Gemeenteblad van Barneveld

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
BarneveldGemeenteblad 2021, 356726algemeen verbindend voorschrift (verordening)



Besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld tot vaststelling van de Subsidieregeling stimulering opwek hernieuwbare energie Wageningen, Ede en Barneveld 2021-2022

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld;

 

gelezen het voorstel van 23 september 2021, nr 1592

 

gelet op de Algemene subsidieverordening gemeente Barneveld;

besluit:

 

vast te stellen de Subsidieregeling stimulering opwek hernieuwbare energie Wageningen, Ede en Barneveld 2021-2022

 

Hoofdstuk 1. Subsidiabele activiteiten

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a)

    Asv: Algemene subsidieverordening Ede 2017;

  • b)

    de-minimissteun: steun die wordt verstrekt op basis van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 352/1); Verordening (EU) nr. 2019/316 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 51 I/1); Verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45), of Verordening (EU) 2018/1923 van de Commissie van 7 december 2018 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (PbEU L 313/2);

  • c)

    onrendabele top: het gedeelte van de noodzakelijke investeringskosten die op basis van de business case niet kan worden terugverdiend via de exploitatie. Hierbij wordt rekening gehouden met de noodzakelijke investeringskosten, de exploitatiekosten en de verwachte opbrengsten die worden gegenereerd gedurende de economische levensduur van de installatie. De exploitant mag een redelijke winst houden van maximaal 4% over het geïnvesteerd eigen vermogen.

  • d)

    Foodvalley: het grondgebied van de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Rhenen, Renswoude, Scherpenzeel, Veenendaal en Wageningen.

Artikel 2. Subsidieontvanger

Subsidie op grond van deze subsidieregeling wordt uitsluitend verleend aan rechtspersonen.

Artikel 3. Subsidiabele activiteiten en kosten

  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen voor activiteiten die leiden tot de opwek van elektrische energie in de gemeenten Wageningen, Ede en Barneveld.

  • 2.

    Subsidie wordt uitsluitend verleend voor de volgende kostensoorten:

    • a.

      kosten die worden gemaakt door coöperaties voor het werven van leden onder de inwoners van Wageningen, Ede en Barneveld die mede-eigenaar worden van de energie-installatie;

    • b.

      financiering van een onrendabele top bij realisatie van de energie installatie waarvoor geen andere dekking kan worden verkregen.

  • 3.

    Alleen kosten die naar oordeel van burgemeester en wethouders redelijk en noodzakelijk zijn worden gesubsidieerd. Daarnaast worden alleen daadwerkelijk gemaakte kosten gesubsidieerd.

Artikel 4. Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De subsidie bedraagt: € 10,- per Megawattuur voor de hoeveelheid Megawattuur die de aanvrager bereid is te leveren aan de gemeenten over een periode van maximaal 15 jaar.

  • 2.

    De subsidie bedraagt maximaal € 10.000 per project.

Artikel 5. Subsidievoorwaarden

  • 1.

    Subsidie wordt slechts verleend indien:

    • a.

      inwoners van de Foodvalley gedurende ten minste twaalf maanden in de gelegenheid worden gesteld om gezamenlijk minimaal 51% van de eigendom van de energie-installatie te verwerven tegen een niet meer dan marktconforme prijs;

    • b.

      de energie die wordt opgewekt geheel of gedeeltelijk als eerste voor afname wordt aangeboden aan de gemeenten Wageningen, Ede en Barneveld gedurende ten minste 15 jaar;

    • c.

      de te realiseren energie installatie past binnen de Regionale Energie Strategie en het lokale beleid van de gemeente waar deze wordt gebouwd.

  • 2.

    Subsidie wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat de subsidieontvanger meewerkt aan de totstandkoming van een overeenkomst ter uitvoering van het bepaalde in het eerste lid, onder b.

Artikel 6. Subsidieverplichtingen

Het college kan in de verleningsbeschikking een looptijd opnemen waarbinnen de activiteiten moeten zijn uitgevoerd.

Artikel 7. Weigeringsgronden

  • 1.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 9 van de Asv wordt een subsidie op grond van deze regeling geweigerd als op basis van de aanvraag niet aannemelijk is dat er sprake is van een positief exploitatieresultaat uit de activiteiten gedurende de exploitatieperiode.

