Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2022

De raad van de gemeente Lelystad,

 

op voorstel van het college van de gemeente Lelystad d.d. 23 november 2021;

 

gelet op artikel 225 van de Gemeentewet;

 

B E S L U I T:

 

vast te stellen de navolgende

 

VERORDENING op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2022

(Verordening parkeerbelastingen Lelystad 2022).

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    parkeren:

    het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op de binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;

  • b.

    motorvoertuigen:

    hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen;

  • c.

    houder:

    degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aan te houden register van opgegeven kentekens (Kentekenregister) als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven;

  • d.

    parkeerapparatuur:

    parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

  • e.

    centrale computer:

    computer van het bedrijf waarmee de gemeente Lelystad een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een mobiele telefoon of een ander communicatiemiddel;

  • f.

    vergunning:

    een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren zoals bepaald in de vigerende Parkeerverordening van de gemeente Lelystad;

  • g.

    abonnement: een van gemeentewege verleend abonnement, voor het parkeren zoals bepaald in de vigerende Parkeerverordening van de gemeente Lelystad.

Artikel 2. Belastbaar feit

Onder de naam “parkeerbelastingen” worden de volgende belastingen geheven:

  • a.

    een belasting terzake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

  • b.

    een belasting terzake van een van gemeentewege verleende vergunning/verleend abonnement voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning/dat abonnement aangeven plaats en wijze.

Artikel 3. Belastingplicht

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

  • 2.

    Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:

    • a.

      degene die de belasting voldoet dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;

    • b.

      zolang geen voldoening van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, heeft plaats gevonden: de houder van het motorvoertuig met dien verstande dat:

      • 1.

        indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd;

      • 2.

        indien blijkt dat een ander in het Kentekenregister als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd.

  • 3.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op grond van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig gebruik heeft gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

  • 4.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning/het abonnement heeft aangevraagd.

Artikel 4. Vrijstellingen

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, voor het parkeren van een motorvoertuig op de parkeerlocatie wordt niet geheven van een houder van een geldige gehandicaptenparkeerkaart, indien deze kaart duidelijk zichtbaar achter het voorraam is geplaatst.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in het vorige lid geldt de genoemde vrijstelling niet in parkeer-garages of bij parkeren achter slagbomen.

Artikel 5. Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende Tarieven- en kostentabel.

Artikel 6. Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt in dit geval aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college gestelde voorschriften.

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.

  • 3.

    Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd, of waarvoor de vergunning geldt, worden opgegeven.

Artikel 7. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdgelang

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij bij de aanvang van het parkeren het in werking stellen van de centrale parkeerapparatuur geschiedt door het halen van een toegangskaartje waarvoor na afloop van het parkeren betaald moet worden of door het inloggen via een mobiele telefoon of een ander communicatiemiddel op de centrale computer.

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning/het abonnement wordt verleend.

  • 3.

    Indien de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, in de loop van het jaar aanvangt, wordt het verschuldigde bedrag berekend naar zoveel twaalfde gedeelten van het jaartarief, als na de aanvang van de belastingplicht volle maanden in het heffingstijdvak overblijven.

  • 4.

    Indien de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, in de loop van het jaar eindigt, wordt het verschuldigde bedrag berekend naar zoveel twaalfde gedeelten van het jaartarief, als na beëindiging van de belastingplicht volle maanden in het heffingstijdvak overblijven. De over deze resterende volle kalendermaanden betaalde belasting wordt op verzoek gerestitueerd, voor zover het te restitueren bedrag hoger is dan € 10,00.

Artikel 8. Termijnen van betaling

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting worden betaald vóór het verlaten van het terrein, waarbij betaling plaatsvindt met behulp van het toegangskaartje in de centrale parkeerapparatuur te stoppen.

  • 3.

    Indien het in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt via een mobiele telefoon of een ander communicatiemiddel moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen één maand na het einde van het parkeren.

  • 4.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning/het abonnement wordt verleend. Voldoening via een daartoe afgegeven machtiging tot automatische incasso wordt met betalen gelijkgesteld.

  • 5.

    Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Artikel 9. Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college bij openbaar bekend te maken besluit.

Artikel 10. Kosten

De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 66,50.

Artikel 11. Kwijtschelding

Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12. Nadere regels door het college van de gemeente Lelystad

Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de parkeerbelasting.

Artikel 13. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De “Verordening parkeerbelastingen Lelystad 2021” van 15 december 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening parkeerbelastingen Lelystad 2022”.

Lelystad,

De raad van de gemeente Lelystad,

de griffier,

de voorzitter,

Bijlage 1: Tarieven- en kostentabel, behorende bij en aangeduid in artikel 5 en artikel 10 van de Verordening parkeerbelastingen Lelystad 2022.

A. Tarieventabel

 

Artikel 1.Begripsomschrijvingen

 

In deze tabel wordt verstaan onder:

  • a.

    dag: periode van 00.00 uur tot 24.00 uur;

  • b.

    maand: een kalendermaand;

  • c.

    kwartaal: drie aaneengesloten kalendermaanden;

  • d.

    jaar: kalenderjaar.

 

Artikel 2. Parkeergebieden

Met betrekking tot het parkeren als bedoeld in artikel 2, onderdelen a, van de Verordening parkeer-belastingen Lelystad 2021 bestaan er binnen de gemeente Lelystad gedifferentieerde belastingtarieven voor verschillende locaties. Deze locaties zijn gelegen in het Stadshart, in het winkelcentrum Lelycentre en Batviahaven.

 

Parkeergebied Stadshart

De Middenweg, De Waag, Zuigerplasdreef, Agoraweg, Agorawagenplein, Stationsweg en Neringweg (incl ABC-locatie) (straatparkeren).

Parkeergarage Zilverpark, Parkeergarage Neringweg, Parkeergarage De Waag, Parkeergarage Agoradek, Parkeerterrein ziekenhuis (garage- en terreinparkeren).

 

Parkeergebied Lelycentre

Noorderwagenplein, het Snijdershof en Maerlant.

 

Parkeergebied Bataviahaven

Langparkeerterrein Bataviahaven, P6.

 

Artikel 3. Tarieven voor parkeerautomaten

Parkeergebied

Tijdstippen en dagen

Maximale

parkeerduur

Tarief

Vergunninghouders

abonnementhouders

Stadshart ( straatparkeren )

De Middenweg, De Waag, Zuigerplasdreef, Agoraweg, Agorawagenplein, Stationsweg en Neringweg (incl. ABC-locatie)

van 9.00 – 18.00 uur maandag, dinsdag, woensdag, vrijdag, zaterdag

 

donderdag

van 9.00 – 21.00 uur

Geen limiet

€ 1,60 per uur

 

 

Toegestaan

 

Stadshart (garage- en terreinparkeren )

Parkeergarage Zilverpark, Parkeergarage Neringweg, Parkeergarage De Waag, Parkeergarage Agoradek, Parkeerterrein ziekenhuis

van 9.00 – 18.00 uur: maandag, dinsdag, woensdag, vrijdag, zaterdag

 

donderdag

van 9.00 – 21.00 uur

14 dagen

€1,60 per uur

 

€ 6,50 per dag

Toegestaan

Lelycentre

Noorderwagenplein

Snijdershof

De Maerlant

van 9.00 – 18.00 uur

maandag t/m zaterdag

 

Geen limiet

€ 0,85 per uur

 

€ 3,00 per dag

 

Toegestaan

Bataviahaven

Langparkeerterrein Bataviahaven P6

 

van 00.00-23.59 uur

maandag t/m zondag en feestdagen

 

Geen limiet

 

€ 3,50 per dag

 

Beperkt toegestaan

 

Uitgezonderd in het parkeergebied Bataviahaven is in de parkeergebieden Stadshart en Lelycentre op zon- en feestdagen geen parkeergeld verschuldigd. Als feestdagen worden aangemerkt: nieuwjaarsdag, Goede Vrijdag, Pasen, Koningsdag, Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag, Pinksteren en Kerstmis.

