Gemeenteblad van Heerlen

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
HeerlenGemeenteblad 2021, 353024beleidsregel



Gemeente heerlen - Horecasanctiebeleid Heerlen

Considerans

de burgemeester van Heerlen,

overwegende dat;

uit het oogpunt van de openbare orde, veiligheid en volksgezondheid een goede naleving van de voor de horeca geldende wet- en regelgeving noodzakelijk is;

naleving van die regels in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de vergunninghouder zelf is. Deze dient de bedrijfsvoering daar op in te richten;

de burgemeester een beginselplicht heeft tot het handhaven van wet- en regelgeving;

ten behoeve van een effectief toezicht en bestuurlijke handhaving het wenselijk is om inzicht te geven welke bestuurlijke maatregel volgt na een geconstateerde overtreding;

de maatregelen in redelijke verhouding moeten staan tot het geschonden belang. Het doel is om de overtreder te bewegen tot naleving van de geldende regels. Uitgangspunt is een waarschuwing bij lichte overtredingen. Bij ernstige(re) overtredingen wordt beoogd het normgedrag te bereiken door het opleggen van een last onder dwangsom of bestuursdwang en in het uiterste geval het intrekken van de verleende vergunning(en). De hoogte de dwangsom is afgestemd op het te verwachten (financiële) voordeel dat de overtreder kan behalen bij het niet naleven van de betreffende regels.

ter zake het aantreffen van drugs in een horeca-inrichting en het overtreden van de gedoogcriteria voor coffeeshops, het Damoclesbeleid Heerlen van toepassing is;

de bepalingen uit Hoofdstuk 3 afdeling 2 van de Algemene Plaatselijke Verordening Heerlen (hierna: de APV) ook van toepassing zijn op horeca-exploitatievergunningen die verleend zijn in verband met de exploitatie van een coffeeshop;

gelet op:

de artikelen 2:27 t/m 2:34d, 2:43 en 3:2 t/m 3:20 van de APV ;

de Alcoholwet;

artikel 125 van de Gemeentewet;

artikel 174 van de Gemeentewet;

hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht.

Besluit

vast te stellen de volgende beleidsregels:

 

 

 

Artikel 1: Sanctieoverzicht

Leeswijzer: per matrix wordt de soort overtreding aangegeven en welke bestuurlijke stap genomen wordt per constatering. Inclusief een korte toelichting.

 

Paragraaf 1: Vergunningen

Exploitatie horeca b edrijf zonder vergunning

Bestuurlijke stap

1e constatering

Exploitant dient de overtreding onmiddellijk te staken + last onder bestuursdwang

2e constatering

Effectueren bestuursdwang (sluiting voor onbepaalde tijd)

Exploitatie van een horecabedrijf zonder vergunningen wordt in de breedste zin van het woord uitgelegd. Ook als geconstateerd wordt dat de gegevens in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel niet overeenstemmen met de werkelijke situatie. Een uitzonderingssituatie ontstaat enkel als het gaat om een administratieve afhandeling bij het uittreden van een vennoot uit een vennootschap onder firma. Let wel: bij het toetreden van een nieuwe vennoot is een volledig nieuwe vergunning noodzakelijk.

Een horeca-exploitatievergunning (HEV) is altijd vereist om een horeca-inrichting te mogen exploiteren. Een Alcoholwetvergunning (AW) is vereist als daarnaast ook alcohol voor gebruik ter plaatse wordt verkocht. Een slijtersbedrijf heeft enkel een AW nodig.

Er is in ieder geval sprake van exploitatie zonder vergunning indien wordt geëxploiteerd:

terwijl nog niet beslist is op de vergunningaanvraag (HEV en/of AW);

terwijl de vergunning (HEV en/of AW) is ingetrokken of geweigerd;

zonder geldige inschrijving bij de Kamer van Koophandel;

nadat de HEV en/of AW van rechtswege is/zijn vervallen.

 

Exploitatie terras zonder vergunning

Bestuurlijke stap

1e constatering

Last onder dwangsom, maximaal twee keer € 2500

2e constatering

Verbeuren dwangsom

3e constatering

Verbeuren dwangsom + last onder bestuursdwang

4e constatering

Effectueren bestuursdwang

De ondernemer dient bij de eerste constatering onmiddellijk het terras te ontruimen en het terrasmeubilair inpandig op te slaan. Er wordt daarna een last onder dwangsom opgelegd waarbij géén begunstigstermijn wordt gegeven. In het uiterste geval wordt het terrasmeubilair in beslag genomen.