  • 2.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 9 van de Asv kan een subsidie op grond van deze regeling worden geweigerd indien:

    • a.

      de aanvrager niet over de benodigde vergunningen beschikt om de activiteiten uit te voeren waarvoor een subsidie wordt gevraagd;

    • b.

      uit de aanvraag blijkt dat er sprake is van ontbrekende dekking voor de kosten die gemaakt worden voor het uitvoeren van de activiteiten;

    • c.

      sprake is van een geval als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet bibob).

Artikel 8. Aanvraag

Onverminderd het bepaalde in artikel 6 van de Asv overlegt de aanvrager:

  • a.

    een business case met daarbij een dekkingsplan voor de investeringskosten voor de activiteiten en overzicht van de verwachte opbrengsten en kosten per jaar gedurende de exploitatieperiode van ten minste 15 jaar;

  • b.

    een plan van aanpak op welke wijze inwoners uit de Foodvalley in de gelegenheid worden gesteld om minimaal 51% eigenaarschap van de energie-installatie of uitbreiding daarvan te verwerven;

  • c.

    een verklaring als bedoeld in die verordening met betrekking tot de-minimissteun (de-minimisverklaring).

Artikel 9. Aanvraagtermijn

  • 1.

    Aanvragen op grond van deze regeling kunnen worden ingediend tussen 1 oktober 2021 en 1 oktober 2022.

  • 2.

    Aanvragen die zijn ingediend voor 1 oktober 2021 worden voor toepassing van artikel 5 geacht te zijn ontvangen op 1 oktober 2021.

Artikel 10. Subsidieplafond

  • 1.

    Voor deze subsidieregeling geldt een subsidieplafond van € 50.000.

  • 2.

    Het beschikbare bedrag wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. Als op dezelfde dag meerdere aanvragen zijn ontvangen en de volgorde van binnenkomst niet kan worden bepaald dan vindt zo nodig loting plaats.

Artikel 11. Verantwoording

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 14 en 15 van de Asv legt de subsidieontvanger in het inhoudelijk verslag verantwoording af over de wijze waarop inwoners de mogelijkheid is geboden om voor minimaal 50% eigendom van de energie-installatie of uitbreiding daarvan te verwerven.

Artikel 12. Staatssteunregels

Subsidie op grond van deze subsidieregeling wordt verleend met toepassing van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L352 /1).

Artikel 13. Overgangs- en slotbepalingen

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking op de dag na die van bekendmaking en vervalt op 1 januari 2023.

  • 2.

    Deze regeling blijft van toepassing op de afwikkeling van subsidies die voor de vervaldatum op basis van deze regeling zijn verleend en op bezwaar- en beroepsprocedures ten aanzien van die subsidies.

  • 3.

    Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling stimulering opwek hernieuwbare energie Wageningen, Ede en Barneveld 2021-2022.

Aldus vastgesteld op 28 september 2021,

Burgemeester en wethouders voornoemd,

W. Wieringa

Secretaris

J.J. Luteijn,

Burgemeester

Toelichting

Algemeen

De gemeenten Wageningen, Ede en Barneveld vinden het belangrijk dat een overgang tot stand komt naar het gebruik van (lokaal opgewekte) hernieuwbare energie. In bredere zin wordt hiervoor verwezen naar de Regionale Energiestrategie. De gemeenten vinden het daarnaast belangrijk dat zij zelf het goede voorbeeld geven door ook hun eigen energiebehoefte af te nemen uit hernieuwbare bronnen. Om dit te stimuleren vormen zij jaarlijks een reservering van €10 per Megawattuur elektriciteit die zij zelf inkopen. Deze reservering wordt ingezet om projecten te stimuleren waarmee projecten gerealiseerd kunnen worden binnen de drie gemeenten waarmee ‘groene stroom’ wordt opgewekt.

