Gemeenteblad van Bladel

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
BladelGemeenteblad 2021, 372281beleidsregel



Beleidsregel permanente en tijdelijke reclame Bladel 2021

Burgemeester en wethouders van de gemeente Bladel;

 

gelet op de artikelen 4.19 Voorwerpen op of aan de weg, 5.2 Verbod (handels)reclame en 5.3 Verbod borden, vlaggen, spandoeken en objecten van de Verordening Fysieke Leefomgeving Gemeente Bladel en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

 

besluiten:

 

vast te stellen de volgende regeling:

 

Beleidsregel permanente en tijdelijke reclame Bladel 2021

 

Hoofdstuk 1 Inleiding

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

     

    • a.

      gebiedsontsluitingswegen: wegen binnen of buiten de verkeerskundige bebouwde kom met een snelheidsregime van 50 of 60 km/h (gemeentelijke gebiedsontsluitingswegen) of wegen buiten de bebouwde kom met een snelheidsregime van 60 of 80 km/h (provinciale gebiedsontsluitingswegen);

    • b.

      gevelreclame: belettering, borden, gevelvlaggen en verlichting, allen gemonteerd aan de gevel van het desbetreffende pand;

    • c.

      ideële reclame: reclame voor een maatschappelijk doel of campagne;

    • d.

      lichtreclame: verlichte reclame-uitingen, met als lichtbron fluorescentie- (tl), neon- of ledverlichting;

    • e.

      openbare ruimte: openbare of publieke ruimte die voor iedereen toegankelijk is waar het publiekelijke leven zich afspeelt;

    • f.

      reclame: verzamelnaam van alle vormen van naamaanduiding, bewegwijzering, aankondigingen of aanprijzingen, zowel ideëel als commercieel, die zichtbaar zijn van in de openbare ruimte met als doel een boodschap, merk, bedrijf, product, dienst of huisstijl te communiceren;

    • g.

      repeterende reclame: een aantal reclame-uitingen opvolgend achter elkaar die samen één geheel vormen;

    • h.

      stroomwegen: wegen met een snelheidsregime van 100, 120 of 130 km/h;

    • i.

      tijdelijke reclame: alle elementen die niet direct aan een pand kunnen worden gekoppeld en tijdelijk van aard zijn;

    • j.

      verwijsreclame: reclame-uitingen voor een activiteit die niet op de locatie van de reclame-uiting plaatsvindt of voor een bedrijf wat elders is gevestigd.

  • 2.

    Voor overige begripsbepalingen wordt aangesloten bij wat de Algemene Plaatselijke Verordening en de Verordening Fysieke Leefomgeving Gemeente Bladel daaronder verstaan.

Artikel 2 Toepassingsbereik

Deze beleidsregel is niet van toepassing op uitstallingen (alle elementen bedoeld om rondom een pand uit te stallen). Daarnaast zijn de artikelen 5 tot en met 9 van hoofdstuk 2 Permanente reclame van deze beleidsregel in het geheel niet van toepassing op het centrumgebied van Bladel, te weten binnen de grenzen van het bestemmingsplan ‘Centrum Bladel’.

Artikel 3 Wijze van meten

  • 1.

    Oppervlaktematen van losse letterreclame wordt buitenwerks gemeten.

  • 2.

    Hoogtematen worden gemeten vanaf maaiveld.

Artikel 4 Algemene voorschriften

Op zowel de plaatsing van permanente als tijdelijke reclame-uitingen zijn de volgende algemene voorschriften van toepassing:

 

  • a.

    Schade aan personen en/of eigendommen van de gemeente en/of van derden, als gevolg van het aanbrengen, aanwezig hebben of verwijderen van reclame-uitingen, is voor rekening van de vergunning- of ontheffinghouder;

  • b.

    De teksten of afbeeldingen op de borden mogen niet in strijd zijn met het algemeen belang, de openbare orde en de goede zede en ook niet kwetsend dan wel aanstootgevend zijn.

  • c.

    Reclame mag niet zodanig worden aangebracht dat deze het verkeer hindert, in gevaar brengt of (uit)zicht beperkt. Dit is ook van toepassing bij fietspaden langs de rijbaan.

  • d.

    Reclame mag niet lijken op rijtaak gerelateerde informatie, het zicht op de weg en op verkeersinformatie niet belemmeren, geen bewegend beeld (wel overgangstijd bij wisselen digitale borden) bevatten, het wegbeeld niet vervormen en moet het op voor bestuurders logische plekken staan rekening houdend met het gezichtsveld, de afstand tot de weg, de hoogte en de plaatsingshoek.

  • e.

    Binnen een afstand van 30 meter van een kruispunt/rotonde/oversteekplaats op gebiedsontsluitingsweg mag geen reclame worden geplaatst.

  • f.

    Repeterende reclame is niet toegestaan.

  • g.

    Alle reclame-uitingen zijn weersbestendig.

Hoofdstuk 2 Permanente reclame

 

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op reclame-uitingen die permanent geplaatst worden. Waar het gaat om bedrijfsreclame (artikelen 5 tot en met 9) is dat uitsluitend toegestaan op of bij positief bestemde of legaal gevestigde bedrijven. Het betreft zowel reclame op, in of aan de openbare ruimte als reclame zichtbaar vanaf de openbare ruimte op privé-eigendommen.

Artikel 5 Woongebieden

  • 1.

    Bij het voeren van reclame in woongebieden gelden de volgende algemene uitgangspunten:

     

    • a.

      het reclameobject wordt uitsluitend op de begane grond geplaatst;

    • b.

      reclame achter of op glas wordt als reclame gezien;

    • c.

      per perceel is maximaal 1 reclameobject toegestaan. Uitzondering hierop kan worden gemaakt voor gebouwen met gevels aan meer dan 1 straat. Dan is 1 reclameobject per straatkant mogelijk;

    • d.

      de reclame-uiting moet verkeersveilig worden geplaatst;

    • e.

      er is minimaal een vrije doorgang op het trottoir van 1,5 meter breed;

    • f.

      alleen bedrijfsgebonden merkreclame, logo en/of naamsaanduiding is toegestaan;

    • g.

      verwijsreclame is niet toegestaan;

    • h.

      de vormgeving, plaats en kleur moet afgestemd zijn op de desbetreffende gevelopzet;

    • i.

      bij meerdere bedrijven op 1 perceel of in 1 gebouw gelden de uitgangspunten voor de gevestigde bedrijven gezamenlijk.

  • 2.

    Aanvullend op het eerste lid gelden voor het voeren van reclame bij een woonbestemming met een bedrijf of beroep aan huis de volgende uitgangspunten:

     

    • a.

      gevelreclame is maximaal 0,5 m²;

    • b.

      vrijstaande reclame is toegestaan op het voorerf tot maximaal 0,5 m² (eventueel dubbelzijdig) en maximaal 1 meter hoog;

    • c.

      zwak aanlichten is toegestaan, lichtreclame is niet toegestaan.

  • 3.

    Aanvullend op het eerste lid gelden voor het voeren van reclame bij een bedrijfs- of horecabestemming de volgende uitgangspunten:

     

    • a.

      gevelreclame is maximaal 1,5 m²;

    • b.

      vrijstaande reclame is toegestaan op het voorerf tot maximaal 0,5 m² (eventueel dubbelzijdig) en maximaal 1 meter hoog;

    • c.

      zwak aanlichten en lichtreclame is toegestaan;

    • d.

      maximaal 2 vlaggen van 0,5 m² per vlag zijn toegestaan aan de gevel;

    • e.

      extra vlaggenmasten bovenop wat de regels voor vergunningsvrij bouwen toelaten zijn niet toegestaan.

  • 4.

    Aanvullend op het eerste lid gelden voor het voeren van reclame bij een detailhandelsbestemming de volgende uitgangspunten:

     

    • a.

      gevelreclame is maximaal 3 m²;

    • b.

      vrijstaande reclame is toegestaan op het voorerf tot maximaal 0,5 m² (eventueel dubbelzijdig) en maximaal 1 meter hoog;

    • c.

      zwak aanlichten en lichtreclame is toegestaan;

    • d.

      maximaal 2 vlaggen van 0,5 m² per vlag zijn toegestaan;

    • e.

      extra vlaggenmasten bovenop wat de regels voor vergunningsvrij bouwen toelaten zijn niet toegestaan.

  • 5.

    Op onbebouwde percelen is geen enkele vorm van reclame toegestaan.

Artikel 6 Winkelstraat/-centrum

  • 1.

