Verkeersmaatregel Maagdendries

Ruimte / Mobiliteit / 2021-21890

Burgemeester en Wethouders van Maastricht

 

Gelet op:

  • artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) ingevolge verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij betreffen het verkeer op wegen, welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap dat deze bevoegdheid op grond van “Maandaatregeling Gemeente Maastricht 2010” is gemandateerd aan het afdelingshoofd Mobiliteit;

  • artikel 15, lid 1, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd;

  • artikel 15, lid 2, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor het aanbrengen of verwijderen van infrastructurele maatregelen die leiden tot een beperking of een uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken;

  • artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) ingevolge het plaatsen en verwijderen van de in dit artikel genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit;

  • artikel 14 van het BABW, wordt de plaatsing van onderborden, zoals bedoeld in artikel 8, lid 2 en lid 3 van het BABW, in het betrokken verkeersbesluit tot uitdrukking gebracht;

  • artikel 24 van het BABW ingevolge verkeerbesluiten worden genomen na overleg met de gemandateerde van de korpschef van het nationale politiekorps;

 

Overwegende:

dat de Maagdendries een erftoegangsweg is binnen de bebouwde kom van Maastricht;

 

dat ter hoogte van Maagdendries 123a een individuele gehandicaptenparkeerplaats is aangewezen;

 

dat verzoeker van deze individuele gehandicaptenparkeerplaats een ander voertuig ter beschikking heeft die nu op de bewonersparkeerplaats van het appartementencomplex (Lindekruis) past;

 

dat hierdoor de individuele gehandicaptenparkeerplaats opgeheven kan worden;

 

dat deze parkeerplaats beschikbaar komt voor algemeen gebruik;

 

dat deze maatregel wordt genomen om de bruikbaarheid van de weg en de vrijheid van het verkeer te waarborgen;

 

dat betreffende straat in beheer en onderhoud is bij de gemeente Maastricht;

 

dat overeenkomstig artikel 24 van het BABW de te nemen verkeersmaatregelen besproken zijn met de Districtchef van politiedistrict Maastricht;

 

BESLUITEN:

  • 1.

    in te trekken het bepaalde ten aanzien van de Maagdendries in hun besluit van 22 augustus 2017 / Ruimte / Mobiliteit en Milieu / 2017-27075;

  • 2.

    door het in verwijderen van het bord E6 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderbord de individuele gehandicaptenparkeerplaats nabij het pand Maagdendries 123a op te heffen;

  • 3.

    door het in stand houden van de borden A1 en A2 (30 km zone) van Bijlage I van het RVV 1990 de maximumsnelheid op de Maagdendries in te stellen op 30 km/uur;

  • 4.

    door het in stand houden van de borden B4, B5 en B6 van Bijlage I van het RVV 1990 de kruising Maagdendries en Lindenkruis aan te wijzen als voorrangskruising met dien verstande dat het verkeer op de Maagdendries voorrang heeft op het verkeer op de Lindenkruis;

  • 5.

    door het in stand houden van de borden B6 van Bijlage I van het RVV 1990 en haaientanden aan te geven dat het verkeer op de Maagdendries voorrang moet verlenen aan het verkeer op de Frontensingel;

  • 6.

    door het in stand houden van de borden D2 van Bijlage I van het RVV 1990 op de middengeleiders van de Maagdendries bestuurders te gebieden de middengeleiders voorbij te gaan aan de zijde die de pijl op het bord aangeeft;

  • 7.

    door het in stand houden van de borden E7 van Bijlage I van het RVV 1 aan te wijzen als gelegenheid voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen:

    • a.

      het vak ter hoogte van Maagdendries 61;

    • b.

      het vak ter hoogte van Maagdendries 39;

  • 8.

    door het in stand houden van het bord F14 van Bijlage I van het RVV 1990 het einde aan te geven van de rijbaan uitsluitend ten behoeve van lijbussen ter hoogte van de aansluiting met de Lindenkruis;

  • 9.

    door het in stand houden van de borden G12a van Bijlage I van het RVV 1990 de vrijliggende paden aan de noordzijde, aan beide zijden van de Maagdendries aan te wijzen als fiets/bromfietspad;

  • 10.

    door het in stand houden van het woord “LIJNBUS” op het wegdek aan te wijzen als busstrook, als bedoeld in artikel 81 van het RVV 1990, op grond waarvan deze alleen door de bestuurders van een lijnbus mag worden gebruikt, de zuidelijke rijbaan van de Maagdendries gelegen tussen de Statensingel en de Lindenkruis;

  • 11.

    door het in stand houden van de zebramarkering, de oversteekplaats voor de aansluiting met de Frontensingel aan te wijzen als voetgangersoversteekplaats, zoals bedoeld in artikel 49 van het RVV 1990.

 

Maastricht, 2 augustus 2021

 

Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,

Wethouder Krabbendam,

Voor deze,

 

E. Westbroek

Teammanager Mobiliteit

 

Bezwaar en voorlopige voorziening

Op grond van het bepaalde in de artikelen 8:1 juncto artikel 7:1 juncto artikel 6:4 van de Awb kan, door degenen wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen een termijn van zes weken, ingaande op de dag na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt c.q. is verzonden of uitgereikt, bij ons college een bezwaarschrift worden ingediend.

 

U kunt het bezwaarschrift digitaal of schriftelijk indienen.

 

Als u het bezwaarschrift digitaal wilt indienen, kunt u dit doen via https://www.gemeentemaastricht.nl/bezwaarschrift-indienen. U vindt hier een formulier waarmee u bezwaar kunt maken.

 

U kunt het bezwaarschrift ook per post indienen.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

. de naam en het adres van de indiener;

. de dagtekening;

. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

. de gronden van het bezwaar.

Wij verzoeken u in het bezwaarschrift ook uw telefoonnummer en (zo mogelijk) uw e-mailadres te vermelden.

 

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van Burgemeester en wethouders van Maastricht, Postbus 1992, 6201 BZ Maastricht.

 

Het indienen van bezwaar heeft geen schorsende werking. Om de inwerkingtreding van het besluit en de gevolgen daarvan op te schorten kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, bestuursrecht, postbus 950 te 6040 AZ te Roermond.

Van de verzoeker van een voorlopige voorziening wordt een griffierecht geheven. U wordt door de griffie van de rechtbank geïnformeerd over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betaling.

 

U kunt ook digitaal een voorlopige voorziening indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

 

 

Naar boven