 

Om ervoor te zorgen dat de projecten (ook) bijdragen aan de ‘vergroening’ van het energiegebruik van de gemeente zelf is een voorwaarde dat in ieder geval een gedeelte van de opgewekte elektriciteit wordt verkocht aan de gemeente. Daarnaast is - conform Regionale Energiestrategie - een voorwaarde dat gelegenheid wordt geboden voor minimaal 51% lokaal eigenaarschap voor de inwoners van de acht Foodvalley gemeenten.

Artikel 3. Subsidiabele activiteiten en kosten

In dit artikel is opgenomen voor welk type activiteiten burgemeester en wethouders subsidie kunnen verlenen. Omdat sprake is van een regionale aanpak (afgestemd met Wageningen en Barneveld) is het ook mogelijk om voor activiteiten die plaatsvinden in één van deze gemeenten subsidie te verlenen. Er is voor gekozen om voor twee typen kostencategorieën subsidie te verlenen: enerzijds voor het werven van deelnemers door coöperaties (binnen de drie samenwerkende gemeenten) en anderzijds voor financiering van een onrendabele top.

 

Voor de daadwerkelijke realisatie van energie-installaties door coöperaties is het belangrijk dat zij voldoende leden weten aan te trekken om zo toegang te krijgen tot de benodigde financiering. De samenwerkende gemeenten vinden daarnaast lokale eigendom van zonneparken en windmolens belangrijk: verwezen wordt naar de doelstelling uit de Regionale Energiestrategie om te streven naar minimaal 50% lokaal eigendom. De Edese gemeenteraad heeft op 3 juni 2021 naar aanleiding van de motie Obbink-Hazeleger-Bakker uitgesproken zelfs te streven naar minimaal 51% lokaal eigenaarschap. Vergelijkbare besluiten zijn genomen in de gemeenten Barneveld en Wageningen. Ook dit is een reden om subsidie te verlenen voor dit type kosten.

 

Financiering voor een onrendabele top kan ernaast ook aan bijdragen dat projecten mogelijk worden die anders niet zouden worden gerealiseerd. Dit is belangrijk voor de duurzame ambities van de gemeenten zoals die onder meer zijn opgenomen in de Regionale Energiestrategie.

 

Subsidieverlening is nooit verplicht: per geval maken burgemeester en wethouders een afweging gebaseerd op onder meer de financiële risico’s, de haalbaarheid van de business case, de bijdrage van de activiteiten aan de ‘vergroening’ van het eigen energie gebruik en de mate waarin ruimte wordt geboden voor minimaal 51% lokaal eigenaarschap voor bewoners. Burgemeester en wethouders beoordelen zelf de business case / begroting en verlenen alleen subsidie voor kosten die zij redelijk en noodzakelijk achten. Daarnaast zijn alleen daadwerkelijk gemaakte kosten subsidiabel.

Artikel 4. Hoogte van de subsidie

Het doel van deze subsidieregeling is om een extra stimulans te bieden op het vergroenen van de duurzame energieproductie en het eigen energie verbruik van de gemeenten Wageningen, Ede en Barneveld. De hoogte van de subsidie is daarom gerelateerd aan het vermogen (aantal Megawattuur) dat de subsidieaanvrager de komende vijftien jaar bereid is om te leveren aan deze gemeenten. Voor elke Megawattuur is een subsidiebedrag beschikbaar van €10 met een maximum van €10.000 per project. Een simpel rekenvoorbeeld kan dit illustreren.

 

Een subsidieaanvrager is bereid om de komende vijftien jaar 100 Megawattuur vermogen te gaan leveren aan de drie gemeenten. De subsidie zou dan bedragen € 10 x 100 (Mw uur vermogen) x 15 (aantal jaren) = €15.000. Vanwege het maximum van €10.000 per project wordt de maximaal te verlenen subsidie begrensd op dit bedrag.

Artikel 5. Subsidievoorwaarden

In het eerste lid is de voorwaarden opgenomen over lokaal eigendom van de energie-installatie. Om te borgen dat inwoners voldoende kansen krijgen moeten zij gedurende minimaal twaalf maanden de kans krijgen om de eigendom te verwerven tegen een niet meer dan marktconforme prijs. Het gaat hierbij om een aanbod aan de inwoners van de gemeenten Wageningen, Ede en Barneveld tezamen. Wel kan uiteraard op projectniveau gebruik worden gemaakt van een postcoderoosmodel zodat tevens subsidie kan worden gevraagd op basis van de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (van de Rijksoverheid). Bij de aanvraag moet een plan van aanpak worden gevoegd op welke wijze de aanvrager mogelijkheden biedt voor inwoners om mede-eigenaar te worden.