 

Paragraaf 2: vergunningvoorschriften en APV-bepalingen

 

Overtreding voorschriften terras vergunning

Bestuurlijke stap

1e constatering

Exploitant dient de overtreding onmiddellijk te staken + schriftelijke waarschuwing

2e constatering

Exploitant dient de overtreding onmiddellijk te staken + last onder dwangsom, maximaal twee keer € 1000

3e constatering

 

Exploitant dient de overtreding onmiddellijk te staken + verbeuren dwangsom

4e constatering

Exploitant dient de overtreding onmiddellijk te staken + verbeuren dwangsom

Aan de exploitatie van een terras zijn voorschriften verbonden ter waarborging van de openbare orde en de (verkeers)veiligheid. Een goede naleving is in dat kader van groot belang. Ook ter verdeling van de soms slechts beperkt beschikbare openbare ruimte. De vergunninghouder wordt ten tijde van het constateren van de overtreding hierop aangesproken en dient de overtreding onmiddellijk op te (laten) heffen.

 

Niet tonen horeca-exploitatie-vergunning

Bestuurlijke stap

1e constatering

Schriftelijke waarschuwing

2e constatering

Last onder dwangsom, eenmalig € 500

3e constatering

Verbeuren dwangsom + hogere last onder dwangsom, eenmalig € 1000

4e constatering

Verbeuren dwangsom

De horeca-exploitatievergunning en/of Alcoholwet-vergunning, of een goed leesbare kopie daarvan, dienen altijd in de inrichting aanwezig te zijn en op eerste verzoek getoond te worden aan de daartoe bevoegde toezichthouders. Het in de inrichting aanwezig hebben van de vergunningen is noodzakelijk om toezichthouders ter plaatse inzicht te geven of er een vergunning is afgegeven en wie formeel als leidinggevende mag optreden.

 

 

Glaswerk buiten de inrichting

Bestuurlijke stap

1e constatering

Schriftelijke waarschuwing

2e constatering

Last onder dwangsom, maximaal twee keer € 1000

3e constatering

Verbeuren dwangsom

4e constatering

Verbeuren dwangsom + last onder bestuursdwang (sluiting een week)

5e constatering

Effectueren bestuursdwang

De horeca-exploitant is verplicht zodanige maatregelen te nemen, en daar actief toezicht op te houden, dat de bezoekers van diens inrichting geen drinkgerei van glas of flessen van glas buiten de inrichting, of het bijbehorende terras, brengen. Deze overtreding wordt relatief vaak geconstateerd terwijl het glaswerk vaker als wapen wordt gebruikt om bij opstootjes te steken of te snijden. Ook hulpdiensten worden hiermee soms bedreigd.

 

Geen leidinggevende aanwezig

Bestuurlijke stap

1e constatering

De inrichting dient onmiddellijk gesloten te worden totdat er weer een bevoegd leidinggevende in de inrichting aanwezig is + schriftelijke waarschuwing

2e constatering

De inrichting dient onmiddellijk gesloten te worden totdat er weer een bevoegd leidinggevende in de inrichting aanwezig is + last onder dwangsom, eenmalig € 2000

3e constatering

 

De inrichting dient onmiddellijk gesloten te worden totdat er weer een bevoegd leidinggevende aanwezig is + verbeuren dwangsom + last onder bestuursdwang (sluiting twee weken)

4e constatering

Onmiddellijke sluiting van de inrichting + effectueren bestuursdwang

5e constatering

Bestuursdwang (sluiting) + intrekken horecavergunning(en)

Er dient altijd een leidinggevende aanwezig te zijn in de inrichting gedurende de tijden dat deze voor het publiek geopend is. Leidinggevenden zijn personen die als zodanig vermeld staan op het aanhangsel behorende bij de HEV en/of AW-vergunning of wiens verzoek tot bijschrijving met een bericht van ontvangst is bevestigd (niet zijnde de gestandaardiseerde algemene bevestiging ontvangst op de postkamer).

 

Overtreding sluitingsuur

Bestuurlijke stap

1e constatering

De exploitant dient onmiddellijk de inrichting te sluiten + schriftelijke waarschuwing

2e constatering

De exploitant dient onmiddellijk de inrichting te sluiten + last onder dwangsom, maximaal twee keer € 2500

3e constatering

De exploitant dient onmiddellijk de inrichting te sluiten + verbeuren dwangsom

4e constatering

 

De exploitant dient onmiddellijk de inrichting te sluiten + verbeuren dwangsom + last onder bestuursdwang sluiting bepaalde tijd (sluiting twee weken)

5e constatering

De exploitant dient onmiddellijk de inrichting te sluiten + effectueren bestuursdwang

 

Aantreffen illegale werknemers

Bestuurlijke stap

1e constatering

Last onder bestuursdwang (sluiting drie maanden)

2e constatering

Effectueren bestuursdwang

3e constatering

Bestuursdwang (sluiting) + intrekken horecavergunning(en)

Bij het aantreffen van illegale werknemers is het belang van de openbare orde geschonden en is bestuursrechtelijk ingrijpen vereist. Onder illegale arbeid wordt verstaan het laten werken van buitenlandse werknemers zonder geldig verblijfsdocument en werkvergunning. De door de burgemeester te nemen maatregelen kunnen parallel lopen met andere (straf)rechtelijke maatregelen van bijv. het Openbaar Ministerie of Inspectie SZW

 

Paragraaf 3: Kansspelautomaten

Geen aanwezigheidsvergunning kansspelautomaten of overtreding voorschriften

Bestuurlijke stap

1e constatering

De automaten dienen onmiddellijk door de exploitant uitgeschakeld te worden + last onder dwangsom, eenmalig € 3000 per kansspelautomaat

2e constatering

De automaten dienen onmiddellijk door de exploitant uitgeschakeld te worden + verbeuren dwangsom + last onder bestuursdwang (sluiting twee weken)

3e constatering

Effectueren bestuursdwang

De aanwezigheid van kansspelautomaten in horeca-inrichtingen is gelimiteerd en onder strikte voorwaarden toegestaan. Dit mede op basis van het beperken van de risico’s op gokverslaving. Kansspelautomaten voorzien veelal in relevante neveninkomsten voor de horeca-exploitant. Derhalve wordt er een dwangsom, per aanwezige automaat, opgelegd zodat deze zwaarder weegt dan het te behalen van economisch voordeel uit de overtreding.

 

Paragraaf 4: Verstoring openbare orde en criminaliteit

 

Verstoring openbare orde - incidenten

Bestuurlijke stap

1e constatering

Last onder dwangsom, eenmalig € 5000

2e constatering

Verbeuren dwangsom + last onder bestuursdwang (sluiting twee maanden)

3e constatering

Effectueren bestuursdwang

4e constatering

Bestuursdwang (sluiting) + intrekken horecavergunning(en)

De politie en aangewezen gemeentelijke toezichthouders houden toezicht op de openbare orde. Indien ten gevolge van de exploitatie van een horeca-inrichting de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid in of nabij de horecaonderneming wordt verstoord of dit op voorhand mag worden aangenomen (dreigende verstoring openbare orde) wordt bovengenoemd stappenplan gevolgd. Onder verstoringen worden onder meer verstaan opstootjes, vechtpartij, eenvoudige bedreiging, eenvoudige mishandeling en vernieling.

Onder de (lichte) verstoring van de openbare orde wordt ook verstaan het werkzaam laten zijn van een horecaportier zonder dat deze beschikt over de vereiste diploma’s (minimaal het Diploma Horecaportier).

 

 

Verstoring openbare orde - ernstige (gewelds)incidenten

Bestuurlijke stap

1e constatering

Last onder bestuursdwang (sluiting zes maanden)

2e constatering

Effectueren bestuursdwang

3e constatering

Bestuursdwang (sluiting) + intrekken horecavergunning(en)

Indicatoren (zelfstandig of combinatie van) op basis waarvan in ieder geval een ernstig incident wordt aangenomen:

een geweldsdelict waarbij iemand ernstig letsel heeft opgelopen;

het gebruik van wapens;

schietincident (zowel met als zonder verwonding);

steekincident met verwonding;

de hoeveelheid betrokken personen bij het geweld (hoe meer personen hoe eerder sprake is van een ernstig incident);

directe betrokkenheid personeel;

indirecte betrokkenheid personeel door verwijtbaarheid of verwijtbare nalatigheid;

bedreiging/intimidatie/hinderen van hulpdiensten.

Indien er sprake is van een dusdanig (eerste) ernstig incident en/of ernstige verstoring van de openbare orde dan wel dreigende ernstige verstoring kan de inrichting zonder voorafgaande last per ommegaande met bestuursdwang gesloten worden voor de duur van 6 maanden. Van een dusdanig ernstig incident is in ieder geval sprake als de verstoring heeft geleid tot maatschappelijk onrust en/of van een dodelijk slachtoffer en/of een actieve resp. escalerende rol van de uitbater of diens personeel bij het incident. Ook als de vergunninghouder al een eerdere last onder dwangsom of bestuursdwang heeft ontvangen naar aanleiding van (niet-ernstige) ordeverstoringen is er sprake van een dusdanig ernstige situatie dat directe sluiting voor de duur van zes maanden is aangewezen.

 

Schijnbeheer

Bestuurlijke stap

Constatering

Bestuursdwang (sluiting) + intrekken horecavergunning(en)

Er is sprake van schijnbeheer als niet de, op de exploitatievergunning vermelde, exploitant en/of beheerder feitelijk zeggenschap heeft over (en leiding geeft aan) het bedrijf maar die in handen is van een persoon of meerdere personen die niet als zodanig op de vergunning staat of staan vermeld. Onder schijnbeheer worden die situaties verstaan waarbij de feitelijke eigenaar bewust op de achtergrond blijft en de feitelijke situatie niet overeenkomt met de papieren werkelijkheid. Dit vormt een ernstig gevaar voor de openbare orde en veiligheid en is kenmerkend voor ondermijnende criminaliteit. Tegen schijnbeheer wordt dan ook streng opgetreden. Het intrekken van de exploitatievergunning is de enige passende maatregel.

Bij een besloten vennootschap of naamloze vennootschap worden enkel de bestuurders en aandeelhouders, zoals vermeld in het uittreksel van de Kamer van Koophandel, als exploitant op vergunning(en) opgenomen.

 

Strafbare feiten in of vanuit het pand

Bestuurlijke stap

1e constatering

Bestuursdwang (sluiting drie maanden)

2e constatering

Bestuursdwang (sluiting zes maanden)

3e constatering

Bestuursdwang (sluiting) + intrekken horecavergunning(en)

Van ondernemers wordt verwacht dat zij ervoor zorgen dat in hun bedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden. Onder strafbare feiten worden in ieder geval (niet limitatief) verstaan:

(faciliteren van) heling;

illegale kansspelen waaronder pokertoernooien;

ondergronds bankieren;

handel in verboden wapens;

mensenhandel;

bijeenkomsten van verboden rechtspersonen (zoals verboden Outlaw Motorcycle Gang);

Gelet op het ondermijnende en/of georganiseerde karakter van dergelijke strafbare feiten en de impact daarvan op de openbare orde, veiligheid en de leefbaarheid wordt hier streng tegen opgetreden. In beginsel wordt uitgegaan van een sluiting voor de duur van 3 maanden. Indien de feiten en omstandigheden dusdanig ernstig zijn kan tot een langere sluitingsduur besloten worden.

Strafbare feiten volgend uit de Opiumwet, zoals handel in drugs, worden afgedaan conform het Damoclesbeleid Heerlen.

 

Paragraaf 5: Paracommerciële instellingen

Paracommerciële beperkingen

Bestuurlijke stap

1e constatering

Schriftelijke waarschuwing

2e constatering

Last onder dwangsom, maximaal twee keer € 2500

3e constatering

Verbeuren dwangsom

4e constatering

Verbeuren dwangsom + last onder bestuursdwang (sluiting vier weken)

5e constatering

Effectueren bestuursdwang

Art. 2:34b van de APV reguleert voornamelijk de maximaal toegestane schenktijd van (zwak) alcoholhoudende dranken in paracommerciële inrichtingen zoals voetbalverengingen en gemeenschapshuizen. Deze beperkingen zijn ingesteld zodat deze (gesubsidieerde) inrichtingen niet als volwaardig horecabedrijf kunnen opereren en daarmee oneerlijke concurrentie zijn voor de commerciële horeca.

 

Paragraaf 6: Specifieke bepalingen Alcoholwet

 

Verkopen alcohol aan minderjarigen in horeca-inrichting

Bestuurlijke stap

1e constatering

Schriftelijke waarschuwing

2e constatering

Last onder dwangsom, maximaal twee keer €5000

3e constatering

Verbeuren dwangsom

4e constatering

Verbeuren dwangsom

Aan minderjarigen mag geen alcoholhoudende drank worden verstrekt, ook niet door tussenkomst meerderjarigen. Het is aan de exploitant de bedrijfsvoering daarop in te richten. Als tijdens een controlemoment geconstateerd wordt dat er meermaals alcohol wordt verstrekt aan meerdere individuele minderjarigen, dan geldt het controlemoment als één constatering.

 

Verkopen alcohol aan minderjarigen in detailhandel

Bestuurlijke stap

1e constatering

Ontzegging verkoop zwak-alcoholhoudende drank voor de duur van een week

2e constatering

Ontzegging verkoop zwak-alcoholhoudende drank voor de duur van zes weken

3e constatering

Ontzegging verkoop zwak-alcoholhoudende drank voor de duur van twaalf weken

De exploitant van bijv. een supermarkt of avondwinkel wordt een tijdelijk ontzegging opgelegd indien in zijn inrichting in een periode van twaalf maanden driemaal (= tezamen de constatering als bedoeld in het stappenplan) zwak-alcoholhoudende dranken zijn verkocht aan minderjarigen. Ter handhaving van de opgelegde ontzegging wordt een last onder bestuursdwang opgelegd.

 

 

Dronken / onder invloed dienst doen in de horeca-inrichting

Bestuurlijke stap

1e constatering

Last onder dwangsom, maximaal twee keer € 5000

2e constatering

Verbeuren dwangsom

3e constatering

Verbeuren dwangsom + last onder bestuursdwang (sluiting vier weken)

4e constatering

Effectueren bestuursdwang

Het is verboden om in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van andere psychotrope stoffen dienst te doen in een slijtlokaliteit of horecalokaliteit. Als iemand dienst doet in deze kennelijke staat is hij/zij niet meer in staat op een verantwoorde wijze alcohol te verstrekken . Natuurlijke personen die als vergunninghouder worden aangemerkt (eenmanszaak of V.O.F.) worden als zelfstandige ondernemers geacht te allen tijde dienst te doen. Dus ook als hij of zij niet achter de bar staat maar tussen de klanten in de inrichting. Voor personeelsleden die wel in afgebakende diensttijden werken is het afhankelijk van de situatie of men dienst doet. De vergunninghouder dient met bewijsstukken aan te tonen (bijv. een dienstrooster) dat desbetreffend personeelslid er in zijn vrije tijd aanwezig was. Als het personeelslid ingeroosterd was als reserve dan wordt dit gelijkgesteld aan dienstdoen.

 

Alcoholverkoop voor elders dan in horeca

Bestuurlijke stap

1e constatering

Schriftelijke waarschuwing

2e constatering

Last onder dwangsom, maximaal twee keer € 2500

3e constatering

Verbeuren dwangsom

4e constatering

Verbeuren dwangsom

De houder van een Alcoholwetvergunning, niet zijnde een slijtersbedrijf, mag geen alcohol verkopen voor gebruik elders dan ter plaatse. Denk in dit kader bijvoorbeeld aan fritures of shoarmazaken met een Alcoholwetvergunning die zowel alcohol voor gebruik te plaatse verstrekken als alcohol verkopen om bijvoorbeeld thuis te nuttigen. Deze combinatie is nadrukkelijk niet toegestaan.

 

Paragraaf 7: Overige bepalingen (niet-limitatief)

Overige

Bestuurlijke stap

1e constatering

Schriftelijke waarschuwing

2e constatering

Last onder dwangsom, maximaal twee keer € 750

3e constatering

Verbeuren dwangsom

4e constatering

Verbeuren dwangsom

Onderstaande een niet-limitatieve opsomming van overige overtredingen. Deze worden zoveel mogelijk afgedaan volgens bovenstaande stappen. Afwijkingen zijn, gemotiveerd, mogelijk naar gelang de ernst van de overtreding.

toegang belemmeren van toezichthoudende (politie)ambtenaren

het niet onverwijld op eerste verzoek van een bevoegd toezichthouder of opsporingsambtenaar tonen van een rechtsgeldig identiteitsbewijs, arbeidscontracten, beveiligingspas en dergelijke

drankverstrekking aan een onder invloed zijnde persoon

niet melden wijziging lokaliteit

 

Artikel 2: Samenloop overtredingen

Er kan sprake zijn van samenloop van overtredingen. Tegen iedere afzonderlijke overtreding wordt in beginsel conform onderhavig beleid afzonderlijk opgetreden. Bij samenloop van maatregelen die qua zwaarte ongelijk zijn is de zwaarste doorslaggevend. Zo wordt er geen waarschuwing of last onder dwangsom gegeven als de zwaarste overtreding al leidt tot het tijdelijk sluiten van de inrichting of, in het uiterste geval, intrekken van de vergunning(en).

 

Artikel 3: Begunstigingstermijn

Last onder bestuursdwang

In beginsel wordt een begunstigingstermijn van 48 uren aangehouden, gerekend vanaf de bekendmaking van de last onder bestuursdwang strekkende tot sluiting van de horeca-inrichting, waarbinnen belanghebbende(n) zelf in de gelegenheid worden gesteld om te voldoen aan de last onder bestuursdwang. Ook geeft dit belanghebbende de gelegenheid om voorraden op te maken en/of door te verkopen en regelingen te treffen met personeel, leveranciers en dergelijk. Bij spoedeisende situaties wordt er geen begunstigingstermijn gegeven en kan het sluitingsbevel reeds mondeling gegeven worden.

 

Indien de effectuering van het sluitingsbevel is opgeschort in verband met een bij de (voorzieningenrechter van de) rechtbank Limburg aanhangig gemaakte procedure, geldt in beginsel een begunstigingstermijn van ten minste 24 uren gerekend vanaf het moment van bekendmaking van een voor de belanghebbende afwijzende uitspraak van (de voorzieningenrechter van) de rechtbank.

 

Last onder dwangsom

Er wordt, uitgezonderd bijzondere omstandigheden, geen begunstigingstermijn aangehouden gerekend vanaf de bekendmaking van de last onder dwangsom strekkende tot het bepaalde te doen of te laten. In alle gevallen gaat het immers om het nalaten van iets wat direct mogelijk is. Als er een actieve handeling nodig is (bijvoorbeeld het bestellen van een leeftijdssticker) om aan de last te voldoen wordt er daartoe een redelijke termijn gesteld.

 

Artikel 4: Verjaringstermijn bestuurlijke maatregelen

Voor de handhavingsmatrices geldt dat de volgende stap wordt gezet als binnen 24 maanden na een vorige constatering opnieuw een overtreding plaatsvindt. Waarschuwingen vervallen eveneens na 24 maanden.

Indien een inrichting wordt overgenomen door een nieuwe exploitant vervallen in beginsel alle waarschuwingen en/of lasten onder dwangsom. Een geëffectueerde bestuursdwang blijft in beginsel wel van kracht.

 

Artikel 5: Vervolgstappen bij voortduren overtredingen

Als binnen de verjaringstermijn het maximum aan bestuurlijke stappen is bereikt wordt per soort overtreding, het specifieke dossier en de aard van de inrichting bezien welke verdere bestuursrechtelijke maatregelen noodzakelijk zijn om tot het gewenste normgedrag te komen. Hierbij kan gedacht worden aan het opleggen van een hogere last onder dwangsom of het alsnog toepassen van bestuursdwang of het intrekken van de vergunning(en).

 

Artikel 6: Afwijkingsbevoegdheid

De burgemeester heeft bij de besluitvorming over te treffen maatregelen een inherente afwijkingsbevoegdheid. De stappen in de handhavingsmatrices gelden echter als strikt uitgangspunt. Enkel onder bijzondere omstandigheden kan aanleiding zijn van deze uitgangspunten af te wijken.

