Vierendertigste wijziging van de Nadere regels subsidieverstrekking gemeente Breda 2017

Bekendmaking

Burgemeester en wethouders van Breda maken bekend dat zij op 13 juli 2021 de Vierendertigste wijziging van de Nadere regels subsidieverstrekking gemeente Breda 2017 hebben vastgesteld.

 

Inwerkingtreding

De nadere regels worden van kracht met ingang van de dag na die van deze bekendmaking.

 

Rechtsmiddelen

Tegen het besluit tot vaststelling van de nadere regels is geen bezwaar of beroep mogelijk.

 

Vierendertigste wijziging van de Nadere regels subsidieverstrekking gemeente Breda 2017

Artikel I

 

A

 

Artikel 1:1 wordt gewijzigd door de volgende wijzigingen/toevoegingen:

Culturele organisatie: Een organisatie met een in de statuten verankerde culturele doelstelling, die niet valt onder de bepaling van een culturele amateurkunstorganisatie. Deze organisatie produceert zelf geen kunst maar bemiddelt tussen publiek en artiest en organiseert presentatiemogelijkheden en andere culturele activiteiten.

 

Urban Sports & Culture: Dit uit zich in vele verschillende muzikale, visuele, fysieke en creatieve uitingen van mensen in de stad. Met een sterke jongerencultuur die zich niet volledig thuis voelt in de wetten en regels van de traditionele cultuur, maar op zoek is naar meer vrijheid en creativiteit. Creatievelingen die geïnspireerd raken door ontmoetingen op straat, via internet en die door middel van sociale media hun leeftijdsgenoten vinden. (Urban city scan)

 

B

 

Hoofdstuk 2 Nadere regels voor het sociale domein wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen

 

Artikel 2:1 Toepassingsbereik

  • 1.

    Onder ‘Beleidskader’ wordt in dit hoofdstuk verstaan: Kader Breda, samen doen 2021/2022.

  • 2.

    Dit hoofdstuk is van toepassing op aanvragen voor subsidie die betrekking hebben op een of meer van de thema’s die staan benoemd in het Beleidskader.

  • 3.

    Op aanvragen als bedoeld in het tweede lid is hoofdstuk 1 niet van toepassing, met uitzondering van artikel 1:1 en de overige bepalingen uit dat hoofdstuk die in dit hoofdstuk uitdrukkelijk van toepassing zijn verklaard.

  • 4.

    Op aanvragen als bedoeld in het tweede lid is dit hoofdstuk niet van toepassing indien op de aanvraag specifieke nadere regels als bedoeld in hoofdstuk 3 en verder van toepassing zijn.

Artikel 2:2 soorten subsidie

  • 1.

    Er wordt onderscheid gemaakt tussen basissubsidies en wijksubsidies.

  • 2.

    Basissubsidies zijn subsidies die zijn bestemd voor activiteiten waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de doelen en beoogde resultaten van een thema dat staat benoemd in het Beleidskader en voor zover die subsidies niet zijn aan te merken als wijksubsidies.

  • 3.

    Wijksubsidies zijn subsidies die zijn bestemd voor activiteiten die de leefbaarheid en maatschappelijke betrokkenheid van bewoners bij hun eigen wijk of directe woonomgeving stimuleren en bevorderen. Onder leefbaarheid wordt daarbij verstaan de mate waarin de leefomgeving aansluit bij de voorwaarden en behoeften die er door de bewoners aan worden gesteld met het oog op de thema’s die staan benoemd in het Beleidskader.

  • 4.

    Voor wat betreft de betaling en bevoorschotting van de in dit artikel bedoelde subsidies, is het bepaalde in artikel 1:8, tweede en derde lid, van toepassing.

Paragraaf 2.2 Basissubsidies

 

2.2.1 Aanvraag op basis van een uitvoeringsplan

 

Artikel 2:3 Thematafels

  • 1.

    Een ieder kan deelnemen aan een thematafel.

  • 2.

    Een thematafel wordt voorgezeten door een door het college aangewezen voorzitter. De voorzitter bevordert de naleving van de spelregels als bedoeld in het vierde lid.

  • 3.

    Een deelnemer die een activiteit in aanmerking wil laten komen voor opname in het uitvoeringsplan meldt die activiteit schriftelijk aan bij de thematafel uiterlijk op 1 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin hij daarvoor subsidie wenst te ontvangen.

  • 4.

    Het college stelt met betrekking tot de thematafels spelregels vast. De spelregels hebben in ieder geval betrekking op de wijze van functioneren van de thematafel, de bevoegdheden van de voorzitter, de aanmelding als bedoeld in het derde lid, en de informatieverstrekking aan en door de deelnemers aan de thematafel.

  • 5.

    De spelregels worden bekend gemaakt in het gemeenteblad.

  • 6.

    Deelnemers aan de thematafel houden zich aan de spelregels.

Artikel 2:4 Criteria

  • 1.

    1.Het college kan een basissubsidie verstrekken voor een in het uitvoeringsplan opgenomen activiteit van een deelnemer aan de desbetreffende thematafel die deze deelnemer vermeldt in zijn aanvraag voor zover:

    • a.

      dat uitvoeringsplan voldoet aan de eisen zoals beschreven in hoofdstuk 4,5 en 6 van het Beleidskader; en

    • b.

      in het uitvoeringsplan het subsidieplafond als bedoeld in artikel 2:9, eerste lid, en de binnen dat plafond geoormerkte bedragen als bedoeld in artikel 2:9, derde lid, zijn geëerbiedigd.

  • 2.

    Het college beoordeelt een aanvraag als bedoeld in het eerste lid aan de hand van artikel 2:7 en beoordeelt zo nodig hoe de aanvraag zich verhoudt tot andere aanvragen als bedoeld in het eerste lid, alsmede tot aanvragen als bedoeld in artikel 2:6 eerste lid.

  • 3.

    De subsidie wordt per kalenderjaar verstrekt.

  • 4.

    Kosten voor vrijwilligersvergoedingen zijn niet subsidiabel.

Artikel 2:5 procedure

  • 1.

    Een aanvraag als bedoeld in artikel 2:4 wordt uiterlijk ingediend op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2.

    Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het daartoe door het college vastgestelde formulier.

  • 3.

    De aanvraag gaat vergezeld van het uitvoeringsplan waarop de aanvraag betrekking heeft. Artikel 3, tweede lid onder a en b, ASV is niet van toepassing.

  • 4.

    Het college beslist binnen twee maanden na de uiterste indieningsdatum op de aanvraag. Het college kan zijn beslissing eenmaal voor ten hoogste 30 dagen verdagen.

2.2.2 Aanvraag los van het uitvoeringsplan

 

Artikel 2:6 Criteria

  • 1.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 2:3 tot en met 2:5, kan het college een basissubsidie verstrekken op basis van een aanvraag die niet gebaseerd is op een uitvoeringsplan.

  • 2.

    Het college beoordeelt een aanvraag als bedoeld in het eerste lid aan de hand van artikel 2:7 en beoordeelt zo nodig hoe de aanvraag zich verhoudt tot andere aanvragen als bedoeld in het eerste lid, alsmede tot aanvragen als bedoeld in artikel 2:4 eerste lid.

  • 3.

    De honorering van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid kan ten koste gaan van honorering van andere aanvragen op grond van het eerste lid en artikel 2:4, eerste lid.

  • 4.

    Artikel 2:4, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

  • 5.

    Het college verstrekt geen subsidie als bedoeld in het eerste lid aan een aanvrager die voor hetzelfde kalenderjaar en hetzelfde in het Beleidskader genoemde thema als waar de aanvraag betrekking op heeft, subsidie heeft aangevraagd als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid.

  • 6.

    Kosten voor vrijwilligersvergoedingen zijn niet subsidiabel.

Artikel 2:7 Procedure

  • 1.

    1.Artikel 2:5, eerste, tweede en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op aanvragen als bedoeld in artikel 2:6, eerste lid.

  • 2.

    Het college maakt bij de beoordeling als bedoeld in artikel 2:4 lid 2 en 2:6 lid 2 een rangschikking van de bij aanvragen behorende activiteiten. Het college past daarbij de criteria uit het Beleidskader op de wijze zoals hierna weergegeven en met de daarbij genoemde weging, toe:

     

    • a.

      Maatschappelijk resultaat: Hoe draagt de activiteit bij aan de maatschappelijke doelen uit hoofdstuk 4? Wat heb je als de activiteit klaar is? Weging 40 punten, minimum te behalen punten 10.

    • b.

      Kostprijs per klant: De prijs per bereikt lid uit de doelgroep. Ook hoort hierbij: een schatting van de kosten die bespaard kunnen worden door maatwerkvoorzieningen (indien van toepassing, weergave businesscase). Kan de kostprijs worden onderbouwd? Hoe verhoudt de prijs zich tot andere aanvragen? Weging 20 punten, minimum te behalen punten 3.

    • c.

      Vakmanschap: Wat is de toegevoegde waarde van de inzet van betaalde professionals? Anders gezegd: wat doen betaalde en opgeleide professionals beter of anders dan een willekeurige buurvrouw? En waar kan iemand die er weinig kennis van heeft dat aan zien? Weging 15 punten, minimum te behalen punten 5.

    • d.

      Samenwerking: Draagt de activiteit bij aan het realiseren van een ambitie? Kan deze activiteit door slim samenwerken zo goed mogelijk, zo snel mogelijk en zo goedkoop mogelijk uitgevoerd worden? In welke mate wordt samengewerkt met andere partners binnen het thema? Wat levert deze samenwerking op? Weging 10 punten, minimum te behalen punten 3.

    • e.

      Bereik: Hoe groot is de doelgroep? (aantal personen) En hoeveel personen binnen die doelgroep worden bereikt? Weging 5 punten.

  • 3.

    Voor de thema’s ZorgvoorelkaarBreda en Opgroeien zijn twee aanvullende wegingscriteria opgenomen naast de criteria uit lid 2:

     

    • a.

      In welke mate voldoet de activiteit waarvoor subsidie aangevraagd wordt aan de basisprincipes verbonden aan de beweging naar de voorkant? Weging 10 punten, minimum te behalen punten 3.

    • b.

      In welke mate voldoet de activiteit waarvoor subsidie aangevraagd wordt aan de gestelde proces - en kwaliteitsvoorwaarden om ambities en maatschappelijke doelen uit het kader Breda samen doen te realiseren? Weging 10 punten, minimum te behalen punten 3.

  • 4.

    Voor de thema Beweegt zijn drie aanvullende wegingscriteria opgenomen naast de criteria uit lid 2:

     

    • a.

      Een leven lang inclusief sporten en bewegen. In welke mate draagt de activiteit waarvoor subsidie aangevraagd wordt aan dit thema? Weging 10 punten, minimum te behalen punten 3.

    • b.

      Sport- en beweegonderwijs op en rond scholen versterken. In welke mate draagt de activiteit waarvoor subsidie aangevraagd wordt aan dit thema? Weging 10, minimum te behalen punten 3.

    • c.

      Duurzaam versterken en innoveren van sport- en beweegaanbieders. In welke mate draagt de activiteit waarvoor subsidie aangevraagd wordt aan dit thema? Weging 10 punten, minimum te behalen punten 3.

  • 5.

    Het aantal te behalen punten per criterium is afhankelijk van de mate waarin een activiteit voldoet aan het criterium. Het college toetst de aanvraag aan de criteria middels een beoordelingsformat.

  • 6.

    Indien op een wegingscriterium het daarbij vermelde minimum aantal punten niet behaald wordt, wordt de aanvraag afgewezen.

  • 7.

    Als twee of meer aanvragen voorzien in dezelfde activiteit, terwijl het niet wenselijk wordt geacht dat die meermaals wordt aangeboden, worden deze aanvragen onderling vergeleken op het behaalde puntenaantal. Van deze aanvragen wordt alleen de aanvraag met het hoogste puntenaantal opgenomen in de rangschikking, de andere aanvraag wordt of de andere aanvragen worden afgewezen.

  • 8.

    De overgebleven aanvragen worden gehonoreerd op volgorde van behaalde punten van hoog naar laag, tot het subsidieplafond is bereikt.

  • 9.

    Bij gelijke rangschikking van aanvragen die vanwege het bereiken van het subsidieplafond niet allebei gehonoreerd kunnen worden, wordt voorrang verleend aan een aanvraag binnen het uitvoeringsplan, ten opzichte van een individuele aanvraag. In andere gevallen wordt geloot.

2.2.3 Aanvraag voor kleine initiatieven

 

Artikel 2:8 Criteria

  • 1.

    Het college kan anders dan bij wijze van jaarlijkse subsidie, basissubsidies van ten hoogste € 5.000,- verstrekken.

  • 2.

    Het college beoordeelt een aanvraag voor subsidie als bedoeld in het eerste lid aan de hand van paragraaf 4, 5 en 6 van het Beleidskader en het Breda’s toetsingskader zoals beschreven in het Beleidskader.

  • 3.

    Een aanvrager komt per kalenderjaar ten hoogste één keer in aanmerking voor subsidie als bedoeld in het eerste lid.

  • 4.

    Het college verleent geen subsidie als bedoeld in het eerste lid aan een aanvrager die in het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft reeds subsidie heeft ontvangen als bedoeld in artikel 2:4, 2:6 of 2:11 dan wel daartoe een aanvraag heeft ingediend waarop het college nog niet heeft beslist.

  • 5.

    Aanvragen voor subsidie als bedoeld in dit artikel kunnen per tijdvak worden ingediend. Er zijn twee tijdvakken waarbinnen een aanvraag ingediend kan worden:

     

    • a.

      Subsidieaanvragen voor activiteiten tussen 1 januari en 30 juni kunnen worden ingediend vanaf 1 november tot en met 1 maart;

    • b.

      Subsidie voor activiteiten tussen 1 juli en 31 december kunnen worden ingediend vanaf 1 mei tot en 1 september.

  • 5.

    Toekenning van een subsidie vindt plaats op basis van het voldoen aan de voorwaarden zoals genoemd in lid 2 en op volgorde van binnenkomst.

Subsidieplafonds

 

Artikel 2:9 Subsidieplafonds

  • 1.

    Het college stelt voor ieder in het Beleidskader genoemd thema een subsidieplafond vast voor subsidies als bedoeld in de artikelen 2:4, eerste lid en 2:6, eerste lid.

  • 2.

    Het college stelt voor ieder in het Beleidskader genoemd thema een subsidieplafond vast voor subsidies als bedoeld in artikel 2:8, eerste lid.

  • 3.

    Bij de vaststelling van een subsidieplafond op grond van het eerste of tweede lid kan het college bepalen dat daarin opgenomen bedragen geoormerkt zijn voor specifieke activiteiten.

Artikel 2:10 Verhoging van het subsidieplafond bij jaarlijkse subsidies

  • 1.

    Als na indiening van subsidieaanvragen of nadat het college heeft besloten op ingediende subsidieaanvragen, het subsidieplafond als bedoeld in artikel 2:9, eerste lid, door het college wordt verhoogd, kunnen aanvullende subsidieaanvragen worden ingediend die betrekking hebben op de extra gelden.

  • 2.

    Artikel 2:9, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op een verhoging van het subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid.

  • 3.

    Het college bepaalt de termijn waarbinnen de aanvullende subsidieaanvragen als bedoeld in het eerste lid moeten zijn ingediend.

  • 4.

    Bij verhoging van het subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid, kan een thematafel een aanvullend uitvoeringsplan opstellen. Artikel 2:3, derde lid, is niet van toepassing.

  • 5.

    Het college kan een basissubsidie verstrekken voor een in het aanvullend uitvoeringsplan opgenomen activiteit van een deelnemer aan de desbetreffende thematafel die deze deelnemer vermeldt in zijn aanvullende aanvraag voor zover:

     

    • a.

      dat aanvullend uitvoeringsplan voldoet aan de eisen zoals beschreven in hoofdstuk 4,5 en 6 van het Beleidskader;

    • b.

      in het aanvullend uitvoeringsplan het subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, en de binnen dat plafond geoormerkte bedragen als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, zijn geëerbiedigd.

  • 6.

    Op een aanvraag als bedoeld in het vijfde lid zijn artikel 2:4, tweede lid en artikel 2:5, tweede, derde lid en vierde lid en 2:7 tweede tot en met negende lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de aanvraag vergezeld dient te gaan van het aanvullende uitvoeringsplan.

  • 7.

    Bij verhoging van het subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid kan het college een basissubsidie verstrekken op basis van een aanvraag die niet gebaseerd is op een aanvullend uitvoeringsplan.

  • 8.

    Op de aanvraag als bedoeld in het zevende lid zijn artikel 2:5, tweede lid en vierde lid, 2:6 tweede en derde lid en 2:7 tweede tot en met negende lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat wordt beoordeeld hoe de aanvraag zich verhoudt tot andere aanvragen als bedoeld in het vijfde en zevende is van dit artikel en de honorering van de aanvraag ten koste kan gaan van de honorering van die aanvragen.

  • 9.

    Voor zover voor een aanvullende subsidieaanvraag vereiste gegevens reeds zijn verstrekt bij een eerdere aanvraag voor subsidie in hetzelfde kalenderjaar en onveranderd zijn gebleven, hoeven deze gegevens niet opnieuw te worden verstrekt.

Bijzondere en onvoorziene omstandigheden

 

Artikel 2:11 Bevoegdheden van het college

  • 1.

    1.Het college kan in bijzondere omstandigheden bepalen dat een door deelnemers van een thematafel als uitvoeringsplan of aanvullend uitvoeringsplan aangemerkt document geen uitvoeringsplan is als bedoeld in artikel 1:1. Het college kan in ieder geval gebruik maken van deze bevoegdheid als artikel 2:3, zesde lid, niet is nageleefd of naar het oordeel van het college aannemelijk is dat het proces aan de thematafel niet op eerlijke wijze is verlopen.

  • 2.

    In gevallen waarin de Nadere regels niet voorzien beslist het college, onverminderd het bepaalde in de ASV.

C

 

Hoofdstuk 5 paragraaf 1 Algemene Bepalingen wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Hoofdstuk 5

 

Paragraaf 1 Algemene Bepalingen

 

Artikel 5:1 Vigerend beleidskader

Het beleidskader voor subsidies uit dit hoofdstuk is de Cultuurvisie 2019-2024 //In verband met Cultuur//, zoals vastgesteld door de raad op 12 september 2019 en de uitvoeringsprogramma’s 2019-2024 //in verband met Cultuur// zoals vastgesteld door het college van B&W op 17 december 2019.

