Subsidieregeling amateuristische kunstbeoefening Someren 2022

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Someren;

 

overwegende dat:

- Op 12 december 2018 de Beleidsregel 2019 amateuristische kunstbeoefening is vastgesteld;

- Er zich een aantal ontwikkelingen hebben voorgedaan waardoor aanpassing daarvan vereist is;

 

gelet op:

artikel 156, lid 3 van de Gemeentewet, titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Someren 2018

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de Subsidieregeling amateuristische kunstbeoefening Someren 2022

Artikel 1 Definities

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • a.

    activiteit: een gereed aanbod van activiteiten binnen de werkvorm amateuristische kunstbeoefening;

  • b.

    amateuristische kunstbeoefening: muziek, dans, zang, toneel en cabaret in groepsverband in de vrije tijd;

  • c.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Someren;

  • d.

    huisvestingskosten: de kosten van huur van een accommodatie ten behoeve van repetities en uitvoeringen;

  • e.

    instelling: een rechtspersoon naar burgerlijk recht of een door het college erkend onderdeel daarvan c.q. een andere instantie, die/dat in de gemeente Someren werkzaam is of wil zijn op de deelterreinen van het maatschappelijk en sociaal-culturele welzijn;

  • f.

    jeugdleden; alle leden, die op 1 januari van het subsidiejaar de leeftijd van 19 jaar nog niet hebben bereikt.

 

Artikel 2 Toepassing

  • 1.

    Deze subsidieregeling is van toepassing op de in de gemeente Someren gevestigde muziekkorpsen, zangkoren en toneelverenigingen (met uitzondering van De Speledonckers) die passen binnen het door de gemeenteraad geformuleerde beleid voor de amateuristische kunstbeoefening.

  • 2.

    Voor zover daarvan bij deze subsidieregeling niet is afgeweken, is tevens het bepaalde bij of krachtens de Algemene subsidieverordening Someren van toepassing.

 

Artikel 3 Subsidievoorwaarden

  • 1.

    De instelling dient te beschikken over leiding, die voldoende garantie biedt voor een verantwoord en deskundig aanbod van de activiteiten.

  • 2.

    De instelling dient, gespreid over het jaar, met een zekere regelmaat, activiteiten aan te bieden, waaronder ten minste twee openbare uitvoeringen of manifestaties in de gemeente Someren.

  • 3.

    In afwijking van het gestelde in het eerste lid dient een toneelvereniging ten minste één uitvoering per jaar te geven. De uitvoering moet worden gegeven onder leiding van de regisseur, eventueel bijgestaan door een provinciaal toneeladviseur en uitsluitend met medewerking van de eigen leden.

  • 4.

    De instelling moet aangesloten zijn bij een overkoepelend landelijk orgaan.

 

Artikel 4 Subsidienormen

  • 1.

    Aan elke, op basis van deze subsidieregeling gesubsidieerde instelling verleent het college een subsidie waarvan de hoogte aan de hand van onderstaande normen wordt vastgesteld:

    • a.

      Muziekkorpsen

       

  •  

  • Harmonie/Fanfare

  • Jeugdharmonie/-fanfare

  • Slagwerkgroep

  • Slagwerkgroep jeugd

  • - Bedrag per instrument /kleding per werkend lid:

  • € 38,76

  • € 38,76

  • € 33,66

  • € 33,66

  • - Subsidie instructeurs- of dirigentkosten (30% tot maximaal :

  • € 1.326,--

  • € 663,--

  • € 663,--

  • € 663,--

  • - Subsidie in de huisvestingskosten (85% tot maximaal :

  • € 1.326,--

  • € 826,20

  • € 826,20

  • € 826,20

  • b.

    Zangkoren

    Afkoopsom voor een kinder- en jongerenkoor:

    • 20 tot en met 39 jeugdleden € 694,62

    • 40 tot en met 59 jeugdleden € 926,16

    • 60 tot en met 79 jeugdleden € 1.157,70

    • 80 of meer jeugdleden € 1.389,24

  • c.