De afwijking kan ook bestaan uit het overslaan van stappen indien hiertoe aanleiding bestaat, zoals de situatie waarin de overtreder op voorhand expliciet aangeeft dat hij niet wenst mee te werken aan het opheffen van de geconstateerde overtreding(en).

 

Artikel 7: Gedogen enkel bij zeer bijzondere omstandigheden

Het uitgangspunt is dat alle overtredingen van wet- en regelgeving door middel van handhaving tot beëindiging worden gebracht. Er wordt conform het handhavingsbeginsel niet gedoogd. Alleen bij zeer bijzondere omstandigheden kan het noodzakelijk en gerechtvaardigd zijn om (voorlopig) van bestuursrechtelijk handhavend optreden af te zien. Gedoogde situaties en de voorwaarden daartoe worden te allen tijde in een schriftelijke gedoogbeslissing vastgelegd. Een gedoogbeslissing wordt voor de duur van maximaal drie maanden verstrekt en is persoons- en pandgebonden. Het niet naleven van de gestelde voorwaarden leidt altijd tot het per ommegaande intrekken van de gedoogbeslissing.

 

Tot een gedoogbeslissing wordt enkel en alleen overgegaan als de toetsen ter zake levensgedrag, Wet Bibob, Bouwbesluit en brandveiligheid met goed gevolg zijn doorlopen.

 

Artikel 8: Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na die waarop deze regels zijn bekendgemaakt.

 

Artikel 9: Intrekking oude beleidsregel

De beleidsregel ‘Horecasanctiebeleid Heerlen’, vastgesteld op 28 februari 2012, en in werking getreden op 5 april 2012, wordt ingetrokken.

 

Artikel 10: Citeertitel

Dit handhavingsbeleid wordt aangehaald als “Horecasanctiebeleid Heerlen”.

 

 

 

Aldus besloten door de burgemeester van de gemeente Heerlen op 23 september 2021,

de burgemeester van Heerlen,

Drs. R. Wever

ALGEMENE TOELICHTING

 

In de gemeente Heerlen is sinds het jaar 2012 in het Horecasanctiebeleid Heerlen vastgelegd welke bestuursrechtelijke stappen worden genomen bij constateringen van overtredingen van wet- en regelgeving die zien op de horeca-gerelateerde artikelen uit de Algemene Plaatselijke Verordening Heerlen. Overtredingen van de Alcoholwet (tot 1 juli 2021, de Drank- en Horecawet) waren hierin niet opgenomen omdat het toezicht en handhaving op dat moment nog bij de NVWA was gelegen. Per 1 januari 2013 is de burgemeester eveneens bevoegd toezicht te houden en (juridisch) te handhaven op de Alcoholwet en derhalve zijn de meest voorkomende overtreden opgenomen in de handhavingsmatrices.

 

Het sanctiebeleid heeft als doel om eenduidig en consequent op te treden tegen overtredingen van horeca-gerelateerde APV-bepalingen alsmede de Alcoholwet. Ook wordt op grond van dit beleid sanctionerend opgetreden tegen horecabedrijven waar zich strafbare feiten en/of ordeverstoringen voordoen. Het sanctiebeleid heeft de afgelopen jaren bewezen buitengewoon effectief te zijn bij de bestuursrechtelijke aanpak van horecabedrijven die het niet zo nauw nemen met de regels. Deze aanpak is nodig om zorg te dragen dat iedere horecaondernemer onder dezelfde condities kan ondernemen en concurreren hetgeen een gezond ondernemersklimaat creëert. Ook maakt het onderdeel uit van de aanpak van ondermijnende criminele activiteiten nu algemeen bekend is dat de horeca een van de branches is die hier gevoelig voor is gebleken. Maar onderhavig beleid heeft ook ten doel een belangrijke bijdrage te leveren aan een veilige en leefbare stad waar de inwoners en bezoekers veilig en plezierig kunnen uitgaan en uitgangsexcessen tot een minimum wordt beperkt. Het naleven van de regelgeving door de horecaondernemers is daarbij van groot belang.

 

Met name de Alcoholwet voorziet in regelgeving ter voorkoming van gezondheidsrisico’s zoals alcoholverslaving. Overtredingen hiervan, evenals bij ernstige ordeverstoringen, kennen derhalve een stevige bestuurlijke reactie.