 

In het tweede lid is de voorwaarde opgenomen over het aanbieden voor verkoop van energie aan de gemeenten Wageningen, Ede en Barneveld. Het gaat hier om een eerste recht van koop. De subsidieontvanger mag pas een overeenkomst sluiten voor energieafname met een derde indien de drie gemeenten niet op het aanbod zijn ingegaan. Uiteraard moeten hierbij dezelfde prijs en overige voorwaarden worden gehanteerd als bij het aanbod aan de gemeenten Wageningen, Ede en Barneveld.

Voor de drie gemeenten samen is energie afname een overheidsopdracht waarvoor tevens de wet- en regelgeving geldt op het gebied van aanbesteden.

Artikel 6. Subsidieverplichtingen

Het is niet de bedoeling dat projecten na subsidieverlening nog jarenlang wachten op uitvoering. Daarom kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat de activiteiten alleen subsidiabel zijn als ze plaatsvinden binnen een bepaalde periode (looptijd).

 

Burgemeester en wethouders kunnen daarnaast ook andere verplichtingen verbinden aan de subsidieverlening op grond van de Algemene wet bestuursrecht / Asv Ede 2017. Een voorbeeld kan zijn de verplichting om de mogelijkheden voor participatie / lokaal eigendom voor inwoners vorm te geven conform het plan van aanpak dat deel uitmaakt van de aanvraag.

Artikel 7. Weigeringsgronden

Burgemeester en wethouders verlenen alleen subsidie als aannemelijk is dat gedurende de exploitatieperiode sprake is van een positief resultaat. Anders is de kans immers groot dat de activiteiten niet uitgevoerd worden of voortijdig worden beëindigd.

 

Als burgemeester en wethouders verwachten dat de benodigde vergunningen niet verleend zullen worden kan ook worden besloten om geen subsidie te verlenen. Daarnaast kan ook het ontbreken van dekking in de business case reden zijn om af te zien van subsidieverlening. Hierbij wordt rekening gehouden met hoe aannemelijk het is dat wel op korte termijn in de benodigde dekking kan worden voorzien.

 

Tot slot kunnen burgemeester en wethouders een subsidie weigeren als sprake is van een geval bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob. Uiteraard is het onwenselijk als overheidsfinanciering wordt aangewend om strafbare feiten te plegen of daaruit verkregen voordelen te benutten. Op het moment van vaststellen van deze regeling hebben Burgemeester en wethouders geen beleidsregels opgesteld over de toepassing van de Wet Bibob bij subsidieverlening. Dit wil zeggen dat in een concreet geval gemotiveerd zal moeten worden waarom tot Bibob-toetsing wordt overgegaan (vergelijk de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3706).

Artikel 10. Subsidieplafond

Voor de uitvoering van deze subsidieregeling geldt een voorlopig totaalbudget van €50.000. Dit is voor activiteiten in de gemeenten Wageningen, Ede en Barneveld tezamen. Alleen bij burgemeester en wethouders van Ede kunnen subsidies worden aangevraagd: deze handelt als kassier op basis van een tussen partijen gesloten samenwerkingsovereenkomst.

 

Afhankelijk van de ervaringen die het komend jaar wordt opgedaan met nieuwe activiteiten wordt besloten over eventuele verlenging of verhoging van het budget. Voor deze subsidieregeling gelden dezelfde verdeelregels als voor de beleidsregel over kapitaaldeelname die elk van de samenwerkende drie gemeenten vaststelt.

 

Als er slechts voldoende budget is om een gedeelte van het voorstel te honoreren dan burgemeester en wethouders in overleg met de initiatiefnemer. Doel van dit overleg is om na te gaan of de initiatiefnemer interesse heeft in een gedeeltelijke bijdrage en wat de gevolgen zijn van een lagere bijdrage voor de haalbaarheid van de business case en de financiële risico’s voor de gemeente.