1. De gebruiker van de knalapparaten dient voor de eerste dag van gebruik daarvan schriftelijk/elektronisch melding te doen aan het gemeentebestuur van Schouwen-Duiveland. De melding dient plaats te vinden met behulp van het in de bijlage opgenomen (elektronisch)formulier.
2. Op één en hetzelfde perceel mag maximaal 2 maal een periode van 6 weken per kalenderjaar gebruik worden gemaakt van knalapparatuur. Tussen die perioden zit minimaal 2 maanden (60 kalenderdagen)van rust.
3. De knalapparatuur staat in het te beschermen perceel opgesteld, dient van een gefixeerde loop te zijn voorzien en van geluidsgevoelige objecten, gebouwen of bestemmingen en woonkernen afgewend te zijn.
4. Een draaiende loop is toegestaan indien de knalapparatuur minimaal 400 meter van geluidsgevoelige objecten, gebouwen of bestemmingen staat opgesteld.
5. De knalapparatuur moet zijn voorzien van het adres, de naam en het telefoonnummer van de gebruiker.
6. De kortste afstand tussen een knalapparaat en een geluidsgevoelig object, gebouw of bestemming bedraagt 250m.
7. De kortste afstand tussen een knalapparaat en de openbare weg bedraagt ten minste 50 meter.
8. Knalapparatuur mag niet in werking zijn van 21.00 tot 07.00 uur.
9. De knalfrequentie bedraagt maximaal 8 enkelvoudige knallen per uur en maximaal 3 knallen per uur in de milieubeschermingsgebieden.
10. Staan meerdere knalapparaten op minder dan 300 meter van een geluidsgevoelig object, gebouw of bestemming opgesteld dan geldt samen het maximum van 10 enkelvoudige knallen per uur.
11. Binnen tweehonderdvijftig meter van een reeds geplaatst knalapparaat wordt geen ander
knalapparaat opgesteld.
12. Het geluidsniveau van een enkelvoudige knal (Lknal) mag bij een woning van derden en andere geluidsgevoelige objecten, gebouwen of bestemmingen niet meer bedragen dan 72,5 dB(A) op een hoogte van 1,5 meter.
13. Het geluidsniveau van een enkelvoudige knal (Lknal) op de grens van een milieubeschermingsgebied mag niet meer bedragen dan 72,5 dB(A) op een hoogte van 1,5 meter en 48 dB(A) gemiddeld (Lr).
14. In de meldingsinformatie en tijdens het gebruik moet kunnen worden aangetoond of aannemelijk worden gemaakt dat ook minimaal één andere verjagingsmethode wordt toegepast.
15. In de melding en de ontheffingaanvraag dient het bronniveau en documentatie van het apparaat te worden overlegd. Eventueel wordt het merk en typenummer verstrekt.
16. Met het gebruik van knalapparatuur wordt niet gehandeld in strijd met de Wet Natuurbescherming.
De algemene regels treden onmiddellijk na bekendmaking in werking. Op dat moment worden de algemene regels, zoals vastgesteld op 17 januari 2012, ingetrokken.