 

Voor een verloren parkeerticket dient het reguliere tarief te worden betaald, dat op basis van het kenteken van het voertuig wordt vastgesteld. Indien het kenteken niet kan worden vastgesteld bedraagt het tarief voor een verloren kaart € 10,00. Tussen 00.00 uur en 07.00 uur worden aanvullend op dit tarief, voor het openen van de garage de kosten van het voorrijden/openen garage door het beveiligingsbedrijf in rekening gebracht, zijnde € 75,00 per keer. Deze kosten dienen contant te worden voldaan.

 

Artikel 4. Tarieven voor parkeervergunningen/parkeerabonnementen

 

De tariefstructuur volgt de indeling in categorieën van de vigerende Parkeerverordening van de gemeente Lelystad. De tarieven per categorie bedragen dan:

Categorie

Soort

Tijdvak

Tarief

I

Bewonersvergunning/-abonnement

Jaar

€ 50,00

II

Bedrijfsvergunning/-abonnement

Jaar

€ 50,00

III

Autodate

Jaar

€ 50,00

IV

Abonnement: Stadshart, garage- en terreinparkeren

Kwartaal

€ 55,00

Jaar

€ 250,00

Vergunning: Parkwijk

Kwartaal

€ 45,00

Jaar

€ 213,00

Parkeerbundel 80 uur: Stadshart, garage- en terreinparkeren

Maand

€ 11,00

Jaar

€ 135,00

V

Parkeerkraskaart/bezoekersdag vergunning/barcodedagkaart

Stuk

€ 2,50

Bezoekersvergunning

Stuk

€ 50,00

VI

Zorgvergunning- /abonnement

Jaar

€ 50,00

VII

Abonnement vrijwilligers van de Bataviawerf, Het Flevolands Archief en KNRM

Jaar

€ 0,00

VIII

Bewonersvergunning/bedrijfsvergunning in De Stelling

Jaar

€ 16,05

IX

Bezoekersvergunning De Stelling

Jaar

€ 8,00

X

Vergunning Havendam Bataviahaven, bij een Zomerabonnement

De periode waarvoor een zomerabonnement, als bedoeld in de vigerende Verordening liggelden Bataviahaven van de gemeente Lelystad, geldig is.

€ 30,00

Vergunning Havendam, bij een Winterabonnement

De periode waarvoor een winterabonnement, als bedoeld in de vigerende Verordening liggelden Bataviahaven van de gemeente Lelystad, geldig is.

€ 20,00

 

B. Kostenopbouw naheffingsaanslag parkeerbelastingen

 

Op grond van artikel 2, eerste lid, van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen kunnen de gemeentelijke kosten ter zake van het opleggen van een naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 234, zesde lid, van de Gemeentewet ten hoogste bestaan uit de volgende onderstaande componenten, voor zover deze rechtstreeks voortvloeien uit de inning van niet betaalde parkeerbelastingen:

 

Omschrijving

Bedrag

a. vaste informatieverwerkingskosten

€ 319.447

b. variabele informatieverwerkingskosten

€ 13.986

c. kosten van afschrijving

€ 22.817

d. kosten van interest

€ 3.422

e. personeelskosten

€ 154.795

f. overhead (50% van de personeelskosten)

€ 77.398

Totaal

591.865

Op basis van ervaring van de twee voorgaande jaren, worden er op jaarbasis gemiddeld 4.589 naheffingsaanslagen parkeerbelastingen opgelegd.

 

De kosten per naheffingsaanslag bedragen € 128,97.

 

Lelystad,

 

De raad van de gemeente Lelystad,

 

de griffier,

de voorzitter,

Naar boven