Gemeenteblad van Haarlem
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Haarlem | Gemeenteblad 2021, 457653 | verkeersbesluit of -mededeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Haarlem | Gemeenteblad 2021, 457653 | verkeersbesluit of -mededeling |
Verkeersbesluit meerdere verkeersmaatregelen J.J. Hamelinkstraat e.o.
Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,
gelet op de Wegenwet, de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990), het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) en de Uitvoeringsvoorschriften van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: Uitvoeringsvoorschriften BABW).
dat de J.J. Hamelinkstraat gelegen is binnen de bebouwde kom van Haarlem;
dat de J.J. Hamelinkstraat in beheer is bij de gemeente Haarlem;
dat de J.J. Hamelinkstraat een weg is als bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;
dat gelet op dit artikel het college van burgemeester en wethouders van Haarlem bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor deze wegen;
dat de bevoegdheid voor het nemen van verkeersbesluiten door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem is gemandateerd aan het afdelingshoofd Beheer en Beleid Openbare Ruimte;
dat de gemeentelijke wegencategorisering van Haarlem is opgenomen in de Structuurvisie Openbare Ruimte (hierna: SOR);
dat deze categorisering aansluit op de categorisering, zoals bedoeld in het landelijke beleid Duurzaam Veilig;
dat de J.J. Hamelinkstraat gecategoriseerd is als erftoegangsweg en dat daarmee de verblijfsfunctie centraal staat;
dat op 25 juni 2020 de raad de startnotitie ‘doorstart herstructurering J.J.
Hamelinkstraat Slachthuisbuurt Zuidstrook blok 6 t/m 8’ heeft vastgesteld;
dat de gemeente in samenspraak met Elan Wonen voor dit gebied en de raakvlakprojecten Schipholweg 1en 5 het Voorlopig Ontwerp (VO) heeft uitgewerkt;
dat het college op 17 november 2020 het Voorlopig Ontwerp heeft vastgesteld en vrijgegeven voor inspraak;
dat de inspraakreacties zijn beantwoord en, indien opportuun, verwerkt zij in het Definitief Ontwerp (DO);
dat het vaststellen van het DO een collegebevoegdheid is en ter kennisname aan de commissie ontwikkeling is aangeboden;
dat het college van burgemeester en wethouders op 9 februari 2021 heeft besloten:
1. Het Definitief Ontwerp openbare ruimte Slachthuisbuurt Zuidstrook blok 6
t/m 8 e.o. vast te stellen (Bijlage A t/m C van dat besluit);
2. De Inspraaknotitie Slachthuisbuurt Zuidstrook blok 6 t/m 8 e.o. vast te stellen
3. De extra beheerkosten voor de areaaluitbreiding openbare ruimte Slachthuisbuurt Zuidstrook blok 6 t/m 8 e.o. (totaal jaarlijks € 6.500), te dekken uit de stelpost groei en dit te verwerken in de kadernota na de realisatie van het project;
dat overeenkomstig dit DO op de J.J. Hamelinkstraat en deels op de naastgelegen Merovingenstraat en Graafschapstraat meerdere aanpassingen van de bestaande verkeersmaatregelen plaatsvinden;
dat deze maatregelen voornamelijk gericht zijn op een logische herschikking van de beschikbare ruimte;
dat op de J.J. Hamelinkstraat gehandicaptenparkeerplaatsen wordt aangewezen door middel van het plaatsen van het verkeersbord E6 van bijlage 1 van het RVV 1990:
- nabij de aansluiting van het voetpad tussen blok 7 en blok 8 op de J.J. Hamelinkstraat,
- langs het wegvak van de J.J. Hamelinkstraat nabij de Merovingenstraat;
dat de gemeente Haarlem een behoefte voorziet voor het opladen van elektrische voertuigen door de komst van het nieuwe woningblok;
dat elektrisch aangedreven auto’s in opkomst zijn en er in Nederland in medio 2021 ruim 300.000 elektrische en hybride auto’s zijn geregistreerd;
dat Metropoolregio Amsterdam – elektrische (MRA-e) een concessie heeft aanbesteed en gegund waarbij een derde partij laadpalen realiseert, exploiteert en beheert;
dat de gemeente Haarlem zich heeft aangesloten bij het initiatief MRA-e;
dat de laadpalen voor de volgende doelgroepen zijn bestemd:
- Werknemers van bedrijven gevestigd in de stad
dat de gemeente Haarlem zich ten doel heeft gesteld om in 2030 een klimaatneutrale en duurzame gemeente te zijn;
dat de gemeente Haarlem het realiseren van een schoon wagenpark opgenomen heeft als maatregel om aan de Europese normen op het gebied van luchtkwaliteit te voldoen;
dat de gemeente Haarlem in het kader van bovengenoemd beleid elektrisch rijden wil stimuleren door een openbaar netwerk van oplaadpalen te realiseren;
dat de gemeente Haarlem een overeenkomst is aangegaan met MRA-e om in Haarlem laadpalen te plaatsen;
dat een laadpaal twee aansluitingen voor elektrische voertuigen kent;
dat om een optimale benutting van een openbare oplaadpunt te waarborgen en de voorziene behoefte het wenselijk is om nabij het oplaadpunt een tweetal parkeerplaatsen te reserveren ten behoeve van het opladen van elektrische voertuigen;
dat dit gerealiseerd kan worden door middel van het plaatsen van het verkeersbord E4 van bijlage 1 van het RVV 1990 met een onderbord met de tekst ‘opladen elektrische voertuigen’ en een onderbord dat aanduidt dat het verkeersbord van toepassing is op twee parkeervakken;
dat in het kader van herkenbaarheid de parkeervakken worden voorzien van een stekkersymbool;
dat de twee parkeervakken alleen door elektrische voertuigen gebruikt kunnen worden en dat de hoeveelheid parkeerruimte in de wijk voor niet-elektrische voertuigen daardoor afneemt;
dat het exclusief parkeren voor elektrische auto’s slechts is toegestaan met als doel de auto op te laden, zodat het oplaadpunt voor meerdere gebruikers beschikbaar is;
dat dit gebruik geregeld is in artikel 24, lid 1, sub d ten 2e van het RVV 1990, namelijk ‘de bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren op een parkeergelegenheid op een andere wijze of met een ander doel dan op het bord of op het onderbord is aangegeven’;
dat het belang van het ontwikkelen van een openbaar oplaadnetwerk prevaleert boven het verlies aan parkeergelegenheid;
dat op de J.J. Hamelinkstraat telkens een tweetal parkeerplaatsen ten behoeve van het opladen van elektrische voertuigen worden aangewezen door middel van het plaatsen van het verkeersbord E4 met onderborden:
- op het westelijk deel ter hoogte van de in-/uitrit van blok 8 een algemene, en
- nabij de aansluiting van het wegvak van de J.J. Hamelinkstraat tussen de bokken 6 en 7 op de J.J. Hamelinkstraat;
dat het parkeerverbod welke is ingesteld aan de zuidzijde van de J.J. Hamelinkstraat tussen de Merovingenstraat en de Noormannenstraat als gevolg van de herinrichting overbodig is geworden en dit parkeerverbod door middel van het verwijderen van het verkeersbord E1 wordt opgeheven;
dat op de J.J. Hamelinkstraat, vanwege de beperkte manoeuvreerruimte, en de omgevingskenmerken een geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen die, met inbegrip van de lading, langer zijn dan op het bord is aangegeven, wordt ingesteld middels het plaatsen van de verkeersborden C17 (6 meter) op:
- het wegvak van de J.J. Hamelinkstraat tussen de bokken 6 en 7 op de J.J. Hamelinkstraat,
- de Hamelinkstraat, tussen dat weggedeelte en de Merovingenstraat;
dat vanwege de beperkte rijbaanbreedte op het westelijke deel van de J.J. Hamelinkstraat eenrichtingsverkeer wordt ingesteld;
dat de keuze voor de richting van het verkeer is gemaakt in het gegeven dat de Harmelinkstraat de entree van de wijk is en vanuit daar rondom de woningblokken rijdt;
dat dit eenrichtingsverkeer geldt vanaf no. 33/39 tot aan de aansluiting op het oostelijk deel van de J.J. Hamelinkstraat dat is gelegen tussen blok 6 en 7;
dat dit eenrichtingsverkeer kenbaar wordt gemaakt door middel van het plaatsen van:
- het verkeersbord C2 (geplaatst op J.J. Hamelinkstraat nabij de aansluiting met het oostelijk deel van de J.J. Hamelinkstraat dat is gelegen tussen de blokken 6 en 7) en
- het verkeersbord C3 (geplaatst op het westelijk deel van de J.J. Hamelinkstraat, nabij no. 33/39);
dat op de J.J. Hamelinkstraat, nabij het kruispunt met de Schalkwijkerstraat, een vooraankondiging van dit eenrichtingsverkeer wordt geplaatst in de vorm van het verkeersbord C3 met onderbord ‘na 70 m’;
dat het eenrichtingsverkeer op dit deel van de J.J. Hamelinkstraat wordt weergegeven door middel van het plaatsen van verkeersborden C4 tegenover:
- de T-aansluiting van de in-/uitrit van blok 8,
- tegenover de T-aansluiting op de J.J. Hamelinkstraat van het fiets- en bromfietspad langs de Schipholweg;
dat de J.J. Hamelinkstraat middels een aantal (brom-)fietsdoorsteken aansluit op het verplicht fiets- en bromfietspad dat is gelegen langs de Schipholweg;
dat de Schipholweg, en ook het langsliggend verplicht fiets-bromfietspad, is aangeduid als voorrangsweg;
dat de voorrang op het kruispunt van fietspaden kan worden aangeduid door middel van uitsluitend haaientanden;
dat haaientanden blijkens artikel 80 van het RVV 1990 een zelfstandige betekenis hebben, namelijk: ‘de bestuurders moeten voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg’;
dat het bestaande bord model B6 van de bijlage 1 van het RVV, welke is geplaatst op de bestaande doorsteek van de J.J. Hamelinkstraat naar het fiets- en bromfietspad langs de Schipholweg, wordt verwijderd;
dat daarmee -door het uitsluitend zelfstandig toepassen van haaientanden- een eenduidige voorrangsregeling wordt ingesteld op de bestaande en nieuwe doorsteken naar het fiets- en bromfietspad
dat de wegen, die zijn gelegen tussen het westelijk deel van de J.J. Hamelinkstraat, de Gouwstraat, de Graafschapstraat en het oostelijk deel van de J.J. Hamelinkstraat vanwege hun functie, inrichting en gebruik worden beschouwd als voetpad;
dat voetgangers vrij door het gebied moeten kunnen wandelen;
dat de voetganger prevaleert boven de fietser die hier min of meer te gast is;
dat dit wegen zijn met een smal profiel;
dat deze wegen bestaan uit een over de gehele breedte van de weg gelegen voetgangersstraat;
dat een duidelijk herkenbare rijloper daarmee ontbreekt;
dat deze voetpaden onderdeel worden van een voetgangerszone welke aangeduid wordt door middel van het plaatsen van verkeersborden begin/einde zone G7;
dat deze zoneborden worden geplaatst:
- ter hoogte van de aansluiting van dit voetpad op de Graafschapstraat nabij no. 82;
- ter hoogte van de aansluiting van dit voetpad op de J.J. Hamelinkstraat nabij no. 45;
- ter hoogte van de aansluiting van dit voetpad op de J.J. Hamelinkstraat nabij het fiets- en bromfietspad langs de Schipholweg;
dat de J.J. Hamelinkstraat wordt ingericht als erftoegangsweg, waarbij fietsers gebruik maken van de rijbaan en er geen kant- en/of asmarkering aanwezig is;
dat de J.J. Hamelinkstraat tevens een beperkte rijbaan breedte heeft;
dat een beoogde snelheid van 30 km/uur voortvloeit uit de aard en inrichting van deze weg;
dat daarom de J.J. Hamelinkstraat conform de SOR onderdeel wordt van de bestaande 30-km zone;
dat de J.J. Hamelinkstraat op meerdere plaatsen ontsloten wordt op het verplicht fiets- en bromfietspad langs de Schipholweg;
dat ter hoogte van die aansluitingen de begrenzing van de bestaande 30 km-zone wordt aangeduid door het plaatsen van verkeersborden A1 en A2, begin/einde 30-km zone;
dat op beide zijden van de rijbaan van de Merovingenstraat, tussen de aansluiting met de Schipholweg en de J.J. Hamelinkstraat, een fietsstrook wordt aangelegd welke wordt voorzien van fietssymbolen van een onderbroken streep;
dat fietsers daarmee beschikken over een afgescheiden en comfortabele fietsroute met een juridische status;
dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het verwijderen of plaatsen van de in voorliggend besluit genoemde verkeerstekens een verkeersbesluit is vereist;
dat gelet op artikel 2 van het WVW 1994 de hiervoor genoemde verkeersmaatregelen strekken tot het verzekeren van de veiligheid op de weg en het in stand houden van de weg het en waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
dat gelet op artikel 2 van het WVW 1994 het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer in het geding komt bij realisatie van de verkeersmaatregelen;
dat gelet op voorgaande overwegingen het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer van ondergeschikt belang wordt geacht;
dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de gemandateerde van de politie;
dat de politie heeft ingestemd met de hierna genoemde verkeersmaatregelen.
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem besluit:
- door middel van het plaatsen van de zoneborden model A1(30) en A2(30) van de bijlage 1 van het RVV 1990 op de aansluitingen van de J.J. Hamelinkstraat op het verplicht fiets- en bromfietspad langs de Schipholweg de begrenzing van de 30-km zone aan te duiden;
- door het verwijderen van het bord model B6 van de bijlage 1 van het RVV 1990 de voorrangsregeling op de bestaande doorsteek vanaf de J.J. Harmelinkstraat uitsluitend te laten plaatsvinden door middel van haaientanden;
- door het plaatsen van haaientanden op de nieuwe doorsteken tussen de J.J. Harmelinkstraat en het verplicht fiets- en bromfietspad langs de Schipholweg een voorrangsregeling in te stellen;
- door middel van het plaatsen van de borden model C2, C3 en C4 van de bijlage 1 van het RVV 1990 eenrichtingsverkeer in te stellen op de J.J. Hamelinkstraat tussen no. 33/39 en de aansluiting van de J.J. Hamelinkstraat welke is gelegen tussen blokken 6 en 7;
- door middel van het plaatsen van het bord model C17 van de bijlage 1 RVV 1990 een geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen die, met inbegrip van de lading, langer zijn dan op het bord is aangegeven, in te stellen op:
* het wegvak van de J.J. Hamelinkstraat tussen de bokken 6 en 7 op de J.J. Hamelinkstraat,
* de Hamelinkstraat, tussen dat weggedeelte en de Merovingenstraat;
- door middel van het verwijderen van het bord model E1 van de bijlage 1 van het RVV 1990 het parkeerverbod aan de J.J. Hamelinkstraat, tussen de aansluitingen met de Merovingenstraat en de Noormannenstraat op te heffen;
- door middel van het plaatsen van het verkeersbord model E4 van de bijlage 1 van het RVV 1990 met een onderbord met de tekst ‘opladen elektrische voertuigen’ – en een onderbord OB504 met pijlen, waaruit blijkt dat het bord voor twee parkeerplaatsen van toepassing is – op:
* de J.J. Hamelinkstraat, nabij no. 151,
* op het westelijk deel van de J.J. Hamelinkstraat ter hoogte van de in-/uitrit van blok 8, en
* nabij de aansluiting van de J.J. Hamelinkstraat welke is gelegen tussen de blokken 6 en 7 op de J.J. Hamelinkstraat
telkens een tweetal parkeerplaatsen te reserveren ten behoeve van het opladen van elektrische voertuigen;
- door middel van het plaatsen van het verkeersbord model E6 van de bijlage 1 van het RVV 1990 met een onderbord OB309 op de J.J. Hamelinkstraat, nabij no. 137, een kentekengebonden gehandicaptenparkeerplaats aan te duiden;
_ door middel van het plaatsen van het verkeersbord model E6 van de bijlage 1 van het RVV 1990 tweemaal 1 gehandicaptenparkeerplaats aan te duiden op de J.J. Hamelinkstraat, nabij de aansluiting van de J.J. Hamelinkstraat welke is gelegen tussen de blokken 6 en 7;
- door middel van het plaatsen van het verkeersbord model E6 van de bijlage 1 van het RVV 1990 en het onderbord OB504 met pijlen, waaruit blijkt dat het bord voor twee parkeerplaatsen van toepassing is, twee gehandicaptenparkeerplaatsen aan te duiden op de J.J. Hamelinkstraat, nabij de Merovingenstraat;
- door middel van het plaatsen van borden model G7 (zonale toepassing) van de bijlage 1 van het RVV 1990:
* ter hoogte van de aansluiting van dit voetpad op de Graafschapstraat nabij no. 82;
* ter hoogte van de aansluiting van dit voetpad op de J.J. Hamelinkstraat nabij no. 45;
* ter hoogte van de aansluiting van dit voetpad op de J.J. Hamelinkstraat nabij het fiets- en bromfietspad langs de Schipholweg
een voetgangerszone aan te duiden;
- door middel van het aanbrengen van onderbroken strepen en fietssymbolen een deel van de rijbaan van de Merovingenstraat, dat is gelegen tussen de Schipholweg en de J.J. Hamelinkstraat, te markeren als fietsstrook.
Een en ander overeenkomstig onderstaande situatieschetsen.
Namens het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,
Hoofd afdeling Beheer en Beleid Openbare Ruimte
Dit besluit treedt in werking na bekendmaking in de Staatscourant. Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na publicatie van dit besluit in de Staatscourant bezwaar maken bij burgemeester en wethouders van Haarlem, Postbus 511, 2003 PB te Haarlem. Het bezwaarschrift moet de naam en het adres vermelden van degene die bezwaar maakt, zijn ondertekend en de datum vermelden waarop het is opgesteld. In het bezwaarschrift moet ook worden aangegeven tegen welk besluit bezwaar wordt gemaakt en waarom het bezwaar wordt gemaakt. Door het indienen van het bezwaarschrift wordt dit besluit niet opgeschort. Bij een spoedeisend belang kan degene die een bezwaarschrift heeft ingediend een voorlopige voorziening vragen aan de voorzieningenrechter van de rechtbank, sector bestuursrecht, postbus 1621, 2003 BR te Haarlem. Bij het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening moeten griffierechten worden betaald.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2021-457653.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.