Gemeenteblad van Rotterdam

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
RotterdamGemeenteblad 2021, 51213Verordeningen



Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam houdende regels omtrent subsidie (Subsidieregeling Rotterdams Onderwijsbeleid 2021-2022)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,

 

gelezen het voorstel van de concerndirecteur Maatschappelijke Ontwikkeling van 9 februari 2021, 21MO00404;

 

gelet op de artikelen 3, 4, 6, 7, 13 en 14 van de Subsidieverordening Rotterdam 2014 (SVR 2014);

 

overwegende, dat het wenselijk is een Subsidieregeling vast te stellen, ter uitvoering van het Rotterdams onderwijsbeleid 2019-2022 Gelijke Kansen voor elk talent;

 

besluit tot het vaststellen van:

 

de Subsidieregeling Rotterdams Onderwijsbeleid 2021-2022

 

Paragraaf 1 Algemeen deel

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • -

    achterstandsscore: achterstandsscore, als bedoeld in artikel 27 van het Besluit bekostiging Wet op het primair onderwijs;

  • -

    Children’s Zone: wijken Afrikaanderwijk, Bloemhof, Carnisse, Hillesluis, Feijenoord, Oud-Charlois en Tarwewijk;

  • -

    ho: hoger onderwijs;

  • -

    leerlingenaantal: het aantal leerlingen of deelnemers dat in de administratie van de Dienst Uitvoering Onderwijs staat ingeschreven op een school op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het te subsidiëren school- of kalenderjaar;

  • -

    mbo: middelbaar beroepsonderwijs;

  • -

    NPRZ: Nationaal Programma Rotterdam Zuid;

  • -

    po: primair onderwijs;

  • -

    po cz: primair onderwijs in Children’s Zone;

  • -

    PrO/VSO: praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs;

  • -

    school: alle op grond van de Wet op het primair onderwijs, Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs erkende scholen en de instellingen op grond van de Wet educatie en beroepsonderwijs, Wet op het hoger en wetenschappelijk onderzoek;

  • -

    schooljaar: de periode van 1 augustus tot en met 31 juli van het daarop volgende jaar;

  • -

    vo: voortgezet onderwijs;

  • -

    (v)so: (voortgezet) speciaal onderwijs;

  • -

    ve: voorschoolse educatie;

Artikel 2 Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten en doelgroepen.

Artikel 3 Activiteiten en doelgroepen

  • 1.

    Subsidies kunnen uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten in het kader van de volgende onderdelen:

    • a.

      schoolontwikkeling;

    • b.

      burgerschapsinitiatieven en deskundigheidsbevordering burgerschap;

    • c.

      zij-instroom en opscholing onderwijsassistenten;

    • d.

      werkdruk, ontzorgen, starters en stagiairs;

    • e.

      anders organiseren, innoveren en ruimte directies;

    • f.

      Rotterdamse lerarenbeurs;

    • g.

      van onderwijs naar arbeidsmarkt;

    • h.

      sociale veiligheid in en om scholen;

    • i.

      dagprogrammering;

    • j.

      dagprogrammering buiten de Children’s Zone;

    • k.

      schakelklassen primair onderwijs;

    • l.

      Lekker Fit!;

    • m.

      Ieder Kind Een Instrument;

    • n.

      ouderbetrokkenheid;

    • o.

      veiligheid op school.

  • 2.

    Het overzicht door welke doelgroepen de diverse subsidies kunnen worden aangevraagd, is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.

Artikel 4 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    Uitsluitend kosten voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 3 van deze regeling en accountantskosten ten behoeve van de verantwoording van de in deze subsidieregeling bedoeld subsidies, komen in aanmerking voor subsidiëring.

  • 2.

    Niet voor subsidie in aanmerking komen de kosten met betrekking tot reguliere activiteiten, activiteiten waarvoor uit ander bronnen financiële middelen ter beschikking gesteld kunnen worden, reguliere loonkosten en overhead.

Artikel 5 Berekening van uurtarieven

Bij het hanteren van uurtarieven in het kader van het beoordelen van de aanvraag worden de volgende standaardberekeningswijzen toegepast:

  • a.

    berekening op basis van werkelijke kosten, inclusief werkgeverslasten;

  • b.

    berekening op basis van de laatst vastgestelde genormeerde gemiddelde personeelslast voor het po, vo, (v)so; of

  • c.

    berekening die vooraf is goedgekeurd door de subsidieverlener.

Artikel 6 Subsidieplafond

Voor de toepassing van deze subsidieregeling geldt voor de periode van 1 augustus 2021 tot en met 31 juli 2022 een subsidieplafond van in totaal € 46.730.000. Dit bedrag is onder voorbehoud van de jaarlijkse goedkeuring van de begroting door de gemeenteraad van Rotterdam en onder voorbehoud van verkrijging van middelen van het Rijk. Het subsidieplafond bestaat uit de volgende deelplafonds:

 

a.

schoolontwikkeling

€ 19.990.000

b.

burgerschapsinitiatieven en deskundigheidsbevordering burgerschap

€ 1.075.000

c.

zij-instroom en opscholing onderwijsassistenten

€ 1.260.000

d.

werkdruk, ontzorgen, starters en stagiairs

€ 2.050.000

e.

anders organiseren, innoveren en ruimte directies

€ 1.420.000

f.

Rotterdamse lerarenbeurs

€ 680.000

g.

van onderwijs naar arbeidsmarkt

€ 695.000

h.

sociale veiligheid in en om scholen

€ 160.000

i.

dagprogrammering

€ 11.400.000

j.

dagprogrammering buiten de CZ

€ 2.000.000

k.

ouderbetrokkenheid

€ 6.000.000

Artikel 7 Wijze van verdeling en hoogte van de subsidie

De diverse subsidies worden verdeeld op basis van de methodieken, bedoeld in de bijlagen 2 en 3 bij deze regeling.

Artikel 8 Aanvraag subsidie

  • 1.

    In aanvulling op artikel 5 van de SVR 2014 wordt de subsidieaanvraag, met uitzondering van de subsidieaanvraag voor het onderdeel Schakelklassen primair onderwijs, ingediend met behulp van een door het college vastgesteld subsidie-aanvraagformulier.

  • 2.

    Bij een aanvraag voor subsidieonderdeel Veiligheid op school wordt een geldige offerte van een auditerende instantie gevoegd.

  • 3.

    Voor het subsidieonderdeel Sociale veiligheid in en om scholen wordt één gezamenlijke aanvraag voor het vo en één gezamenlijke aanvraag voor het mbo ingediend, ten behoeve van scholen waar de noodzaak het hoogst is.

  • 4.

    De Rotterdamse vo-schoolbesturen nemen in hun jaarlijkse subsidieaanvraag voor het Rotterdams Onderwijsbeleid op hoe zij inhoud geven aan uitgangspunten die zijn vastgelegd in het Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen Rotterdam 2021-2026 voor wat betreft de volgende onderdelen: Goede opstroom- en doorstroommogelijkheden, Bestrijding segregatie en Internationale schakelklassen.

Artikel 9 Aanvang beslistermijn aanvraag subsidie

  • 1.

    In afwijking van artikel 6, tweede lid, van de SVR 2014, wordt de subsidieaanvraag uiterlijk op 1 mei 2021 ingediend.

  • 2.

    De beslistermijn, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de SVR 2014, vangt aan op 1 mei 2021.

Artikel 10 Subsidieverantwoording

  • 1.

    In aanvulling op artikel 13, tweede lid, en artikel 14, tweede lid, van de SVR 2014 wordt de subsidieverantwoording ingediend met behulp van het vastgestelde subsidieverantwoordingsformulier. Daarnaast geldt dat voor het subsidieonderdeel Veiligheid op school bij de verantwoording naast het vastgestelde subsidie-verantwoordingsformulier ook het audit-rapport wordt overgelegd, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onderdeel a.

  • 2.

    In afwijking van artikel 13, derde lid, onderdeel a en artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van de SVR 2014 wordt de subsidieverantwoording uiterlijk op 30 november na afloop van het schooljaar ingediend.

     

Paragraaf 2 Generieke subsidie

Artikel 11 Schoolontwikkeling

  • 1.

    De subsidie schoolontwikkeling is voor concrete activiteiten en maatregelen, die bijdragen aan het vergroten van kansengelijkheid zoals beschreven in het onderwijsbeleid ‘Gelijke kansen voor elk talent’ en bijdragen aan één of meer van de volgende thema’s:

    • a.

      het verbeteren van de overgangen tussen schoolsoorten om de tweedeling tussen leerlingen in de huidige praktijk te verkleinen en de uitval te verminderen;

    • b.

      de kwaliteit en toegankelijkheid van scholen, waarbij een kwalitatief goed en gevarieerd aanbod aan (voor)scholen in de hele stad, zorgt ervoor dat alle leerlingen worden uitgedaagd om het beste uit zichzelf te halen en vermindert segregatie;

    • c.

      passende zorg en ondersteuning voor leerlingen die dat nodig hebben om in hun schoolloopbaan succesvol te kunnen zijn;

    • d.

      voldoende gekwalificeerde en goed toegeruste leraren, schoolleiders en pedagogisch medewerkers;

    • e.

      een Rotterdamse werkwijze democratisch burgerschap omdat het onderwijsveld de opdracht voelt om kinderen en jongvolwassenen te helpen weerbare, verantwoordelijke burgers te worden die een waardevolle bijdrage leveren aan de Nederlandse samenleving;

    • f.

      de verbinding van het onderwijs met de arbeidsmarkt om kinderen op te leiden voor de wereld van morgen;

    • g.

      ruimte voor talentontwikkeling van alle kinderen, te beginnen met de ontwikkeling van dagprogrammering in de Children’s Zone op Zuid;

    • h.

      versteviging van de sociale veiligheid op en rond school.

  • 2.

    Bij de subsidie voor schoolontwikkeling wordt onderscheidt gemaakt in scholen in groep 1 en scholen in groep 2.

  • 3.

    Scholen in het po in groep 1 zijn alle scholen met het inspectieoordeel zeer zwak of onvoldoende, aangevuld met scholen waarvan de indicatoren uit het nieuwe onderwijsresultatenmodel voor het primair onderwijs onder één of beide signaleringswaarden liggen, uitgezonderd scholen met de waardering Goed of het predicaat Excellent van de Inspectie van het Onderwijs.

  • Een schoolbestuur heeft de mogelijkheid om van het eigen bestuur in plaats van een po-school die zich in groep 1 bevindt en waarvoor het bestuur de risico’s voor de schoolprestatie laag inschat, een andere po-school voor te dragen uit groep 2, waarvoor het bestuur een risico ziet voor de schoolprestatie of een ander ontwikkelrisico. Deze voordracht wordt onderbouwd met de eigen kwaliteitsnormen en -ambities van het schoolbestuur.

  • 4.

    Scholen in het po in groep 2 zijn alle scholen met de waardering Goed of het predicaat Excellent, aangevuld met scholen waarvan de indicatoren uit het nieuwe onderwijsresultatenmodel voor het primair onderwijs boven, of op beide signaleringswaarden liggen, uitgezonderd scholen met het inspectieoordeel zeer zwak of onvoldoende.

  • Een schoolbestuur heeft de mogelijkheid om po-scholen die zich in groep 2 bevinden en waarbij het bestuur een risico ziet voor de schoolprestatie of een ander ontwikkelrisico, voor te dragen om geplaatst te worden in groep 1. Deze voordracht wordt onderbouwd met de eigen kwaliteitsnormen en -ambities van het schoolbestuur.

  • 5.

    Scholen in het vo in groep 1 zijn alle scholen met het inspectieoordeel zeer zwak of onvoldoende, aangevuld met scholen waarvan de school, of een van de afdelingen van de school, onder minstens één van de normen van de vier indicatoren van het onderwijsresultatenmodel voor het voortgezet onderwijs scoren, uitgezonderd scholen met de waardering Goed of het predicaat Excellent van de Inspectie van het Onderwijs. Een schoolbestuur heeft de mogelijkheid om van het eigen bestuur in plaats van een vo-school die zich in groep 1 bevindt en waarvoor het bestuur de risico’s voor de schoolprestatie laag inschat, een andere vo-school voor te dragen uit groep 2 waarvoor het bestuur een risico ziet voor de schoolprestatie of een ander ontwikkelrisico. Deze voordracht wordt onderbouwd met de eigen kwaliteitsnormen en -ambities van het schoolbestuur.

  • 6.

    Scholen in het vo in groep 2 zijn alle scholen met de waardering Goed of het predicaat Excellent, aangevuld met scholen waarvan de school, en alle afdelingen van de school, op of boven alle normen van de vier indicatoren van het onderwijsresultatenmodel voor het voortgezet onderwijs scoren, uitgezonderd scholen met het inspectieoordeel zeer zwak of onvoldoende.

  • Een schoolbestuur heeft de mogelijkheid om vo-scholen die zich in groep 2 bevinden en waarbij het bestuur een risico ziet voor de schoolprestatie of een ander ontwikkelrisico, voor te dragen om geplaatst te worden in groep 1. Deze voordracht wordt onderbouwd met de eigen kwaliteitsnormen en -ambities van het schoolbestuur.

  • 7.

    Voor categorale gymnasia telt de indicator van het onderwijsresultatenmodel “onderwijspositie ten opzichte van advies po”, waar uitsluitend leerlingen met een enkelvoudig vwo-advies worden toegelaten, niet mee voor zover de norm niet zakt onder -5%.

  • 8.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van schoolontwikkeling de volgende verplichtingen:

    • a.

      scholen in groep 1 zetten de middelen alleen in voor extra activiteiten gericht op verhoging van de schoolprestaties en verbetering van de schoolresultaten en daarmee het verkleinen van schoolverschillen;

    • b.

      scholen in groep 2 en het (v)so zetten de middelen in voor extra activiteiten gericht op een bijdrage aan de thema’s zoals beschreven in het onderwijsbeleid ‘Gelijke kansen voor elk talent’;

    • c.

      de beschikbare middelen voor scholen in groep 1 worden uitsluitend op deze scholen ingezet;

    • d.

      de beschikbare middelen voor scholen in groep 2 worden door het schoolbestuur op de school of scholen naar keuze ingezet;

    • e.

      indien middelen beschikbaar voor scholen in groep 2 ingezet worden op scholen in groep 1, worden deze middelen ingezet voor extra activiteiten gericht op verhoging van de schoolprestaties en verbetering van de schoolresultaten en daarmee het verkleinen van schoolverschillen om boven de ondergrens po of norm vo te komen;

    • f.

      de subsidies berekend ten behoeve van een bepaalde sector in po, vo, (v)so worden uitsluitend in die sector ingezet.

  • 9.

    Bij de beoordeling van de aanvragen van scholen in groep 1, wordt advies van externe deskundigen gevraagd. Daarin wordt gekeken naar de juistheid van de analyse en de effectiviteit van de gekozen aanpak.

 

Paragraaf 3 Specifieke subsidies

Artikel 12 Burgerschapsinitiatieven en deskundigheidsbevordering burgerschap

  • 1.

    De subsidie Burgerschapsinitiatieven en deskundigheids-bevordering burgerschap is voor ondersteuning aan kleinschalige burgerschapsinitiatieven die bijdragen aan de uitgangspunten van het manifest ‘Scholen: veilige oefenplaats voor burgerschap’ op Rotterdamse scholen en ve-instellingen en is voor projecten en initiatieven die bijdragen aan deskundigheidsbevordering van leraren en overige onderwijsprofessionals met als doel van leerlingen democratische Rotterdammers te maken. Er wordt naar gestreefd dat iedere school een veilige oefenplaats is voor democratisch burgerschap.

  • 2.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van Burgerschapsinitiatieven en deskundigheidsbevordering burgerschap, de volgende verplichtingen:

    • a.

      het initiatief heeft een specifieke Rotterdamse context en invulling en gaat over actuele thema’s;

    • b.

      de werkwijze sluit aan bij de leefwereld van leerlingen en jongeren;

    • c.

      het initiatief draagt ertoe bij dat de school een plek is waar leerlingen kunnen oefenen in burgerschapsvaardigheden als voorbereiding op de hedendaagse samenleving; en

    • d.

      de werkwijze wordt per onderwijssector en school op een voor de leerling passende manier uitgewerkt, waarbij maatwerk mogelijk wordt gemaakt, om commitment van de school te bewerkstellingen.

Artikel 13 Zij-instroom en opscholing onderwijsassistenten

  • 1.

    De subsidie Zij-instroom en opscholing onderwijsassistenten is voor het stimuleren van zij-instroom en opscholen van onderwijsassistenten om de druk op de Rotterdamse arbeidsmarkt te verlichten en de diversiteit binnen teams te vergroten.

  • 2.

    De subsidie kan worden aangevraagd voor:

    • a.

      zij-instroom in beroepstraject;

    • b.

      zij-instromers die een deeltijd of een duale opleiding volgen;

    • c.

      onderwijsassistenten die instromen in de lerarenopleiding of de pabo.

  • 3.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van zij-instroom de volgende verplichtingen:

    • a.

      de zij-instromer volgt onderwijs om zijn bevoegdheid als docent in het po of (v)so te behalen;

    • b.

      de zij-instromer wordt ingezet op een Rotterdamse school en heeft hiervoor een getekende overeenkomst;

    • c.

      de zij-instromer in beroep ontvangt salaris gedurende zijn opleiding.

  • 4.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van opscholing onderwijsassistenten de volgende verplichtingen:

    • a.

      de onderwijsassistent volgt onderwijs om zijn bevoegdheid als docent in het po of (v)so te halen;

    • b.

      de onderwijsassistent is werkzaam op een Rotterdamse schoollocatie;

    • c.

      de onderwijsassistent wordt in tijd gefaciliteerd door zijn schoolbestuur om de opleiding te volgen;

    • d.

      de onderwijsassistent volgt de opleiding aan een Rotterdamse pabo.

Artikel 14 Werkdruk, ontzorgen, starters en stagiairs

  • 1.

    De subsidie Werkdruk, ontzorgen, starters en stagiairs is voor ondersteuning aan initiatieven ten behoeve van begeleiding van startende docenten of stagiairs of ten behoeve van werkdrukvermindering.

  • 2.

    De extra rijksmiddelen in het kader van het NPRZ die onderdeel zijn van het beschikbare subsidiebedrag zijn beschikbaar voor po cz, so en vso en hebben als doel om teams te ontzorgen en om stagiairs en starters te binden aan locaties in Children’s Zone-gebied of het (voortgezet) speciaal onderwijs.

  • 3.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van Werkdruk, ontzorgen, starters en stagiairs de volgende verplichtingen:

    • a.

      de activiteiten hebben direct effect op vermindering van de ervaren werkdruk, hebben een efficiëntere inzet van startende docenten of de begeleiding van startende docenten en stagiairs en zijn duurzaam van aard;

    • b.

      de opgedane kennis is overdraagbaar aan andere besturen of scholen, waarbij aan de subsidieaanvrager een actieve bijdrage kan worden gevraagd bij deze kennisdeling;

    • c.

      middelen die beschikbaar zijn voor Children’s Zone-locaties en (v)so worden alleen op Children’s Zone-locaties en aan (v)so besteed.

Artikel 15 Anders organiseren, innoveren en ruimte directies

  • 1.

    De subsidie Anders organiseren, innoveren en ruimte directies is ter ondersteuning van de ontwikkeling en uitvoering van projecten in het kader van ‘anders organiseren en innoveren’. Deze subsidie dient ter stimulering van experimenten en pilots, die op de lange termijn bijdragen aan een andere opbouw van de organisatie of die bijdragen aan het duurzaam aantrekkelijk maken van het beroep van leraar en ter versterking van de inzet van directies en teams voor de ontwikkeling en uitvoering van deze initiatieven. De subsidie Anders organiseren, innoveren en ruimte directies kan ingezet worden voor scholing, ontwikkeling of begeleiding van schoolteams ter ondersteuning van de ontwikkeling en uitvoering van projecten in het kader van anders organiseren en het plan Slim organiseren.