    Bij het voeren van reclame is een winkelstraat/-centrum gelden de volgende uitgangspunten:

     

    • a.

      maximaal 5% van het geveloppervlakte van de gevel met de hoofdtoegang wordt bedekt met reclame, alle andere gevels mogen voor 1,25% bedekt zijn;

    • b.

      reclame achter of op glas wordt als reclame gezien;

    • c.

      het reclameobject wordt uitsluitend op de begane grond geplaatst;

    • d.

      loodrechte plaatsing van reclame op de gevel is beperkt mogelijk, bij voorkeur onder een eventueel aanwezige luifel. Loodrechte plaatsing van reclame op een luifel is niet toegestaan;

    • e.

      beperkt aanlichten is toegestaan, lichtreclame is niet toegestaan;

    • f.

      er wordt maximaal 1 vlag per 10 m¹ geplaatst met een maximum van 2 vlaggen;

    • g.

      gevelreclame bij woningen met een praktijk/bedrijf aan huis is maximaal 0,5 m², waarbij zwak aanlichten is toegestaan, lichtreclame is niet toegestaan;

    • h.

      bij meerdere bedrijven op 1 perceel of in 1 gebouw gelden de uitgangspunten voor de gevestigde bedrijven gezamenlijk.

  • 2.

    Op onbebouwde percelen is geen enkele vorm van reclame toegestaan.

Artikel 7 Bedrijventerreinen

  • 1.

    Bij het voeren van reclame op bedrijventerreinen gelden de volgende algemene uitgangspunten:

     

    • a.

      alleen bedrijfsgebonden merkreclame, logo en/of naamsaanduiding mogen worden geplaatst;

    • b.

      reclame achter of op glas wordt als reclame gezien;

    • c.

      verwijsreclame per bedrijf is niet toegestaan;

    • d.

      de vorm, plaats en kleur moet afgestemd worden op de desbetreffende gevelopzet;

    • e.

      verlichting ten behoeve van reclamedoeleinden mag geen hinderlijke instraling hebben op woningen;

    • f.

      reclame-uitingen moeten naar het bedrijventerrein zijn gericht. Uitzondering hierop zijn bedrijven die ook een gevel hebben aan een doorgaande weg, bijvoorbeeld een gevel op een hoeklocatie of op een achtergevel;

    • g.

      bij meerdere bedrijven op 1 perceel of in 1 gebouw gelden de uitgangspunten voor de gevestigde bedrijven gezamenlijk.

  • 2.

    Aanvullend op het eerste lid gelden door het voeren van gevelreclame de volgende uitgangspunten:

     

    • a.

      bij plaatsing tegen de gevel wordt de reclame bij voorkeur geplaatst aan de gevel met de hoofdtoegang, waarbij:

       

      • i.

        maximaal 20% van het betreffende geveloppervlakte wordt bedekt met borden en/of letters;

      • ii.

        maximaal 1 vlag per 5 m¹ wordt geplaatst met een maximum van 10 vlaggen. Elke vlag mag maximaal 1,5 m² zijn.

    • b.

      bij gebruik van een andere gevel dan de gevel met de hoofdtoegang is maximaal een kwart van deze uitgangspunten toegestaan;

    • c.

      bij plaatsing op de dakrand is maximaal 5% van het geveloppervlakte van de gevel met de hoofdtoegang bedekt, met een maximum van 10 m²;

    • d.

      aanlichten of lichtreclame op de dakrand is toegestaan;

    • e.

      bij plaatsing op de dakrand bestaat de reclame bij voorkeur uit losse letters.

  • 3.

    Aanvullend op het eerste lid gelden voor het voeren van vrijstaande reclame op het erf de volgende uitgangspunten:

     

    • a.

      reclameobjecten worden verkeersveilig geplaatst;

    • b.

      er wordt maximaal 3 m² aan borden/zuilen per bedrijf geplaatst, eventueel dubbelzijdig.

    • c.

      de hoogte van een reclameobject bedraagt maximaal 3 meter;

    • d.

      er wordt maximaal 2 m² aan vlaggen geplaatst;

    • e.

      de hoogte van vlaggenmasten bedraagt per stuk maximaal 6 meter per stuk;

    • f.

      er worden maximaal 10 vlaggenmasten geplaatst.

  • 4.

    In afwijking van het eerste lid is een centraal geregelde uniforme presentatie van bedrijven, eventueel in combinatie met een plattegrond of routebeschrijving, mogelijk bij de toegangsweg(en) of ingang(en) tot het bedrijventerrein. De hoogte bedraagt maximaal 5 meter.

  • 5.

    In afwijking van het eerste lid is centraal geregelde uniforme verwijsreclame per bedrijf mogelijk op het bedrijventerrein. De hoogte bedraagt maximaal 3 meter.

  • 6.

    Op onbebouwde percelen is geen enkele vorm van reclame toegestaan.

Artikel 8 Buitengebied

  • 1.

