Subsidieregeling sportverenigingen Someren 2021

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Someren;

 

overwegende dat:

- op 7 december 2018 de subsidieregeling sportverenigingen Someren 2019 is vastgesteld;

- er zich een aantal ontwikkelingen hebben voorgedaan waardoor aanpassing daarvan vereist is;

 

gelet op:

artikel 156, lid 3 van de Gemeentewet, titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Someren 2018.

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de subsidieregeling sportverenigingen Someren 2021

  •  

  •  

Artikel 1 Definities

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • a.

    accommodatiekosten: alle kosten die, naar het oordeel van het college, noodzakelijk zijn voor een doelmatig gebruik van de accommodatie en de instandhouding daarvan;

  • b.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Someren;

  • c.

    instelling: een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie die zich ten doel stelt activiteiten te verrichten in het belang van de gemeente Someren en haar inwoners op het gebied van sport.

  • d.

    intergemeentelijke sportvereniging: Somerense sportvereniging die tenminste 10 leden telt uit de gemeente Asten;

  • e.

    jeugdleden: alle leden, die op 1 januari van het subsidiejaar de leeftijd van 19 jaar nog niet hebben bereikt;

  • f.

    kantine: een verblijfsruimte van waaruit drank en/of etenswaren worden verkocht;

  • g.

    leden: alle actieve contributie betalende personen van de vereniging;

  • h.

    (omni)sportvereniging: een (uit verschillende takken van sport bestaande) vereniging met als enige doel de beoefening van een of meer takken van sport, die als zodanig worden erkend door NOC/NSF.

 

Artikel 2 Toepassing

  • 1.

    Deze subsidieregeling is van toepassing op alle Somerense (omni)sportverenigingen, die voldoen aan de voorwaarden die in deze subsidieregeling zijn gesteld en die passen binnen het door de gemeenteraad voor de werkvorm sport geformuleerd beleid.

  • 2.

    Voor zover daarvan bij deze subsidieregeling niet is afgeweken, is tevens het bepaalde bij of krachtens de Algemene subsidieverordening van toepassing.

 

Artikel 3 Subsidievoorwaarden

Om voor toekenning van subsidie in aanmerking te komen zijn in ieder geval de volgende voorwaarden van toepassing:

  • 1.

    De vereniging moet de sportbeoefening ten doel hebben zonder enig winstbejag na te streven.

  • 2.

    Er kan maximaal één vereniging per tak van sport per kerkdorp voor subsidie in aanmerking komen.

  • 3.

    De vereniging moet lid zijn van een door het college erkend plaatselijk, regionaal of landelijk overkoepelend orgaan voor de sport.

  • 4.

    De vereniging moet gedurende twee jaren haar bestaansrecht aantonen. In deze twee jaren kan de in artikel 6 omschreven aanloopregeling van toepassing worden verklaard.

  • 5.

    De vereniging moet in de gemeente Someren gevestigd zijn.

  • 6.

    Tenminste 50% van het totaal aantal actieve leden van de vereniging moet woonachtig zijn in de gemeente Someren met uitzondering van intergemeentelijke sportverenigingen.

  • 7.

    Er moet een redelijke verhouding bestaan tussen contributie en subsidie; dit ter beoordeling van het college.

  • 8.

    Het bestuur van de vereniging moet overeenkomstig de aard en de doelstelling van de vereniging aan haar verplichtingen voldoen.

  • 9.

    De vereniging moet ten minste 15 actieve Somerense jeugdleden hebben.

 

Artikel 4 Subsidienormen

  • 1.

    Aan elke voor subsidie in aanmerking komende vereniging verleent het college een maximum subsidie, berekend volgens onderstaande normen:

    • a.

      een vast bedrag van €500,- per (onderdeel van een omni)sportvereniging;

    • b.

      een vast bedrag van €12,50 c.q. €17,50 voor een actief jeugdlid van respectievelijk een buitensport- en binnensportvereniging;

    • c.

      een bedrag per wekelijks trainingsuur dat gegeven wordt aan de jeugd door leiders, welke met goed gevolg een sporttechnische opleiding hebben gevolgd of die gedurende 5 jaren onafgebroken in bovengenoemde zin bij een vereniging werkzaam zijn geweest. De norm is als volgt gedifferentieerd:

      • €1,50 per trainingsuur gegeven door een leider met een sporttechnische opleiding van minder dan 100 uur en door een leider die 5 jaren of langer onafgebroken bij dezelfde vereniging als zodanig werkzaam is;

      • €3,00 per trainingsuur gegeven door een leider met een sporttechnische opleiding van meer dan 100 uur;

      • €4,00 per trainingsuur gegeven door een leider met een opleiding voor MO-P, CIOS en akte J;

      • Hierbij geldt een maximum van 2 trainers, leiders per team/training;

    • d.

      60% van de goedgekeurde kosten van de binnensportaccommodatie;

    • e.