  • 2.

    Bij de aanvraag worden de volgende onderdelen inzichtelijk gemaakt:

    • a.

      het effect van de activiteiten op het lerarentekort in Rotterdam;

    • b.

      het aantal betrokken scholen in het experiment.

  • 3.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van Anders organiseren, innoveren en ruimte voor directies de volgende verplichtingen:

    • a.

      de opgedane kennis is overdraagbaar aan andere besturen en scholen, waarbij van de subsidie-aanvrager een actieve bijdrage kan worden gevraagd bij deze kennisdeling;

    • b.

      middelen die beschikbaar zijn voor Children’s Zone-locaties en (v)so worden alleen ingezet voor Anders organiseren, innoveren en ruimte voor directies op Children’s Zone-locaties en (v)so.

Artikel 16 Rotterdamse lerarenbeurs

  • 1.

    De subsidie Rotterdamse lerarenbeurs is voor het stimuleren van het beste onderwijs in Rotterdam door medewerkers die bij de uitoefening van hun beroep direct bijdragen aan de bevordering van het leerproces, te ondersteunen in hun ontwikkeling en hen te boeien en te binden aan het uitoefenen van hun vak in Rotterdam.

  • 2.

    Voor de aanvraag van de lerarenbeurs geldt het volgende:

    • a.

      alleen de opleidingskosten (inclusief studiemateriaal) komen voor subsidie in aanmerking. Reis- en verblijfkosten en vervangingsuren zijn uitgesloten;

    • b.

      de beurs kan worden ingezet voor meerjarige professionaliseringsactiviteiten die al aangevangen en nog niet afgerond zijn.

  • 3.

    De volgende activiteiten komen niet in aanmerking voor subsidie als bedoeld in dit artikel:

    • a.

      het behalen van een hogere of tweede bevoegdheid;

    • b.

      professionaliseringsactiviteiten die de school of het bestuur kan organiseren in kader van (verplichte) scholing.

  • 4.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van de Rotterdams lerarenbeurs de volgende verplichtingen:

    • a.

      de beurs is complementair aan de maatregelen die het schoolbestuur of de ve- of mbo-instelling neemt om de medewerkers verder te professionaliseren;

    • b.

      de beurs is complementair aan de landelijke lerarenbeurs die het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap beschikbaar stelt;

    • c.

      de beurs komt tegemoet aan de persoonlijke scholingsbehoefte van de medewerkers voor wie de beurs aangevraagd wordt;

    • d.

      de beurs wordt ingezet voor een activiteit die een bijdrage levert aan de bekwaamheid van de medewerkers die werkzaam zijn in het onderwijs zoals opgenomen in de Wet op de beroepen in het onderwijs, of die werkzaam zijn bij een ve-instelling en die bij de uitoefening van hun beroep direct bijdragen aan het leerproces van peuters, leerlingen en studenten;

    • e.

      medewerkers ten behoeve waarvan de Rotterdamse lerarenbeurs wordt aangevraagd hebben een vaste aanstelling van ten minste 0,575 fte indien zij werkzaam zijn in het po, het vo of het v(s)o, hebben een vaste aanstelling van ten minste 0,5 fte indien zij werkzaam zijn in het ve of hebben een aanstelling van ten minste een half jaar indien zijn werkzaam zijn in het mbo.

Artikel 17 Van onderwijs naar arbeidsmarkt

  • 1.

    De subsidie Van onderwijs naar arbeidsmarkt is bestemd voor voorstellen die eraan bijdragen dat jongeren een bewuste keuze maken voor beroepen/branches/beroepssectoren, en voor het verbeteren van de doorstroming van jongeren naar hogere onderwijsniveaus en de arbeidsmarkt. Uitgangspunt is dat jongeren naar economische zelfstandigheid worden begeleid. Aandacht voor groei- en tekortsectoren is daarbij van essentieel belang.

  • 2.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader Van onderwijs naar arbeidsmarkt de volgende verplichtingen:

    • a.

      de activiteit draagt bij aan loopbaanoriëntatie en -begeleiding (lob) en is vernieuwend of aanvullend op wat redelijkerwijs van een school of schoolbestuur verwacht mag worden op basis van de geldende wet- en regelgeving;

    • b.

      de innovatieve lob-activiteiten voldoen aan ten minste één van de volgende kenmerken;

      • er is samenwerking tussen vo en mbo of hbo bij uitvoering van deze subsidie;

      • de subsidie wordt besteed aan het verbeteren van de doorstroom van vo naar mbo of hbo, binnen mbo of van mbo naar hbo;

      • in de loopbaanoriëntatie of -begeleiding wordt expliciet aandacht besteed aan één of meerdere Rotterdamse tekort- en groeisectoren, te weten techniek, IT, zorg en aan onderwijs gericht op het niveau om toe te treden tot de arbeidsmarkt;

      • de subsidie wordt besteed aan de professionalisering van docenten, dan wel aan een kwalitatieve of kwantitatieve verbetering van ouderbetrokkenheid bij loopbaanbegeleiding;

      • de subsidie wordt besteed aan het aanleren, in de praktijk brengen en verbeteren van netwerkvaardigheden van jongeren ter vergroting van gelijkere kansen op de arbeidsmarkt en economische zelfstandigheid;

      • de subsidie draagt bij aan een betere arbeidsmarktparticipatie door meisjes en door jongeren met een migratieachtergrond door de economische zelfstandigheid te benadrukken; en

    • c.

      de subsidie draagt expliciet en concreet bij aan het vergroten van het aantal studenten in de beroepsbegeleidende leerweg in het mbo en aan het vergroten van de doorstroming binnen mbo naar de beroepsbegeleidende leerweg;

    • d.

      de subsidie richt zich op innovatieve ontwikkeling van arbeidstoeleiding voor PrO/VSO, maar niet op de uitvoering;

    • e.

      de subsidie draagt bij aan het aanleren van werknemersvaardigheden (waaronder digitale), ten behoeve van een door COVID-19 veranderde arbeidsmarkt;

    • f.

      de subsidie draagt bij aan de doorstroming van studenten binnen het mbo naar opleidingsrichtingen met grotere baankansen;

    • g.

      de subsidie draagt bij aan het verminderen van stagediscriminatie door gerichte acties voor docenten, begeleiders en studenten;

    • h.

      de subsidie draagt bij aan activiteiten die jongeren bewust maken van leven lang ontwikkelen; of

    • i.

      de subsidie draagt bij tot innovatie van opleidingen door een betere aansluiting op de arbeidsmarkt gekenmerkt door een hechte samenwerking van het onderwijs met het bedrijfsleven.

Artikel 18 Sociale veiligheid in en om scholen

  • 1.

    De subsidie Sociale veiligheid in en om scholen is voor versteviging van de sociale veiligheid op en rond school.

