Gedragscode integriteit politieke ambtsdragers gemeente Barendrecht 2011

Inleiding

Deze modelgedragscode is van toepassing op raadsleden, wethouders en de burgemeester van Barendrecht.

 

Het doel van deze gedragscode is om raadsleden, wethouders en de burgemeester een houvast te bieden bij hun politiek en bestuurlijk handelen als het gaat om integriteit.

 

Het is de gemeenteraad die zowel voor de eigen leden als voor de wethouders en de burgemeester een gedragscode vast stelt. Deze verplichting is geregeld in de artikelen 15, lid 3 (raadsleden), 41c, lid 2 (wethouders) en 69, lid 2 (burgemeester) van de Gemeentewet.

 

Het rechtskarakter van een gedragscode is dat van een interne regeling in aanvulling op geldende wettelijke regels. Met name in de Gemeentewet zijn al diverse regels gesteld voor politieke ambtsdragers om integriteit te waarborgen, bijvoorbeeld over nevenfuncties en geheimhouding.

De code is belangrijk als beoordelingskader voor dagelijks bestuur en algemeen bestuur bij vragen, twijfels en discussies over integriteit. De code bevat zowel normen over hoe in een bepaalde situatie te handelen als regels over procedures die moeten worden gevolgd. Procedureafspraken kunnen een onlosmakelijk onderdeel zijn van een gedragsregel en de transparantie en daarmee de controleerbaarheid vergroten.

De code heeft vooral bestuurlijke en politieke relevantie. Politieke ambtsdragers zijn op de naleving van gedragscode aanspreekbaar.

 

De code bestaat uit twee onderdelen. Deel I beschrijft een aantal kernbegrippen van integriteit en plaatst daarmee het vraagstuk in een breder kader. Zij vormen als het ware de algemene uitgangspunten voor de gedragscode.

 

Deel II bevat de feitelijke gedragsregels.

 

  • 1.

    algemene bepalingen

  • 2.

    belangenverstrengeling

  • 3.

    informatie

  • 4.

    geschenken, diensten en uitnodigingen

  • 5.

    voorzieningen waaronder bestuurlijke uitgaven, onkostenvergoedingen en buitenlandse reizen.

 

Deel I Kernbegrippen integriteit

 

Raadsleden, wethouders en de burgemeester stellen bij hun handelen de kwaliteit van het openbaar bestuur centraal. Integriteit van het openbaar bestuur is daarvoor een belangrijke voorwaarde. De belangen van de gemeente en in het verlengde daarvan die van de burgers, zijn het primaire richtsnoer.

Integriteit houdt in dat de verantwoordelijkheid die met de functie samenhangt wordt aanvaard en dat er de bereidheid is om daarover verantwoording af te leggen. Iedereen is daarbij verantwoordelijk voor zijn eigen handelen.

Verantwoording wordt intern afgelegd aan de gemeenteraad, maar ook extern aan organisaties en burgers voor wie gekozen volksvertegenwoordigers hun functie vervullen.

 

Een aantal kernbegrippen is daarbij leidend en plaatst integriteit in een breder perspectief:

 

Dienstbaarheid

Het handelen van een politieke ambtsdrager is altijd en volledig gericht op het belang van de gemeente en op de organisaties en burgers die daar onderdeel van uit maken.

 

Functionaliteit

Het handelen van een politiek ambtsdrager heeft een herkenbaar verband met de functie die hij vervult in het bestuur.

 

Onafhankelijkheid

Het handelen van een politieke ambtsdrager wordt gekenmerkt door onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden.

 

Openheid

Het handelen van een politieke ambtsdrager is transparant, opdat optimale verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig inzicht hebben in het handelen van de politieke ambtsdrager en zijn beweegredenen daarbij.

 

Betrouwbaarheid

Op een politieke ambtsdrager moet men kunnen rekenen. Die houdt zich aan zijn afspraken. Kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt, wendt hij aan voor het doel waarvoor die zijn gegeven.

 

Zorgvuldigheid

Het handelen van een politieke ambtsdrager is zodanig dat alle organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen.

