Gemeenteblad van Haarlem
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Haarlem | Gemeenteblad 2021, 276843 | verkeersbesluit of -mededeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Haarlem | Gemeenteblad 2021, 276843 | verkeersbesluit of -mededeling |
Verkeersbesluit wijziging eenrichtingsverkeer, meerdere straten Haarlem-Oost
Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,
gelet op de Wegenwet, de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990), het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) en de Uitvoeringsvoorschriften van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: Uitvoeringsvoorschriften BABW).
dat de Adriaan Loosjesstraat, Busken Huëtstraat, Kinkerstraat, Alberdinck Thijmstraat, De Genestetstraat, Ten Katestraat en Hieronymus van Alphenstraat gelegen zijn binnen de bebouwde kom van Haarlem;
dat de bovengenoemde straten in beheer zijn bij de gemeente Haarlem;
dat de bovengenoemde straten wegen zijn als bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;
dat gelet op bovengenoemd artikel het college van burgemeester en wethouders van Haarlem bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor deze wegen;
dat de bevoegdheid voor het nemen van verkeersbesluiten door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem is gemandateerd aan het afdelingshoofd Beheer en Beleid Openbare Ruimte;
dat de gemeentelijke wegencategorisering van Haarlem is opgenomen in de Structuurvisie Openbare Ruimte (hierna: SOR);
dat deze categorisering aansluit op de categorisering, zoals bedoeld in het landelijke beleid Duurzaam Veilig;
dat de bovengenoemde straten gecategoriseerd zijn als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom en de wegen daarmee deel uitmaken van het verblijfsgebied;
dat de verkeersfunctie in een verblijfsgebied ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie;
dat in het verleden voor bovengenoemde straten een besluit is genomen inhoudende het instellen van eenrichtingsverkeer, waarbij een uitzondering is gemaakt voor fietsen en bromfietsen;
dat qua vormgeving en status van de bromfiets in de afgelopen jaren is opgewaardeerd tot een volwaardig motorvoertuig en verkeersdeelnemer;
dat de regelgeving in de afgelopen jaren daarop is aangepast door de bromfiets een positie op de rijbaan te geven, tenzij dringende redenen zich daartegen verzetten;
dat bromfietsers binnen de bebouwde kom om die redenen geacht worden om de regels te volgen van het gemotoriseerd verkeer;
dat de veiligheid van het verkeer steeds meer in het geding is indien de bromfiets nog langer wordt toegestaan om tegen de aangeduide verplichte rijrichting in te rijden;
dat het om die redenen gewenst is om in de bovengenoemde straten de uitzondering op het eenrichtingsverkeer voor bromfietsen op te heffen;
dat de omrijfactor voor bromfietsers als gevolg van deze maatregel te verwaarlozen is;
dat de bromfietser met deze maatregel niet onevenredig groot wordt benadeeld in het gebruik van de weg;
dat het belang van een verkeersveilige verkeerscirculatie prevaleert boven het vrijelijk kunnen kiezen van de kortste rijroute;
dat deze maatregel gerealiseerd kan worden door middel van het vervangen van de op de bovengenoemde straten onder de borden C2, C3 en C4 van bijlage 1 van het RVV 1990 geplaatste onderbord met de tekst en afbeelding “uitgezonderd [symbool bromfiets en fiets]” door een onderbord met tekst en afbeelding “uitgezonderd [symbool fiets]”;
dat dit gebruik geregeld is in artikel 62 van het RVV 1990, namelijk: ‘weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden’;
dat door deze maatregel de werkingssfeer van de betreffende verkeersborden, en daarmee het gebruik van de weg, wordt gewijzigd;
dat gelet op artikel 12 van het BABW in verband daarmee voor het verwijderen en plaatsen van de bovengenoemde onderborden van de verkeersborden C2, C3 en C4 van bijlage 1 van het RVV 1990 een verkeersbesluit is vereist;
dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de verkeersmaatregel strekt tot het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de verkeersmaatregel voorts strekt tot het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer;
dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer in het geding komt bij het treffen van deze verkeersmaatregel;
dat gelet op voorgaande overwegingen het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer van ondergeschikt belang wordt geacht;
dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de gemandateerde van de politie;
dat de politie heeft ingestemd met de hierna genoemde verkeersmaatregel.
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem besluit:
- door middel van het vervangen van de onder de verkeersborden C2, C3 en - voor zover van toepassing- C4 van bijlage 1 van het RVV 1990 aangebrachte onderborden (model OB54) door onderborden (model OB52), alleen nog fietsers uit te zonderen van het bestaande eenrichtingsverkeer dat is ingesteld op de Adriaan Loosjesstraat, Busken Huëtstraat, Kinkerstraat, Alberdinck Thijmstraat, De Genestetstraat, Ten Katestraat en Hieronymus van Alphenstraat, een en ander overeenkomstig de situatieschets.
Namens het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,
Hoofd afdeling Beheer en Beleid Openbare Ruimte
Dit besluit treedt in werking na bekendmaking in de Staatscourant. Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na publicatie van dit besluit in de Staatscourant bezwaar maken bij burgemeester en wethouders van Haarlem, Postbus 511, 2003 PB te Haarlem. Het bezwaarschrift moet de naam en het adres vermelden van degene die bezwaar maakt, zijn ondertekend en de datum vermelden waarop het is opgesteld. In het bezwaarschrift moet ook worden aangegeven tegen welk besluit bezwaar wordt gemaakt en waarom het bezwaar wordt gemaakt. Door het indienen van het bezwaarschrift wordt dit besluit niet opgeschort. Bij een spoedeisend belang kan degene die een bezwaarschrift heeft ingediend een voorlopige voorziening vragen aan de voorzieningenrechter van de rechtbank, sector bestuursrecht, postbus 1621, 2003 BR te Haarlem. Bij het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening moeten griffierechten worden betaald.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2021-276843.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.