  • 2.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van de veiligheid op scholen, de volgende verplichtingen:

    • a.

      de subsidie wordt ingezet voor trainingen voor het versterken van individuele leraren en lerarenteams rond omgaan met agressie en de straatcultuur in de klas of op school;

    • b.

      de subsidie wordt ingezet om tijdelijk beveiliging in te huren wanneer er een toename wordt geconstateerd van de (ervaren) onveiligheid;

    • c.

      de subsidie wordt ingezet om agressie onder jongeren te beteugelen en hen weerbaar tegen groepsdruk te maken;

    • d.

      de subsidie wordt ingezet om signalering ten aanzien van seksueel grensoverschrijdend gedrag onder leraren en teams te versterken; of

    • e.

      de subsidie wordt ingezet om de weerbaarheid ten aanzien van seksueel grensoverschrijdend gedrag van leerlingen en studenten te vergroten.

 

Paragraaf 4 Subsidie Dagprogrammering

Artikel 19 Dagprogrammering

  • 1.

    De subsidie Dagprogrammering is voor dagprogrammering op po scholen in de Children’s Zone. De dagprogrammering draagt bij aan goede onderwijsresultaten, bredere vorming en een evenwichtige sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. De subsidie Lekker Fit! en IKEI kan deel uitmaken van de dagprogrammering.

  • 2.

    Dagprogrammering is de uitbreiding van de onderwijstijd op basisscholen met tien lesuren per leerling per week.

  • 3.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger, die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van de Dagprogrammering verplichtingen zoals opgenomen het Programma van eisen Dagprogrammering.

Artikel 20 Dagprogrammering buiten de Children’s Zone

  • 1.

    De subsidie Dagprogrammering buiten de Children’s Zone is voor dagprogrammering op po scholen in wijken buiten het gebied van de Children’s Zone, maar wel in het werkgebied van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid, zijnde Charlois, Feijenoord en IJsselmonde. De dagprogrammering draagt bij aan goede onderwijsresultaten, bredere vorming en een evenwichtige sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. De subsidie Lekker Fit! en IKEI kan deel uitmaken van de dagprogrammering.

  • 2.

    Dagprogrammering is de uitbreiding van de onderwijstijd op basisscholen met tien lesuren per leerling per week. Scholen worden in de gelegenheid gesteld om vanuit het bestaande extra aanbod (leertijduitbreiding inclusief Lekker Fit! en IKEI) stapsgewijs toe te werken naar een volledig programma van tien uur.

  • 3.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger, die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van de Dagprogrammering buiten de Children’s Zone verplichtingen zoals opgenomen in het Programma van eisen Dagprogrammering.

 

Paragraaf 5 Overige subsidies

Artikel 21 Schakelklassen primair onderwijs

  • 1.

    De subsidie Schakelklassen primair onderwijs is voor de eerste opvang van nieuwkomers in het primair onderwijs, waarin kinderen die minder dan twee jaar in Nederland zijn, 12 maanden de gelegenheid wordt geboden de Nederlandse taal te leren om daarna in te stromen in het reguliere onderwijs.

  • 2.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger, die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van de schakelklassen primair onderwijs de volgende verplichtingen:

    • a.

      een schakelklas eerste opvang bevat ten minste 8 leerlingen en ten hoogste 15 leerlingen uit de groepen drie tot en met acht;

    • b.

      continuïteit van de schakelklassen eerste opvang nieuwkomers geldt als prioriteit;

    • c.

      expertise op het gebied van opvang nieuwkomers is aanwezig.

  • 3.

    Een schakelklas kan aangevraagd worden als op de teldatum 1 november, 1 februari en 1 mei, 16 leerlingen aanwezig zijn, mits de bestaande klassen met 15 leerlingen gevuld zijn. Met behulp van drie telmomenten wordt vastgesteld of uitbreiding of overheveling van klassen nodig is.

  • 4.

    De 1 februari telling, voorafgaande aan de subsidieverlening, is richtinggevend voor de verdeling van de subsidie Schakelklassen primair onderwijs.

  • 5.

    De subsidieaanvrager behoort tot het bestuur van één van de volgende scholen.

     

    Bestuur

    School

    Gebied

    BOOR

    OBS Dakpark

    Delfshaven

    BOOR

    OBS Kasteel Spangen

    Delfshaven

    BOOR

    Kameleon

    Charlois

    BOOR

    Over de Slinge

    Charlois

    BOOR

    Catamaran

    IJsselmonde

    BOOR

    Notenkraker

    Hoogvliet

    PCBO

    Pniëlschool

    Feijenoord

    PCBO

    CBS de Sleutel

    Feijenoord

    PCBO

    Da Costa

    Feijenoord

    RVKO

    Stephanus

    Schiebroek

    RVKO

    Emmausschool

    Delfshaven

    RVKO

    Rozenhorst

    Rozenburg

    K&O

    Talmaschool

    Kralingen-Crooswijk

    K&O

    Albert Plesmanschool

    Prins Alexander

Artikel 22 Lekker Fit!

  • 1.

    De subsidie Lekker Fit! is gericht op het bevorderen van een gezonde leefstijl. Via het programma Lekker Fit! versterkt de gemeente gezond en fit opgroeien in Rotterdam en een gezonde leefstijl voor kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar.

  • 2.

    In het kader van het programma ‘Lekker Fit!’ geldt het volgende:

    • a.

      geselecteerde scholen kunnen gebruik maken van het programma Lekker Fit!;

    • b.

      de afspraken met de scholen over de uitvoering van de 10 pijlers worden vastgelegd in een intentieovereenkomst.

Artikel 23 Ieder Kind Een Instrument

Met de subsidie ‘Ieder Kind Een Instrument’ geeft de school muziekles een vaste plek binnen het curriculum. De leerlingen krijgen de kans zich muzikaal te ontwikkelen. In samenspraak met de school ontwerpt SKVR een programma dat aansluit bij de visie van de school.

Artikel 24 Ouderbetrokkenheid

  • 1.

    De subsidie Ouderbetrokkenheid is voor het aanstellen van een medewerker ouderbetrokkenheid om de school te helpen de betrokkenheid en het onderwijsondersteunend gedrag van ouders optimaal te stimuleren.

  • 2.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger die een subsidie ontvangt voor Ouderbetrokkenheid activiteiten de volgende verplichtingen:

    • a.

      de medewerker geeft mede uitvoering aan het vastgestelde ouderbeleidsplan van de school;

    • b.

      de medewerker stimuleert onderwijsondersteunend gedrag van ouders;

    • c.

      de medewerker wordt, indien van toepassing, ook ingezet om de ouders in de voorschoolse educatie te ondersteunen bij het uitvoeren van de oudercomponent van het programma van de voorschoolse educatie;

    • d.

      de medewerker geeft invulling aan de doorgaande lijn ouderbetrokkenheid voorschoolse educatie-basisschool;

    • e.

      de medewerker in het po heeft of is studerend voor een diploma op minimaal mbo 4-niveau, bij voorkeur in een pedagogische-didactische richting en beheerst de Nederlandse taal op niveau 2F;

    • f.

      de medewerker in het vo heeft of is studerend voor een diploma op minimaal hbo-niveau, bij voorkeur in een pedagogische-didactische richting en beheerst Nederlands op niveau 3F.

