Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam tot wijziging van de Nadere regels voor urgentie bij de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (Wijziging hoofdstuk 1 urgenties van de Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2020)

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

 

gelet op de artikelen 2.6.2, vijfde lid, 2.6.5, derde lid, 2.6.6, 2.6.7, vierde lid, 2.6.8 en 2.6.11 Huisvestingsverordening Amsterdam 2020,

 

besluit:

 

Wijziging hoofdstuk 1 urgenties van de Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2020

Artikel I  

 

Hoofdstuk 1 van de Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 wordt als volgt gewijzigd:

 

A. Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In onderdeel 8 wordt de zinsnede "door de GGD gevraagde medische verklaringen te worden geleverd” vervangen door “verklaringen van medisch specialisten te worden overlegd waaruit blijkt dat sprake is van ernstige en chronische medische problematiek”.

B. Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Na onderdeel l wordt de zinsnede “De bovengenoemde weigeringsgronden worden hieronder uitgewerkt en worden beoordeeld aan de hand van de volgende voorwaarden en criteria:” vervangen door “De aanvraag wordt getoetst aan alle weigeringsgronden. Indien één of meerdere van deze weigeringsgronden van toepassing zijn, wordt de aanvraag geweigerd. De weigeringsgronden worden hieronder uitgewerkt en worden beoordeeld aan de hand van de volgende voorwaarden en criteria:”

  • 2.

    In Ad b), na onderdeel 11, komt de laatste alinea te vervallen.

  • 3.

    In Ad c), onderdeel 2, wordt na de zinsnede “een gezin heeft gesticht” de zinsnede “of gaat stichten” ingevoegd.

  • 4.

    In Ad c),onderdeel 6, wordt “12 jaar” vervangen door “13 jaar”.

  • 5.

    In Ad c),onderdeel 7, wordt “14 jaar” vervangen door “15 jaar”.

  • 6.

    Aan Ad c) wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel 7 door “;” twee onderdelen toegevoegd, luidende:

    8. redelijkerwijs op de situatie kon anticiperen, bijvoorbeeld het aangaan van een tijdelijk huurcontract of een onderhuurcontract;

    9. zonder kinderen is gaan inwonen bij één of meerdere andere huishoudens.

  • 7.

    Aan Ad c) wordt na onderdeel 8 een slotalinea toegevoegd luidende:

    “In algemene zin geldt dat het huisvestingsprobleem van de aanvrager dient te zijn ontstaan uit een overmachtssituatie om in aanmerking te kunnen komen voor een urgentieverklaring. Volledigheidshalve wordt daarboven opgemerkt dat sociale of medische problemen geen uitzondering geven op weigeringsgrond c.”

  • 8.

    In Ad d) wordt na de zinsnede “Met ‘voorliggende voorzieningen’ worden” ingevoegd “onder meer”.

  • 9.

    In Ad d) ,onderdeel 1, komt na de zinsnede “gezondheidszorg of jeugdhulp,” te vervallen “of;”.

  • 10.

    In Ad d) wordt na onderdeel 1 een onderdeel ingevoegd, luidende:

    2. het ondernemen van eigen juridische stappen, bijvoorbeeld het starten van een civiele procedure tegen de verhuurder of de buren van de aanvrager; of

  • 11.

    In Ad e), onderdeel 1, komt na de zinsnede “van diens huishouden,” te vervallen “of;”.

  • 12.

    In Ad e), onderdeel 2, komt na de zinsnede “met of zonder kinderen” “is” te vervallen.

  • 13.

    Aan Ad e) wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel 2 door “;” een onderdeel toegevoegd, luidende:

    3. als de aanvrager in detentie is opgenomen en na vrijlating geen huisvesting kan vinden.

  • 14.

    Aan Ad e) wordt na onderdeel 3 (nieuw) een slotzin toegevoegd, luidende:

    Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat sociale of medische problemen geen uitzondering geven op weigeringsgrond e.

  • 15.

    In Ad f) komt onderdeel 1 te luiden:

    1. de aanvrager wegens problemen of omstandigheden meer gebaat is bij inzet van een voorliggende voorziening of medische zorg, dan met een andere woning;

  • 16.

    In Ad f), onderdeel 2, wordt “in bovenstaande regel (Ad d) is gedefinieerd” vervangen door “opgenomen in Ad d)”.

C. Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

In de derde alinea wordt “een bewonersovereenkomst” vervangen door “intermediaire verhuur” en “opgeschorte” vervangen door “opschortende”.

 

D. Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel j door “;” wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

l. Er bestaat alleen recht op urgentie vanwege mantelzorg indien deze geheel onbezoldigd wordt verleend. Personen die (deels) pgb ontvangen voor de zorgactiviteiten komen niet in aanmerking voor deze urgentie. Dit volgt uit de definitie voor mantelzorg (artikel 1 Huisvestingsverordening en artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning):

“mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep”

Ook als een aantal uren wel onbezoldigd zorg wordt verleend wordt niet voldaan aan dit vereiste. De mantelzorg moet geheel onbezoldigd worden verleend.

 

E. Na artikel 9 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

10.1 Urgentiecategorie medische redenen (medische urgentie HVV 2.6.8 lid 1b)

  • 1.

    Aan artikel 2.6.8 wordt niet getoetst als de aanvraag moet worden geweigerd op grond van één van de algemene weigeringsgronden genoemd in artikel 2.6.5.

  • 2.

    Per aanvraag kan slechts één urgentiegrond worden aangevoerd. Een medische urgentieverklaring kan alleen worden verkregen op basis van medische gronden.

  • 3.

    Een urgentieverklaring op medische gronden kan alleen worden verkregen indien:

    • a.

      de aanvrager kampt met ernstige en chronische medische problematiek;

    • b.

      het medische probleem levensontwrichtend is voor de aanvrager waardoor ernstige woonproblemen ontstaan en de aanvrager daardoor niet meer in staat is zelfstandig te functioneren;

    • c.

      een zelfstandige woning een substantieel deel van de oplossing voor het probleem van de aanvrager vormt; en,

    • d.

      de aanvrager zelfredzaam is wat inhoudt dat de aanvrager in staat zal zijn om duurzaam zelfstandig te wonen.

  • 4.

    Indien het probleem niet of slechts beperkt opgelost wordt door een andere woonruimte, of als de aanvrager meer gebaat is bij inzet van een voorliggende voorziening (zoals medische of psychische zorg, of begeleiding) wordt de aanvraag afgewezen op grond van artikel 2.6.5 lid 1 d) of lid 1 f). Hiervan is in ieder geval sprake als de aanvrager beschikt over een beschikking voor een maatwerkvoorziening voor opvang of beschermd wonen.

  • 5.

    Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de weigeringsgronden uit artikel 2.6.5 lid 1c en 1e onverminderd van toepassing zijn op een urgentieaanvraag om medische redenen. Er moet sprake zijn van een overmachtssituatie die redelijkerwijs niet te voorkomen was.

F. Artikel 10 komt te luiden:

10.2 Urgentiecategorie sociale redenen (sociale urgentie HVV 2.6.8 lid 1b)

  • 1.

    Aan artikel 2.6.8 wordt niet getoetst als de aanvraag moet worden geweigerd op grond van één van de algemene weigeringsgronden genoemd in artikel 2.6.5.2.

  • 2.

    Per aanvraag kan slechts één urgentiegrond worden aangevoerd. Een sociale urgentieverklaring kan alleen worden verkregen op basis van één van de sociale gronden als bedoeld in het tweede lid.

  • 3.

    Een urgentieverklaring op sociale gronden kan alleen worden verkregen indien:

    • a.

      de aanvrager met één of meer van de volgende problemen wordt geconfronteerd:

      • I.

        Dakloosheid met zorg voor minderjarige kinderen door relatiebreuk, echtscheiding en/of inkomensval;

      • II.

        Geweld of ernstige bedreiging.

    • b.

      bovengenoemd probleem (of problemen) levensontwrichtend is (zijn) voor de aanvrager, dat wil zeggen dat de aanvrager vanwege ernstige woonproblemen niet meer in staat is zelfstandig te functioneren;

    • c.

      een zelfstandige woning een substantieel deel van de oplossing voor het probleem van de aanvrager vormt; en,

    • d.

      de aanvrager zelfredzaam is wat inhoudt dat de aanvrager in staat zal zijn om duurzaam zelfstandig te wonen.

  • 4.

