Gemeenteblad van Alphen aan den Rijn
Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
---|---|---|---|
Alphen aan den Rijn | Gemeenteblad 2021, 371287 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
---|---|---|---|
Alphen aan den Rijn | Gemeenteblad 2021, 371287 | beleidsregel |
Nadere regels tijdelijk wonen 2021 Alphen aan den Rijn
Burgemeester en wethouders van de gemeente Alphen aan den Rijn;
overwegende dat het wenselijk is voor de uitoefening van hun bevoegdheid als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
beleidsregels voor de huisvesting van personen, niet zijnde een huishouden vast te stellen;
gelet op het bepaalde in artikel 4:81, 4:82 en 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht;
gelet op het besluit van het college d.d. 5 oktober 2021tot vaststelling van de Nadere regels Tijdelijk wonen 2021;
Agrarisch bouwblok of –perceel, zoals gedefinieerd in het betreffende bestemmingsplan.
Een persoon die een buitenlandse nationaliteit heeft en tijdelijk in Nederland werkzaam is.
De verhuur van een woning, waarbij de eigenaar het huis gedurende de verhuurperiode verlaat. De verhuur en boeking vinden plaats via Airbnb, of een soortgelijke online marktplaats voor de verhuur en boeking van accommodaties in handen van particulieren, hotels en investeerders.
een overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van een ontbijt. Een bed & breakfast is gevestigd in een woonhuis of bijhuis en wordt gerund door de eigenaar (of eigenaren) van het desbetreffende huis.
De Bed-voor-Bed regeling is een landelijke regeling die ernaar streeft onwenselijke huisvestingsituaties te beëindigen en ervoor te zorgen dat de situaties wel aan wet- en regelgeving gaan voldoen of dat er een alternatieve huisvestingslocatie voor wordt gevonden. De Bed-voor-Bed regeling houdt niet op bij de bestaande situaties, maar zoekt naar een structurele oplossing voor de huisvestingsopgave door deze op te nemen in (regionaal) woonbeleid.
Een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Een beheersverordening wordt hieronder ook verstaan.
Persoon of groep personen die een duurzaam gemeenschappelijk huishouden voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan.
Tijdelijke dan wel permanente voorzieningen ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten.
Een woonfunctie voor het verschaffen van een (tijdelijk) nachtverblijf aan meer dan één huishouden, waarbij de bewoners samen één voordeur delen. Inwoning van een huishouden
(bestaande uit één persoon) bij een hoofdhuishouden (hospes/hospita) valt in deze beleidsregel niet binnen de reikwijdte van het begrip kamerverhuur.
Oppervlakte woon- en slaapruimte
De ruimten in een huisvestingsvoorziening waar men verblijft om te leven en te slapen. Een entree, gang, keuken (tenzij deze is ingericht om er ook te verblijven), bijkeuken, badkamer, toiletruimte, trapkast, vaste kast, berging, wasmachine-of CV ruimte en een ruimte die lager is dan 1,5 meter (bij een schuin dak) valt hier niet onder.
Vormen van huisvesting, waarbij het de intentie is om niet langer dan respectievelijk 6 maanden tot 3 jaar te verblijven. Bij longstay gaat het om langere periodes, dan wel permanente vestiging.
Stichting Normering Flexwonen (SNF)
Stichting die de registers beheert van ondernemingen die aan de norm voor huisvesting van arbeidsmigranten voldoen en onderhoudt de normen. Organisaties die huisvesting voor arbeidsmigranten aanbieden kunnen een certificaat van de Stichting Normering Flexwonen behalen. Hiervoor dienen zij te voldoen aan de norm voor huisvesting van arbeidsmigranten (www.normeringflexwonen.nl).
Deze beleidsregel wordt gebruikt bij het toetsen van aanvragen voor omgevingsvergunningen voor de huisvesting van personen, niet zijnde een huishouden. Mantelzorg, huisvesting van zorgvragers (zorgwoningen) en bed & breakfast vallen hier niet onder. Een Airbnb valt daarentegen wel onder deze beleidsregels.
Een huurder/bewoner van een kamer heeft recht op minimaal 12 vierkante meter woon- en slaapruimte per persoon. De ruimten mogen gezamenlijk gebruikt worden.
In deze beleidsregel wordt onderscheid gemaakt in verschillende typeringen van categorieën waarbinnen, onder voorwaarden, huisvesting van personen, niet zijnde een huishouden mogelijk kan worden gemaakt middels een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan.