 

Deze kernbegrippen zijn de toetssteen voor de nu volgende gedragsafspraken.

Gedragingen moeten aan deze kernbegrippen getoetst kunnen worden.

 

Deel II Gedragscode integriteit

 

1 Algemene bepalingen

 

  • 1.1

    Deze gedragscode geldt voor politieke ambtsdragers (raadsleden, inclusief buitengewoon commissieleden, wethouders en de burgemeester van de gemeente Barendrecht).

  • 1.2

    De code is openbaar en voor iedereen gemakkelijk toegankelijk.

  • 1.3

    Politieke ambtsdragers ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van deze code.

  • 1.4

    Iedere politieke ambtsdrager is aanspreekbaar op de naleving van deze code.

2 Belangenverstrengeling

 

  • 2.1

    Een politieke ambtsdrager doet bij de aanstelling opgave van zijn financiële belangen, voor zover (de schijn van) belangenverstrengeling aanwezig is of kan ontstaan.

  • 2.2

    Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt de politieke ambtsdrager (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen.

  • 2.3

    Een oud politiek ambtsdrager wordt het eerste jaar na de beëindiging van zijn ambtstermijn uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente Barendrecht.

  • 2.4

    Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van een politieke ambtsdrager over een onderwerp in het geding kan zijn, geeft hij bij de besluitvorming daarover aan in hoeverre het onderwerp hem persoonlijk aangaat.

  • 2.5

    Een politieke ambtsdrager, die familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten of zaken aan de gemeente, onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht.

  • 2.6

    Een politiek ambtsdrager neemt van een aanbieder van diensten of zaken aan de gemeente geen geschenken, faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kunnen beïnvloeden.

  • 2.7

    Een politieke ambtsdrager vervult geen nevenfuncties die een structureel risico vormen voor een integere invulling van de politieke functie.

  • 2.8

    Een politieke ambtsdrager geeft ten behoeve van de openbaarmaking van zijn nevenfuncties en q.q. nevenfuncties aan voor welke organisatie de functies worden verricht, wat het tijdsbeslag is en of de functies bezoldigd zijn.

  • 2.9

    Een politieke ambtsdrager behoudt geen inkomsten uit een q.q. nevenfunctie, tenzij dat op grond van de wet geheel of gedeeltelijk is toegestaan. Inkomsten komen ten goede aan de kas van gemeente. Voor een voltijds bestuurder vindt verrekening plaats met inkomsten uit niet aan het ambt gebonden nevenfuncties.

3 Informatie

 

  • 3.1

    Een politieke ambtsdrager gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. Hij zorgt ervoor dat stukken met vertrouwelijke gegevens veilig worden opgeborgen en dat computerbestanden beveiligd zijn.

  • 3.2

    Een politieke ambtsdrager houdt geen informatie achter.

  • 3.3

    Een politieke ambtsdrager verstrekt geen informatie die vertrouwelijk of geheim is.

  • 3.4

    Een politieke ambtsdrager maakt niet ten eigen bate of ten bate van zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie.

  • 3.5

    Een politieke ambtsdrager gaat verantwoord om met de e-mail- en internetfaciliteiten, alsmede met de sociale media van de gemeente.

4 Geschenken, diensten en uitnodigingen

 

  • 4.1

    Een politieke ambtsdrager accepteert geen geschenken, faciliteiten of diensten indien zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed. In onderhandelingssituaties weigert hij door betrokken relaties aangeboden geschenken of andere voordelen.

  • 4.2

    Geschenken en giften die een politieke ambtsdrager uit hoofde van zijn functie ontvangt, worden gemeld en geregistreerd.

  • 4.3

    Geschenken en giften die een politieke ambtsdrager uit hoofde van zijn functie ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen zijn eigendom van de gemeente. Er wordt een gemeentelijk bestemming voor gezocht. Geschenken en giften die een waarde van € 50 of minder vertegenwoordigen worden wel gemeld, maar kunnen worden behouden.

