Gemeenteblad van Oss

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
OssGemeenteblad 2021, 38487Verordeningen



Verordening op de heffing en invordering van Afvalstoffenheffing Oss 2021

 

De raad van de gemeente Oss;

 

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2020;

gelet op het advies van de raadadviescommissie van 3 december 2020;

Gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;

 

besluit:

vast te stellen de:

 

VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING 2021

Artikel 1. Begripsomschrijvingen.

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.1.

Artikel 2. Aard van de belasting en belastbaar feit.

1. Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.1.

 

Artikel 3. Belastingplicht.

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

 

Artikel 4. Maatstaf van heffing en belastingtarief.

1. De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven zoals deze in de volgende leden zijn opgenomen.

2. De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar voor:

a. een 240 liter restafval container in combinatie met een 240 liter Gft-container,€ 470,04;

b. een 240 liter restafval container in combinatie met een 140 liter Gft-container, € 456,84;

c. een 140 liter restafval container in combinatie met een 240 liter Gft-container, € 311,76;

d. een 140 liter restafval container in combinatie met een 140 liter Gft-container, € 298,32;

e. een verzamelcontainer, € 308,76;

f. een verzamelcontainer in combinatie met een 140 liter Gft-container, € 308,76;

g. een verzamelcontainer in combinatie met een 240 liter Gft-container, € 321,96.

3. Voor de afgifte van iedere extra container, boven de hierboven genoemde standaard combinatie, geldt een tarief voor:

a. iedere Gft-container van 240 liter per belastingjaar, € 152,64;

d. iedere Gft-container van 140 liter per belastingjaar, € 136,44.

4. a. Voor het op verzoek omwisselen van een Gft-container geldt een recht per omgewisselde container van € 30,00.

b. het omwisselen van een 240 liter restafval container in een 140 liter restafval container is gratis.

5. Voor het ter beschikking stellen van een container om reden van vermissing, diefstal, vernieling en/of brand geldt een recht per container van € 40,00. Dit recht wordt niet geheven indien vermissing, diefstal, vernieling en/of brand heeft plaatsgevonden op de dag dat het afval wordt opgehaald.

6. Voor het verstrekken van een nieuwe toegangspas voor gebruik van een ondergrondse afvalcontainer geld een tarief van € 20,00 per pas.

7. Voor het op verzoek extra legen van een minicontainer met gft-afval, geld een tarief van € 17,50 per lediging.

 

Artikel 5. Belastingjaar.

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 6. Wijze van heffing.

1. De belasting als bedoeld in artikel 4 lid 2 en 3 wordt bij wege van aanslag geheven.

2. De belasting als bedoeld in artikel 4, lid 4, 5, 6 en 7 wordt geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving.

 

Artikel 7. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang.

1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruikmaakt.

 

Artikel 8. Termijnen van betaling.

1. De aanslag(en) moet(en) worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

2. In afwijking van het eerste lid moeten, indien een machtiging voor automatische incasso is afgegeven en zolang de verschuldigde bedragen via automatische incasso kunnen worden afgeschreven, de aanslag(en) worden betaald in tien gelijke maandelijkse termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die van de dagtekening van het aanslagbiljet en de volgende termijnen telkens een maand later.

3. In afwijking van het tweede lid is betaling via automatische incasso alleen mogelijk voor zover het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen en bestuurlijke boetes minder is dan € 5.000,00.

4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

 

Artikel 9. Nadere regels door het Dagelijks Bestuur en of college van B&W.

Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant en/of het college van burgemeester en wethouders kunnen nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing.

 

Artikel 9. Inwerkingtreding en citeertitel.

1. De ’Verordening Afvalstoffenheffing Oss 2020' van 19 december 2019, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

4. Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening Afvalstoffenheffing Oss 2021'.

 

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 17 december 2020.

De griffier,

drs. P.H.A. van den Akker

De burgemeester,

drs. W.J.L. Buijs-Glaudemans