Verkeersbesluit instellen eenrichtingsweg Olieslagerslaan

Nr. 2021/553206

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,

gelet op de Wegenwet, de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990), het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) en de Uitvoeringsvoorschriften van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: Uitvoeringsvoorschriften BABW).

Overwegende:

dat de Olieslagerslaan gelegen is binnen de bebouwde kom van Haarlem;

dat de Olieslagerslaan in beheer is bij de gemeente Haarlem;

dat de Olieslagerslaan een weg is als bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;

dat gelet op bovengenoemd artikel het college van burgemeester en wethouders van Haarlem bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor deze wegen;

dat de bevoegdheid voor het nemen van verkeersbesluiten door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem is gemandateerd aan het afdelingshoofd Beheer en Beleid Openbare Ruimte;

dat de gemeentelijke wegencategorisering van Haarlem is opgenomen in de Structuurvisie Openbare Ruimte (hierna: SOR);

dat deze categorisering aansluit op de categorisering, zoals bedoeld in het landelijke beleid Duurzaam Veilig;

dat de Olieslagerslaan gecategoriseerd is als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom en de weg daarmee deel uitmaakt van een verblijfsgebied;

dat de verkeersfunctie in een verblijfsgebied ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie;

dat de rijbaanbreedte van de Olieslagerslaan varieert tussen 6 en 3,20 meter;

dat de beschikbare vrije ruimte op grote delen van de weg onvoldoende is voor voertuigen op meer dan 2 wielen om in twee richtingen te kunnen rijden en elkaar te passeren;

dat er in veel gevallen geen ruimte is om uit te wijken naar een weggedeelte naast de rijbaan om een tegenligger te laten passeren;

dat gebleken is dat schades zijn ontstaan tussen rijdende auto’s onderling en aan geparkeerde voertuigen;

dat het gewenst is om dergelijke conflicten -zowel emotioneel als verkeerstechnisch- tegen te gaan;

dat het om die redenen gewenst is om in de Olieslagerslaan een eenrichtingsweg in te stellen;

dat daarmee geen afbreuk wordt gedaan aan een logische verkeerscirculatie;

dat daarmee een vlottere afwikkeling van het verkeer zal plaatsvinden;

dat met de eenrichtingsweg de actieve mobiliteit voor autoverkeer, dat hier niet in twee richtingen past in verband met de beperkte breedte van de weg, wordt beschermd;

dat vanwege het stimuleren van het fietsen, en gezien het feit dat de weginrichting daarvoor geschikt is, het fietsverkeer van het eenrichtingsverkeer wordt uitgezonderd;

dat omwille van de eenduidigheid van het verkeersbeeld en de geloofwaardigheid van de voorgestelde maatregel deze eenrichtingsweg wordt ingesteld in de gehele Olieslagerslaan;

dat op de zijweg, Nieuwe Geldelozepad een geslotenverklaring geldt voor alle bestuurders;

dat geen bestuurders vanuit de Nieuwe Geldelozepad de Olieslagerslaan kunnen oprijden;

dat de maatregel tot het instellen van eenrichtingsverkeer gerealiseerd kan worden door middel van het plaatsen van de verkeersborden C2 en C3 van bijlage 1 van het RVV 1990 met een onderbord met de tekst en afbeelding “uitgezonderd [symbool fiets]”;

dat daarbij bord C2 met het onderbord wordt geplaatst op de Olieslagerslaan, nabij het kruispunt met de Wagenweg;

dat het bord C3 met het onderbord wordt geplaatst op de Olieslagerslaan, nabij het kruispunt met de Koninginneweg;

dat dit gebruik geregeld is in artikel 62 van het RVV 1990, namelijk: ‘weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden’;

dat het belang van een goede en logische verkeerscirculatie prevaleert boven het vrijelijk kunnen kiezen van de kortste rijroute;

dat om bovenstaande redenen de rijrichting van de eenrichtingsweg op de Olieslagerslaan loopt van de Koninginneweg naar de Wagenweg;

dat in verband met het instellen van de eenrichtingsweg het verkeersbord A1 (30, begin zone) op het kruispunt van de Olieslagerslaan met de Wagenweg wordt verwijderd;

dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het plaatsen van de verkeersborden C2 en C3 – met het betreffende onderbord OB52 – van bijlage 1 van het RVV 1990 een verkeersbesluit is vereist;

dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de verkeersmaatregel strekt tot het verzekeren van de veiligheid op de weg en het beschermen van weggebruikers en passagiers;

dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de verkeersmaatregel voorts strekt tot het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer;

dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer in het geding komt bij het treffen van deze verkeersmaatregel;

dat gelet op voorgaande overwegingen het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer van ondergeschikt belang wordt geacht;

dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de gemandateerde van de politie;

dat de politie heeft ingestemd met de hierna genoemde verkeersmaatregel met dien verstande dat de keuze voor de rijrichting de keuze was van de bewoners. De politie voorziet verkeersonveiligheid op de kruising met de Wagenweg, door het beperkte zicht op het trottoir en fietspad, bij het uitrijden van de Olieslagerslaan. Gezien het feit dat de route vooral gebruikt zal worden door ter plaatse bekend verkeer maakt dat het voor de politie aanvaardbaar is.

Het besluit:

Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem besluit:

- door middel van het plaatsen van de verkeersborden model C2 en C3 van bijlage 1 van het RVV 1990 met een onderbord op de Olieslagerslaan, rijrichting vanaf de Koninginneweg naar de Wagenweg, een eenrichtingsweg in te stellen, waarvan fietsers zijn uitgezonderd, een en ander overeenkomstig de situatieschets.

Situatieschets:

Aldus vastgesteld te Haarlem

Namens het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,

Sylvia van Egmond

Hoofd afdeling Beheer en Beleid Openbare Ruimte

Dit besluit treedt in werking na bekendmaking in het Gemeenteblad. Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na publicatie van dit besluit in het Gemeenteblad bezwaar maken bij burgemeester en wethouders van Haarlem, Postbus 511, 2003 PB te Haarlem. Het bezwaarschrift moet de naam en het adres vermelden van degene die bezwaar maakt, zijn ondertekend en de datum vermelden waarop het is opgesteld. In het bezwaarschrift moet ook worden aangegeven tegen welk besluit bezwaar wordt gemaakt en waarom het bezwaar wordt gemaakt. Door het indienen van het bezwaarschrift wordt dit besluit niet opgeschort. Bij een spoedeisend belang kan degene die een bezwaarschrift heeft ingediend een voorlopige voorziening vragen aan de voorzieningenrechter van de rechtbank, sector bestuursrecht, postbus 1621, 2003 BR te Haarlem. Bij het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening moeten griffierechten worden betaald.

Naar boven