Burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur;
Gelet op:
de bepalingen van de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer, de Uitvoeringsvoorschriften van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer en de Algemene wet bestuursrecht;
Overwegende dat:
gemeente Etten-Leur heeft een overeenkomst met Allego voor het kosteloos plaatsen van oplaadpunten om zo het rijden met elektrische auto's te stimuleren;
het elektrisch rijden de komende jaren, naar verwachting, verder zal toenemen;
op het parkeerterrein aan de Roosendaalseweg geen elektrische laadpalen aanwezig zijn.
oplaadpunten op strategische plaatsen binnen de gemeente geplaatst dienen te worden, zodat zoveel mogelijk mensen hiervan gebruik kunnen maken;
het parkeerterrein aan de Roosendaalseweg een strategische locatie is vanwege de ligging van het parkeerterrein op korte afstand van het centrum;
het parkeerterrein aan de Roosendaaseweg beschikt over ongeveer 115 parkeervakken;
het wenselijk is, zo niet noodzakelijk , dat er op openbare locaties voldoende mogelijkheden aanwezig zijn om deze elektrische auto’s op te laden c.q. dat er voldoende oplaadpunten beschikbaar zijn;
er per oplaadpunt twee elektrische auto’s kunnen worden opgeladen;
het wenselijk is om twee oplaadpunten aan te leggen en vier parkeervakken te reserveren voor het opladen van elektrische auto's;
een oplaadpunt openbaar toegankelijk is;
het wenselijk is het waarborgen van de vrijheid van het verkeer om vier oplaadplaatsen voor een elektrische auto te reserveren op het parkeerterrein aan de Roosendaalseweg;
overeenkomstig artikel 24 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer overleg is gepleegd over de handhaafbaarheid van de maatregelen met de verkeersadviseur eenheden Hart van Brabant en de Baronie, namens de korpschef;
het parkeerterrein aan de Roosendaalseweg in eigendom, beheer en onderhoud is van de gemeente Etten-Leur;
het treffen van een verkeersmaatregel een normale maatschappelijke ontwikkeling is waarmee een ieder kan worden geconfronteerd en waarvan de nadelige gevolgen in beginsel voor rekening van betrokkenen behoren te blijven;
er geen aanwijzingen zijn dat er sprake is van belangen die strijdig zijn met de gewenste verkeersmaatregelen, in die mate dat gesproken kan worden van onevenredigheid als bedoeld in artikel 3:4, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht;