Verordening op de gezamenlijke Rekenkamercommissie van de gemeenten Noardeast-Fryslân en Dantumadiel

De raad van de gemeente Noardeast-Fryslân, in vergadering bijeen op 10 september 2020;

 

gelezen het voorstel van de begeleidingscommissie voor oprichting van een gezamenlijke rekenkamercommissie d.d. 1 juli 2020;

gelet op het bepaalde in artikel 81oa van de Gemeentewet;

 

besluit vast te stellen de Verordening op de gezamenlijke Rekenkamercommissie van de gemeenten Noardeast-Fryslân en Dantumadiel

 

 

 

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

 

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. Wet: gemeentewet

b. Commissie c.q. rekenkamercommissie: de gezamenlijke rekenkamercommissie van de gemeenten

Noardeast-Fryslân en Dantumadiel

c. Begeleidingscommissie: begeleidingscommissie voor de rekenkamercommissie

d. Voorzitter: voorzitter van de rekenkamercommissie of diens vervanger

e. Secretaris: secretaris van de rekenkamercommissie of diens vervanger

f. Lid of leden: lid of leden van de rekenkamercommissie

g. Gemeenten: de gemeenten Noardeast-Fryslân en Dantumadiel

h. Raden: de gemeenteraden van Noardeast-Fryslân en Dantumadiel

i. Penvoerende gemeente: de gemeente Noardeast-Fryslân

j. Colleges: colleges van B&W van de gemeenten Noardeast-Fryslân en Dantumadiel

k. Samenwerkingsovereenkomst: overeenkomst tussen de gemeenten waarin afspraken m.b.t. de

werkwijze van de gezamenlijke rekenkamercommissie zijn vastgelegd.

 

Artikel 2 Rekenkamercommissie

1. Er is een rekenkamercommissie die gezamenlijk door de raden van de gemeenten Noardeast-Fryslân en

Dantumadiel is ingesteld.

2. Deze rekenkamercommissie bestaat uit drie leden te weten: een voorzitter en twee andere leden, niet-

zijnde raadsleden van één van de twee gemeenteraden.

 

Artikel 3 Begeleidingscommissie

1. De begeleidingscommissie die door de raden is ingesteld voor invulling van de rekenkamerfunctie

vervult ook de functie van begeleidingscommissie van de rekenkamercommissie.

2. De begeleidingscommissie bestaat uit 2 raadsleden van de gemeente Dantumadiel en 3 raadsleden van

de gemeente Noardeast-Fryslân. De commissie kiest uit haar midden een voorzitter.

3. De begeleidingscommissie heeft een adviserende rol en verder de volgende taken:

a. Het aanbevelen van kandidaten voor het lidmaatschap in de rekenkamercommissie;

b. Fungeren als eerste aanspreekpunt voor de rekenkamercommissie;

c. Zorgdragen voor goede communicatie/contacten tussen raden en rekenkamercommissie;

d. Het voeren van een jaarlijks evaluatiegesprek over het functioneren en de werkwijze van de

rekenkamercommissie.

 

Artikel 4 De secretaris

1. Er is een secretaris die de rekenkamercommissie bijstaat en die belast is met de dagelijkse uitvoering

van de activiteiten van de rekenkamercommissie. De secretaris is bevoegd deel te nemen aan

beraadslagingen binnen de commissie en heeft daarbij een adviserende stem.

2. De secretaris is het eerste aanspreekpunt voor de rekenkamercommissie en zorgt voor de directe,

ambtelijke ondersteuning van de rekenkamercommissie.

3. De secretaris vormt de verbindende schakel tussen de rekenkamercommissie, de extern in te huren

onderzoeker(s) en de ambtelijke organisatie.

4. De secretaris is formatief ondergebracht bij de raadsgriffie van de penvoerende gemeente.

5. De secretaris legt verantwoording voor zijn/haar werkzaamheden af aan de rekenkamercommissie.

 

Artikel 5 Benoeming leden rekenkamercommissie en afleggen eed/belofte

1. De voorzitter en de leden worden door de raden benoemd op aanbeveling van de

begeleidingscommissie.

2. De begeleidingscommissie doet de aanbeveling vergezeld gaan van een verklaring van elke kandidaat

bevattende:

a. de mededeling dat hij/zij een benoeming als lid zal aanvaarden, en

b. een overzicht van de openbare betrekkingen die hij/zij bekleedt.

3. De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar. De zittingsduur kan maximaal 1 keer worden

verlengd.

4. Ten aanzien van de leden is artikel 81g van de Gemeentewet (eed of verklaring en belofte) van

overeenkomstige toepassing.

5. Leden leggen de eed of belofte af in een raadsbijeenkomst van de penvoerende gemeente Noardeast-

Fryslân, in afstemming met de gemeente Dantumadiel.