    Bij het voeren van reclame in de gebieden gelegen buiten de verkeerskundige bebouwde kommen gelden de volgende algemene uitgangspunten:

     

    • a.

      alleen bedrijfsgebonden merkreclame, logo en/of naamsaanduiding mogen worden geplaatst;

    • b.

      verwijsreclame, niet perceelsgebonden reclameborden en algemene merktekens zijn niet toegestaan;

    • c.

      reclame achter of op glas wordt als reclame gezien;

    • d.

      de vormgeving, plaats en kleur moet afgestemd zijn op de desbetreffende gevelopzet.

    • e.

      zwak aanlichten is toegestaan, lichtreclame is niet toegestaan;

    • f.

      bij meerdere bedrijven op 1 perceel of in 1 gebouw gelden de uitgangspunten voor de gevestigde bedrijven gezamenlijk.

  • 2.

    Aanvullend op het eerste lid gelden voor vrijstaande reclame-uitingen op bebouwde percelen met een agrarische bedrijfsbestemming, al dan niet met een nevenactiviteit, de volgende uitgangspunten:

     

    • a.

      Vrijstaande reclame is maximaal 1 m² (eventueel dubbelzijdig), maximaal 1,5 meter hoog en maximaal 2 meter breed;

    • b.

      per terrein is maximaal 1 reclameobject toegestaan;

    • c.

      er is een directe relatie met de toegang;

    • d.

      extra vlaggenmasten bovenop wat de regels voor vergunningsvrij bouwen toelaten zijn niet toegestaan.

  • 3.

    Aanvullend op het eerste lid gelden voor vrijstaande reclame-uitingen op bebouwde percelen met een niet agrarische bedrijfsbestemming de volgende uitgangspunten:

     

    • a.

      vrijstaande reclame is maximaal 1 m² (eventueel dubbelzijdig), maximaal 1,5 meter hoog en maximaal 2 meter breed;

    • b.

      per terrein zijn maximaal 2 reclameobjecten toegestaan;

    • c.

      er is een directe relatie met de toegang;

    • d.

      bovenop wat de regels voor vergunningsvrij bouwen toelaten zijn 2 extra vlaggenmasten van per stuk maximaal 6 meter hoog toegestaan.

  • 4.

    Aanvullend op het eerste lid gelden voor gevelreclame op gebouwen met een agrarische bedrijfsbestemming, al dan niet met een nevenactiviteit, de volgende uitgangspunten:

     

    • a.

      er is maximaal 1 naamsaanduiding van maximaal 2,5 m²;

    • b.

      de reclame wordt op de voorgevel van het gebouw geplaatst;

    • c.

      1 extra vlaggenmast van maximaal 6 meter hoog is toegestaan bovenop wat de regels voor vergunningsvrij bouwen toelaten.

  • 5.

    Aanvullend op het eerste lid gelden voor gevelreclame op gebouwen met een niet agrarische bedrijfsbestemming de volgende uitgangspunten:

     

    • a.

      er zijn maximaal 2 naamsaanduidingen toegestaan van elk maximaal 2,5 m²;

    • b.

      de reclame wordt op de voorgevel van het gebouw geplaatst;

    • c.

      2 extra vlaggen zijn toegestaan bovenop wat de regels voor vergunningsvrij bouwen toelaten.

  • 6.

    Op onbebouwde percelen is geen enkele vorm van reclame toegestaan.

Artikel 9 Specifieke gebieden

  • 1.

    Bij het voeren van reclame voor sport-, recreatie- en evenemententerreinen gelden de volgende algemene uitgangspunten:

     

    • a.

      reclame is uitsluitend toegestaan op de velden of terreinen waarop de sport beoefend wordt of waar gerecreëerd wordt;

    • b.

      met uitzondering van de clubnaam en/of de naam van het terrein mag geen reclame worden gericht naar de openbare weg en/of ruimte;

  • 2.

    Aanvullend op het eerste lid geldt voor tribunes het volgende uitgangspunt:

     

    • a.

      reclame is uitsluitend naar het veld gericht toegestaan.

  • 3.

    Aanvullend op het eerste lid gelden voor gevelreclame de volgende uitgangspunten:

     

    • a.

      de naam en/of het logo is maximaal 2 m²;

    • b.

      aanlichten is toegestaan;

    • c.

      de naam en/of het logo in een lichtreclame is maximaal 1 m²;

    • d.

      merkreclame is maximaal 1 m² en wordt uitsluitend op of tegen de gevel van (club)gebouwen geplaatst.

  • 4.