Artikel 25 Veiligheid op school

  • 1.

    De subsidie Veiligheid op school is voor een initiële audit of een re-audit ten behoeve van het certificaat Veilige School.

  • 2.

    Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van veiligheid op school de volgende verplichtingen:

    • a.

      de uitvoering van een audit of re-audit geschiedt ter verkrijging of behoud van het certificaat Veilige School;

    • b.

      de certificering voor het verkrijgen of behoud van het certificaat Veilige School, vindt plaats conform het Rotterdams certificeringskader.

 

Paragraaf 6 Slotbepalingen

Artikel 26 Overgangsrecht

De subsidieregeling Rotterdams Onderwijsbeleid 2020-2021 blijft van toepassing op subsidies verstrekt op grond van die regeling en op volledige aanvragen om subsidie die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van deze subsidieregeling.

Artikel 27 Inwerkingtreding en werkingsduur

Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na de dagtekening van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 1 augustus 2022, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze subsidieregeling zijn verstrekt.

Artikel 28 Intrekking besluiten

De volgende besluiten worden ingetrokken:

  • a.

    Beleidsregel Rotterdams Onderwijsbeleid 2016-2017 Leren Loont;

  • b.

    Nadere regels Rotterdams Onderwijsbeleid 2017-2018;

  • c.

    Nadere Regels Rotterdams Onderwijsbeleid 2018–2019 (herzien).

Artikel 29 Citeertitel

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Rotterdams Onderwijsbeleid 2021-2022.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 9 februari 2021.

De secretaris,

V.J.M. Roozen

De burgemeester

A. Aboutaleb

Dit gemeenteblad is uitgegeven op 12 februari 2021 en ligt op dins-, woens- en donderdagen van 9.00 tot 13.00 uur ter inzage bij het Bestuurlijk Informatiecentrum Rotterdam (BIR), locatie Wachtruimte Timmerhuis, Halvemaanpassage 1 (trap op, melden bij Informatiebalie)

(Zie ook: www.bis.rotterdam.nl – Regelgeving of Gemeentebladen chronologisch)

Toelichting

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In dit artikel worden de begrippen uitgelegd die in de subsidieregeling worden gehanteerd. Op een aantal hiervan volgt hieronder een nadere toelichting.

  • -

    Leerlingaantal: de gemeente hanteert de tellingen die in januari 2021 op de website van DUO beschikbaar zijn; er vinden geen aanpassingen meer plaats, behalve als er significante groei heeft plaatsgevonden;

  • -

    NPRZ: Nationaal Programma Rotterdam Zuid is een samenwerkingsverband van Rijk, gemeente, schoolbesturen, woningcorporaties, zorginstellingen en werkgevers van Zuid, politie en Openbaar Ministerie met als doel om Zuid in 2030 op het niveau van G4 steden gemiddeld te komen; dat geldt voor zowel school als werk, als wonen.

Artikel 4 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

In deze artikelen wordt uitgelegd welke kosten voor subsidie in aanmerking komen. De bedoelde accountantskosten in dit artikel maken deel uit van het totaal verleende bedrag. Er worden geen extra middelen beschikbaar gesteld.

 

Artikel 8 Aanvraag subsidie

In dit artikel wordt uitgelegd hoe de houder subsidie voor Rotterdams onderwijsbeleid kan aanvragen. De subsidie voor het schooljaar 2021-2022 kan worden aangevraagd tot en met 1 mei 2021. Na het indienen van deze aanvraag is een hersteltermijn mogelijk. Deze termijn wordt in overleg met de gemeente bepaald. De subsidieaanvraag bestaat uit een Word-aanvraagformulier en een Excel-aanvraagformulier. Beide formulieren zijn beschikbaar op het webportaal van de gemeente Rotterdam. Voor de aanvraag subsidie schakelklassen kan contact worden opgenomen met de beleidsadviseur schakelklassen van de gemeente Rotterdam.

 

Artikel 18 Sociale veiligheid in en om scholen

Deze subsidie ter bevordering van de veiligheid op scholen is bestemd voor het mbo en het vo. Er wordt voor zowel de besturen in het mbo als de besturen in het vo een bedrag beschikbaar gesteld. Voor dit bedrag kan een gezamenlijke aanvraag ingediend worden voor inzet op veiligheid op de scholen die hier het meest behoefte aan hebben.

 

Artikel 19 Dagprogrammering en Artikel 20 Dagprogrammering buiten de Children’s Zone

Dagprogrammering beslaat 10 uur per week bovenop de reguliere onderwijstijd. In totaal is Dagprogrammering op jaarbasis 400 uur bovenop de reguliere 940 uur. Schoolbesturen dienen op basis van het programma van eisen een aanvraag in voor 10 uur dagprogrammering per week. Een deel van dagprogrammering is subsidiabel, die uren zijn onder regie van de school. Een deel van de verstrekking is in natura (zoals Lekker Fit!, IKEI).

Het programma van eisen wordt door de gemeente met de betrokkenen afgestemd en gedeeld. Scholen van buiten de Children’s Zone, maar in het werkgebied van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid, kunnen kiezen voor een groeimodel. De stap van nul naar tien extra activiteituren per week kan voor de schoolorganisatie te groot zijn, de scholen kunnen ervoor kiezen om in stappen toe te werken naar tien uur dagprogrammering per week. Uit de aanvraag moet blijken wat het groeipad van de school naar de tien uur dagprogrammering is.

 

Artikel 21 Schakelklassen primair onderwijs

Voor de uitvoering is expertise op het gebied van opvang nieuwkomers vereist. Deze expertise is aanwezig bij een beperkt aantal scholen. Deze scholen die hier bedoeld worden, zijn opgenomen in Artikel 20 lid 4. Voor een nieuwe aanvraag subsidie schakelklassen kan contact opgenomen worden met de beleidsadviseur schakelklassen van de gemeente Rotterdam.

 

Bijlagen:

  • 1.

    Bijlage bij artikel 3 Activiteiten en doelgroepen.

  • 2.

    Bijlage bij artikel 7 Wijze van verdeling en hoogte van de subsidie.

  • 3.

    Berekening schoolontwikkelingsbudget, als bedoeld in artikel 7.