6. Ten aanzien van de leden is de gedragscode voor bestuurders van toepassing zoals die is vastgesteld

door de raad van de penvoerende gemeente.

 

Artikel 6 Ontslag en non-activiteit

De artikelen 81c, zesde en zevende lid en 81d, eerste en tweede lid van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op de rekenkamercommissie.

1. De begeleidingscommissie bericht de raden als een van de ontslaggronden genoemd in artikel 81c,

zesde of zevende lid, of van artikel 81d, eerste of tweede lid, van de wet zich voordoet.

2. In de gevallen, bedoeld in artikel 81c, zevende lid, en in artikel 81d, tweede lid, van de wet adviseert de

begeleidingscommissie de raden over de vraag of al dan niet moet worden overgegaan tot ontslag,

respectievelijk het op non-activiteit stellen van het desbetreffende lid.

3. De begeleidingscommissie adviseert de raden tevens met betrekking tot een beslissing tot verlenging of

beëindiging van een maatregel als bedoeld in artikel 81d, eerste of tweede lid .

 

Artikel 7 Budget

1. De rekenkamercommissie is bevoegd binnen het aan haar binnen de begrotingen van de gemeenten

beschikbaar gestelde budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken.

2. De commissie legt elk jaar voor 1 april financiële verantwoording af aan de raden over het voorgaande

jaar.

3. Ten laste van het in lid 1 bedoelde budget worden de kosten gebracht van:

a. de vergoedingen van de leden;

b. externe deskundigen die door de rekenkamercommissie zijn ingeschakeld;

c. eventuele overige uitgaven die de rekenkamercommissie nodig acht voor de uitoefening van haar

taak.

4. In de samenwerkingsovereenkomst tussen de raden zijn afspraken vastgelegd over de hoogte van het

budget en de onderlinge verdeling van kosten voor de rekenkamercommissie.

 

Artikel 8 Taak en werkwijze

1. De rekenkamer heeft als taak het uitvoeren van onderzoek naar de doeltreffendheid, doelmatigheid en

rechtmatigheid van het gemeentelijk beleid en beheer. De rekenkamer geeft zelfstandig, met een eigen

prioritering, invulling aan deze taak in opdracht van de gemeenteraden.

Op verzoek van de raden kan de rekenkamercommissie een onderzoek instellen.

De commissie rapporteert rechtstreeks aan de gemeenteraad / gemeenteraden.

Een door de rekenkamercommissie ingesteld onderzoek naar de rechtmatigheid van het gevoerde bestuur

bevat geen controle van de jaarrekening.

2. De rekenkamercommissie stelt een reglement van orde voor haar werkzaamheden en vergaderingen

vast; het reglement wordt ter kennis gebracht aan de raden.

3. Onderzoek kan zich onder meer richten op:

a. “Ex post onderzoek” - onderzoek achteraf, naar gerealiseerd beleid, geschikt om de gemeenteraad te ondersteunen in zijn controlerende rol.

b. “Ex ante onderzoek” - onderzoek vooraf, naar voorgenomen beleid, gericht op ondersteuning van de raad in zijn kaderstellende rol. Het gaat hier vaak om kortdurend onderzoek met vaak een verkennend karakter.

4. De rekenkamercommissie brengt van ieder onderzoek een eindrapportage met conclusies en eventuele

aanbevelingen uit aan de raden. Dit kan in een door de commissie gekozen vorm.

5. De rekenkamercommissie brengt elk jaar voor 1 april een verslag uit aan de raden over haar

werkzaamheden in het voorgaande jaar.

6. Voor uitvoering van het onderzoek kan de rekenkamercommissie, met inachtneming van het

beschikbare budget, gebruik maken van (een) externe onderzoeker(s) dan wel het onderzoek zelf

uitvoeren.

 

Artikel 9 inventarisatie en selectie van onderzoeksonderwerpen

1. De commissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt.

2. De commissie doet in principe tenminste één onderzoek per jaar.

3. Raden kunnen, bij voorkeur gezamenlijk, gemotiveerde verzoeken tot het verrichten van onderzoek

doen aan de commissie.

4. Indien meerdere onderwerpen voor onderzoek in aanmerking komen, maakt de commissie daaruit een

beargumenteerde keuze; ter bepaling van haar keuze kan de commissie vooronderzoek verrichten.

 

Artikel 10 Vergoeding voor de werkzaamheden van de leden van de rekenkamercommissie

1. De voorzitter van de rekenkamercommissie ontvangt een vaste maandelijkse vergoeding voor zijn

werkzaamheden van € 400,- per maand (excl. BTW) en een vergoeding voor gemaakte onkosten.

2. De overige leden van de rekenkamercommissie ontvangen ieder een vaste vergoeding voor hun

werkzaamheden van € 300,- per maand (excl. BTW) en een vergoeding voor gemaakte onkosten.

