Mandaatbesluit havenmeester Harlingen 2020

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harlingen,

gelet op:

afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en de in dit mandaatbesluit genoemde wet- en regelgeving;

 

Overwegende dat:

  • het havenbedrijf Harlingen met ingang van 1 januari 2018 is verzelfstandigd tot een overheids-NV met de Gemeente Harlingen (“Gemeente”) als enig aandeelhouder: N.V. Port of Harlingen (“PoH”);

  • de Gemeente en PoH in verband hiermee op 16 maart 2018 een verzelfstandigings-overeenkomst zijn aangegaan;

  • in artikel 6 van de Verzelfstandigingsovereenkomst ter zake van de dienstverlening door PoH met betrekking tot de publieke taken van de Gemeente is bepaald dat PoH en de Gemeente een operationele havenovereenkomst zullen aangaan;

  • in artikel 3.4 van de Operationele Havenovereenkomst d.d. 16 maart 2018 is bepaald dat de met de uitvoering van de vigerende havenverordening en overige (nautische) wet- en regelgeving samenhangende bevoegdheden en taken betreffende de havens en vaarwegen, voor zover die door de Gemeente kunnen worden opgedragen, worden gemandateerd aan de havenmeester, in dienst bij PoH;

 

BESLUIT:

Artikel 1  

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    havenmeester: de havenmeester van Harlingen, in dienst bij PoH.

  • b.

    havengebied: het gebied zoals aangegeven op de kaart, behorende bij de vigerende havenverordening van de Gemeente.

Artikel 2  

Dit besluit is van toepassing in het havengebied.

Artikel 3  

Aan de havenmeester dan wel aan zijn plaatsvervanger(s) wordt ten aanzien van onderstaande wet- en regelgeving (inclusief de op deze wetten gebaseerde uitvoeringsbesluiten en/of -regelingen) mandaat en machtiging verleend voor:

 

  • a.

    Scheepvaartverkeerswet

Het uitoefenen van de bevoegdheden als bedoeld in:

  • artikel 5, 6, 7 en 8 (beslissing aanbrengen/verwijderen verkeerstekens)

  • artikel 14 (vergoeding verkeerstekens bij werkzaamheden).

 

  • b.

    Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeerswet

Het uitoefenen van bevoegdheden als bedoeld in:

  • artikel 2 (aanbrengen verkeerstekens)

  • artikel 6 (voorbereiden verkeersbesluit; overleg)

  • artikel 7 (aanbrengen, verwijderen, kosten verkeerstekens)

  • artikel 8 (uitvoering bekendmaking)

  • artikel 10 (tijdelijk aanbrengen verkeerstekens)

  • artikel 13 (bekendmakingen met dezelfde strekking als een verkeersteken)

  • artikel 14 (vrijstellingen; overleg).

 

  • c.

    Wet voorkoming verontreiniging door schepen

Het uitoefenen van bevoegdheden als bedoeld in:

  • artikel 6, eerste lid (zorg voor haven ontvangstvoorziening)

  • artikel 6, derde lid (vaststellen havenafvalstoffenplan, conform het Besluit en Regeling haven ontvangstvoorzieningen)

  • artikel 6, zesde lid (registreren afgegeven hoeveelheden scheepsafval)

  • artikel 6, negende lid (verplichting opleggen voldoende haven ontvangstvoorziening)

  • artikel 6a, eerste lid (heffen bijdrage in de kosten ontvangen havenafvalstoffen)

  • artikel 6a, tweede lid (vaststellen bijdrage in de heffing van havenafvalstoffen)

  • artikel 6a, derde lid (bepalen hoeveelheid/eigenschappen/wijze afgifte van scheepsafval)

  • artikel 6a, vierde lid (sluiten overeenkomst met houder voorziening)

  • artikel 6a, vijfde lid (bepalen kosten verwerking scheepsafval)

  • artikel 12, eerste en tweede lid (melding ontvangen voorval, incident, situatie die tot verontreiniging kan leiden en schadelijke stoffen van een schip met een bruto-tonnage van 300 of meer)

  • artikel 12a, eerste lid (ontvangen gegevens afvalstoffen 24 uur voor aankomst)

  • artikel 12a, tweede lid (ontvangen gegevens afvalstoffen indien gegevens bekend zijn/bij vertrek)

  • artikel 12a, vijfde lid (bewaren gegevens en informatieplicht aan Minister ingeval kapitein geen gegevens verstrekt)

  • artikel 22, derde lid (ontvangen melding van ambtenaar IVW over aanhouding van een schip)

  • artikel 23, eerste lid ( aanwijzen ligplaats aangehouden schip in overeenstemming met IVW ).

 

  • d.

    Besluit havenontvangstvoorzieningen

Het uitoefenen van bevoegdheden als bedoeld in:

  • artikel 4 (actualiseren havenafvalplan)

  • artikel 6 (vaststelling en goedkeuring havenafvalplan)

  • artikel 7 (bekendmaking goedgekeurd havenafvalplan)

  • artikel 8 (meldingen tekortkomingen en klachtenprocedure)

IVW: (voormalige) Inspectie Verkeer en Waterstaat, thans Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)

² Idem

  • artikel 9 (indirecte financiering pleziervaartuigen en vissersvaartuigen).

 

  • e.

    Wrakkenwet

Het uitoefenen van bevoegdheden als bedoeld in:

  • artikel 1 (besluit tot opruimen wrakken)

  • artikel 2 ( aankondiging opruiming aan belanghebbenden)

  • artikel 3 (kennisgeving in nieuwsblad(en)

  • artikel 6 (verkoop geborgen wrakken).

 

  • f.

    Wet bestrijding maritieme ongevallen

Het uitoefenen van bevoegdheden als bedoeld in:

  • artikel 14 (wrakken in binnenwateren)

  • artikel 21 (informeren van/overleggen met burgemeester inzake schadelijke gevolgen van een maritiem ongeval op de Noordzee)

  • artikel 22 (toelaten schip in haven na ongeval – Port of Refuge)

  • artikel 24 (vergoeding kosten in verband met maatregelen als Port of Refuge)

  • artikel 36 (toezicht op naleving).

 

  • g.

    Wet Havenstaatcontrole

  • het weigeren van toegang tot de haven van een schip als bedoeld in artikel 11, 11b, 11c en 11d lid 2.

 

  • h.

    Besluit opleidingen en bevoegdheden nautische beroepsbeoefenaren

Het uitoefenen van bevoegdheden als bedoeld in:

  • artikel 5.1, onder b (bevoegde personen tot geven verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen, niet VTS)

  • artikel 5.6, lid 1 (Opleidingseisen).

 

  • i.

    Havenverordening Harlingen 2020

Het uitoefenen van bevoegdheden uit de Havenverordening Harlingen 2020 danwel de vigerende havenverordening, met uitzondering van:

  • artikel 3.2 (ligplaatsenoverzicht) voor zover deze bevoegdheid ziet op het deel van het havengebied dat niet tot het Commercieel havengebied van PoH, als bedoeld in de Operationele Havenovereenkomst behoort.

Artikel 4  

De havenmeester is bevoegd de aan hem op grond van dit besluit gemandateerde bevoegdheden en taken (schriftelijk) onder te mandateren zijn plaatsvervanger, tevens in dienst bij PoH.

Artikel 5  

In de ondertekening van besluiten die onder dit (onder)mandaat vallen, wordt tot uitdrukking gebracht dat het besluit wordt genomen namens het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 6  

De (onder)gemandateerde voert bij de uitoefening van de hem toegekende bevoegdheden een ordentelijke en voor het college van burgemeester en wethouders transparante

administratie en verschaft desgevraagd alle inlichtingen die betrekking hebben op de uitoefening van de hem toegekende bevoegdheden en taken. Jaarlijks voor afloop van het kalenderjaar verzorgt de havenmeester een schriftelijke rapportage aan het college van burgemeester en wethouders met betrekking tot de in dat kalenderjaar op grond van dit mandaat uitgevoerde taken en bevoegdheden.

Artikel 7  

Voor de toepassing van dit besluit wordt met de verlening van het mandaat gelijkgesteld de verlening van volmacht voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen alsook machtiging om in naam van het college van burgemeester en wethouders handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke handeling zijn.

Artikel 8  

Het mandaat laat onverlet dat het college van burgemeester en wethouders de hiervoor omschreven taken en bevoegdheden zelf kan uitoefenen.

Artikel 9  

De havenmeester is gehouden om voorafgaand aan de uitoefening van de gemandateerde taken en bevoegdheden overleg te plegen met het college van burgemeester en wethouders in geval sprake is of zal zijn van politiek-bestuurlijk gevoelige zaken. Het initiatief voor dit overleg zal uitgaan van hetzij de havenmeester, hetzij het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 10  

De verlening van mandaat omvat niet (mede) de bevoegdheid tot:

  • a.

    het behandelen van klachten, als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze betrekking hebben op het uitoefenen van de aan de havenmeester op grond van dit besluit gemandateerde bevoegdheden;

  • b.

    het beslissen op een bezwaarschrift dat is gericht tegen een besluit dat door de havenmeester in mandaat is genomen en waartegen op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht danwel op grond van een andere wettelijke regeling bezwaar en beroep openstaat;

  • c.

    de actieve en passieve openbaarmaking van documenten, bedoeld in de Wet openbaarheid van bestuur, voor zover het aangelegenheden betreft die behoren tot zijn werkterrein;

  • d.

    het opleggen van een last onder bestuursdwang en/of het opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 125 van de Gemeentewet juncto artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht in het kader van de handhaving van de in artikel 3 genoemde wet- en regelgeving.

Artikel 11  

Bij twijfel over de uitoefening van een bevoegdheid treedt de gemandateerde in overleg met de burgemeester.

Artikel 12 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking in het Gemeenteblad en werkt terug tot en met 1 januari 2018.

Artikel 13 Intrekking

Eerder genomen besluiten omtrent mandaat van bevoegdheden aan de havenmeester worden ingetrokken met ingang van de in artikel 12 genoemde datum van inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel 14 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit havenmeester Harlingen 2020.

 

Aldus vastgesteld op 19 januari 2021.

 

Burgemeester en wethouders van Harlingen,

 

S. van den Broek, W.R. Sluiter

secretaris burgemeester

 

Voor akkoord:

_______________________

 

 

F. Papp

Havenmeester van Harlingen

datum: ____________2021

 

Naar boven