 

Bijlage 1 Activiteiten en doelgroepen als bedoeld in artikel 3, tweede lid

 

In onderstaande tabel wordt uitgewerkt door welke doelgroepen de diverse subsidies kunnen worden aangevraagd.

 

ve

po

(incl. Children’s Zone)

po

(alleen Children’s Zone)

vo

so

vso

mbo

ho

Generieke subsidie

Schoolontwikkeling

x

x

x

x

Specifieke subsidies

Burgerschapsinitiatieven onderwijs

x

x

x

x

x

x

Zij-instroom en opscholing onderwijsassistenten

x

x

x

Werkdruk, ontzorgen, starters en stagiairs

x

x

x

x

x

x

Anders organiseren, innoveren en ruimte directies

x

x

x

x

Rotterdamse lerarenbeurs

x

x

x

x

x

x

Van onderwijs naar arbeidsmarkt

x

x

x

x

Sociale veiligheid in en om scholen

x

x

x

 

Subsidies Dagprogrammering

Dagprogrammering

x

Dagprogrammering buiten de Children’s Zone

x *

Overige subsidies

Schakelklassen primair onderwijs

x

Lekker Fit!

x

x

Ieder KindEen Instrument

x

Ouderbetrokkenheid

x

x

x

x

Veiligheid op school

x

x

x

 

  • *

    De subsidie Dagprogrammering buiten de Children’s Zone is voor dagprogrammering op po scholen in wijken buiten het gebied van de Children’s Zone, maar wel in het werkgebied van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid, zijnde Charlois, Feijenoord en IJsselmonde.

 

Bijlage 2 Wijze van verdeling en hoogte van de subsidie als bedoeld in artikel 7

 

Subsidieonderdeel

Wijze van verdelen

Maximale hoogte van de subsidie

Generieke subsidie

Schoolontwikkeling

Na aftrek van de subsidie voor het (v)so wordt voor het po en het vo de subsidie vooraf verdeeld volgens de methodiek beschreven in bijlage 3 Berekening schoolontwikkelingsbudget.

Voor het (v)so€ 10.000 per vestigingsnummer.

Specifieke subsidies

Burgerschapsinitiatieven en deskundigheidsbevordering burgerschap

De subsidie wordt vooraf verdeeld per bestuur/instelling op basis van het leerlingenaantal per bestuur/instellingen en aantal peuters per instelling (twee- en driejarigen), zoals berekend in vastgestelde subsidie- aanvraagformulier.

Zij-instroom en opscholing onderwijsassistenten

De subsidie wordt vooraf verdeeld op basis van vaste voet en leerlingenaantal.

Maximaal € 5.000 per zij- instromer, maximaal 2 jaar achtereenvolgens aan te vragen.

Maximaal € 2.500 per onderwijsassistent, maximaal 4 jaar achtereenvolgens aan te vragen.

Werkdruk, ontzorgen, starters en stagiairs

De subsidie wordt voor het po, vo en (v)so vooraf verdeeld op basis van vaste voet en leerlingenaantal per bestuur, zoals berekend in het vastgestelde subsidie-aanvraagformulier.

Voor po cz en (v)so zijn extra middelen beschikbaar, deze worden evenredig verdeeld per po cz-locatie en voor (v)so op basis van leerlingaantallen. Voor het mbo wordt het verdeeld op basis van een vaste voet en het aantal leerlingen.

Eventueel restbudget per bestuur po en (v)so uit dit onderdeel mag ingezet worden voor Anders organiseren, innoveren en ruimte directies.

Anders organiseren, innoveren en ruimte directies

De subsidie wordt voor het po en (v)so vooraf verdeeld op basis van leerlingenaantal per bestuur, zoals berekend in het vastgestelde subsidieaanvraagformulier. Voor po cz en (v)so zijn extra middelen beschikbaar, deze worden evenredig verdeeld per cz-locatie en voor (v)so op basis van leerlingaantallen. Eventueel restbudget per bestuur (po en (v)so uit dit onderdeel mag ingezet worden voor Werkdruk, ontzorgen starters en stagiairs.

Rotterdamse lerarenbeurs

De toekenning geschiedt op basis van inhoudelijke toetsing aan de verplichtingen zoals bedoeld in paragraaf 3. Bij gelijke geschiktheid enbereiken van subsidieplafond worden de volgende criteria toegepast:

  • 1.

    voorrang wordt verleend aan medewerkers die in schooljaar 2020-2021 geen Rotterdamse lerarenbeurs hebben ontvangen of gebruikt;

  • 2.

    als na toepassing van het eerste criterium nog sprake is van bereiken van het subsidieplafond dan wordt voorrang verleend aan medewerkers die werkzaam zijn in de ve, sbo, so, vso en het praktijkonderwijs;

  • 3.

    als na toepassing van het tweede criterium nog sprake is van bereiken van het subsidieplafond dan wordt een loting toegepast op de resterende aanvragen van po, vo (uitgezonderd praktijkonderwijs) en mbo.

Maximaal € 1.500 per medewerker, zoals bedoeld in artikel 15.

Van onderwijs naar arbeidsmarkt

De toekenning geschiedt op basis van inhoudelijke toetsing aan de verplichtingen, bedoeld in paragraaf 3. Plannen dievoldoen aan meerdere verplichtingen en plannendie gericht zijn op beroepsbegeleidende leerweg krijgen prioriteit bij de honorering.

Subsidie op basis van ingediende plan en begroting.

Sociale veiligheid in en om scholen

Voor zowel het vo als het mbo is

€ 80.000 beschikbaar. Voor dat bedrag kan een gezamenlijk plan ingediend worden. Zowel het vo als het mbo kiest uit het eigen midden een penvoerder die namens de sector een voorstel indient.

Per sector is maximaal

€ 80.000 beschikbaar.

Subsidie Dagprogrammering

Dagprogrammering

De middelen worden vooraf verdeeld op basis van het leerlingenaantal en een uurtarief.

Middelen zijn voor 10 uur dagprogrammering, voor subsidie dan wel aanbod.

Dagprogrammering buiten de Children’s Zone

De middelen worden vooraf verdeeld op basis van het leerlingenaantal en een uurtarief.

Middelen zijn voor 10 uur dagprogrammering, voor subsidie dan wel aanbod.

Overige subsidies

Schakelklassen primair onderwijs

Toekenning geschiedt op basis van continuering.

Per schakelklas, waarin minimaal 940 uur per schooljaar wordt lesgegeven, is een bedrag van maximaal € 40.000 beschikbaar.

Lekker Fit!

De huidige verdeling wordt gehandhaafd. Indien een plek vrijkomt kan een nieuwe school geselecteerd worden op basis van overgewichtcijfers, SES, of een school in een prioriteitswijk ligt, de aanwezigheid van een gymzaal in de buurt en de motivatie van de school om mee te doen.