    Aanvullend op het eerste lid gelden voor vrijstaande reclame-uitingen de volgende uitgangspunten:

     

    • a.

      de naam en/of het logo is maximaal 2 m²;

    • b.

      reclameborden rondom sportvelden zijn naar het veld gericht;

    • c.

      aanlichten en/of lichtreclame is niet toegestaan;

    • d.

      maximaal 5 vlaggenmasten van per stuk maximaal 6 meter hoog zijn per (club)gebouw toegestaan.

  • 5.

    Bij het voeren reclame voor verkooppunten van motorbrandstoffen gelden de volgende algemene uitgangspunten:

     

    • a.

      alleen bedrijfsgebonden merkreclame, logo en/of naamsaanduiding en aankondiging van interne acties mogen worden geplaatst;

    • b.

      verwijsreclame is niet toegestaan;

    • c.

      lichtreclame is alleen toegestaan tegen de luifelrand, de pompeilanden en de pompshop;

    • d.

      brandstofproducten- of prijsborden zijn alleen inwendig zwak verlicht of zwak aangelicht;

    • e.

      oplichtende tekst en/of cijfers zijn niet toegestaan;

    • f.

      verlichting ten behoeve van reclamedoeleinden mag geen hinderlijke instraling hebben op woningen en omgeving;

    • g.

      de vormgeving, plaats en kleur moet afgestemd zijn op de desbetreffende gevelopzet;

    • h.

      reclameobjecten worden verkeersveilig geplaatst;

    • i.

      er is minimaal een vrije doorgang op het trottoir van 1,5 meter breed.

  • 6.

    Aanvullend op het vijfde lid gelden voor gevelreclame de volgende uitgangspunten:

     

    • a.

      bij plaatsing tegen de gevel is maximaal 10% van het betreffende geveloppervlakte bedekt;

    • b.

      bij plaatsing tegen de gevel is maximaal 3% van het betreffende geveloppervlakte bedekt met lichtreclame;

    • c.

      maximaal 15% van het betreffende geveloppervlakte is bedekt met dakranden en boeidelen in de huisstijl;

    • d.

      bij plaatsing tegen de gevel zijn maximaal 3 vlaggen met elk een oppervlakte van maximaal 1 m² toegestaan.

    • e.

      bij plaatsing op de dakrand is maximaal 5% van het betreffende geveloppervlakte bedekt;

    • f.

      bij plaatsing op de dakrand is maximaal 5 m² aangelicht of als lichtreclame toegestaan;

    • g.

      bij plaatsing op de dakrand zijn maximaal 5 vlaggen met elk een oppervlakte van maximaal 1 m² toegestaan;

    • h.

      dakranden en boeidelen van een luifel mogen in huisstijlkleuren met logo worden uitgevoerd;

    • i.

      verlichting aan de luifel is alleen toegestaan op de naar de weg toegekeerde zijde.

Artikel 10 Plattegronden

Aan gemeentelijke gebiedsontsluitingswegen en bij de toegangswegen binnen de bebouwde kom tot bedrijventerreinen mogen borden worden geplaatst die voorzien zijn van een plattegrond van de kern met daarbij een straatnamenoverzicht of van het betreffende bedrijventerrein. Rondom deze informatie mogen kleine reclame-uitingen van lokale ondernemers worden geplaatst.

Artikel 11 Informatiedragers nabij de entree van de dorpen

Aan gemeentelijke gebiedsontsluitingswegen mogen door of in opdracht van de gemeente informatieborden, al dan niet gecombineerd met plattegronden, geplaatst worden. De afmeting van de borden mag maximaal 2,5 m² zijn. Het gebruik van digitale of led borden is toegestaan, evenals zwak aanlichten of lichtreclame. De informatiedrager wordt verkeersveilig geplaatst en wordt op een dusdanige wijze dat er minimaal een vrije doorgang op het trottoir is van 1,5 meter breed.

Artikel 12 Verkeersveiligheidscampagnes

Aan gebiedsontsluitingswegen en stroomwegen mogen borden worden geplaatst ten behoeve van verkeersveiligheidscampagnes, aangepast naar de aard van de weg.

Artikel 13 Reclamemasten

In beginsel worden geen reclamemasten toegestaan. Met maatwerk kunnen bijzondere masten of kunstwerken als object al dan niet met reclame-uitingen worden geplaatst. Initiatieven worden ter beoordeling voorgelegd aan de welstandscommissie en moeten altijd voor een volledige belangenafweging via besluitvorming naar het college van burgemeester en wethouders.

 

Door een zorgvuldige of bijzondere vormgeving kunnen deze passen in de omgeving. Voor de gemeente kan een eventuele mast een positieve bijdrage leveren als plezierige omgeving om te wonen, werken en verblijven. De inzet is om te komen tot een win-winsituatie, zowel voor de initiatiefnemer, als de meerwaarde voor het algemeen maatschappelijk belang van de gemeente. Dit kan tot uiting komen in de architectonische vormgeving. De welstandscommissie en het college zullen deze meerwaarde toetsen. Voor het borgen van de kwaliteit moeten masten in principe worden geplaatst in het openbaar gebied, op gronden die in eigendom zijn van de gemeente.

Artikel 14 Lichtprojectie

Permanente lichtprojectie met behulp van een projector voor het tonen van een merk, afbeelding, animatie, kleurpatroon of video op een gebouw, bomen of in de openbare ruimte als reclame-uiting is in de gehele gemeente niet toegestaan.

Artikel 15 Bewegwijzering

Bewegwijzering naar toeristische en recreatieve objecten, openbare objecten met een toeristisch of recreatieve aantrekking en openbare objecten met een algemeen publiekelijk nut zijn uitsluitend toegestaan binnen een bepaalde standaard (vaste vormgeving en kleurstelling) door of in opdracht van de gemeente. De bedrijfsnamen op deze bewegwijzering hebben niet tot doel het maken van reclame.

 

Of een doel, gebied of object een verwijzing krijgt, welk type verwijzing en waar deze verwijzing precies kan komen wordt bepaald aan de hand van een systematische aanpak met daarin een afvalsysteem. Pas als het doel, gebied of object voldoet aan de algemene uitgangspunten (doelmatig, gericht op weggebruikers en passend binnen gezamenlijke aanpak Brabantse Kempen) wordt via een vragenlijst getoetst of de verwijzing voldoet aan de aanvullende criteria.

 

Voor de uitwerking van de algemene uitgangspunten en de vragenlijst met aanvullende criteria wordt verwezen naar bijlage 1.

Artikel 16 Verwijsreclame

Verwijzingen in welke vorm dan ook, al dan niet in het openbaar gebied, naar elders gevestigde bedrijven of activiteiten die elders plaatsvinden zijn niet toegestaan. Uitzondering hierop zijn bewegwijzeringsborden en de standaard verwijzingsborden nabij de entrees van bedrijventerreinen of (winkel)centra.

Artikel 17 Overige reclame

Behoudens genoemde toegestane reclame-uitingen is het niet toegestaan om andere permanente reclame-uitingen te plaatsen op of aan de openbare weg en daarop aanwezige bouwwerken en gebouwen en op plaatsen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg, zowel niet binnen als buiten de bebouwde kom.

Hoofdstuk 3 Tijdelijke reclame

 

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op reclame-uitingen die tijdelijk geplaatst worden. Het betreft zowel reclame op, in, boven of aan de openbare ruimte als reclame zichtbaar vanaf de openbare ruimte op privé-eigendommen.

Artikel 18 Spandoeken openbare gebied

  • 1.

    Spandoeken in de openbare ruimte mogen worden geplaatst op de volgende locaties:

    • a.

      Bladel: veldje op hoek kruising Sniederslaan met Lange Trekken;

    • b.

      Bladel: groenstrook aan Rondweg N284 bij bedrijven aan de Raambrug;

    • c.

      Bladel: veldje op hoek kruising Neterselseweg en de Heffe;

    • d.

      Casteren: Frans Bruursplein;

    • e.

      Hapert: veldje op de hoek de Weijer met Provincialeweg N284;

    • f.

      Hapert: veldje bij dierenweide op kruising Oude Provincialeweg met Burg. van Woenseldreef;

    • g.

      Hapert: Markt, boven glascontainers;

    • h.

      Hapert: plantsoen/beukenhaag op de hoek Oude Provincialeweg met Lindenstraat;

    • i.

      Netersel: veldje bij kruising Carolus Simplexplein met de Blikken;

    • j.

      Netersel: veldje bij kruising Carolus Simplexplein met de Hoeve;

    • k.

      Hoogeloon: Valensplein.

  • 2.

    Er mogen uitsluitend spandoeken worden geplaatst ten behoeve van evenementen of de aankondiging van een collecte die binnen de grenzen van de gemeente plaatsvinden, ten behoeve ideële of sociaal culturele doeleinden of ten behoeve van landelijke niet-commerciële campagnes.

  • 3.

    Een spandoek mag niet groter zijn dan 3 meter bij 1 meter.

  • 4.

    Een spandoek mag voor een periode van maximaal 2 weken worden geplaatst.

  • 5.

    Indien de openbare ruimte het toelaat mogen er maximaal 2 spandoeken gelijktijdig aanwezig zijn.

  • 6.

    Een spandoek moet zodanig worden aangebracht dat verkeersdeelnemers en gebruikers van in de nabijheid gelegen onroerende zaken hiervan geen overlast van ondervinden.

Artikel 19 Borden en spandoeken particulier eigendom

  • 1.

    Op een perceel met bedrijfsbebouwing zijn voor incidentele aangelegenheden van het ter plaatse gevestigde bedrijf spandoeken of borden van maximaal 10 m² voor de duur van maximaal 4 weken toegestaan.

  • 2.

    In winkelstraten/-centrum en bij verkooppunten voor motorbrandstoffen zijn voor incidentele aangelegenheden en acties van het ter plaatse gevestigde bedrijf spandoeken of borden van maximaal 2 m² voor de duur van 4 weken toegestaan.

  • 3.

    Op onbebouwde percelen of bebouwde percelen zonder een bedrijfsmatige bestemming is geen enkele vorm van reclame toegestaan.

Artikel 20 Banieren in lantaarnpalen

Uitsluitend in lantaarnpalen die zijn voorzien van een door de gemeente aangebrachte permanente banierbeugel mogen banieren worden geplaatst. In de in het centrum van Hapert geplaatste banierbeugels mag 5 keer per jaar voor telkens een periode van maximaal 4 weken een aankondiging/thema worden geplaatst.

Artikel 21 Verkiezingsborden

Reclame of aanduidingen van politieke partijen tijdens verkiezingstijd worden centraal geregeld. De gemeente plaatst verkiezingsborden centraal in alle kernen van de gemeente. Op elk bord kunnen politieke partijen die deelnemen aan de verkiezing affiches plakken. Maatvoering van de affiches zijn de eigen verantwoordelijkheid van de politieke partijen. Andere reclame dan ten behoeve van de verkiezingscampagne is niet toegestaan op deze borden.

 

Eigen (sandwich)borden om lantaarnpalen, stickers en andere reclameobjecten, zowel binnen als buiten de bebouwde kom, als zowel in de openbare ruimte als op privé-eigendommen, zijn niet toegestaan.

Artikel 22 Verrijdbare reclame

Verrijdbare reclame betreft reclamevoertuigen, aanhangers waarop een bord is geplaatst of een andere constructie waardoor de borden makkelijk verplaatsbaar zijn. Deze vorm van reclame maken vindt zowel plaats in de openbare ruimte, de gemeentelijke groenvoorzieningen en overige onbebouwde particuliere terreinen, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Omdat deze vorm van reclame zeer storend werkt in deze omgeving, daarnaast soms onnodig de vaak schaarse parkeerruimte inneemt en gevaarlijke verkeerssituaties kan opleveren, is deze vorm van reclamevoering niet toegestaan, zowel niet binnen als buiten de bebouwde kom. Het maakt daarbij niet uit of het gemeentegrond of particuliere grond is.

Artikel 23 Lichtprojectie

Lichtprojectie met behulp van een projector voor het tonen van een merk, afbeelding, animatie, kleurpatroon of video op een gebouw, bomen of in de openbare ruimte als reclame-uiting is in de gehele gemeente niet toegestaan.

Artikel 24 Verwijsreclame

Verwijzingen in welke vorm dan ook, al dan niet in de openbare ruimte, naar elders gevestigde bedrijven zijn niet toegestaan.

Artikel 25 Reclame op abri’s

Reclame op abri’s is mogelijk tot maximaal 2 wanden van de abri, eventueel dubbelzijdig en eventueel roterend. Verlichting van binnenuit is toegestaan.

Artikel 26 Carnaval

In de 4 weken voorafgaand aan carnaval en tijdens carnaval mag de naam van het kerkdorp met carnaval of de naam van de carnavalsvereniging uit dat kerkdorp kenbaar worden gemaakt rondom de officiële plaatsnaamborden op de invalswegen in de bebouwde kom van de gemeente. De plaatsnaam op het plaatsnaambord mag niet bedekt worden.

 

In de 4 weken voorafgaand aan carnaval en tijdens carnaval mogen vlaggen met daarop het logo van een plaatselijke carnavalsvereniging aan gebouwen, die in particulier eigendom zijn, worden geplaatst.