Artikel 3.2 Kleine vormen van huisvesting van personen (kamerverhuur)
Op alle locaties waar een woning is toegestaan, is kamerverhuur mogelijk met inachtneming van de volgende regels:
Indien niet alle bewoners zijn ingeschreven in de BRP, dient in een nachtregister bijgehouden te worden welke personen in de voorziening verblijven. Het nachtregister dient op aanvraag te worden vertoond aan de burgemeester dan wel aan de door deze aangewezen ambtenaar. Als er geen hoofdbewoner in het pand aanwezig is, zorgt de verhuurder voor een vast aanspreekpunt die 24 uur per dag, zeven dagen in de week telefonisch bereikbaar is en binnen een uur ter plaatse kan zijn.
Artikel 3.3 Grote vormen van huisvesting
Hieronder valt de huisvesting van personen in gebouwen (zoals bedrijfsgebouwen, kantoorpanden en maatschappelijk vastgoed), zulks met uitzondering van woningen. De huisvesting van arbeidsmigranten bij een agrarisch bedrijf behoort hier niet toe. Hiervoor geldt het gestelde in artikel 3.4.
Naast een individuele beoordeling op ruimtelijke en maatschappelijke aanvaardbaarheid, dient tenminste te worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
Bij het huisvesten van arbeidsmigranten is de verhuurder in het bezit van het SNF Keurmerk en dient de huisvesting te voldoen aan de door de SNF vastgestelde en op het moment van aanvragen van de vergunning geldende normen, uitgezonderd de oppervlaktemaat, hiervoor geldt het gestelde in artikel 2.2.
Artikel 3.4 Huisvesting van arbeidsmigranten bij een agrarisch bedrijf in het buitengebied
De gemeente kan medewerking verlenen aan een planologische procedure voor huisvesting van arbeidsmigranten op een agrarisch bedrijf in het buitengebied onder de volgende voorwaarden:
Bij het bepalen van de in lid 1 genoemde concentratie gelden in ieder geval de volgende voorwaarden:
Binnen een straal van 200 meter, gemeten vanuit het middelpunt van de huisvestingsvoorziening (zowel als bedoeld in artikel 3.2 en 3.3) mag maximaal 5% van de woningen (exclusief de voorziening waarvoor de aanvraag geldt en inclusief reeds vergunde voorzieningen) een vergunde voorziening als bedoeld artikel 3.2 en 3.3 zijn.
Artikel 5 Beheer en preventie overlast
De aanvrager realiseert per huisvesting minstens 40 m2 aan gezamenlijke verblijfsruimte(n), waaronder een binnenruimte met een oppervlakte van minimaal 20 m², een buitenruimte (terras/tuin) en een rookmogelijkheid. Bij een huisvesting van meer dan 10 personen wordt dit oppervlak vermeerderd met 1,5 m2 per persoon 1 dat de 10 overschrijdt.
De ondernemer die personen huisvest in een vorm zoals genoemd in artikel 3.3 en 3.4 maakt inzichtelijk hoe hij of zij de huisvestingsgelegenheid adequaat denkt te kunnen beheren. Hiertoe wordt een beheerplan opgesteld dat moet voldoen aan de minimale bepalingen zoals opgenomen in Bijlage 1. Het college moet de wijze van het beheer schriftelijk goedkeuren, voordat de voorziening in gebruik wordt genomen.
Uitzendorganisaties en huisvestigingsbedrijven die zich (mede) bezighouden met huisvesting van arbeidsmigranten dienen in het bezit te zijn van het NEN 4400-1 c.q. NEN 4400-2 certificaat (dan wel een vergelijkbaar en/of opvolgende certificaat/keurmerk) waaruit hun goed werkgeverschap blijkt.
Artikel 8 Inschrijven Basisregistratie personen
De wet BRP schrijft voor dat bij een verblijf langer dan 4 maanden inschrijving in de BRP noodzakelijk is. Inschrijving is een verantwoordelijkheid van de inwoner zelf. Een inwoner is verplicht zich bij vertrek uit te schrijven of een nieuw adres in Nederland door te geven.
Waar van toepassing worden in een anterieure overeenkomst voorwaarden uit deze nadere regels opgenomen.