3. Bij ontstentenis van de voorzitter langer dan een maand, is artikel 10, lid 1 van deze verordening van

toepassing op diens vervanger.

4. Indien, met inachtneming van artikel 8 lid 7 van deze verordening, de rekenkamercommissie besluit één

of meer van zijn leden te belasten met de uitvoering van onderzoek, ontvangen deze leden een

vergoeding van € 75,- per onderzoeksuur (excl. BTW).

5. De in het eerste en tweede lid genoemde vergoedingen komen ten laste van het in het eerste lid van

artikel 7 van deze verordening bedoelde budget.

6. Bedragen genoemd in dit artikel worden jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de prognose van de HCPI

(geharmoniseerde consumentenprijsindex) van het Centraal Planbureau (CPB) in het Centraal

Economisch Plan (CEP) van maart in het voorafgaande jaar.

 

Artikel 11 Rapportage en terugkoppeling

1. De rekenkamercommissie legt haar bevindingen en haar oordeel vast in rapporten,

rekenkamercommissiebrieven, of een andere, door haar gekozen andere vorm van rapportage met dien

verstande dat hierin niet worden opgenomen gegevens en bevindingen die naar hun aard geheim zijn.

2. De rekenkamercommissie stelt de onderzochte partij schriftelijk op de hoogte van het (nog niet

gepubliceerde) conceptonderzoeksrapport.

3. De rekenkamercommissie legt het conceptonderzoeksrapport voor aan de betrokkenen met de vraag of

dit feitelijk juist is. De termijn waarop dit kenbaar kan worden gemaakt bedraagt drie weken. De

rekenkamercommissie bepaalt wie als betrokkenen worden aangemerkt.

4. De rekenkamercommissie informeert de colleges in een memorie van antwoord of, welke en hoe de

opmerkingen worden verwerkt.

5. Na ontvangst van de reactie(s) sluit de rekenkamercommissie haar onderzoek af en stelt een definitief

document op waarin conclusies en aanbevelingen worden opgenomen. Dit document wordt aangeboden

aan de gemeenteraad / de gemeenteraden.

 

Artikel 12 Experimenteerartikel

1. De rekenkamercommissie kan, niet eerder dan na raadpleging van de raden en instemming van de

begeleidingscommissie, besluiten tot afwijking van het bepaalde in deze verordening met als doel te

experimenteren met een andere wijze van werken voor een periode gekoppeld aan de

onderzoeksperiode van het betreffende onderzoek waarbij de rekenkamercommissie wil

experimenteren.

2. Indien de rekenkamercommissie een beroep doet op dit experimenteerartikel, wordt door de

rekenkamercommissie beargumenteerd vastgelegd wat inhoud en doelstelling van het experiment is.

3. De rekenkamercommissie evalueert direct na het experiment de ervaringen van betrokkenen en

bespreekt deze met de begeleidingscommissie.

 

Artikel 13 Samenwerkingsovereenkomst

Er is een samenwerkingsovereenkomst tussen beide gemeenten waarin afspraken zijn vastgelegd over:

a. duur van de overeenkomst;

b. budget;

c. onderwerpen.

 

Artikel 14 Vervallenverklaring

De verordening op de rekenkamercommissie gemeente Dantumadiel (2017)

De verordening op de rekenkamercommissie gemeente Dongeradeel (2005)

De verordening op de rekenkamercommissie gemeente Ferwerderadiel (2008)

De verordening op de rekenkamercommissie gemeente Kollumerland c.a. (2017)

zijn vervallen verklaard.

 

Artikel 15 Voorziening en overige bepalingen

In alle gevallen, waarin deze verordening niet voorziet of wanneer een artikel voor meerdere uitleg vatbaar blijkt te zijn, beslist:

a. voor zover het de werkwijze van de commissie betreft: de voorzitter van de commissie;

b. voor zover het de bevoegdheden van de commissie betreft: de raad op voorstel van de

begeleidingscommissie;

c. in naar het oordeel van de commissie spoedeisende gevallen: de commissie waarbij de genomen

beslissing als voorlopige voorziening wordt aangemerkt. De voorlopige voorziening wordt in de

eerstvolgende raadsvergadering ter bekrachtiging aan de raad voorgelegd.

 

Artikel 16 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1-10-2020.

 

Artikel 17 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als ‘verordening op de gezamenlijke rekenkamercommissie van de gemeenten Noardeast-Fryslân en Dantumadiel’.

 

 

 

 

 

Aldus besloten door de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân in zijn openbare vergadering

d.d. 10 september 2020.

De raad voornoemd,

de griffier, de voorzitter,

{{Signer1}} {{Signer2}}

mr. S.K. Dijkstra mr. J.G. Kramer

Naar boven