 

Artikel 5:2 Voor wie

  • 1.

    Subsidies als bedoeld in dit hoofdstuk zijn bestemd voor:

    • a.

      Culturele organisaties;

    • b.

      Professionele kunsten;

    • c.

      Culturele amateurkunstorganisaties;

    • d.

      Professioneel werkende individuele culturele makers/ initiatiefnemers;

    • e.

      Crossovers binnen de verschillende disciplines van Urban Sports & Culture.

  • 2.

    Subsidies worden alleen verstrekt voor zover de activiteiten overeenkomstig artikel 4:1 lid 4 sub a van de Algemene Subsidieverordening Breda 2017 zich richten op de gemeente Breda en aanwijsbaar ten goede komen aan de ingezetenen van de gemeente Breda.

  • 3.

    Subsidies worden aangevraagd met gebruikmaking van het daartoe vastgestelde aanvraagformulier, zie (www.breda.nl/subsidies)

D

 

Hoofdstuk 5 paragraaf 4 Eenjarige subsidies wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Paragraaf 4 Eenjarige subsidies

 

Artikel 5:12 Voor wie

Een subsidie voor een jaar kan worden aangevraagd door culturele organisaties, professionele kunsten en crossovers binnen de verschillende disciplines van Urban Sports & Culture.

 

Artikel 5:13 Weigeringsgrond

In aanvulling op de weigeringsgronden zoals opgenomen in hoofdstuk 4 Algemene Subsidieverordening Breda 2017 wordt een subsidie op grond van artikel 5:12 geweigerd indien een organisatie een subsidie ontvangt op grond van artikel 5:3, 5:7 of artikel 5:41 van deze nadere regels.

 

Artikel 5:14 Subsidievereisten

Om voor een subsidie als bedoeld in artikel 5:12 in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten:

 

  • a.

    De activiteiten worden uitgevoerd in de gemeente Breda;

  • b.

    De subsidieaanvrager is gevestigd in de gemeente Breda of werkt samen met een in de gemeente Breda gevestigde culturele organisatie;

  • c.

    De subsidieaanvrager dient aantoonbaar samen te werken met lokale en bovenlokale partijen, zowel financieel als inhoudelijk;

  • d.

    Voldoende zakelijke kwaliteit. Dit betreft een toelichting op de bedrijfsvoering, realiteitszin en haalbaarheid van de inhoudelijke plannen en begroting;

  • e.

    De activiteiten hebben voldoende artistiek-inhoudelijke kwaliteit of leveren een faciliterende bijdrage aan de culturele infrastructuur van Breda.

Artikel 5:15 Subsidieplafond

  • 1.

    Het college stelt het subsidieplafond vast en maakt deze bekend op de wettelijk voorgeschreven wijze;

  • 2.

    De hoogte van de te verlenen subsidie 2022 en verder als bedoeld in artikel 5:12 is maximaal het verleende bedrag over kalenderjaar 2021 tot een maximum van € 100.000,-;

  • 3.

    Voor zover een subsidieaanvrager voor het eerst een subsidie aanvraagt op grond van deze paragraaf is de hoogte van de subsidie als bedoeld in artikel 5:12 maximaal 50% van de begroting én niet meer dan € 50.000,-. De begroting dient te voldoen aan het gestelde in artikel 3:2 lid 3 sub c van de Algemene Subsidieverordening Breda 2017.

  • 4.

    Voor zover het totaal te verlenen subsidiebedrag op grond van deze paragraaf het in het eerste lid van dit artikel genoemde subsidieplafond overschrijdt, worden de te verlenen subsidiebedragen per organisatie naar rato naar beneden bijgesteld.

E

 

Hoofdstuk 5 paragraaf 5 Basissubsidies amateurkunst Breda wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden

 

Paragraaf 4 Basissubsidies Amateurkunst Breda

 

Artikel 5:16 Voor wie

Een subsidie amateurkunst Breda kan worden verstrekt aan culturele amateurkunstorganisaties of aan initiatieven op het gebied van amateurkunst.

 

Het gaat daarbij om de volgende doelgroepen:

 

  • 1.

    Toneel/Theatergroepen;

  • 2.

    Dansgroepen;

  • 3.

    Zang/Muziektheater;

  • 4.

    Kamerkoren;

  • 5.

    Hafabra;

  • 6.

    Orkesten;

  • 7.

    Beeldend en audiovisueel;

  • 8.

    Groepen voor overige activiteiten op het gebied van amateurkunst.

Artikel 5:17 Subsidievereisten

Om voor een subsidie als bedoeld in artikel 5:16 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

 

  • a.

    Een organisatie heeft een rechtsvorm zonder winstoogmerk (blijkende uit een inschrijving KVK);

  • b.

    Een organisatie is statutair gevestigd in de gemeente Breda;

  • c.

    Een organisatie is minimaal 2 jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag actief op het gebied van amateurkunst, wat blijkt uit gegeven presentaties in de gemeente Breda;

  • d.

    De organisatie heeft niet-beroepsmatige kunstbeoefening tot doel hetgeen blijkt uit de statuten;

  • e.

    Er is sprake van bewijsbaar professionele artistieke leiding blijkende uit het CV van de artistiek leider. Bij groepen voor overige activiteiten op het gebied van amateurkunst is er sprake van bewijsbaar professionele artistieke leiding blijkende uit het CV en/of is er sprake van samenwerking met een culturele instelling;

  • f.

    Per categorie is een minimum aantal actieve leden vereist om voor subsidie in aanmerking te komen:

     

    • 1.

      Toneel/Theatergroepen, minimaal 8 actieve leden;

    • 2.

      Dansgroepen, minimaal 15 actieve leden;

    • 3.

      Zang/Muziektheater, minimaal 20 actieve leden;

    • 4.

      Kamerkoren, minimaal 10 actieve leden;

    • 5.

      Hafabra, minimaal 20 actieve leden per onderdeel;

    • 6.

      Orkesten, minimaal 20 actieve leden;

    • 7.

      Beeldend en audiovisueel, minimaal 15 actieve leden;

    • 8.

      Groepen voor overige activiteiten op het gebied van amateurkunst, minimaal 15 actieve leden.