Aldus vastgesteld in de vergadering d.d. 5 oktober 2021
College van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn,
de secretaris,
drs. ing. P.D. Wekx MBA
de burgemeester,
mr. drs. J.W.E. Spies
Bijlage 1 Minimale bepaling in het beheerplan voor grote vormen
Alle bewoners die de verwachting hebben langer dan 4 maanden te verblijven in Nederland staan op het adres ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) van de Gemeente Alphen aan den Rijn of hebben zich aangemeld voor inschrijving op het adres in de BRP. Bewoners die minder dan 4 maanden in Nederland verblijven staan ingeschreven in het Register Niet Ingezetenen (RNI) en worden aangemerkt als toerist;
Bijlage 2. Gelijkwaardigheid bij verblijven/wonen in bestaande agrarische gebouwen
Het doel van de brandveiligheidsvoorschriften is:
het voorkomen van slachtoffers (gewonden en doden) en het voorkomen dat een brand zich uitbreidt naar een ander perceel. Het behouden van het bouwwerk en het voorkomen van schade aan het milieu, monumenten of maatschappelijke voorzieningen of belangen zijn geen doelstellingen van dit besluit.
Het gaat om bestaande agrarische panden die nu voldoen aan het Bouwbesluit 2012. Omdat er toestemming gegeven wordt om er in te wonen voldoen de agrarisch panden niet meer aan het bouwbesluit omdat de functie veranderd. Om te voorkomen dat er een gevaarlijke woonsituatie ontstaat is het noodzakelijk dat er op basis van gelijkwaardigheid aan de volgende voorwaarden wordt voldaan;
Het betreft tijdelijke bewoning, waar alleen zelfredzame personen wonen, die bekend zijn met het pand/perceel.
De ontvluchting is optimaal geregeld als:
Een gezond en veilig leefklimaat is optimaal geregeld als:
Bij nadere regels Nadere regels tijdelijk wonen 2021
Hierna zijn een aantal artikelen nader toegelicht.
Artikel 2 Algemene uitgangspunten
Het gebruik van woningen (of andere panden) voor andere woonvormen dan een huishouden is niet toegestaan binnen de geldende bestemmingsplannen. De gemeente kan door middel van een omgevingsvergunning af wijken van het bestemmingsplan. Een gemeente kan/mag hieraan voorwaarden verbinden.
De regels gelden voor verschillende vormen van tijdelijk wonen, zoals arbeidsmigranten en studenten. Mantelzorg en mensen die behoefte hebben zorg (zorgvragers) valt hier niet onder. Dit vanwege het feit dat dit om een doelgroep gaat met specifieke eigenschappen en behoeftes dat dit niet onder een algemene categorie is te scharen. Ook de begeleiding en beheer is per geval verschillend.
Kleine en grote vormen van huisvesting van personen
De grens voor kleinschalige verhuurvormen wordt gelegd op maximaal 2 personen en een evenredig aantal bedden. Aan vergunningsaanvragen van deze schaal wordt in principe meegewerkt aan het afwijken van het bestemmingsplan. De regels hiervoor gelden voor alle vormen van kamerverhuur.
In bijzondere gevallen mag de voorziening groter zijn. Deze locaties komen niet zondermeer in aanmerking voor huisvesting van personen, maar worden ook afzonderlijk getoetst op ruimtelijke en maatschappelijke wenselijkheid, waarna wordt besloten of er wordt meegewerkt aan het afwijken van het bestemmingsplan. Bij grotere vormen dient ook met de omgeving contact te worden gelegd en gehouden over de huisvesting.
Als uitgangpunt geldt dat de gemeente niet bepaalt hoe groot de slaap- en/of woonkamer van een bewoner is. Net zo min met de vraag of meerdere personen op één kamer mogen slapen. Dit is een keuze die de verhuurder maakt. De gemeente ziet het wel als haar taak om ervoor te zorgen dat in een pand voldoende verblijfsruimte is voor het totaal aantal bewoners. Ten aanzien hiervan geldt het volgende.
Het Bouwbesluit heeft een minimale eis opgenomen om “overbevolking” te voorkomen. De minimale eis uit het bouwbesluit is 12 m² gebruiksoppervlakte per persoon. Dit geld voor elke vorm van bewoning.
Bij kamerverhuur is sprake van het samenwonen van meerdere personen die veelal verder geen relatie hebben met de andere personen en gezamenlijk geen huishouden vormen. Dit kan gaan om tijdelijke bewoning maar ook om permanente bewoning. Als het werkelijk om tijdelijke bewoning gaat dan is de 12 m² acceptabel maar als het hier om langdurige (of zelfs permanente) huisvesting gaat dan is die eis niet wenselijk en meer van deze tijd.