Ieder Kind Een Instrument

Het huidige aantal IKEI-scholen wordt gehandhaafd. Vanaf schooljaar 2021-2022 wordt de schoolweging gebruikt bij de keuze van scholen en zal IKEI bij voorkeur ingezet worden op Rotterdamse scholen met een hoge schoolweging. Hierbij wordt prioriteit gegeven aan scholen in de Rotterdamse Children’s Zone. De schoolweging is het gemiddelde van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) berekende schoolweging voor de schooljaren 2017/2018, 2018/2019 en 2019/2020. Dit gemiddelde wordt jaarlijks berekend door de Inspectie van het Onderwijs.

Ouderbetrokkenheid

De toekenning geschiedt op basis van continuering. Plekken die vrijkomen worden niet opgevuld.

€ 35.000 per medewerker voor 0,8 fte.

Veiligheid op school

Toekenning van een audit geschiedt als voldaan wordt aan de verplichtingen, bedoeld in paragraaf 5, artikel 24, en wordt maximaal 2 keer gesubsidieerd.

Subsidie bedraagt maximaal € 3.000 per (re-) audit.

 

 

Bijlage 3: Berekening verdeling schoolontwikkelingsbudget als bedoeld in artikel 7

 

Gebruikte bronbestanden

 

Basisbestanden van DUO: data.duo.nl

 

Primair onderwijs, leerlingen

  • -

    01. Leerlingen po per onderwijssoort, cluster en leeftijd

  • -

    02. Leerlingen bo naar gewicht, samenwerkingsverband, impulsgebied en schoolgewicht

  • -

    Bestand van het CBS betreffende de Inspectie-ondergrens van de schoolvergelijkingsgroep van de door het ministerie goedgekeurde verplichte eindtoets basisschool.

Voortgezet onderwijs, leerlingen

  • -

    01. Leerlingen per vestiging naar onderwijstype, lwoo-indicatie, sector, afdeling, opleiding

  • -

    02. Leerlingen per vestiging naar postcode leerling en leerjaar.

Overige bestanden

  • -

    Wetten.overheid.nl: Van de Regeling Leerplusarrangement vo, Nieuwkomers vo en eerste opvang Vreemdelingen 2009 de meest recente bijlage 5: Lijst met postcodes van de armoedeprobleemcumulatiegebieden.

Inzet van het beschikbare bedrag

Het beschikbare bedrag van € 19.990.000 wordt voor het schoolontwikkelingsbudget gesplitst naar po, vo en (v)so en ingezet conform verder beschreven systematiek.

 

Algemene uitgangspunten voor berekening

  • -

    In de berekeningen wordt voor het begrip school steeds uitgegaan van officiële vestigingen van DUO, de hoofd- of nevenvestigingen (aangeduid met het 4-cijferige brin-nummer plus het 2-cijferige volgnummer).

  • -

    Zes-cijferig brin-nummer. Voor de bestanden van DUO moet het brin-nummer en vestigingsnummer eerst samengevoegd worden.

  • -

    Het aantal leerlingen op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan de aanvraag is bepalend. In de berekeningen worden drie hoofdgroepen onderscheiden namelijk: po, vo en (v)so.

  • -

    De scholen en leerlingen worden aan de drie hoofdgroepen toegedeeld.

Beschikbare bedragen

De beschikbare middelen zijn onderverdeeld naar drie hoofdgroepen: po, vo en (v)so (zie onderstaande tabel). De scholen voor (v)so kunnen maximaal € 10.000 subsidie per vestiging krijgen. De te verdelen middelen voor po en vo worden berekend door het totale budget te verminderen met € 10.000 per schoolvestiging (v)so per hoofdgroep (zie onderstaande tabel).

 

Hoofdgroepen

Totaal beschikbare budget

po

€ 13.080.000

vo

€ 6.550.000

(v)so

€ 360.000

 

Berekening schoolontwikkelingsbudget primair onderwijs

 

Uitgangspunten:

  • -

    achterstandsscore: achterstandsscore, als bedoeld in artikel 27 van het Besluit bekostiging Wet op het primair onderwijs

  • -

    Rotterdamse achterstandsscore = achterstandsscore * versterking achterstand (B)

  • -

    Versterking achterstand (B) = weging van de achterstandsscore = 2

  • -

    Vaste voet per school = € 10.000

Berekening:

  • Stap 1:

    Bereken het totaal van de Rotterdamse achterstandsscore

    = Tel alle berekende Rotterdamse achterstandsscores bij elkaar op

  • Stap 2:

    Correctie voor totaalbedrag Vaste Voet

    = € 13,08 miljoen – aantal scholen * € 10.000 = € 11,14 miljoen

  • Stap 3:

    Bedrag per leerlingen

    = € 11,14 miljoen / (leerlingen + totaal Rotterdamse achterstandsscores)

  • Stap 4:

    Bereken het bedrag per school

    = € 10.000 + Bedrag per leerlingen * (aantal leerlingen school + Rotterdamse achterstandsscore van de school)

Berekening schoolontwikkelingsbudget voortgezet onderwijs

 

Uitgangspunten:

  • -

    Van het totaal beschikbare budget wordt 1/3 van het schoolontwikkelingsbudget beschikbaar gesteld aan de leerlingen in het vmbo, lwoo en praktijkonderwijs.

  • -

    Het aantal leerlingen dat een opleiding in het vmbo, lwoo en praktijkonderwijs volgt, wordt voor het vo bepaald op basis van de leerlingen per schoolvestiging (bronbestand vo 01). De leerlingen in een gemengde opleiding havo/vwo/vmbo zijn voor 50% / 50% verdeeld over havo/vwo en vmbo.

  • -

    Het resterende bedrag wordt over alle leerlingen (van praktijkonderwijs tot gymnasium) voortgezet onderwijs verdeeld. Het bedrag per leerling wordt bepaald op basis van het beschikbare gecorrigeerde vo-budget, het leerlingaantal op de betreffende schoolvestigingen en het aantal leerlingen dat daarvan woont in een APC-gebied. De berekening is als volgt:

Berekening vmbo, lwoo en pro

  • Stap 1:

    Bereken bedrag per leerling vmbo, lwoo en pro

    = (1/3 van totale beschikbare gecorrigeerde bedrag voor hoofdgroep vo) / (aantal leerlingen vmbo, lwoo en pro)

  • Stap 2:

    Bereken het bedrag alle leerlingen per leerling vo

    = (totale beschikbare gecorrigeerde bedrag voor hoofdgroep vo min bedrag voor vmbo, lwoo en praktijkonderwijs) / (totaal aantal leerlingen hoofdgroep vo + 10 maal aantal leerlingen uit APC-gebieden)

  • Stap 3:

    Bereken het bedrag per school

    = (bedrag per leerling vmbo, lwoo en pro + bedrag alle leerlingen per leerling vo) * aantal leerlingen op school