  • g.

    De actieve leden betalen een contributie/projectbijdrage aan de organisatie voor het mogen deelnemen aan de artistieke activiteiten van de organisatie.

  • h.

    De activiteiten van de organisatie vinden met een zekere regelmaat plaats, tenminste één keer per twee weken en/of minimaal 26 keer per jaar.

Artikel 5:18 Aanvraagtermijn

Subsidieaanvragen voor een subsidie zoals bedoeld in artikel 5:16 kunnen worden ingediend overeenkomstig de aanvraagtermijn van jaarlijkse subsidies zoals deze in de Algemene Subsidieverordening Breda 2017 is opgenomen.

Artikel 5:19 Hoogte van de subsidie

De hoogte van de basissubsidie als bedoeld in artikel 5:16 bedraagt maximaal:

 

  • 1.

    Toneel/Theatergroepen: € 5.000,-;

  • 2.

    Dansgroepen: € 5.000,-;

  • 3.

    Zang/Muziektheater: € 5.000,-;

  • 4.

    Kamerkoren: € 5.000,-;

  • 5.

    Hafabra: € 6.500,- per onderdeel;

  • 6.

    Orkesten: € 6.500,-;

  • 7.

    Beeldend en audiovisueel: € 2.500,-;

  • 8.

    Groepen voor overige activiteiten op het gebied van amateurkunst: € 2.500,-.

Artikel 5:20 Subsidieplafond

  • 1.

    Het college stelt het subsidieplafond vast en maakt deze bekend op de wettelijk voorgeschreven wijze.

  • 2.

    Voor zover het totaal te verlenen subsidiebedrag het in het eerste lid van dit artikel genoemde subsidieplafond overschrijdt, worden de te verlenen subsidiebedragen per organisatie naar rato naar beneden bijgesteld.

F

 

Hoofdstuk 5 paragraaf 9 artikel 5:43 lid 6 Specifieke nadere regels Professionele Kunsten 2021-2024 Breda – Brabantstad wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 5:43 Procedure

  • 1.

    Aanvragen voor een subsidiebijdrage op grond van deze paragraaf worden ingediend in de periode van 1 december 2019 tot 1 februari 2020.

  • 2.

    Een aanvraag moet worden ingediend met gebruikmaking van het daartoe door het college vastgesteld formulier.

  • 3.

    De hoogte van de subsidiebijdrage voor de activiteiten genoemd in artikel 5:41 onder a sub 1 bedraagt maximaal € 160.000,- per jaar.

  • 4.

    De hoogte van de subsidiebijdrage voor de activiteiten genoemd in artikel 5:41 onder a sub 2 bedraagt maximaal € 200.000,- per jaar.

  • 5.

    De hoogte van de subsidiebijdrage voor de activiteiten genoemd in artikel 5:41 onder b bedraagt maximaal € 200.000,- per jaar.

  • 6.

    Het subsidieplafond voor de activiteiten genoemd in artikel 5:41:

    • 1.

      sub a: bedraagt € 160.000,- per jaar

    • 2.

      sub b: bedraagt € 845.000 per jaar

G

 

Hoofdstuk 10 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Hoofdstuk 10 Subsidieregeling water en groen op eigen terrein

 

Artikel 10:1 Begripsomschrijvingen

Groene daken

Dit zijn beplante daken met een waterbergend vermogen, een substraat laag en met een gevarieerde samenstelling van sedum beplanting, grassen en kruiden en/of vaste planten.

 

Groene gevels

Dit zijn grondgebonden beplante gevels die indien nodig gebruik maken van klimsteunen in de vorm van een of meerdere vaste planten. De subsidie is niet van toepassing op de aanleg van gevelsystemen.

 

Regenwatervoorzieningen

Dit zijn voorzieningen die regenwater vasthouden en/of laten infiltreren in de bodem. Zoals een voorzieningen met een zelfde principewerking als een verlaging in de tuin voor de tijdelijke opvang van regenwater, een regenton of een infiltratiekoffer. Verharde opritten waar grint of grasbeton wordt aangelegd, zijn ook toegestaan.

 

Onttegelen - en vergroenen van tuinen

Dit zijn maatregelen waarin verharding wordt verwijderd en vervangen wordt door een robuuste vergroening in de voor- en achtertuin. Het gaat hier om de aanleg van gras, planten, struiken en bomen.

 

Hemelwaterriolering

Rioolstelsel via welke uitsluitend hemelwater wordt afgevoerd.

 

Artikel 10:2 Doel van de subsidieregeling

Het doel van deze subsidieregeling is het stimuleren van een maatregel(pakket):

  • 1.

    Die de afvoer van regenwater op de riolering vermindert en hiermee de kans op wateroverlast beperkt;

  • 2.

    Die bijdraagt aan herstel van het natuurlijk watersysteem en hiermee verdroging van de bodem tegengaat;

  • 3.

    Die de leefomgeving voor planten en dieren bevordert;

  • 4.

    Die door het groene karakter een positieve bijdrage levert aan verkoeling van de buitenruimte.

Artikel 10:3 Doelgroep

De subsidieregeling staat open voor alle natuurlijke personen (eigenaren en huurders) en rechtspersonen (met uitzondering van woningbouwverenigingen en projectontwikkelaars), die eigenaar of huurder zijn van een bestaande opstal binnen de gemeente Breda waarvoor de subsidieaanvraag wordt gedaan.

 

Artikel 10:4 Maatregelen en subsidiabele kosten waarop de regeling van toepassing is

  • 1.

    De subsidieregeling is van toepassing op de volgende categorieën van maatregelen:

    • a.

      Groene daken;

    • b.

      Groene gevels;

    • c.

      Regenwatervoorzieningen;

    • d.

      Onttegelen en vergroenen van tuinen.

    • e.

      Aansluiten dakoppervlak grondgebonden woningen op hemelwaterriolering

    • f.

      Aansluiten dakoppervlak appartementencomplexen op hemelwaterriolering

    • g.

      Aansluiten afwaterende verharding rond appartementencomplexen op hemelwaterriolering

  • 2.

    Subsidiabele kosten

    • a.

      In bijlage 2 zijn de subsidiabele kosten en werkzaamheden per maatregel benoemd.

  • 3.

    Niet subsidiabele kosten

    • a.

      Kosten van constructieve voorzieningen, zoals nieuwbouw of aanpassingen van dakconstructies en overkappingen en bouwkundige kosten voor schutting, prieel, pergola en muurblokken;

    • b.

      Kosten ter vervanging van bestaande beplanting en groen;

    • c.

      Kosten – gederfde inkomsten daaronder begrepen – die verband houden met de eigen inzet of de inzet van eigen personeel van de aanvrager;

    • d.

      Kosten voor het opstellen en indienen van de subsidieaanvraag.

Artikel 10:5 Werkzaamheden waarop de subsidieregeling van toepassing is

  • 1.

    Constructief voorbereidend onderzoek ten behoeve van aanleg groen dak

    • a.

      Het onderzoeken van de technische mogelijkheden voor het vergroenen van een bestaand dak.

  • 2.

    Voorbereidend onderzoek ten behoeve van aanleg regenwatervoorziening (infiltratievoorziening en wadi):

    • a.

      Voorbereidend bodemonderzoek;

    • b.

      Onderzoek grondwaterstand;

  • 3.

    Uitvoering maatregel(pakket)

    • a.

      Het aanschaffen en aanbrengen van een maatregel(pakket);

    • b.

      Subsidie wordt zowel verstrekt wanneer de maatregel aangelegd wordt door derden als wanneer de maatregel wordt aangelegd in eigen persoon.

  • 4.

    Nadere bepalingen en uitzonderingen met betrekking tot de werkzaamheden die benoemd zijn in artikel 10:5 lid 1 t/m3 waarop de subsidieregeling van toepassing is zijn opgenomen in bijlage 2.

Artikel 10:6 Maximale hoogte van het subsidiebedrag

  • 1.

    Jaarlijks stelt het college een totaal subsidiebedrag beschikbaar. Dit zogenoemde subsidieplafond kan jaarlijks worden aangepast. Informatie over de hoogte van het plafond is beschikbaar op de website van Gemeente Breda

  • 2.

    Toekenning van een subsidie vindt plaats op basis van het voldoen aan de voorwaarden - zoals genoemd in artikel 10:9 en bijlage 2 - en op volgorde van binnenkomst.

  • 3.

    Er gelden maximum toe te kennen bedragen voor de maatregelpakketten, de maximum bedragen zijn gespecificeerd in bijlage 2. Aanvragen waarbij doelbewust een maatregel(pakket) is opgesplitst teneinde onder genoemde drempelwaarde te blijven worden afgewezen;

  • 4.

    In artikel 10:4 zijn de subsidiabele onderdelen gespecificeerd.

Artikel 10:7 Verantwoording na verstrekken van de subsidie

  • 1.

    Om te kunnen controleren of aan de activiteit waarvoor de subsidie is verleend is uitgevoerd verstrekt de aanvrager fotomateriaal en factuur/bonnen aan het college. Het fotomateriaal dient te bestaan uit:

     

    • a.

      een foto van de situatie vóór aanpassing;

    • b.

      een foto van de situatie na aanleg waarmee wordt aangetoond dat de maatregel is uitgevoerd en daarmee aan de subsidievoorwaarden is voldaan.

  • 2.

    De aanvrager verleent toestemming om binnen vijf jaar na subsidieverlening één of meerdere controles te laten uitvoeren door of in opdracht van het college van de gemeente Breda om vast te stellen of de maatregel(pakket) daadwerkelijk is uitgevoerd, duurzaam wordt onderhouden en in stand gehouden is.

Artikel 10:8 Stapelen van subsidies

De aanvrager mag de ‘subsidie groene daken, groene gevels en regenwatervoorzieningen’ stapelen met andere subsidies van waterschap, provincie of het rijk. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:

  • 1.

    De subsidie van het college is nooit hoger dan de subsidie die de aanvrager van het waterschap, provincie of rijk ontvangt;

  • 2.

    De gestapelde subsidie die wordt uitgekeerd bedraagt nooit meer dan 100% van de totale kosten van de voorgenomen maatregelen en bijbehorende werkzaamheden;

  • 3.

    De aanvrager meldt ten allen tijde bij het college wanneer door derden een subsidie of korting is verstrekt voor dezelfde maatregel(pakket);

  • 4.

    Bij constatering van het ten onrechte hebben ontvangen van de verleende subsidie wordt het door het college verstrekte subsidiebedrag teruggevorderd.

Artikel 10:9 Indieningsvoorwaarden

  • 1.

    De aanvrager dient de aanvraag in met gebruikmaking van een door het college vastgesteld aanvraagformulier.

  • 2.

    De subsidieaanvraag dient uiterlijk zes weken na aanleg van de voorziening te zijn ontvangen. Bij de aanvraag van een groen dak en bij het aansluiten van een dakoppervlak/afwaterende verharding van appartementencomplexen, mag de indiener voorafgaan aan de aanleg een subsidieverzoek indienen. Bij de aanvraag benodigde gegevens zijn:

     

    • a.

      Volledig ingevuld aanvraagformulier;

    • b.

      Offerte(s) of factuur uitvoering van de maatregel of pakket aan maatregelen;

    • c.

      Indien van toepassing:

      • Het onderzoeken van de technische mogelijkheden voor het vergroenen van een bestaand dak. Nadere bepalingen en uitzonderingen met betrekking tot constructief voorbereidend onderzoek zijn opgenomen in bijlage 2;

      • Voorbereidend onderzoek ten behoeve van aanleg regenwatervoorziening (infiltratievoorziening en wadi). Nadere bepalingen en uitzonderingen met betrekking tot voorbereidend onderzoek zijn opgenomen in bijlage 2.

  • 3.

    Het college beslist op de aanvraag uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van de volledige aanvraag.

  • 4.

    De indiener legt uiterlijk 20 weken na aanvraag van de subsidie de voorziening aan indien sprake is van de aanvraag van subsidie voor een groen dak. Aanvrager levert binnen 4 weken na aanleg bewijsmateriaal in de vorm van foto’s en de factuur aan, zoals genoemd in artikel 10.7.

  • 5.

    Een subsidie voor een regenton/regenzuil kan enkel in combinatie met een subsidie voor een andere maatregel, niet zijnde een andere soort regenwatervoorziening, worden aangevraagd.

Artikel 10:10 Verantwoordelijkheden

  • 1.

    De constructieve sterkte voor de aanleg van het groen dak of gevel en de capaciteit en afvoer van de regenwatervoorziening is de verantwoordelijkheid van de aanvrager;

  • 2.

    De aanvraag van een eventueel benodigde (omgevings-)vergunning is de verantwoordelijkheid van de aanvrager;

  • 3.

    De aanvrager is verantwoordelijk voor de instandhouding en het beheer en onderhoud van de voorziening voor een periode van minimaal 5 jaar;

Artikel 10:11 Weigeringsgronden

De ingediende subsidie aanvraag wordt geweigerd indien:

  • 1.

    Het ontwerp, installatie en onderhoud van de voorziening niet deugdelijk en zorgvuldig uitgevoerd wordt/is;

  • 2.

    De maatregel wordt toegepast waarbij niet voldaan wordt aan gestelde eisen voor veiligheid, toegankelijkheid en de ruimtelijke inpassing in de openbare ruimte;

  • 3.

    De voorziening of maatregel niet voldoet aan het vastgestelde welstandbeleid, de bouwverordening of andere wet- en regelgeving.,

  • 4.

    Voor maatregelen die aangevraagd worden door huurders dient schriftelijk toestemming voor de maatregelen verleent te zijn door de betreffende woningbouwvereniging of eigenaar van de opstal.

Artikel 10:12 Afwijkingen

Het college kan desgewenst in bijzondere omstandigheden afwijken van de beleidsregels en besluiten om een subsidie met een waarde hoger dan € 10.000,- toe te kennen voor alle natuurlijke personen en rechtspersonen (met uitzondering van woningbouwverenigingen).

 

Bijlage 2: Voorwaarden behorend bij Subsidieregeling ‘water en groen op eigen terrein’ van de gemeente Breda

 

Artikel A: Nadere bepalingen voor het aanbrengen van een groen dak

Voor de aanvraag van een subsidie dient een volledig ingevuld subsidieformulier te worden ingediend (www.breda.nl/subsidies).

 

Constructief onderzoek

In het geval de aanvrager een factuur voor constructief onderzoek indient dient deze factuur minimaal een omschrijving van de uitgevoerde werkzaamheden te bevatten.

 

Werkzaamheden groen dak

Op de offerte of factuur van de maatregel dient het volgende te worden vermeld:

  • Aantal vierkante meter te vergroenen dakoppervlak;

  • Technische beschrijving waarop o.a. de volgende punten worden vermeld:

    • a.

      Waterbergend vermogen in l/m2;

    • b.

      Substraatdikte in mm;

    • c.

      Totaal aantal toegepaste soorten;

  • Kosten verdeling voor werkzaamheden

    • a.

      Aanlegkosten;

    • b.

      Transportkosten;

    • c.

      Materiaalkosten.

Subsidievoorwaarden

Constructief onderzoek

Subsidiabele kosten voor advies voor de aanleg van het groen dak bedragen:

  • a.

    Bij een groen dak oppervlak tot 100 m2 maximaal € 250,-;

  • b.

    Bij een groen dak oppervlak groter dan 100 m2 maximaal € 350,-.

  • c.

    Gemaakte advieskosten worden enkel gesubsidieerd wanneer het groen dak daadwerkelijk wordt aangelegd.

Aanleg groen dak

De hoogte van de subsidie is afhankelijk van de oppervlakte van het groen dak.

De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 50% van de werkelijk gemaakte totale kosten.

 

Subsidiebedrag

€ 20,-/m2

waterbergend vermogen1 (l/m2)

≥ 25

substraatdikte (mm) 2

≥ 40

aantal soorten

≥ 8

maximum subsidiebedrag natuurlijke personen

€ 3.000,-

maximum subsidiebedrag

stichtingen en bedrijven

€ 10.000,-

1 Het waterbergend vermogen dient te worden bepaald volgens de onderzoeksmethode van het FLL (Forschungsgesellschaft Landschaftsentwicklung Landschaftsbau).

2 Onder de substraatlaag wordt de voedingslaag van het sedum verstaan. De sedummat telt hierbij niet mee als dikte van de substraatlaag

 

Artikel B: Nadere bepalingen voor het aanbrengen van grondgebonden groene gevel

Voor de aanvraag van een subsidie dient een volledig ingevuld subsidieformulier te worden ingediend (www.breda.nl/subsidies).

Bij de aanvraag dienen minimaal de volgende onderdelen te worden meegeleverd:

  • Offerte/factuur waarop vermeld staat:

    • a.

      Kosten aanbrengen voorzieningen/steunpunten aan gevel (indien van toepassing);

    • b.

      Kosten voor beplanting;

    • c.

      Kosten voor verwijderen verharding;

  • Situatieschets huidige en nieuwe situatie.

Aandachtspunten

  • De aanvrager draagt zelf verantwoordelijkheid voor de aanvraag van een eventuele omgevingsvergunning zoals genoemd in nadere regels – artikel 10:10;

  • De subsidie is niet van toepassing op groene gevelsystemen zoals genoemd in artikel 10:1.

Subsidievoorwaarden

De hoogte van de subsidie bedraagt 30% van de kosten van de maatregel met een plafondbedrag conform onderstaande tabel:

 

Maximale subsidie

maximum subsidiebedrag natuurlijke personen

€500,-

maximum subsidiebedrag

stichtingen en bedrijven

€1500,-

 

Artikel C: Nadere bepalingen voor het aanbrengen van een regenwatervoorziening

Voor de aanvraag van een subsidie dient een volledig ingevuld subsidieformulier te worden ingediend (www.breda.nl/subsidies).

 

  • 1.

    Regenton/regenzuil/waterschutting

    Bij de aanvraag dienen minimaal de volgende onderdelen te worden meegeleverd:

     

    • Factuur waarop vermeld staat:

      • a.

        Het type voorziening;

      • b.

        b.

        Inhoud van de regenwatervoorziening in liters;

    • Foto van de voorziening.

Subsidiabele kosten

  • Materiaal regenwatervoorziening;

  • Aansluitmateriaal (b.v. koppelstukken).

     

  • 2.

    Infiltratievoorziening/wadi/zaksloot

    Bij de aanvraag dienen minimaal de volgende onderdelen te worden meegeleverd:

     

    Offerte/factuur waarop vermeld staat:

    • a.

