatie met de voorliggende voorzieningen genoemd onder artikel 4 lid 1 sub f. wanneer deze voorliggende voorziening geen volledige oplossing biedt.

 

Artikel 5 Tegemoetkoming

  • 1.

    Voor de tegemoetkoming komen maximaal 4 dagdelen per week in aanmerking.

  • 2.

    De tegemoetkoming wordt alleen verstrekt als (indien mogelijk) professionele begeleiding wordt ingezet om de problematiek weg te nemen. Het niet inzetten of stopzetten van professionele begeleiding is een reden om de tegemoetkoming te weigeren of te stoppen.

  • 3.

    De maximale tegemoetkoming is gelijk aan de hoogte van de kinderopvangtoeslag die ontvangen zou zijn wanneer men daarvoor in aanmerking zou komen. Voor de bepaling van deze hoogte van wordt een inkomenstoets gedaan. De overig kosten zijn voor rekening van de ouders.

  • 4.

    Volledige tegemoetkoming is uitsluitend mogelijk voor ouders met een inkomen tot 120% van de vergelijkbare uitkeringsnorm.

 

Artikel 6 Duur van de tegemoetkoming

In beginsel bestaat er recht op een tegemoetkoming voor de periode van maximaal 6 maanden.

Deze periode kan, op basis van een nieuw onafhankelijk advies, eenmalig verlengd worden met een

periode van maximaal 6 maanden.

 

Artikel 7 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere niet voorziene gevallen afwijken van hetgeen in deze regeling is bepaald wanneer toepassing van deze regeling tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

 

Artikel 8 Mandaat

De uitvoering van deze regeling is gemandateerd aan mandaatmedewerkers zorg en jeugd.

 

Artikel 9 Tot slot

  • 1.

    In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.

  • 2.

    Deze regeling treedt in werking na de dag van bekendmaking.

  • 3.

    Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Beleidsregel SMI’.

 

 

Toelichting algemeen

De tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van Sociaal Medische Indicatie (SMI) is gericht op het ontlasten van ouders dan wel de ontwikkeling van kinderen veilig te stellen. De regeling is niet gericht op de bevordering van de arbeidsparticipatie van de ouders, maar daar kan op de langere termijn of indirect wel degelijk sprake van zijn.

Er worden twee doelgroepen geformuleerd die voor een tegemoetkoming in de kosten voor kinderopvang in aanmerking komen, te weten ouders met een handicap of chronische ziekte die door middel van kinderopvang ontlast worden en kinderen die als gevolg van de thuissituatie bedreigd worden in hun ontwikkeling. Deze gegevens maken dat de SMI-regeling inhoudelijk gezien aansluit bij een aantal wettelijke kaders namelijk:

 

· de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;

· de Wet maatschappelijke ondersteuning, en;

· de Jeugdwet.

 

In de wet is sinds 2012 niet meer geregeld dat er op basis van een sociaal medische indicatie (SMI) ook tegemoetkoming voor de kosten van kinderopvang mogelijk is. Het Rijk gaat er vanuit dat gemeenten hier wel mogelijkheden voor bieden en hier zelf beleid voor ontwikkelen. Hiervoor zijn middelen toegevoegd aan het gemeentefonds.

 

Toelichting artikelsgewijs

Artikel 1

Bevat de belangrijkste begrippen die in deze regeling worden gebruikt.

 

Artikel 2

De doelgroep die in aanmerking komt voor de sociaal medische indicatie is wettelijk bepaald. Het belangrijkste uitgangspunt is altijd het belang van het kind. Het kan dus zowel om een ouder/wettelijk verzorger gaan waarbij door een (tijdelijke) beperking inzet van kinderopvang noodzakelijke is, als om een kind waarbij inzet van kinderopvang noodzakelijk is om redenen van het welzijn van dat kind.

 

Artikel 3

Ouders/ verzorgers kunnen een SMI aanvragen. Bij deze aanvraag moet altijd een verklaring van een professional zitten (bewijsstuk). Hierbij valt te denken aan professionals van Veilig Thuis, O3 of een jeugdarts. De aanvraag wordt gedaan door middel van een aanvraagformulier, dat fysiek en digitaal beschikbaar is.