  • 4.4

    Geschenken en giften worden niet op het huisadres ontvangen. Indien dit toch is gebeurd, meldt een collegelid dit aan het college van burgemeester en wethouders en een raadslid aan het presidium, waarna een besluit over de bestemming van het geschenk wordt genomen.

  • 4.5

    Aanbiedingen voor privé-werkzaamheden of kortingen op privé-goederen mogen niet geaccepteerd worden.

  • 4.6

    Een politieke ambtsdrager bespreekt in het bestuursorgaan waar hij deel van uit maakt uitnodigingen voor excursies en evenementen op kosten van derden.

5 Bestuurlijke uitgaven, onkostenvergoedingen, buitenlandse reizen en voorzieningen

 

  • 5.1

    Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond. Een politieke ambtsdrager is terughoudend bij het in rekening brengen van uitgaven die zich op het grensvlak van privé en publiek bevinden.

  • 5.2

    Een politieke ambtsdrager declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed.

  • 5.3

    In geval van twijfel over een declaratie of over het correct gebruik van een gemeentelijke creditcard door een bestuurder wordt dit voorgelegd aan de burgemeester.

  • 5.4

    Een politieke ambtsdrager die het voornemen heeft uit hoofde van zijn functie een buitenlandse reis (daaronder valt ook een reis naar de landen van het Koninkrijk in de Caraïben en de BES-eilanden) te maken of is uitgenodigd voor een buitenlandse reis of werkbezoek op kosten van derden, heeft vooraf toestemming nodig. Collegeleden van het voltallige college en raadsleden van het presidium. Het gemeentelijk belang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming. Indien het toestemming aan een bestuurder betreft wordt het algemeen bestuur van de besluitvorming in het dagelijks bestuur op de hoogte gesteld.

  • 5.5

    Een politiek ambtsdrager meldt het voornemen tot een buitenlandse reis of een uitnodiging daartoe aan het bestuursorgaan waarvan hij deel uit maakt en verschaft daarbij informatie over het doel van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan.

  • 5.6

    Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van een politieke ambtsdrager naar en in het buitenland is uitsluitend toegestaan wanneer dit gebeurt op uitnodiging van de ontvangende partij en het belang van de gemeente daarmee gediend is. Het meereizen van de partner wordt bij de besluitvorming betrokken.

  • 5.7

    Het anderszins meereizen naar en in het buitenland van derden op kosten van de gemeente is niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten is weliswaar niet verboden maar wordt in het algemeen ontraden. In ieder geval wordt dit bij de besluitvorming betrokken.

  • 5.8

    Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor privé-doeleinden is slechts beperkt toegestaan en moet betrokken worden bij de besluitvorming. De extra reis- en verblijfkosten komen volledig voor rekening van de politieke ambtsdrager.

6. Coördinatie en organisatie

 

  • 6.1

    Voor zowel raadsleden als collegeleden is de burgemeester aanspreekpunt voor integriteitsvraagstukken. Voorziet deze Gedragscode niet in een situatie dan wordt er overleg gevoerd met de burgemeester en de griffier (voor raadsleden) of de gemeentesecretaris (voor collegeleden).

  • 6.2

    De griffier beheert het register van (neven)functies van de raadsleden. De gemeentesecretaris beheert het register van (neven)functies van collegeleden. Ten minste jaarlijks worden deze overzichten geactualiseerd.

  • 6.3

    De griffier beheert het besloten register van financiële belangen van raadsleden. De gemeentesecretaris doet dit van burgmeester en wethouders.

Voor de toelichting van deze Gedragscode wordt verwezen naar de VNG uitgave: Handreiking integriteit van politiek ambtsdragers bij gemeenten, provincies en waterschappen” uitgave april 2011.

 

Ten aanzien van de aspecten nevenfuncties en financiële belangen wordt verwezen naar de Aandachtspunten die hierover zijn opgesteld.

Vastgesteld door de gemeenteraad van Barendrecht op 6 maart 2012.

De griffier

Mevrouw mr. G.E. Figge

De voorzitter

drs. J. van Belzen

Naar boven