      Het type voorziening;

    • b.

      De inhoud van de regenwatervoorziening in liters;

  • Begeleidend document met daarin:

    • a.

      Situatieschets bestaande situatie;

    • b.

      Situatieschets nieuwe situatie;

  • Indien van toepassing: factuur van gemaakte voorbereidende kosten:

    • a.

      Bodemonderzoek;

    • b.

      Onderzoek grondwaterstanden;

  • Subsidiabele kosten:

    • Materiaal regenwatervoorziening;

    • Aansluitmateriaal (b.v. koppelstukken);

    • Graafwerkzaamheden uitgevoerd door derden;

    • Voorbereidende kosten (bodemonderzoek en onderzoek grondwaterstanden).

Subsidievoorwaarden

De hoogte van de subsidie bedraagt 30% van de kosten van de regenwatervoorziening met plafondbedrag en voorwaarden conform onderstaande tabel:

 

Maximum subsidiebedrag

Maximum aan te vragen aantal

Regenton/regenzuil

  • -

    De voorziening kan niet solitair worden aangevraagd, hij dient met minimaal één andere maatregel te worden gecombineerd *

  • -

    Minimale inhoud van 100 liter

€ 250,-

2

Waterschutting met een minimale inhoud van 100 liter

€ 700,-

n.v.t.

infiltratievoorziening zoals een infiltratiekoffer, grindkoffer of gelijkwaardig alternatief

€ 500,-

n.v.t

Verlaging in de tuin, wadi, zaksloot of gelijkwaardig alternatief

€ 1.200,-

n.v.t.

 

Artikel D: Nadere bepalingen voor het onttegelen en vergroenen van tuinen

Voor de aanvraag van een subsidie dient een volledig ingevuld subsidieformulier te worden ingediend (www.breda.nl/subsidies).

 

Bij de aanvraag dienen minimaal de volgende onderdelen te worden meegeleverd:

  • Offerte/factuur waarop vermeld wordt:

    • a.

      Aantal m2 te ontstenen en te vergroenen oppervlak;

    • b.

      Beplantingssoorten en aantallen;

  • Situatieschets oude situatie;

  • Situatieschets nieuwe situatie.

Subsidievoorwaarden

  • Bij de aanleg van een grasmat worden maximaal de werkelijk besteedde kosten vergoed;

  • Verhoogde borders en bloembakken zonder onderkant die in directe verbinding met de tuingrond staan zijn toegestaan;

  • De hoogte van de subsidie bedraagt €10,- per vierkante meter. Het maximumbedrag bedraagt €1.500.

Artikel E: Aansluiten dakoppervlak grondgebonden woningen op hemelwaterriolering

Voor het aansluiten van het dakoppervlak van en afwaterende verharding bij grondgebonden woningen op hemelwaterriolering in de openbare weg kan € 500,- subsidie worden aangevraagd.

 

Voor de aanvraag van een subsidie dient een volledig ingevuld subsidieformulier te worden ingediend (www.breda.nl/subsidies).

 

Bij de aanvraag dienen minimaal de volgende onderdelen te worden meegeleverd:

  • Offerte/factuur waarop vermeld staat:

     

    • a.

      Kosten voor de werkzaamheden;

  • Situatieschets huidige en nieuwe situatie.

Subsidievoorwaarden

  • Het dakoppervlak en/of afwaterende verharding moet nu aangesloten zijn op gemengde riolering

  • Er moet aangesloten worden op een bestaande hemelwater aansluitleiding in de openbare ruimte die tot aan de perceelsgrens loopt

  • Het af te koppelen dakoppervlak moet minimaal 25m² zijn

  • Het afkoppelsysteem moet (milieu-)technisch verantwoord zijn

Artikel F: Aansluiten dakoppervlak appartementencomplexen op hemelwaterriolering

Dit betreft subsidie voor het aansluiten van het dakoppervlak van appartementen op hemelwaterriolering in de openbare weg.De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 50% van de werkelijk gemaakte totale kosten met een maximum van €10.000,-.

 

Voor de aanvraag van een subsidie dient een volledig ingevuld subsidieformulier te worden ingediend (www.breda.nl/subsidies).

 

Bij de aanvraag dienen minimaal de volgende onderdelen te worden meegeleverd:

  • Offerte/factuur waarop vermeld staat:

     

    • a.

      Kosten voor de werkzaamheden;

  • Situatieschets huidige en nieuwe situatie.

Subsidievoorwaarden

  • Het dakoppervlak en/of afwaterende verharding moet nu aangesloten zijn op gemengde riolering

  • Er moet aangesloten worden op een bestaande hemelwater aansluitleiding in de openbare ruimte die tot aan de perceelsgrens loopt

  • Het af te koppelen dakoppervlak moet minimaal 25m² zijn

  • Het afkoppelsysteem moet (milieu-)technisch verantwoord zijn

Artikel G: Aansluiten afwaterende verharding rond appartementencomplexen op hemelwaterriolering

Voor de aanvraag van een subsidie dient een volledig ingevuld subsidieformulier te worden ingediend (www.breda.nl/subsidies).

 

Bij de aanvraag dienen minimaal de volgende onderdelen te worden meegeleverd:

  • Offerte/factuur waarop vermeld staat:

     

    • a.

      Kosten voor de werkzaamheden;

  • Situatieschets huidige en nieuwe situatie.

Dit betreft subsidie voor het aansluiten van het dakoppervlak van en afwaterende verharding bij appartementen op hemelwaterriolering in de openbare weg. De hoogte van de subsidie bedraagt € 10,- per m2 met maximum van € 10.000,-

 

Subsidievoorwaarden

  • De afwaterende verharding moet nu aangesloten zijn op gemengde riolering

  • Er moet aangesloten worden op een bestaande hemelwater aansluitleiding in de openbare ruimte die tot aan de perceelsgrens loopt

  • Het af te koppelen dakoppervlak moet minimaal 25m² zijn

  • Het afkoppelsysteem moet (milieu-)technisch verantwoord zijn

Artikel II

Deze wijziging treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Aldus besloten door burgemeester en wethouders van Breda in de vergadering van 13 juli 2021

, burgemeester

, gemeentesecretaris

Naar boven