Artikel 27 Verkoop onroerend goed

Reclame voor openbare verkoop, verkoop, verhuur of verpachting van het betreffende pand of perceel is toegestaan voor zolang zij feitelijk betekenis heeft op dat pand of perceel en het totale oppervlak niet groter is dan 0,8 m² per bord/aanplakking met een maximum van 3 borden/aanplakkingen per onroerende zaak. Verwijzingen naar verkoop van onroerende zaken, bijvoorbeeld nabij een toegangsweg van een pand of wijk, zijn niet toegestaan.

 

Plaatsing van borden voor de verkoop van woningen en/of bouwkavels in nieuwbouwijken of -plannen is alleen toegestaan in het plangebied.

Artikel 28 Reclame op bouwterreinen

Opschriften die betrekking hebben op de naam en/of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken en/of op de namen van degenen die bij het ontwerp en/of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, zijn toegestaan, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, ze niet verlicht zijn en voor zolang ze feitelijk betekenis hebben.

Artikel 29 Reclame op evenemententerrein

Het is toegestaan om op en voor niet op gemeentegrond gelegen evenemententerreinen tijdelijke reclame te maken voor een evenement welke op dat terrein plaatsvindt. Dit geldt voor een maximale periode van 4 weken. De maximale hoogte bedraagt 5 meter tot een oppervlakte van maximaal 25m².

Artikel 30 Overige reclame

Behoudens genoemde toegestane reclame-uitingen is het niet toegestaan om andere tijdelijke reclame-uitingen te plaatsen op, in of aan de openbare ruimte en daarop aanwezige bouwwerken en gebouwen en op plaatsen die zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte, zowel niet binnen als buiten de bebouwde kom.

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen

Artikel 31 Vergunning

Het passen binnen de voorwaarden genoemd in deze beleidsregel laat onverlet dat een ontheffing of vergunning is vereist op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening Bladel 2018 of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Artikel 32 Monumenten en beschermde dorpsgezichten

Bij gemeentelijke monumenten, Rijksmonumenten of beschermde dorpsgezichten kan in het belang van het beschermen van het gebouw minder worden toegestaan dan is opgenomen in deze beleidsregel. De welstandscommissie of de monumentencommissie beoordeeld of en zo ja, hoe de beleidsregel toegepast moet worden op gemeentelijke monumenten, Rijksmonumenten of beschermde dorpsgezichten.

Artikel 33 Handhaving

Reclame-uitingen, in welke vorm dan ook, die zonder toestemming of in afwijking van de toestemming zijn geplaatst worden zonder voorafgaande waarschuwing verwijderd. De kosten hiervoor worden verhaald op degene die de reclame-uitingen heeft geplaatst en/of degene die opdracht heeft gegeven voor de plaatsing.

Artikel 34 Excessenregeling

Bij het toepassen van de excessenregeling wordt het criterium gehanteerd dat er sprake moet zijn van een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident is en die afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Van excessen kan sprake zijn bij te opdringerige reclame-uitingen, buitensporige verlichting/lichthinder, toepassing van felle of contrasterende kleuren en/of armoedig materiaalgebruik, die een inbreuk doet op wat in de omgeving gebruikelijk is. Ter voorkoming van excessen in (kwetsbare) gebieden behoudt het college de mogelijkheid om achteraf bij excessen in te grijpen.

Artikel 35 Intrekking eerdere beleidsregel en inwerkingtreding

  • 1.

    De “Beleidsregel permanente en tijdelijke reclame Bladel 2020”, vastgesteld 14 april 2020 en inwerking wordt ingetrokken en vervangen door deze beleidsregel.

  • 2.

    Deze beleidsregel treedt in werking daags na bekendmaking.

Artikel 36 Overgangsregeling

  • 1.

    De “Beleidsregel permanente en tijdelijke reclame Bladel 2020” blijft van toepassing op aanvragen waarop nog niet is beslist op het moment van inwerkingtreding van deze beleidsregels.

  • 2.

    Reclame-uitingen die zijn geplaatst met een vergunning, ontheffing of andere toestemming van het bevoegd gezag en die afwijken van deze beleidsregel mogen ongewijzigd gehandhaafd worden. De strijdigheid mag niet worden vergroot.

Artikel 37 Citeertitel

Deze beleidsregel kan worden aangehaald als ‘Beleidsregel permanente en tijdelijke reclame Bladel 2021’.

Aldus vastgesteld in zijn vergadering van 5 oktober 2021.

Het college voornoemd,

de secretaris,

de burgemeester,