    Toneelverenigingen

    • Een vast bedrag van € 150,00

    • 50% van de huisvestingkosten tot maximaal €694,62 vermeerderd met een bedrag van € 117,30 per uitvoering of generale repetitie in De Ruchte;

    • 80% van de goedgekeurde kosten van kaderopleiding (met uitzondering van reis- en verblijfskosten);

    • 40% van de goedgekeurde productiekosten tot een maximum van € 139,74 per voorstelling en tot een maximum van € 694,62 per vereniging;

    • 30% van de goedgekeurde regisseurskosten tot een maximum van € 463,08.

  • 2.

    Er wordt slechts subsidie in de huisvestingskosten verstrekt voor zover het college heeft ingestemd met het gebruik van de accommodatie. In de huisvestingskosten van de accommodaties buiten de gemeente Someren wordt geen subsidie verleend.

  • 3.

    Indien leden van een muziekvereniging bij meerdere onderdelen werkend lid zijn worden zij slechts één keer meegerekend.

  • 4.

    Indien 40% en meer van de werkende leden van een fanfare of harmonie tevens werkend lid is van een jeugdfanfare jeugdharmonie of -slagwerkgroep, blijft de jeugdfanfare, jeugdharmonie of -slagwerkgroep bij de berekening van de subsidie buiten beschouwing.

    Indien een van de jeugdgeledingen niet als geheel in aanmerking komt voor subsidie wordt voor elk lid wel een bijdrage per instrument vergoed.

  • 5.

    Per (kerk)dorp komt één kinder- en één jongerenkoor voor subsidie in aanmerking. Er is sprake van een jongerenkoor indien meer dan de helft van het aantal werkende leden op 1 januari van het subsidiejaar jeugdlid is.

  • 6.

    Eén kinder- en één jongerenkoor binnen één instelling kunnen als twee afzonderlijke koren worden gesubsidieerd.

  • 7.

    De toneelverenigingen en de onderdelen van de muziekkorpsen en zangkoren dienen tenminste het volgende aantal werkende leden/jeugdleden te bezitten:

    • fanfare/harmonie 25;

    • jeugdfanfare/-harmonie/kinderkoor/jongerenkoor 20;

    • slagwerkgroep, jeugdslagwerkgroep, toneelvereniging 10.

 

Artikel 5 Aanvraag en vaststelling

  • 1.

    Naast de in de Algemene subsidieverordening genoemde bescheiden dient de instelling vóór 1 mei van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar in:

    • een ledenlijst met naam, adres en geboortedatum met als peildatum 1 april van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar;

    • de jaarrekening, inclusief balans, van het jaar voorafgaande aan het subsidieverzoek;

    • het activiteitenverslag van het jaar voorafgaande aan het subsidieverzoek;

    • de begroting van het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

  • 2.

    Het college stelt de subsidie vast direct na vaststelling van de begroting doch uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar.

  • 3.

    Indien het bedrag van de subsidies, berekend op basis van de bepalingen van deze subsidieregeling, hoger uitkomt dan het daarvoor in de gemeentebegroting opgenomen bedrag, wordt op die berekende subsidies een procentuele korting toegepast, zodanig dat het bedrag van de uit te keren subsidies het in de gemeentebegroting opgenomen bedrag niet overschrijdt.

 

Artikel 6 Aanloopregeling

  • 1.

    Het college kan nieuwe (onderdelen van omni)verenigingen in aanmerking laten komen voor de aanloopregeling, die als volgt wordt toegepast:

    • in het eerste jaar van het bestaan bedraagt de subsidie 25% van het aan de hand van artikel 4 berekende bedrag;

    • in het tweede jaar van het bestaan bedraagt de subsidie 50% van het aan de hand van artikel 4 berekende bedrag;

    • vanaf het derde jaar wordt (het onderdeel van) de vereniging volledig gesubsidieerd, mits aan de voorwaarden voor subsidiëring genoemd in artikel 3 en 4 is voldaan.

  • 2.

    In bijzondere gevallen kan het college van het bepaalde in het eerste lid ontheffing verlenen.

 

Artikel 7 Afbouwregeling

  • 1.

    Indien een instelling in enig jaar niet voldoet aan het vereiste van het minimum aantal actieve (jeugd)leden is de volgende afbouwregeling van toepassing:

    • in het eerste jaar is de subsidie gelijk aan het aan de hand van artikel 4 berekende bedrag;

    • bij een ongewijzigde situatie bedraagt de subsidie in het tweede en derde jaar respectievelijk 50% en 25% van de voor het eerste jaar vastgestelde subsidie. Vanaf het vierde jaar vervalt de subsidie.

  • 2.

    In bijzondere gevallen kan het college van het bepaalde in het eerste lid ontheffing verlenen.

 

Artikel 8 Subsidiëring hafa muziekonderwijs

  • 1.

    Het college verleent aan de muziekkorpsen in de gemeente Someren een subsidie in de kosten van het hafa muziekonderwijs.

    • a.

      De kosten van het hafa muziekonderwijs bedragen per leerling op jaarbasis als volgt:

      opleiding A-diploma € 475,00

      opleiding B-diploma € 633,50

      opleiding C-diploma € 791,50

      opleiding D-diploma € 950,00

    • b.

      De bijdrage in de kosten van groepslessen worden vergoed op basis van het maximaal aantal groepen in 2015, zijnde 12, en de vergoeding bedraagt per groep € 833,34 met een totaal maximumbudget van € 10.000,00 (prijspeil 2015)

    • c.

      De hiervoor bedoelde kosten gelden vanaf het schooljaar 2014/2015 (1 augustus 2014).

    • d.

      Het schooljaar 2021/2022 wordt beschouwd als het subsidiejaar 2022.

    • e.

      De BTW die voor leerlingen vanaf 20 jaar en ouder moet worden betaald, is subsidiabel op grond van deze subsidieregeling.

  • 1.

    Burgemeester en wethouders verlenen aan de muziekkorpsen in de gemeente Someren een subsidie in de kosten van examens en theorielessen.

  • 2.

    De muziekkorpsen dienen na afloop van het schooljaar (uiterlijk 1 augustus) een lijst in van leerlingen die het afgelopen schooljaar hafa muziekonderwijs hebben gevolgd bij muziekschool Musicas. Op basis van deze leerlingenlijst wordt de subsidie voor het betreffende subsidiejaar vastgesteld. Tevens wordt op basis van deze lijst een voorschot verleend op de subsidie voor het komende subsidiejaar.

  • 3.

    De muziekkorpsen dienen na afloop van het schooljaar (uiterlijk 1 augustus) een lijst in van de leerlingen die een examen of een theorieles(sen) hebben gevolgd. Op basis van deze leerlingenlijst wordt de subsidie voor examens en theorielessen vastgesteld.

    Theorie-examen: € 45,00

    Praktijkexamen blaas: € 46,00

    Praktijkexamen slagwerk: € 66,00 (1 verplichte module en 2 keuze modules)

    Praktijkexamen slagwerk: € 46,00 (1 verplichte module)

    Praktijkexamen slagwerk: € 18,00 (1 keuze module)

  • 4.

    De subsidies als bedoeld in artikel 8 onder lid 1, 2, 3 en 4 kunnen jaarlijks worden verhoogd op basis van het voor het betreffende subsidiejaar geldende prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie.

 

Artikel 9 Aanvullende bevoegdheid

In die gevallen waarin deze subsidieregeling niet voorziet beslist het college.

 

Artikel 10 Overgangsbepaling

Ingediende subsidieaanvragen voor het kalenderjaar 2022 worden afgehandeld volgens de subsidieregeling amateuristische kunstbeoefening Someren 2022.

 

Artikel 11 Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    Deze subsidieregeling kan worden aangehaald als ‘subsidieregeling amateuristische kunstbeoefening 2022’.

  • 2.

    Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2022.

  • 3.

    Op hetzelfde moment komt de Subsidieregeling amateuristische kunstbeoefening 2019 te vervallen.

 

Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Someren,

de secretaris,

J. Koppers-Krabben

de burgemeester,

D. Blok

Naar boven