Gemeenteblad van Ooststellingwerf
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ooststellingwerf | Gemeenteblad 2021, 39053 | Verordeningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ooststellingwerf | Gemeenteblad 2021, 39053 | Verordeningen |
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf houdende regels omtrent de subsidie op peuterspeelgroepen (Subsidieregeling peuterspeelgroepen 2020)
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
doelgroeppeuter: een peuter van 2,5 tot 4 jaar die voldoet aan de wegingscriteria primair onderwijs1 of die niet aan de weging voldoet maar wel extra zorg behoeft. Deze zorgbehoefte wordt bepaald op basis van indicering door:
peuterspeelgroep: het aanbod voor peuters door de aanbieder van peuterspeelgroepen. Het aanbod omvat minimaal 2 en maximaal 3 dagen van 5,5 uren gedurende maximaal 40 weken per kalenderjaar2.
Artikel 2. Voorwaarden voor de Subsidie peuterspeelgroepen
Een ouder komt, via de aanbieder, in aanmerking voor de Subsidie peuterspeelgroepen als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
De ouder heeft een inkomensverklaring3 overlegd aan de aanbieder van de peuterspeelgroepen.
Een ouder die zelfstandig ondernemer is overlegt, in plaats van een inkomensverklaring, een kopie van de meest recente definitieve aanslag inkomstenbelasting van het betreffende belastingjaar.
Een ouder die een uitkering ontvangt, overlegt een recent afschrift van de uitkeringsinstantie.
Artikel 3. Extra dag voor doelgroeppeuters
Een doelgroeppeuter die minimaal 2 dagen per week gebruik maakt van een peuterspeelgroep, komt in aanmerking voor een extra dag peuterspeelgroep per week. Het college betaalt aan de aanbieder de kostprijs voor deze extra dag op de wijze zoals omschreven in artikel 8.
Artikel 4. Procedurebepalingen voor de verstrekking van de subsidie peuterspeelgroepen
Indien een ouder die ondernemer is (hieronder mede begrepen een zzp-er) niet de meest recente aanslag inkomstenbelasting kan of wil overleggen, moet hij door middel van een bewijs van de Kamer van Koophandel aantonen startend ondernemer te zijn. Hij wordt dan in de laagste categorie ingeschaald. Indien geen sprake is van een startende onderneming, kan de ondernemer ingeschaald worden in de middelste inkomenscategorie, waarbij het recht op herziening is voorbehouden.
Als het inkomen van een ouder in het lopende jaar zodanig wijzigt dat er sprake is van een lager inkomen, dan kan een her-inschaling aangevraagd worden bij de aanbieder. De inkomensgegevens kunnen in dat geval overlegd worden op basis van de meest recente loonstroken of, indien er sprake is van uitkering(en), de meest recente uitkeringsbeschikking(en).
Artikel 5. Meldingsplicht en tussentijdse wijzigingen
Na aanvang van het recht op kinderopvangtoeslag vervalt het recht op de Subsidie peuterspeelgroepen. De ouder moet de aanvang van het recht op kinderopvangtoeslag onverwijld melden bij de aanbieder. Indien bij de jaarlijkse inkomenstoets blijkt dat toch recht op kinderopvangtoeslag bestaat en deze wijziging niet is doorgegeven, dan vordert het college de Subsidie peuterspeelgroepen terug vanaf de vierde maand nadat het recht op kinderopvangtoeslag is ingegaan.
Wanneer de verlaging van het inkomen zodanig is dat de ouder in een lagere inkomenscategorie van de adviestabel ouderbijdrage valt, kan een aanvraag tot herziening van de ouderbijdrage worden gedaan op basis van de meest recente loongegevens, loonstrook, uitkeringsbeschikking of op basis van de meest recente inkomensverklaring.
Artikel 6. Berekening van de Subsidie peuterspeelgroepen: verdeelcriteria en regels
De berekening van de ouderbijdrage vindt plaats op basis van de Adviestabel ouderbijdrage peuterwerk van de VNG4.
Artikel 8. Subsidiëring extra dag doelgroeppeuter
Het aantal gerealiseerde doelgroepplaatsen per schooljaar wordt vastgesteld aan de hand van een evaluatieformulier, dat de aanbieder voor 1 november moet inleveren volgend op het af te rekenen schooljaar. Hierbij worden gegevens aangeleverd waaruit blijkt dat de plaatsing en inzet daadwerkelijk is gerealiseerd.
Artikel 9. Gemeentelijke financiële bijdrage VVE
Als de aanbieder voldoet aan de vereisten van de artikelen 10 en 11 en de omvang van het aanbod is zodanig dat de ouder van een doelgroeppeuter aan de minimum uren-eis van 11 uur per week voor VVE kan voldoen, komt de aanbieder in aanmerking voor een gemeentelijke financiële bijdrage van € 1.000,- per gerealiseerde doelgroepplaats per kalenderjaar. De bijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd.
Het aantal gerealiseerde doelgroepplaatsen per kalenderjaar wordt vastgesteld aan de hand van een evaluatieformulier dat de aanbieder voor 1 november volgend op het af te rekenen kalenderjaar moet inleveren. Hierbij worden gegevens aangeleverd waaruit blijkt dat de plaatsing en inzet daadwerkelijk is gerealiseerd.
De gemeentelijke financiële bijdrage van € 1.000,- per doelgroeppeuter per kalenderjaar wordt perunieke doelgroeppeuter verleend. Vanaf 1 januari 2021 vindt de subsidieverstrekking plaats per kalenderjaar i.p.v. schooljaar, als gevolg hiervan wordt de gemeentelijke financiële bijdrage voor de periode vanaf 1 augustus 2020 tot en met december 2020 € 417,- per unieke doelgroeppeuter.
Artikel 11. Dossiervorming en controle
De gegevens, genoemd in het voorgaande lid, ontvangt het college in de eerste maand volgend op elk kwartaal van de aanbieder. Hierbij wordt gerekend met een gemiddeld aantal weken per kwartaal van 10 weken (40 weken per jaar).In deze kwartaaloverzichten wordt uitgegaan van een gemiddelde ouderbijdrage. Bij de jaarafrekening worden de werkelijke ontvangen ouderbijdragen opgegeven.
Periodiek kan een controle uitgevoerd worden door de (gemeentelijke) accountant. Daarbij zal de accountant een aantal dossiers toetsen op voorgeschreven inhoud, juistheid van gegevens en op het correct uitvoeren van de toetsing niet-recht op kinderopvangtoeslag en de inschaling in de Adviestabel ouderbijdrage peuterwerk van de VNG, zoals beschreven in de procedurebepalingen in artikel 4.
In gevallen waarin de toepassing van deze regeling tot onbillijkheden van overwegende aard zou leiden, kunnen burgemeester en wethouders besluiten af te wijken van deze regeling.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2021-39053.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.