    Indien het probleem niet of slechts beperkt opgelost wordt door een andere woonruimte, of als de aanvrager meer gebaat is bij inzet van een voorliggende voorziening (zoals begeleiding) wordt de aanvraag afgewezen op grond van artikel 2.6.5 lid 1 d) of lid 1 f). Hiervan is in ieder geval sprake als de aanvrager beschikt over een beschikking voor een maatwerkvoorziening voor opvang of beschermd wonen.

  • 5.

    Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de weigeringsgronden uit artikel 2.6.5 lid 1c en 1e onverminderd van toepassing zijn op een urgentieaanvraag op sociale grond zoals genoemd onder 1. Er moet sprake zijn van een overmachtssituatie en het probleem moet niet redelijkerwijs te voorkomen zijn geweest. Dit betekent dat huisuitzetting uit een inwoonsituatie geen recht geeft tot een sociale urgentie, of problemen nadat een gezin is gesticht zonder in passende woonruimte te voorzien.

G. Artikel 11 komt te luiden:

11. Aanvullende voorwaarden bij regel 10.1 (ernstige medische problemen)

  • a.

    De ernstige en levensontwrichtende aard van het medische probleem blijkt uit medische verklaringen van één of meer behandelend artsen of specialisten. Een verklaring van de huisarts is onvoldoende;

  • b.

    Psychische problemen zijn aantoonbaar chronisch, en de aanvrager moet op het moment van aanvraag minimaal 6 maanden onder behandeling zijn voor het betreffende medische probleem bij een specialistische, tweedelijns GGZ instelling of vrijgevestigd psychiater in Nederland. Praktijk Ondersteuner Huisartsenzorg, eerstelijns en/of basis GGZ vallen hier niet onder;

  • c.

    De huidige woonsituatie is levensontwrichtend omdat de bewegingsruimte van de aanvrager door de medische problemen teveel beperkt wordt dan wel de behandeling van het probleem wordt aantoonbaar in hoge mate ongunstig beïnvloed door de woonsituatie. Spanning, stress en/of psychische klachten samenhangend met de woonsituatie zijn geen redenen om een urgentieverklaring te verlenen;

  • d.

    Bij een chronische psychische stoornis kan de voorwaarde worden opgelegd dat de aanvrager of een lid van diens huishouden psychiatrische zorg of begeleiding aanvaardt.

Bij een verbroken relatie of echtscheiding is paragraaf 14 van toepassing.

 

H. Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In het opschrift wordt de zinsnede “regel 10, lid a II (dreigende dakloosheid met minderjarige kinderen)” vervangen door “regel 10.2, lid a I (dakloosheid met minderjarige kinderen door relatiebreuk, echtscheiding en/of inkomensval)”.

I. Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In het opschrift wordt na de zinsnede “ ernstige bedreiging of geweld” toegevoegd “ bij regel 10.2, lid a II”.

  • 2.

    In onderdeel c wordt na de zinsnede “de aanvrager van de urgentie” ingevoegd “en dit niet tot een oplossing heeft geleid”.

J. Na artikel 23 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

 

24. Hardheidsclausule (artikel 2.6.11)

Indien een aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden voor urgentieverlening kunnen burgemeester en wethouders alsnog een urgentieverklaring verlenen indien:

  • a.

    weigering van een urgentieverklaring leidt tot een schrijnende situatie; en,

  • b.

    sprake is van bijzondere, bij het vaststellen van de verordening, onvoorziene omstandigheden die gelet op het doel van de verordening redelijkerwijs toch een grond voor de verlening van een urgentieverklaring zouden kunnen zijn.

Toelichting op de hardheidsclausule bij medische problematiek

Onder een schrijnende situatie bij medische problematiek wordt verstaan een uitzonderlijke noodsituatie waar een urgentieverklaring voor noodzakelijk is . De aanvrager die een beroep doet op de hardheidsclausule vanwege ernstige medische problematiek dient met bewijsstukken aan te tonen dat sprake is van een acuut levensbedreigend probleem. Hiervoor is een verklaring van een medisch specialist noodzakelijk, een verklaring van de huisarts is onvoldoende.

Artikel II Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking.

Artikel III Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als Wijziging hoofdstuk 1 urgenties van de Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2020.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 9 november 2021.

De burgemeester

Femke Halsema

De gemeentesecretaris

Peter Teesink

Naar boven