      60% van de huur van de buitensportaccommodatie, vermeerderd met een subsidie voor de overige accommodatiekosten, zijnde een vast bedrag per kleedlokaal en een vast bedrag per speelveld/-baan. Voor korfbal wordt de subsidie bovendien vermeerderd met 60% van de huur van de binnensportaccommodatie. Beide bedragen worden jaarlijks aangepast als gevolg van en conform de indexering van de accommodatietarieven. Peildatum is 1 januari 2019 waarbij de bedragen zijn vastgesteld op respectievelijk €552,- en €495,-;

    • f.

      in de accommodatiekosten voor paardensport-accommodaties wordt een subsidie toegekend. De hoogte van deze subsidie wordt jaarlijks aangepast als gevolg van en conform de indexering van de accommodatietarieven. Peildatum is 1 januari 2019 waarbij het bedrag is vastgesteld op €1.210,-;

    • g.

      op de subsidie aan verenigingen, die in de gelegenheid zijn gesteld een kantine te exploiteren of te laten exploiteren, wordt een korting toegepast van:

    • 4% als het een vereniging betreft van 100 seniorleden of minder;

    • 6% als het een vereniging betreft met een aantal seniorleden tussen 100 en 200;

    • 10% als het een vereniging betreft van 200 seniorleden of meer.

 

Artikel 5 Aanvraag en vaststelling

  • 1.

    De instelling dient jaarlijks op uiterlijk 1 mei voorafgaande aan het subsidiejaar een subsidieaanvraag in.

  • 2.

    Naast de in de Algemene subsidieverordening vereiste bescheiden dient de instelling vóór 1 mei van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar in:

    • een ledenlijst met naam, adres en geboortedatum, met als peildatum 1 april van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar;

    • de jaarrekening, inclusief balans, van het jaar voorafgaande aan het subsidieverzoek;

    • de begroting van het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

    • een trainingsurenlijst, met als peildatum 1 april van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar.

  • 3.

    Het college stelt de subsidie vast direct na vaststelling van de begroting doch uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar.

  • 4.

    Indien het bedrag van de subsidies, berekend op basis van deze subsidieregeling, hoger uitkomt dan het daarvoor in de gemeentebegroting opgenomen bedrag, wordt op die berekende subsidies een procentuele korting toegepast, zodanig, dat het bedrag van de uit te keren subsidies het in de gemeentebegroting opgenomen bedrag niet overschrijdt.

 

Artikel 6 Aanloopregeling

  • 1.

    Het college kan nieuwe (onderdelen van omni)verenigingen in aanmerking laten komen voor de aanloopregeling, die als volgt wordt toegepast:

    • in het eerste jaar van het bestaan bedraagt de subsidie 25% van het aan de hand van artikel 4 berekende bedrag;

    • in het tweede jaar van het bestaan bedraagt de subsidie 50% van het aan de hand van artikel 4 berekende bedrag;

    • Vanaf het derde jaar van het bestaan wordt (het onderdeel van) de vereniging volledig gesubsidieerd, mits aan de voorwaarden voor subsidiëring genoemd in artikel 3 is voldaan.

  • 2.

    In bijzondere gevallen kan het college van het bepaalde in het eerste lid ontheffing verlenen.

 

Artikel 7 Afbouwregeling

  • 1.

    Indien een instelling in enig jaar niet voldoet aan het vereiste van het minimum aantal actieve jeugdleden genoemd in artikel 3, lid 9 wordt de subsidie beperkt tot een bijdrage in de accommodatiekosten, zoals opgenomen in artikel 4, lid 1 onder d, e en f onder voorwaarde dat:

    • a.

      de instelling een gemeentelijke sportaccommodatie in gebruik heeft; en

    • b.

      de instelling prestatieve competitie speelt in de betreffende tak van sport.

  • 2.

    Indien aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid is voldaan en het een instelling betreft die in de gelegenheid is gesteld een kantine te exploiteren of te laten exploiteren, blijft de korting conform artikel 4, lid 1 onder g van toepassing.

  • 3.

    Indien een instelling niet voldoet aan het vereiste van het minimum aantal actieve jeugdleden genoemd in artikel 3, lid 9 en de instelling niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid, onder a en b van dit artikel is de volgende afbouwregeling van toepassing:

    • in het eerste jaar is de subsidie gelijk aan het aan de hand van artikel 4 berekende bedrag;

    • bij een ongewijzigde situatie bedraagt de subsidie in het tweede en derde jaar respectievelijk 50% en 25% van het voor het eerste jaar vastgestelde subsidie. Vanaf het vierde jaar vervalt de subsidie.

  • 4.

    Zodra een instelling weer voldoet aan het vereiste minimumaantal actieve jeugdleden komt de instelling weer in aanmerking voor het volledige subsidiebedrag dat wordt berekend op grond van artikel 4.

  • 5.

    In bijzondere gevallen kan het college van het bepaalde in het derde lid ontheffing verlenen.

 

 

Artikel 8 Aanvullende bevoegdheid

In die gevallen waarin deze subsidieregeling niet voorziet beslist het college.

 

Artikel 9 Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    Deze subsidieregeling kan worden aangehaald als: subsidieregeling sportverenigingen Someren 2021

  • 2.

    Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking.

  • 3.

    Op hetzelfde moment komt de subsidieregeling sportverenigingen Someren 2019, zoals vastgesteld bij besluit van 8 december 2018 te vervallen.

  •  

 

Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Someren,

de secretaris,

T.M.G. van Leeuwen

de burgemeester,

D. Blok

Naar boven