Considerans
de burgemeester van Heerlen,
overwegende dat;
het ingevolge artikel 2:38 van de Algemene Plaatselijke Verordening Heerlen (hierna: de APV) verboden is op de weg een werktuig, gereedschap of andere zaak te vervoeren of bij zich te hebben, dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen. Tevens is het verboden op de weg een tas of een andere zaak te vervoeren of bij zich te hebben, die er kennelijk toe dient om het plegen van diefstal uit winkels te vergemakkelijken.
deze verbodsbepaling heeft ten doel het plegen van misdrijven zoals diefstal (met braak) te voorkomen dan wel te bemoeilijken;
in gemeente Heerlen sprake is van (woning)inbraken en diefstallen en deze door de slachtoffers daarvan worden ervaren als een grove aantasting van de privacy en het veiligheidsgevoel. En het terugdringen van (woning)inbraken en diefstallen onderdeel uitmaakt van het terugdringen van High Impact Crimes;
de bevoegdheid bestaat om aan overtreders van artikel 2:38 APV een last onder dwangsom op te leggen;
van de mogelijkheid tot het opleggen van een last onder dwangsom een preventieve werking uitgaat;
de hoogte van de dwangsom is afgestemd op het (financiële) voordeel dat de overtreder kan behalen bij het niet naleven van de betreffende regel;
gelet op:
artikel 2:38 APV;
artikel 125 van de Gemeentewet;
hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht.
Besluit
vast te stellen de volgende beleidsregels: