Verkeersbesluit instellen van een verplicht fietspad op de Maashaven Noordzijde en Maashavenkade te Rotterdam

 

Rotterdam , Feijenoord 21/ 00 14748 , AS21 /10135

 

De directeur van cluster Stadsontwikkeling,

overwegende,

 

dat de Maashaven Noordzijde is gelegen in het gebied Feijenoord van de gemeente Rotterdam;

dat de Maashaven Noordzijde vanaf de Sumatraweg overgaat in de Maashavenkade;

dat er aan de Maashaven Noordzijde, tussen de Hillelaan en de Maashavenstraat, een twee richtingen fietspad is gelegen;

dat een twee richtingen fietspad ontbreekt op de Maashaven Noordzijde en Maashavenkade tussen de Maashavenstraat en ter hoogte van het 3e Katendrechtse Hoofd;

dat gelet op de planvorming het wenselijk is om het twee richtingen verplicht fietspad door te trekken en in te stellen op de Maashaven Noordzijde, tussen de Maashavenstraat en de Sumatraweg;

dat vanwege de bouwwerkzaamheden en planvorming op het gedeelte van de Maashavenhavenkade tussen de Sumatraweg en de Wodanstraat een twee richtingen verplicht fietspad niet mogelijk is;

dat vanwege deze bouwwerkzaamheden het wenselijk is om een twee richtingen verplicht fietspad in te stellen op de Maashavenkade tussen de Wodanstraat en ter hoogte van het 3e Katendrechtse Hoofd;

dat bovenstaande verkeersmaatregelen, gelet op artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw, besluit van 21 april 1994, Staatsblad (Stb.) 1994, 475, zoals nadien gewijzigd), strekt tot:

• het verzekeren van de veiligheid op de weg;

• het beschermen van weggebruikers en passagiers;

dat de weg onder beheer is van de gemeente Rotterdam;

dat het treffen van een verkeersmaatregel een normale maatschappelijke ontwikkeling is waarmee een ieder kan worden geconfronteerd en waarvan de nadelige gevolgen in beginsel voor rekening van de betrokkenen behoren te blijven.

dat in het kader van artikel 24 sub a. van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW, besluit van 26 juli 1990, 460, of zoals nadien gewijzigd) wel overleg heeft plaatsgevonden met de Politie, eenheid Rotterdam, waarbij de Politie, eenheid Rotterdam, te kennen heeft gegeven akkoord te zijn met de voorgestelde verkeersmaatregelen.

 

Gelet op artikel 18 aanhef en onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (Staatsblad 1994, nr. 475, zoals nadien gewijzigd), het bepaalde in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 en het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer en daartoe bevoegd krachtens door het college van Burgemeester en Wethouders verleend mandaat in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rotterdam 2016 (gemeenteblad 2016-6556, zoals nadien gewijzigd);

Besluit:

namens het college van Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,

 

Tot het instellen van een twee richtingen verplicht fietspad op de Maashaven Noordzijde ter hoogte van de Maashavenstraat;

  • het plaatsen van twee borden G11 (verplicht fietspad) als bedoeld in bijlage I van het RVV 1990 met onderborden OB505;

Tot het instellen van een twee richtingen verplicht fietspad op de Maashavenkade ter hoogte van de Wodanstraat;

  • het plaatsen van twee borden G11 (verplicht fietspad) als bedoeld in bijlage I van het RVV 1990 met onderborden OB505 en onderbord “uitgezonderd laden/lossen binnenvaart”;

  •  

Tot het instellen van een twee richtingen verplicht fietspad op de Maashavenkade ter hoogte van het 3e Katendrechtse Hoofd;

  • het plaatsen van een bord G11 (verplicht fietspad) als bedoeld in bijlage I van het RVV 1990 met onderbord OB505;

 

Te bepalen dat de verkeersmaatregelen worden uitgevoerd conform bijgevoegd bordenplan.

 

De directeur van Cluster Stadsbeheer wordt belast met de uitvoering van dit besluit.

Dit besluit wordt zowel in het Gemeenteblad als op de voor de gemeente gebruikelijke wijze gepubliceerd.

 

Rotterdam, 24 november 2021

Namens het college van Burgemeester en Wethouders

de directeur van het cluster Stadsontwikkeling,

voor deze, het hoofd Mobiliteit,

M.A. van Kruiningen

Belanghebbenden kunnen tegen dit besluit binnen zes weken na datum van publicatie, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en wethouders.

 

Dit bezwaarschrift moet ondertekend zijn en moet ten minste bevatten:

- naam en adres van de indiener

- datum bezwaarschrift

- de gronden van het bezwaar

- een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar zich richt.

 

Het bezwaarschrift moet worden gezonden naar:

Het college van burgemeester en wethouders,

t.a.v. de Algemene Bezwaarschriftencommissie , postbus 1011, 3000 BA te ROTTERDAM.

Faxnummer Algemene Bezwaarschriftencommissie: (010) 2676300.

 

U kunt uw bezwaarschrift ook digitaal indienen op: www.rotterdam.nl/bezwaar

U kunt, indien u een bezwaarschrift bij het college heeft ingediend, een verzoek om voorlopige voorziening (o.a. schorsing) indienen bij:

Rechtbank Rotterdam, sector Bestuursrecht, postbus 50951, 3007 BM te ROTTERDAM.

Voor een dergelijk verzoek is griffiegeld verschuldigd.

Naar boven