Voor het vaststellen van het recht op en de hoogte van de tegemoetkoming zijn in ieder geval de identiteitsgegevens, inkomens- en vermogensgevens van aanvragers nodig, alsmede een bewijs van de noodzaak. Bij een vast inkomen volstaat een inkomensspecificatie van de maand voorafgaand aan de maand van aanvraag. Bij wisselende inkomsten wordt het gemiddelde genomen van de 3 maanden voorafgaand aan de maand van aanvraag. Als de aanvrager een uitkering levensonderhoud van Baanbrekers ontvangt, hoeven de identiteitsgegevens en de inkomens- en vermogensgegevens niet te worden overgelegd. Bewijsstukken die nodig zijn, kunnen bestaan uit een verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag en/of een afwijzing van VVE.

Als het nodig is, kan het college er voor kiezen om (aanvullend) advies op te vragen bij een onafhankelijke beoordelaar.

 

Artikel 4

Een voorliggende voorziening betreft iedere voorziening waar de aanvrager een beroep op kan doen ter bekostiging van specifieke uitgaven en ter verwerving van middelen, of ondersteuning die voorziet in een passende oplossing. Het is niet mogelijk om een vergoeding te verstrekken voor kosten waar sprake is van een voorliggende voorziening.

Wel zal altijd getoetst moeten worden of de voorliggende voorziening toereikend en passend is gelet op het doel waar deze voor bestemd is. Wanneer dit niet het geval is, kan aanvullend op de voorliggende voorziening genoemd bij artikel 4 lid 1 sub f. een tegemoetkoming worden toegekend. Voorbeelden van te combineren voorliggende voorzieningen zijn ‘samen oplopen’ en ‘netwerkversterking’.

 

Artikel 5

Aan het verstrekken van een tegemoetkoming voor de kosten van de kinderopvang zitten een aantal voorwaarden die in dit artikel staan opgenoemd.

Lid 1

Vier dagdelen staan gelijk aan 2 volledige dagen opvang. In de praktijk blijkt dat dit over het algemeen ook voldoende is.

Lid 2

Als er sprake is van de mogelijkheid om problemen hanteerbaar te maken of weg te nemen dan is professionele begeleiding vaak noodzakelijk. De aanvrager heeft hierin ook een belangrijke eigen verantwoordelijkheid. We vinden het daarnaast van belang dat mensen zelfredzaam zijn en dit ook naar vermogen nastreven.

Lid 3

De belastingdienst bepaalt op basis van het inkomen van gezinnen hoeveel kinderopvangtoeslag men krijgt. Daarbij hanteert de belastingdienst een maximum uurprijs die voor vergoeding via de toeslag in aanmerking komt. De uurprijzen van de kinderopvang instellingen in het werkgebied van Baanbrekers liggen daar soms boven. Voor de uitvoering er gekozen om voor de maximale hoogte van de tegemoetkoming aan te sluiten bij de rekenwijze van de belastingdienst. De kosten die overblijven, zijn voor rekening van het gezin zelf.

Lid 4

We hanteren voor het verstrekken van een volledige tegemoetkoming (100% van de kosten) een inkomensgrens van 120% van de vergelijkbare uitkeringsnorm.

 

Artikel 6

Kinderopvang op basis van de sociaal medische indicatie is in principe een voorziening gericht op tijdelijke ondersteuning. De hier bepaalde duur sluit zo veel mogelijk aan bij de bestaande praktijk. In principe is het de verantwoordelijkheid van de aanvrager om tijdig een nieuwe aanvraag in te dienen.

 

Artikel 7

Dit artikel geeft de mogelijkheid om in incidentele gevallen af te wijken als het anders voor aanvrager gevolgen zou hebben die niet in verhouding staan tot de doelen die met die regeling worden nagestreefd.

 

Artikel 8

Spreekt voor zich.

 

Artikel 9

Spreekt voor zich.