In de praktijk betekent dit namelijk dat relatief heel veel mensen kunnen worden gehuisvest in een pand. Met deze eis is het mogelijk dat er mensen worden gehuisvest zonder enige privacy (meerdere personen op één slaapkamer) en/of een andere ruimte om te verblijven (woonkamer). Een gang, keuken, meterkast, cv-ruimte, keuken, bijkeuken, vaste kast, trapkast behoren tot de gebruiksoppervlakte terwijl dit geen echte ruimten zijn om te verblijven/wonen.
Uit ervaring blijkt dat deze situaties al voorkomen en tot veel klachten en overlastmeldingen uit de omgeving leiden.
In de SNF norm is ook een bepaling opgenomen over het maximaal aantal personen. De norm sluit aan op het bouwbesluit voor woningen (12 m²) maar hanteert voor andere locaties (niet zijnde woningen) 10 m² gebruiksoppervlakte per persoon. Deze norm is bedoeld voor de huisvesting van arbeidsmigranten en is opgesteld door de branche zelf. Het geeft de huisvesters de mogelijkheid om nog meer mensen in een pand te huisvesten. Deze situatie acht de gemeente ongewenst.
Daarom hanteert de gemeente als uitgangspunt dat een huurder/bewoner van een kamer recht heeft op minimaal 12 vierkante meter woon- en slaapruimte per persoon. Bij het indelen in kamers dient hier rekening mee gehouden te worden.
De huisvesting van arbeidsmigranten is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van de werkgevers en arbeidsmigranten. Deze dienen dan ook de behoefte aan huisvesting voor arbeidsmigranten binnen de gemeente aan te tonen. Bij voorkeur is sprake van huisvesting van arbeidsmigranten die binnen de gemeente werkzaam zijn. Dit verhoogt het draagvlak bij de omgeving. Werkgevers zullen zich ook eerder verantwoordelijk voelen voor de wijze van huisvesting en het gedrag van de arbeidsmigranten op de huisvestingslocatie. Zij worden er immers op aangesproken als het niet goed gaat en sprake is van overlast.
Artikel 3 Afwijkingsregels per wooncategorie
Binnen de gemeente onderscheiden we drie soorten van huisvesting:
Voor wat betreft de kleine en grote vorm geldt dat het onderscheid met name zit in het aantal te huisvesten personen. Tot en met twee personen is sprake van een kleine vorm, daarboven gaat het om een grote vorm. Verder geldt dat moet worden voldaan aan de geldende parkeereisen, een nachtregister moet worden bijgehouden en geen sprake van overlast mag zijn. Bij de grote vormen geldt verder dat moet worden voldaan aan de SNF-normen, behoudens de oppervlaktemaat, zie hiervoor artikel 2.
Bij huisvesting in een (agrarische) bedrijfswoning geldt dat het moet gaan om personen die werkzaam zijn bij het bij de bedrijfswoning behorende bedrijf.
Voor huisvesting van arbeidsmigranten bij een agrarisch bedrijf in het buitengebied gelden specifieke regels. De belangrijkste daarbij is dat de behoefte moet worden aangetoond en dat het moet gaan om de huisvesting van arbeidsmigranten die op het ter plaatse gevestigde agrarisch bedrijf werkzaam zijn. Hiermee wordt voorkomen dat het een reguliere grote huisvestingsvoorziening wordt.
Als uitgangspunt geldt dat er geen concentratie van huisvestingsvoorzieningen (als bedoeld in artikel 3.2 en 3.3) mogen ontstaan in een straat of wijk. Een concentratie van deze voorzieningen heeft over het algemeen een negatieve invloed op de leefbaarheid en sociale cohesie in een wijk. Mensen die ergens tijdelijk wonen en/of de Nederlandse taal niet machtig zijn, zijn over het algemeen minder betrokken bij hun omgeving. Om concentratie tegen te gaan, zijn er voorwaarden opgenomen in de nadere regels. Deze hebben enerzijds betrekking op kleine vormen en anderzijds op kleine en grote vormen.