Het vertrouwen is gegeven dat horecaondernemers het belang van de goede naleving van de wet- en regelgeving onderkennen en daar verantwoordelijkheid in nemen. Uitgangspunt is dan ook dat in beginsel volstaan kan worden met een waarschuwing bij een eerste overtreding. Een dergelijke waarschuwing zal in veel gevallen reeds leiden tot het voorkomen van nieuwe overtredingen en extra aandacht voor de naleving van specifieke regels. Daar waar het gaat om ernstige overtredingen of het moedwillige overtreden van regelgeving is afgeweken van het uitgangspunt en worden direct zwaardere maatregelen getroffen die variëren van een last onder dwangsom of het toepassen van bestuursdwang.

 

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

 

Artikel 1

De burgemeester handelt in het kader van zijn bevoegdheid tot het treffen van herstelsancties ter naleving van de relevante artikelen uit de Algemene Plaatselijke Verordening Heerlen alsmede de Alcoholwet en aanverwante besluiten overeenkomstig de in dit artikel opgenomen handhavingsmatrices. De meest voorkomende en meest ingrijpende overtredingen hebben een eigen matrix. In de afsluitende matrix geeft een niet-limitatieve opsomming van (weinig) voorkomende overtredingen die een gelijkluidend stappenplan kennen.

 

Afhankelijk van de ernst of aard van de overtreding kan, gemotiveerd, worden afgeweken door een zwaardere maatregel op te leggen.

 

Per matrix wordt een korte toelichting gegeven op de overtreding, eventuele uitzonderingen of bijzondere bepalingen, en de bestuurlijke stap die volgt. Daar waar bij lasten onder dwangsom gesproken wordt over ‘maximaal x-keer’ gaat het om het aantal keer de genoemde dwangsom verbeurd kan worden. Mocht het maximum bereikt zijn mag worden aangenomen dat de dwangsommen (of hoogte daarvan) niet hebben geleid tot het gewenste normgedrag en de overtreding vermoedelijk blijft voortduren. Op dat moment wordt per geval bezien welke (zwaardere) bestuursrechtelijke maatregel nodig om te komen tot het gewenste normgedrag. De nieuwe stap is veelal het opleggen van een nieuwe maar fors hogere last (bij een last onder dwangsom, minimaal een verdubbeling) of het overgaan tot het toepassen van bestuursdwang in de vorm van een tijdelijke sluiting.

 

Toepassing van bestuursdwang geschiedt conform artikel 5:25 Algemene wet bestuursrecht op kosten van de overtreder.

 

Dwangsombedragen zijn strikte uitgangspunten maar maatwerk is mogelijk. De sanctie moet proportioneel zijn en in redelijke verhouding staan tot de overtreding en de beoogde werking van de dwangsom. Het moet een voldoende financiële prikkel voor de overtreder opleveren om de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden.

 

Artikel 2

Bij een samenloop van overtredingen worden deze in beginsel afzonderlijk afgedaan conform het sanctieoverzicht. Hierbij geldt wel dat de zwaarste overtreding doorslaggevend zal zijn. Als de zwaarste sanctie bestaat uit het intrekken van de vergunning heeft het immers geen nut of noodzaak meer om bijvoorbeeld een waarschuwing voor een gelijktijdig geconstateerde lichtere overtreding te geven. De samenloop kan ook inhouden dat bestuurlijke stappen worden overgeslagen omdat het totaal aan (lichtere) overtredingen tezamen een ernstige verstoring van de openbare orde kan opleveren.

 

Artikel 4

Als 24 maanden na het bekendmaken van een bestuurlijke maatregel geen nieuwe overtreding wordt geconstateerd vervalt de maatregel. In principe begint de vergunninghouder weer met een schone lei en wordt een nieuwe overtreding weer afgedaan met de eerste stap uit bijbehorende sanctiematrix.

 

Artikel 7

Van een uitzonderlijke situatie kan sprake zijn als er concreet zicht op legalisatie is waarbij bijv. de vergunningverlening enkel nog afhangt van onvoorziene administratieve handelingen (denk hierbij aan het formaliseren van een huurovereenkomst met een bierbrouwerij).