Gemeente Rotterdam - Straatnaamgeving Adolphine Kokplein e.a.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,

 

Gelezen het voorstel van de directie Gebieden, Participatie en Stadsarchief, Cluster Dienstverlening van 2 februari 2021 (str.n.cie. nummer D2102-1286);

 

gelet op het ter zake ingekomen ambtsbericht van de Commissie van advies inzake straatnamen en gedenktekens, het advies van de gebiedscommissie Hillegersberg-Schiebroek ten aanzien van de punten I. en II., alsmede op de bepalingen van de Straatnamenverordening 2014;

 

besluit:

 

I. Te benoemen:

De verbindingen die op de bijgevoegde tekening STR_2020-30 zijn aangeduid met de cijfers 1 en 2:

 

1. ……………………………………………………………… Adolphine Kokplein

2. ………………………………………………………………….. Dina Sansonpad

 

II. Te bepalen dat dit besluit met ingang van heden van kracht wordt.

 

Aldus vastgesteld namens het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam op 2 februari 2021.

De wethouder Handhaving, Buitenruimte, Integratie en Samenleven,

Drs. B. Wijbenga-van Nieuwenhuizen

 

Dit gemeenteblad is uitgegeven op 5 februari 2021 en ligt op dins-, woens- en donderdagen van 9.00 tot 13.00 uur ter inzage bij het Bestuurlijk Informatiecentrum Rotterdam (BIR), locatie Wachtruimte Timmerhuis, Halve Maanpassage 1 (trap op, melden bij Informatiebalie)

(Zie ook: www.bis.rotterdam.nl – Regelgeving of Gemeentebladen chronologisch)

 

Toelichting:

De commissie adviseert om de namen van de nieuwe verbindingen aan te sluiten op het wijkthema. De straten binnen het wijkthema zijn vernoemd naar Nederlandse rechtsgeleerden en personen die binnen het gerechtelijk systeem werkzaam zijn geweest.

 

Adolphine Aduardina Kok (1879-1928) was de eerste vrouwelijke advocaat in Nederland. In 1903 werd ze, drie weken na haar promotie, in Rotterdam beëdigd als advocaat. Ook was Kok oprichtster van de Rotterdamsche Vrouwenclub Studium Vinculum. Kok was gespecialiseerd in het huwelijksrecht.

 

Dina Sanson (1868-1929) was de eerste politievrouw van Nederland. In 1911 werd ze aangesteld bij de zedenpolitie in Rotterdam. Ze was de eerste vrouw met opsporingsbevoegdheid. Door haar werk groeide de kinder- en zedenpolitie uit tot een volwaardig instituut. Later werkte ze op het ministerie van Justitie, waar ze haar loopbaan afsloot.

Naar boven