Deze voorwaarden bepalen dat tussen grote vormen (afhankelijk van de hoeveelheid te huisvesten personen) minimaal 200 of 750 meter loopafstand moet zijn en dat binnen een straal van 200 meter gemeten vanaf het middelpunt van een voorziening maximaal 5% van de woningen een huisvestingsvoorziening mag zijn. Hierbij geldt dat aangevraagde voorzieningen niet meetellen en al vergunning huisvestingsvoorzieningen wel. Verder geldt dat binnen een straat niet meer dan 5% van de woningen een huisvestingsvoorziening mag zijn en dat bij kleine vormen van huisvesting van personen (als bedoeld in artikel 3.2) dat deze voorzieningen niet aaneengesloten mogen zijn en een woning ook niet aan twee of meerdere zijden mag grenzen aan een voorziening als bedoeld in artikel 3.2 en/of 3.3.
Artikel 5 Beheer en preventie overlast
Het uitgangspunt is dat een huisvestingsfaciliteit geen overlast veroorzaakt voor de omgeving. Dit geldt voor alle vormen. Hiertoe geldt dat bij grote vormen een beheerplan aanwezig moet zijn dat moet voldoen aan de minimale bepalingen zoals opgenomen in de Bijlage 1 bij de nadere regels. Verder geldt dat er een minimaal aantal vierkante meters gezamenlijke verblijfsruimte aanwezig moet zijn en dat bij bedrijfsmatige huisvesting van meer dan 50 personen permanent een beheerder aanwezig is.
Voor de grote vormen en de huisvesting van arbeidsmigranten bij een agrarisch bedrijf geldt dat vooraf een communicatieplan moet worden opgesteld en met de gemeente moet worden besproken. Hiermee wil de gemeente zo veel mogelijk borgen dat de omgeving van een huisvestingsvoorziening tijdig en volledig wordt geïnformeerd over de huisvesting. Het moet voor een ieder duidelijk zijn hoe overlastsituaties worden voorkomen en bij wie men terecht kan als sprake is van een overlastsituatie.
Indien uit gesprekken blijkt dat een huisvester onvoldoende blijk geeft van een goede communicatie richting de omgeving kan dat aanleiding zijn om een gevraagde omgevingsvergunning niet te verlenen. De gemeente ziet het als taak van een huisvester dat hij goed communiceert met de buurt en hiermee draagvlak creëert. Draagvlak is geen 100%-vereiste (er kunnen namelijk altijd mensen zijn die de huisvesting als een ongewenste ontwikkeling zien) maar biedt wel meer toekomstperspectief. Daarbij heeft de gemeente twijfels bij een goed beheer van een huisvestingsvoorziening als de communicatie (vooraf) onvoldoende is.
Het SNA-keurmerk is het keurmerk voor de uitzendsector en aannemers van werk en is ontwikkeld om de risico’s van inleners van arbeid en opdrachtgevers van werk te beperken. Op basis van twee Nen-normen, NEN 4400-1 (Nederlandse ondernemingen) en NEN 4400-2 (buitenlandse ondernemingen) verstrekt de Stichting Normering Arbeid het SNA-keurmerk. SNA heeft als doel het realiseren van zelfregulering ter voorkoming van fraude en illegaliteit in de uitzendbranche en bij alle vormen van (onder)aanneming van werk. Bedrijven met het SNA-keurmerk worden periodiek gecontroleerd op hun verplichtingen uit arbeid, waardoor het risico voor de inlener en uitbesteder van werk wordt beperkt. Met het laten uitvoeren van inspecties op basis van onze norm en het toekennen van het SNA-keurmerk geeft SNA hieraan invulling.
Artikel 8 Inschrijven Basisregistratie personen
Dit is in feite geen nadere regel maar een wettelijke verplichting.
Er kan aanleiding bestaan om voorwaarden uit deze nadere regels op te nemen in een anterieure overeenkomst.
Het uitgangspunt is dat het college in normale gevallen niet van een beleidsregel afwijkt. Er kan echter worden besloten om niet overeenkomstig de nadere regels te handelen indien dat voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot met de beleidsregel te dienen doelen.
Dit kan het geval zijn bij de toepassing van de Bed-voor-Bedregeling. De Bed-voor-Bedregeling streeft ernaar om onwenselijke situaties te beëindigen en ervoor te zorgen dat de huidige situaties wel aan wet- en regelgeving gaan voldoen of dat er een alternatieve huisvestingslocatie voor
wordt gevonden. De gemeente richt zich binnen de Bed-voor-Bedregeling erop om naar maatwerkoplossingen te zoeken bij het opheffen van overtredingen. Partijen maken afspraken over de te zetten stappen op weg naar gewenste situaties. Daarbij houdt de gemeente in haar begunstigingstermijnen rekening met de te nemen stappen om tot oplossingen te komen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2021-371287.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.