Gemeente Delft, verkeersbesluit Coenderstraat, aanwijzen laad- en losplaats en verplichten van rijrichting

Nr. 4638544

 

Burgemeester en Wethouders van Delft,

 

Gelet op:

  • artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) ingevolge verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij betreffen het verkeer op wegen, welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap en dat deze bevoegdheid op grond van het gewijzigde mandaatbesluit van 27 september 2011 is gemandateerd aan de gemeentedirecteur, waarbij ondermandaat is verleend aan de assetmanager Gebiedsbeheer bij afdeling Beheer Openbare Ruimte;

  • artikel 15 lid 1 van de WVW 1994 ingevolge de plaatsing of verwijdering van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen verkeerstekens en onderborden, voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd, geschiedt krachtens een verkeersbesluit;

  • artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) ingevolge het plaatsen en verwijderen van de in dit artikel genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit;

  • krachtens artikel 14 van het BABW wordt de plaatsing van onderborden, zoals bedoeld in artikel 8, lid 2 en lid 3 van het BABW, in het betrokken verkeersbesluit tot uitdrukking gebracht;

  • artikel 24 BABW ingevolge verkeersbesluiten worden genomen na overleg met een gemachtigde van de korpschef van de politie;

 

Overwegende dat:

  • dit verkeersbesluit betrekking heeft op de Coenderstraat in Delft;

  • deze weg gelegen is in de wijk Hof van Delft van Delft;

  • de Coenderstraat aan het ontwikkelgebied Veld 1 grenst in de Spoorzone;

  • het wenselijk is dat het ontwikkelgebied een veilige ontsluiting en aansluiting krijgt op de bestaande openbare ruimte;

  • er hiervoor enkele verkeersmaatregelen worden getroffen op de Coenderstraat;

  • er een gelegenheid voor het onmiddellijk laden en lossen wordt aangewezen;

  • er bij de aansluiting van het ontwikkelgebied naar de Coenderstraat aangegeven wordt aan welke kant het verkeer de middenstrook van de Coenderstraat moet passeren;

  • deze maatregel wordt genomen voor het verzekeren van de veiligheid op de weg, het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan als ook het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer;

  • de onder ‘besluiten’ genoemde weg in eigendom, beheer en onderhoud is bij de gemeente Delft;

  • overeenkomstig artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de gemachtigde van de chef van politie en dat positief is geadviseerd;

  • het treffen van een verkeersmaatregel een normale maatschappelijke ontwikkeling is waarmee een ieder kan worden geconfronteerd en waarvan de nadelige gevolgen in beginsel voor rekening van betrokkenen behoren te blijven;

 

BESLUITEN :

  • 1.

    aan te geven aan welke zijde de middenstrook van de Coenderstraat gepasseerd moet worden;

  • 2.

    een gelegenheid voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen aan te wijzen;

  • 3.

    deze besluiten kenbaar te maken aan de weggebruikers middels het plaatsen van:

    • a.

      de verkeersborden D2 van Bijlage I van het RVV 1990 op de middenstrook van de Coenderstraat ter hoogte van de aansluiting op het ontwikkelgebied;

    • b.

      het verkeersbord E7 van Bijlage I van het RVV 1990 aan de oostzijde van Coenderstraat ter hoogte van nummer 1;

  • 4.

    de bebording te plaatsen op de locaties zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende situatietekening.

 

Het college van burgemeester en wethouders van Delft.

Namens het college,

 

 

De heer P.A.J. Coene

Assetbeheerder Gebiedsbeheer

Afdeling Beheer Openbare Ruimte

 

(Deze brief is digitaal goedgekeurd en daarom niet met de hand ondertekend)

 

 

Delft, 3 september 2021

 

Als u het met dit besluit niet eens bent, kunt u binnen 6 weken na dagtekening een bezwaarschrift indienen bij het bestuursorgaan dat dit besluit genomen heeft. Hoe u dat doet, kunt u lezen op www.delft.nl/bezwaarschrift.

 

Het indienen van een bezwaarschrift schort de werking van dit besluit niet. Degenen die een bezwaarschrift hebben ingediend kunnen, als er sprake is van spoedeisend belang, ook op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, bij de president van de Arrondissementsrechtbank ’s-Gravenhage, sector bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH ’s-Gravenhage vragen een voorlopige voorziening te treffen. Voor het behandelen van een dergelijk verzoek wordt griffierecht geheven.

 

Bijlage

Naar boven